Hollands Diep, Het Laatste Nummer, Nummer 26 is een tijdschrift uit 2012 met een verhaal van Ronald Giphart: The Beauty (Lara Stone) & The Beast (David Walliams)

Hollands Diep

By hans, 28 november 2014

Hollands Diep

Hollands Diep, Het Laatste Nummer, Nummer 26 is een tijdschrift uit 2012 met een verhaal van Ronald Giphart: The Beauty (Lara Stone) & The Beast (David Walliams)

Sub Titel: Het Laatste Nummer

Nummer: 26

Jaar: januari februari 2012

ISBN: 18740324

Uitgever: Karin van Gilst, Robbert Ammerlaan

Titel verhaal Ronald Giphart: The Beauty (Lara Stone) & The Beast (David Williams)

Lara Stone behoort tot de meest gevraagde modellen ter wereld. David Walliams is een van de grappigste mannen van Engeland. Ronald Giphart verklaart de liefde tussen de veredelde Klokkenluider van de Notre Dame en zijn trophy wife.

Vroeger had ik een stamcafé, een “verzamelplaats voor dichters, schrijvers, muzikanten, toneelspelers, kunstenaars, acteurs, cabaretiers, filosofiestudenten en Freya. Freya was de barkeepster, een weergaloos mooi meisje dat weinig sprak met haar clientèle. Zwijgend schonk ze de drankjes, emotieloos vulde ze pindabakjes, onaanraakbaar spoelde ze glazen. Aan de toog zaten veel mannen die met een onverholen verlangen speciaal voor Freya kwamen. Er was een dichter die gedichten voor haar schreef, een kunstenaar met krullen die voor haar schilderde, een knappe songwriter die zich door haar liet inspireren. Freya’s afstandelijke schoonheid weerhield mannen er echter van avances te maken of zelfs voorzichtig met haar te flirten. Tot er op een dag een vloerlegger het café aandeed. Het kan ook een tegelzetter, shoarmasnijder of machiebankwerker zijn geweest. Een ooglijke kerel. Nadat hij zijn eerste biertje bij haar had besteld, vroeg hij of ze niet eens zin had om met hem ergens te gaan eten. Freya zei ‘ja’. Twee dagen later hadden ze verkering. Na een maand aam Freya ontslag, haar meute bewonderaars in vertwijfeling achterlatend. Waarom had geen van hen ooit het lef gehad haar aan te spreken, zoals de intens lelijke vloerlegger had gedaan. Ik moest aan Freya denken nadat ik een artikel had gelezen over Lara Stone. Je moet echt onder een modderige steen hebben geleefd als je niet weet wie Lara Stone is, zei mijn vrouw, toen ik net onder een modderige steen vandaan was gekropen. Lara Stone is een blond Nederlands topmodel dat bij vrijwel iedereen bekend is als het gezicht van… En hier noemde mijn vrouw een paar modemerken die ik niet van elkaar zou kunnen onderscheiden. Stone is een van de bestbetaalde fotomodellen ter wereld. In 2010 werd ze tijdens de British Fashion Awards uitgeroepen tot Model of the Year. De Franse Vogue besteedde onlangs een half nummer aan haar en The New York Times zette haar in september groot op de cover, onder de kop ‘LittIe Dutch Girl’, met een artikel waarvoor ze poseerde in haar Brabantse geboorteplaats Mierlo, bij een windmolen aan de Amstel, en langs de Amsterdamse grachten (de omstanders droegen nog net geen klompen). Zo little is Stone overigens niet. Zelfs in de wereld van de topmodellen is zij niet alleen uitzonderlijk mooi, zegt mijn vrouw, maar ook groot. Zij heeft maat 36, terwijl de gangbare maat voor modellen 34 is. En waar de meeste mannequins ogen als fragiele borstloze staketsels van satéprikkers, oogt Lara Stone als een fragiel staketsel van satéprikkers mét borsten (cup 75C, voor wie het per se weten wil). Stones voeten zijn te klein voor de meeste schoenen die modellen op de catwalk moeten dragen, waardoor Stone – wederom volgens mijn vrouw – een zeer herkenbare en eigenzinnige pas heeft. Dat ze daarom nogal eens omlazert op de loper, hoort bij haar charme.

