In deze Kijk Magazines staan columns van Ronald Giphart

Kijk Magazine

By hans, 29 december 2014

Kijk Magazine is een maandelijks tijdschrift dat gaat over Wetenschap, Technologie, Maatschappij en Historie

KIJK is een Nederlands populairwetenschappelijk tijdschrift dat op 5 oktober 1968 voor het eerst verscheen onder de titel Kijk. Het blad richt zich niet op een bepaalde leeftijdscategorie maar wil iedereen “met een interesse in wetenschap, natuur en techniek” aanspreken.

Vanaf oktober 1968 tot en met februari 1975 was het een weekblad, daarna verscheen het lange tijd maandelijks. In maart 1975 verscheen het maandblad twee keer, om de overgang voor de abonnees niet te groot te maken. Op 28 februari 1975 verscheen het weekblad Kijk voor het laatst. Een week later, op 7 maart 1975, verscheen het voor het eerst als maandblad. Sinds 1 januari 2010 verschijnt het blad niet meer maandelijks, maar elke vier weken. Daardoor verschijnt het blad niet twaalf, maar dertien keer per jaar.

Het blad werd aanvankelijk uitgegeven door De Spaarnestad te Haarlem maar maakte later deel uit van Sanoma Mens Magazines, voorheen VNU Tijdschriften te Amsterdam. In de grote reorganisatieronde van Sanoma Magazines eind 2013 werd gemeld dat het blad in 2014 te koop werd gezet. Medio 2014 is het blad overgenomen door New Skool Media.

Het televisieprogramma Kijk-TV, dat van 1987 tot en met 1989 door de TROS werd uitgezonden en werd gepresenteerd door Wubbo Ockels, was min of meer op de Kijk geïnspireerd.

Hoofdredacteur Monique Punter overleed in januari 2007 aan een herseninfarct. Zij werd tijdelijk opgevolgd door Grasduinen-hoofdredacteur Kees Loogman. In 2008 nam Vivianne Bendermacher het stokje over. In november 2008 werd het blad grondig vernieuwd. De titel, die eerst normaal geschreven werd, wordt tegenwoordig met vier hoofdletters geschreven.

Titel: Kijk Magazine

Columnist: Ronald Giphart

Type: tijdschrift

Ronald Giphart schreef twintig boeken, waaronder Phileine zegt sorryIk omhels je met duizend armen en, eerder dit jaar, Harem. In zijn column behandelt hij de wetenschap achter liefde en seks.

Hier onder volgt een lijst met Kijk Magazines waar Ronald Giphart een column in gepubliceerd heeft. Deze lijst is compleet.

De foto’s van Ronald Giphart zijn gemaakt door:

  • Klaas Koppe
  • Pen, Keke Keukelaar
  • Celine Gijssen/Studio 5982

www.kijkmagazine.nl

2016

Kijk Magazine 2016, nummer 08: Orgasmebieb

Kijk Magazine 2016, nummer 07: Impotent

Kijk Magazine 2016, nummer 06: Stootijzer 

Deze KIJK gaat over het maken van dingen en dat bracht mij bij een onderwerp waarover ik al een tijdje wil schrijven: de seksmachine. Niet de sex machine die James Brown bedoelde in het nummer Getup (l feel like being a) sex machine, maar letterlijk een mechanisch apparaat dat wordt gebruikt om seksuele gemeenschap of andere erotische activiteiten te simuleren.

Er zijn verschillende soorten, onder te verdelen in twee hoofdcategorieën: (1) elektromotoren die een draaiwiel een pompende beweging laten overbrengen op een liggende staaf met een rubberen dildo aan het uiteinde en (2) een frame waaruit een staande dildo steekt, die mechanisch pulserend omhoog en omlaag beweegt.

Dit soort hulpstukken zijn waarschijnlijk ontwikkeld aan het begin van de twintigste eeuw (de vibrator is veel ouder, maar daarover een volgende keer). Inmiddels zijn er verscheidene professionele modellen op de markt, die via de daarin gespecialiseerde detailhandel kunnen worden besteld. Deze apparaten dragen tot de verbeelding sprekende namen als The Bunny Fucker, die eruitziet als een winkelwagen met een penis; The Toolbox, die oogt als een blauw metalen gereedschapskist waaruit een rode dildo steekt; The Annihilator, die wel iets weg heeft van een harpoen; en The Intruder MK II, een vliegwiel met een erectiemitrailleur.