Als veertienjarige werd Lara Stone op vakantie in Parijs ontdekt, toen ze met haar ouders in de metro zat. Tot dat moment wist ze niet dat ze knap was, want op de middelbare school werd ze bespot om haar slungelige lichaam en haar opvallende gebit. Tegenwoordig is het spleetje tussen haar tanden een niet weg te denken facet van Stones stralende verschijning. Nou ja, stralend …Een ander kenmerk van Stone is dat ze vrijwel nooit lacht. Althans niet op de lichtbrug of voor de camera Heel soms verschijnt er het begin van een enigmatische glimlach om haar mysterieuze mond – waardoor ze nog het meest wegheeft van een moderne Mona Lisa -, maar verder kijkt ze vrijwel altijd boos, verongelijkt of chagrijnig. Dat maakt het des te opvallender dat zij vorig jaar is getrouwd met een van de grappigste mannen op aarde: de Engelse tv-komiek David Walliams van het programma Little Britain. Een Nederlandse beauty met een Engels beaat. En een beast is Walliams. Aandachtsziek. Schreeuwerig. Hyperintelligent. Feesttijger (eminent lid van de Londense ‘partyrati’). Langeafstandszwemmer. Schaamteloos. Onweerstaanbaar. Een man die geen avond alleen kan zijn. Die openlijk praat over zijn gevoelens voor mannen. Die zichzelf voor ’70 procent hetero’ noemt. Wiens bijnaam op de middelbare school ‘Daphne’ was. Een jaar of vier geleden moest ik eens een halve dag doden op een vliegveld. De kiosk verkocht Kings of Comedy, de ongeautoriseerde biografie van Matt Lucas en David Walliams, de mannen achter een van de meest succesvolle Britse sketchshows. Van mij hadden de wachttijd en mijn vlucht langer mogen duren, want Kings of Comedy bleek een hilarisch en ontroerend verslag van de lange, groteske tocht die de kale, homoseksuele Lucas en de aan travestie verslaafde Walliams hadden afgelegd om zich te ontworstelen aan hun kleinburgerlijke afkomst. Hoe hardvochtig en zenuwslopend de wereld van de humor. Hoe meedogenloos de demonen die Lucas en Walliams beiden, los van elkaar en samen, moesten overwinnen. Trauma’s, stemmingswisselingen, chronisch slaaptekort, medicijngebruik, Walliams’ manische depressiviteit. In een van de fotokaternen van het ongeautoriseerde boek stond een reeks paparazziplaatjes van Walliams met verscheidene vrouwen. Het onderschrift luidde: ‘Lay-dees’ man David Walliams has been linked with a string of high profile women.’ Het zingende fotomodel Lisa Moorish kwam voorbij (die ook ging met de popmusici Liam Gallagher en Pete Doherty), Dannii Minogue, Lisa Snowdon (een oud liefje van George Clooney), de actrices Denise Van Outen en Patsy Kensit, en de rondborstige tv-persoonlijkheid Abi Titmuss. Allemaal erg mooie vrouwen.

Wat is het dat mannen die volgens de wetten van de aantrekkelijkheid niet direct gecast zouden worden om te figureren in modereclames, vaak wel de allermooiste vrouwen aan de haak slaan? Het voordeel voor een lelijke man ligt voor de hand. Niet alleen heeft hij een trophy wife geschaakt, ook wordt hij – zonder dat hij zich daarvan bewust is – door andere vrouwen mooier gevonden. Er is veel onderzoek gedaan naar dit fenomeen. Mannelijke proefpersonen die zijn gekoppeld aan een vrouw uit de categorie ‘erg aantrekkelijk’, krijgen van vrouwen gemiddeld een hoger cijfer voor hun uiterlijk dan mannen met partners uit de bak ‘weinig aantrekkelijk’. Dit verschijnsel heet ‘evaluatieve conditionering’ en komt bij veel diersoorten voor (zo willen vrouwtjes guppy’s liever paren met mannetjesguppy’s die al met andere vrouwtjes hebben gepaard dan met eenzame guppymannetjes). Maar wat zou de beweegreden voor een knappe vrouw zijn zich in te laten met een veredelde Klokkenluider van de Notre Dame? Jackie Kennedy zal de Griekse miljardair Aristoteles Onassis niet hebben getrouwd vanwege zijn lekkere snuitje, hoewel hij wel in een buitencategorie valt. Niet iedere lelijkerd met een knappe vrouw is een wereldberoemde sporter, een machtige leider, een exorbitant rijke ondernemer of een geliefde schrijver. Er zijn ook mooie vrouwen met doorsnee lelijke kerels. De liefde van die vrouwen voor hun mannen is een door de buitenwereld vaak onbegrepen genegenheid. De Franse schrijver Charles Baudelaire dacht dat een mooie vrouw de voorkeur geeft aan een lelijke man omdat daarmee haar eigen schoonheid beter uitkomt. De aandacht van de omgeving gaat naar de verschijning van de vrouw, en niet naar het lekkere bekkie van haar partner. Dat zou een verklaring kunnen zijn, maar misschien niet een van de meest overtuigende. In sprookjes en romantische verhalen zeggen vrouwen vaak het innerlijk van een man aantrekkelijker te vinden dan zijn uiterlijk. Deze sociaal-correcte beweringen kunnen natuurlijk met een korrel cynisme worden genomen, maar toch schuilt er een bewezen waarheid in. In zijn boek Liefde voert de Nederlandse wetenschapsjournalist Mark Mieras de Franse filosoof Jean Paul Sartre op. Mieras vraagt zich af hoe het kan dat een zo onooglijk type als Sartre vaak zulke mooie jonge studentes wist te schaken (escapades die hij trouw opbiechtte aan Simone de Beauvoir, die vervolgens haar tranen in haar hoofdkussen droogde). Hij voert een neurologische verklaring op voor de veroveringen van Sartre. Vrouwen met in hun bloed meer dopamine (een stof die de nieuwsgierigheid en creativiteit aanwakkert) dan oestrogeen (dat doet hunkeren naar schoonheid en rijkdom) zouden eerder geneigd zijn te verkeren met intelligente, humoristische mannen dan met breedgeschouderde gladbekken. De keuze van vrouwen voor ‘geestige mannen’ wordt door veel psychologisch en neurologisch onderzoek aangetoond. Het effect van mannelijke intelligentie en humor op de hersenen van veel vrouwen lijkt hetzelfde als wat mannelijke schoonheid doet. Bij deze vrouwen wordt een hersengebied, de nucleus accumbens, in gelijke mate geprikkeld door zowel mannelijke schoonheidskenmerken (brede schouders en een brede kaaklijn) als door uitingen van intelligentie en humor. Intelligentie en spitsvondigheden winden deze vrouwen op. Sartre leek op de hoogte van deze voorkeur. Over de reden waarom hij filosoof was geworden, deed hij ooit de beroemde uitspraak: ‘Uiteindelijk is het allemaal om vrouwen te verleiden.’

Voor hun huwelijk werd aan Lara Stone en David Walliams in interviews gevraagd naar hun beweegredenen om te trouwen. Walliams was eerlijk over de verpletterende aantrekkelijkheid van zijn aanstaande, waarmee hij op zijn eigen manier het begrip evaluatieve conditionering verwoordde. Wat het met schoonheid is: zei hij, ‘het is overweldigend, en je hoopt toch dat het op een bepaalde manier op jou afstraalt.’ Een Brits tijdschrift stelde vast dat Walliams ‘misschien niet de echtgenoot was die we ons hadden voorgesteld als we door Stones portfolio gingen’, en dus was de vraag aan haar wat zij op haar beurt in godsnaam in David zag. Stones antwoord was ontwapenend. ‘Hij maakt me aan het lachen; zei ze simpelweg. Voor sommige knappe vrouwen is dat reden genoeg om van een man te houden. En dat brengt mij bij de stelling dat de liefde van een mooie vrouw voor een lelijke man misschien wel de oprechtste vorm van liefde is. Ik ga het haar niet voorleggen, maar ik vermoed dat mijn vrouw dit ten enenmale onderschrijft.