Dat is allemaal prachtig, maar de échte doe-het-zelver bouwt voor zijn geliefde natuurlijk een eigen variant van een fucking machine. Dat is pas liefde. Op YouTube staan vele instructiefilmpjes van hoe zo’n homemade ding het beste in elkaar kan worden geknutseld. Sommige filmpjes ogen heel professioneel en vereisen een hoge mate van technische vaardigheid, want er komt nogal wat bij kijken om alle mechanieken zo op elkaar af te stemmen dat het stootijzer de perfecte beweging maakt.

Andere exemplaren ogen daarentegen amateuristischer, waarbij het resultaat voornamelijk lijkt op een bezemsteel die met behulp van klittenband en gaffer tape wordt voortbewogen door een kinderfietswiel en een oude binnenband.

Helemaal ontroerd raakte ik toen ik ontdekte dat er zelfs een heus koffietafelboek is gewijd aan het onderwerp: Sex machines, met foto’s en interviews van Timothy Archibald. 25 mannen heeft hij geportretteerd in hun werk-, slaap- of huiskamer, naast het door hen vervaardigde erotische speelgoed. In sommige gevallen stond de vrouw voor wie hun huisvlijt was gemaakt ook op de foto, maar nergens werden de portretten ranzig of pornografisch. Het waren gewoon geweldige afbeeldingen van mannen in hun element, lekker in hun rommelhok, bezig met waarin ze het allerbest zijn: knutselen aan hun hobby.

Hoe je een oude pastamaker een nieuwe carrière kunt geven als hightech-seksmachine… Als dát niet aansluit bij het thema van dit nummer!

 

Kijk Magazine 2016, nummer 05: Geweldige minnaars 

Redacties van bladen en kranten worden overspoeld met persberichten over ‘wetenschappelijke onderzoeken’, uitgevoerd in opdracht van een bedrijf dat graag zijn naam in de krant wil hebben. Een advertentiecampagne kost namelijk veel meer dan een onderzoekje van een dubieus bureau met een opvallende uitkomst. Redacties melden zulke resultaten gretig, omdat het lezenswaardige stukjes oplevert met een hoge attentiewaarde. Iedereen blij: het bedrijf, de bladen/kranten/sites, en de lezers, want die hebben weer gespreksstof voor bij het koffieapparaat. De enige die in een hoekje zit te huilen, is de wetenschap.

Ongetwijfeld heb ik mij – ook in deze rubriek – schuldig gemaakt aan het noemen van dit soort onderzoekjes. Sterker nog, waarschijnlijk sta ik op het punt dat weer te doen. Op de redactie van KIJK kwam een persbericht binnen met de catchy titel ‘Onderzoek Vrouwelijk Orgasme 2016’. Het ging om een onderzoek van de wereldwijde webcam-aanbieder CAM4 (‘gratis live adult webcam shows’), in samenwerking met een onderzoeksbureau dat IFOP heet. Dat moet nep zijn, dacht ik, maar IFOP bleek wel degelijk een Franse enquêteur. De directeur van de Nederlandse tak van de porno cam schreef ter begeleiding: “De resultaten van ons onderzoek zijn zowel informatief als schokkend!”

Nou, dat belooft wat! Volgens het onderzoek (een online-vragenlijst ingevuld door achtduizend vrouwen tussen 18 en 69, onder wie 1005 uit Nederland) zou het aantal Nederlandse vrouwen dat ‘vaak’ klaarkomt met een partner 69 procent bedragen; veel meer dan Franse (52 procent), Duitse (59 procent) of Britse (60 procent) vrouwen, Wij Nederlandse mannen moeten dus geweldige minnaars zijn!

Dat bewijst ook de bevinding dat minder dan twee op vijf Nederlandse vrouwen (39 procent) volgens deze steekproef weleens een orgasme zou hebben gefaket bij haar huidige partner. Dat is volgens IFOP het laagst gemeten cijfer in alle onderzochte landen. Ook opmerkelijk: in Nederland komt meer dan 40 procent van de vrouwen ouder dan 60 jaar nog wekelijks klaar. We doen het dus geweldig, op het vrouwelijke orgasmefront.

Wie dieper in het onderwerp wil duiken, om bijvoorbeeld de onderbouwing van de statistieken van dit onderzoek eens onder de loep te nemen, kan surfen naar de site van CAM4, waar een handige PDF kan worden gedownload. Ik neem aan dat het bedrijf er geen moeite mee heeft als je dan ook even een van hun 75.000 dagelijkse liveseksshows bekijkt, maar daar is het CAM4 natuurlijk heus echt waar niet om te doen.