 

 

Titel: Hollands Diep 22

Hollands Diep, De 10 Beste Auteurs Onder De 40, Nummer 22 is een tijdschrift uit maart/april 2011 met een verhaal van Ronald Giphart: De Grillen Van De Gast

Sub Titel: De 10 Beste Auteurs Onder De 40

Nummer: 22

Jaar: maart/april 2011

ISSN: 18740324

Uitgever: Karin van Gilst, Robbert Ammerlaan

Pagina’s: 140, 141

In de nieuwe rubriek ‘Ober!’ vertelt een auteur over een bijzondere restaurantervaring. Voor deze eerste aflevering: Ronald Giphart, die een hilarisch verhaal hoorde van chef-kok Lucas Rive van restaurant de Bokkedoorns.

Titel verhaal Ronald Giphart: De grillen van de gast

Je hoort soms verhalen. Serveersters die spugen over de desserts van mannen die hen onwelvoeglijk hebben benaderd. Obers die bij het uitgifteluik plassen in de soep voor hun gasten. Koks die stukken ossenhaas langs hun billen halen voordat ze ze onder de grill leggen. In de jaren dat ik zelf in de horeca werkte, heb ik nooit een van deze excessen meegemaakt. De ergste wandaad die ik heb gezien, was de kok die – onder grote werkdruk – een stuk net gebakken tournedos op de grond liet vallen. Gedecideerd bukte hij zich om het vlees op te rapen. Even hield hij het onder de kraan, om het vervolgens weer in de pan te leggen. Na tien seconden zei hij: ‘Zo, alle bacteriën dood’, waarna hij verder ging met de opmaak van het bord. Uiteraard was dit tegen alle wetten van de hygiëne, maar er wachtte een enorme rits bonnen van ongeduldige eters. Ik heb nooit meer gegeten in het restaurant waar ik destijds werkte. Als gasten zijn we overgeleverd aan de nukken van koks en obers, maar dat is een wetenschap waar we ons niet te veel mee moeten vermoeien. Vorige week at ik met mijn vrouw bij het roemruchte restaurant de Bokkedoorns in Overveen, misschien wel het standvastigste restaurant van Nederland. De culinaire waterstanden: de Bokkedoorns staat 32 jaar onafgebroken in de top 10 van de restaurantgids Lekker en heeft al 20 jaar twee Michelinsterren. Als het om erkenning van de culinaire scherprechters gaat, zijn Nederlandse koks hun grote broers uit België al lang voorbijgestreefd. Chef-kok Lucas Rive, die bij de Bokkedoorns al 25 jaar achter de kachel staat, is een van de helden die de Nederlandse gastronomie de afgelopen decennia glans hebben gegeven. Nu heb ik bij sommige restaurants (Ivy in Rotterdam of ’t Brouwerskolkje in Overveen) vaak het angstige gevoel dat ik er niet ben voor een maaltijd maar voor een psychologisch onderzoek, een culinaire rorschachtest om inzicht te krijgen in mijn verrotte binnenwereld. Bij de Bokkedoorns is deze angst ongegrond, Rive kookt uitsluitend volgens het adagium ‘alles vers, alles puur, altijd toegewijd’. Toch…je hoort soms verhalen. Een ober bracht ons een werkelijk spectaculair gerechtje met bloemkool, linzen en ansjovis. Mijn vrouw kreunde en ook mijn gezicht schoot in de orgastische stand. Toen de ober glimlachend onze borden weer kwam afruimen, kon ik het toch niet laten te hinten naar wat ik een paar weken daarvoor op een samenzijn van restaurateurs had gehoord. ‘0, dát verhaal,’ zei de jongen, die zich verder op de vlakte hield. Even later kwam Lucas Rive de eetzaal binnen om gasten te begroeten. Bij onze tafel zei hij dat hij al had gehoord dat ik had gehoord wat ik van anderen had gehoord die het ook hadden gehoord. Dat was wat er een paar maanden daarvoor was gebeurd. Schaterlachend begon hij te vertellen. Een luidruchtig koppel kwam lunchen. Als voorgerecht bestelde het paar een speciale salade. Toen dat gerecht werd gebracht boog de vrouw zich sniffend over haar bord. Verontwaardigd wenkte ze een ober. Ze begon te refereren aan wat Amerikaanse gastronomen natural harvest noemen. ‘Deze salade ruikt naar sperma,’ zei ze bits. De jongen dacht dat ze een grapje maakte en lachte beleefd. ‘Ik meen het,’ riep de vrouw, waarna haar tafelgenoot door de zaal bulderde: ‘Zit er sperma in? Ik wil nu de chef spreken!’

Er zullen mensen van andere tafels hebben opgekeken. Iedereen in de horeca weet: onnavolgbaar zijn de grillen van de gast. Zwijgend nam de ober de borden weer mee naar de keuken om het probleem te melden. Lucas Rive haalde zijn schouders op, hij had betere dingen te doen dan aan tafel met een proleterige dronkenlap te discussiëren over teelvocht. Wat dachten ze, dat een kok even de hand aan zichzelf had geslagen voor een bijzonder ingrediënt? Om het paar tegemoet te komen dresseerde een van zijn jongens een nieuwe salade. Even later kwam de bezopen druktemaker toch stampij maken in de gang naar de keuken. ‘Er zat echt zaad in die schotel,’ riep hij. Rive keek hem rustig aan. ‘Wat bijzonder dat u weet hoe sperma smaakt,’ zei hij onverstoorbaar. Geschrokken keek de man hem aan. Hij stamelde wat en het verhaal gaat dat hij hierna zwijgend en langzaam afdroop.

 

 

Titel: Hollands Diep 21

Hollands Diep, Nummer 21 is een tijdschrift uit december 2010/februari 2011 met een stukje van Ronald Giphart: Britpop (The Wombats)

Nummer: 21

Jaar: december 2010/februari 2011

ISSN: 18740324

Uitgever: Karin van Gilst, Robbert Ammerlaan

Titel stukje Ronald Giphart: Britpop (The Wombats)

Pagina: 20

‘Ik ga zeker naar het concert van  The Wombats inde Melkweg. Dat is een van mijn favoriete Britpop-bandjes. lk heb ze twee keer live gezien in kleine zaaltjes in Utrecht. Jonge jongens nog, die na afloop van het concert zelf hun spullen moesten inladen in een gehuurd busje. Nu staan ze in de grote zaal van de Melkweg. Ik vind het mooi om te zien hoe ze zich ontwikkelen. Daarnaast lijkt me de voorstelling van Raymond van het Groenewoud erg leuk: Raymond 60 jaar. Hij speelt een compilatie uit zijn veertigjarige muziekcarrière. Van Maria, via Chachacha naar Meisjes. Dat laatste is mijn favoriete lied. Ik vind Raymonds teksten erg goed. Dan kijk ik uit naar de nieuwe show van cabaretier Micha Wertheim, Voor de zoveelste keer. Ik vind het prettig dat zijn werk botst met de cabaretconventies. Micha gaat voor de meer ingewikkelde grap. Veel cabaretvoorstellingen zijn van dik hout zaagt men planken; gratuite grappen over seksen noem maar op. Voor Micha Wertheim moetje als publiek je best doen.’ (IDW)

The Wombats, 22 februari 2011, Melkweg.

Raymond 60 jaar, januari 2011, www.raymondvanhetgroenewoud.be

Micha Wertheim, Voor de zoveelste keer, t/m mei 2011, www.michawertheim.nl