 

 

Kijk Magazine 2016, nummer 04: Moobs

Er zaten twee mannen achter een groot bord vlees met friet. We bevonden ons in een wegrestaurant in Nunspeet dat vooral wordt bezocht door vrachtwagenchauffeurs en schrijvers op doorreis. De mannen praatten luid en hadden er geen moeite mee dat iedereen kon meeluisteren. Sterker nog, meerdere malen richtte een van de mannen zich rechtstreeks tot mij met de woorden: “Dat is toch zo, of niet soms?” Schaapachtig knikte ik zo uitdrukkingsloos mogelijk. Het onderwerp waarover de chauffeurs spraken: borsten. Dat was op zich niet zo bijzonder – ik neem aan dat de mannen wel vaker over borsten praatten – maar in dit geval ging het niet om borsten van vrouwen, maar om mannenborsten. In casu die van henzelf. Uit hun conversatie bleek dat beide mannen met hetzelfde probleem kampten: ze werden geplaagd door een aandoening die door de medische wetenschap ‘gynaecomastie’ wordt genoemd: de ontwikkeling van borstweefsel bij mannen. Mannenborsten, ook wel moobs genoemd, ontstaan als gevolg van veranderingen in de verhouding tussen oestrogeen en testosteron. Hoe meer oestrogeen, hoe groter de kans op mantits. De puberteit is bijvoorbeeld een fase waarin bij jongens de hormonen sterk schommelen. Ongeveer een op de vier krijgt dan een tijdlang last van borstvorming aan een of beide borsten. Op latere leeftijd kan als gevolg van vele factoren de hormoonhuishouding bij mannen weer op drift raken, met borstgroei als gevolg. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 40 procent van de mannen te maken krijgt met ‘één- of tweezijdige borstvergroting’. Veel jongens en mannen schamen zich voor het fenomeen, met in sommige gevallen depressiviteit en zelfverminking tot gevolg. Volgens sommige onderzoekers hebben mannenborsten te maken met de manier waarop we ons voedsel verpakken. Plastic en blik bestaan uit stoffen die ftalaten bevatten; chemische middelen die op termijn schade kunnen veroorzaken. Ook onze voeding zelf zou bijdragen aan grotere borsten. Alcohol (met name bier en whisky) zorgt voor de aanmaak van oestrogeen en door te veel cafeïne en alcohol te drinken, wordt de werking van de lever verstoord. Stress is niet goed, te veel sporten niet, te weinig sporten niet, te veel vet niet, te weinig vet niet en te veel suiker niet. Zelfs het gebruik van shampoo en doucheschuirn zou tot hormonale schommelingen leiden. De mannen in het wegrestaurant hadden hier allemaal geen weet van en vonden hun kwaal vooral erg vervelend. “Ik heb zo langzamerhand een grotere bos hout dan mijn vrouw”, riep een van hen, tot hilariteit van de tafels om hen heen. “Of niet dan?” zei hij tegen mij. Het antwoord daarop moest ik schuldig blijven.

 

Kijk Magazine 2016, nummer 03: Pornostudie-studie 

Op deze plek heb ik regelmatig geschreven over onderzoeken die er de afgelopen jaren zijn gedaan naar het gebruik van pornografie op internet. Er verschijnen namelijk nogal wat wetenschappelijke publicaties over de consumptie van wat in het Duits unzüchtige Darstellung heet. Opvallend aan deze studies is dat de resultaten regelmatig (sterk) verschillen. Volgens het ene onderzoek is 35procent van alle downloads wereldwijd van pornografische aard. Een ander onderzoek stelt dit getal op 70 procent. Volgens een onderzoek uit 2006 zou 87 procent van alle Amerikaanse studenten weleens seks hebben gehad met behulp van webcams, MSN of telefoon, een getal dat later werd tegengesproken door andere onderzoekers. 25procent van alle vragen aan zoekmachines als Google zou pornografisch van aard zijn. Of meer. Of minder. 24 procent van de mensen zou pornografisch beeldmateriaal op hun mobiele telefoon hebben opgeslagen. Of meer. Of minder. Pornografie – wees eens even eerlijk – is een onderwerp waarvoor de meeste mensen zich zullen schamen. Bij onderzoeken naar surfgedrag is het dan ook belangrijk wat er wordt gevraagd, wie er wordt gevraagd, hoeveel mensen er worden gevraagd en hoe veilig de ondervraagden zich voelen. Een anoniem internetonderzoek naar seksueel gedrag van een condoomfabrikant zal om die reden wellicht anders uitpakken dan een onderzoek dat wordt uitgevoerd op verzoek van een christelijke organisatie voor behoud van gezinswaarden. Een site als het technoblog Gizmodo heeft andere cijfers over pornoconsumptie dan de familie filter Covenant Eyes, die gebaat is bij alarmerende berichten over porno-surfgedrag. De gemiddelde leeftijd waarop jongens en meisjes voor het eerst pornografie zien is twaalf. Nee, elf. Nee, acht. De redactie van KIJK stuurde me vorige maand de onderzoeksresultaten van een net verschenen porno studie, deze keer niet direct naar pornografie zelf, maar naar studies naar pornoconsumptie (Documenting pornography use in America. A comparative analysis of methodological approaches). Hoe kan het dat zoveel onderzoeken elkaar tegenspreken en wat zou de beste manier zijn om wél tot gedegen resultaten te komen? De wetenschappers onderzochten vier grote studies en een van hun bevindingen was dat de kans op een waarheidsgetrouw antwoord groter is wanneer je mensen vraagt naar de laatste keer dat zij pornografie hebben gezien – wees eens even eerlijk – dan wanneer je ze rechtstreeks naar hun algemene kijkpatroon vraagt. Met dit in gedachten bekeken de wetenschappers de resultaten van de verschillende onderzoeken opnieuw. De conclusie: in 2014 keek 46 procent van de Amerikaanse mannen en 16 procent van de vrouwen tussen 18 en 39jaar in een bepaalde week (bewust) naar pornografie. Wat daar dan weer de consequenties van zijn, mag iedereen zelfbepalen.

 

Kijk Magazine 2016, nummer 02: Hoogtepunt

Tien jaar geleden werd de wetenschappelijke wereld opgeschud door een botsing tussen twee wetenschappelijk kampen. Het onderwerp: het vrouwelijk orgasme. De vraag die biologen opwierpen, was wat het evolutionaire voordeel van het vrouwelijke orgasme zou kunnen zijn. Worden er meer kinderen door geboren? Maar waarom komen vrouwen dan veel beter klaar van stimulatie van de clitoris (wat niet veel met zwanger worden heeft te maken) dan van penetratie (wat wél het begin is van de conceptie van nageslacht)? Voor mannen ligt het simpel; bij hen is klaarkomen duidelijk een motor van de evolutie. Hoe vaker mannen een hoogtepunt beleven, hoe groter de kans dat hun zaadjes terechtkomen op een plek waar zich toevallig een eicel ophoudt. Maar geldt dit ook voor vrouwen? Komen er meer zaadjes als zij meer klaarkomen? Is het vrouwelijk orgasme een evolutionaire aanpassing die ervoor zorgt dat ze zich beter kunnen voortplanten? Dit klinkt als een eenvoudige vraag, maar het antwoord is erg ingewikkeld. Misschien dat vrouwen die goed klaarkomen voor mannen aantrekkelijker zijn. Dan zou hun orgasme dus op die manier bijdragen aan hun voortplantingssucces. Klinkt aannemelijk, maar toch waren er ook biologen die opperden dat het vrouwelijk orgasme niet meer is dan een bijproduct van het mannelijk orgasme. Zoals mannen tepels hebben die voor hen geen enkele evolutionaire functie dienen, zo zouden vrouwen een hoogtepunt kunnen krijgen doordat dit voor mannen nu eenmaal evolutionair voordeel oplevert. Het vrouwelijke orgasme zou ‘leuk voor de vrouwtjes’ zijn, maar meer ook niet. Niet voor niets heeft ongeveer 10procent van de vrouwen nooit een orgasme. Dit idee werd uitgewerkt door de Amerikaanse biologisch filosoof Elisabeth Lloyd in haar beruchte boek The case of the female orgasm (2005), dat onmiddellijk een orgasme van kritiek kreeg. Evolutionair psycholoog David Barash brandde Lloyds boek tot op de grond toe af en kwam met de stelling dat het vrouwelijk hoogtepunt wel degelijk een functie heeft. Waarom zouden vrouwen bij dominante mannen bijvoorbeeld meer klaarkomen dan bij hun zwakkere mannenbroeders? Seksuele selectie (waarbij vrouwen een keuze maken tussen mannetjes) zou wellicht geholpen zijn bij al dan niet klaarkomen. Het orgasme van de vrouw zou een verklikker kunnen zijn van de gesteldheid van mannelijke genen: hoe meer en beter een vrouw klaarkomt bij een man, hoe beter zijn genenpakket. Hoe het ook zij: tien jaar (en miljarden vrouwelijke orgasmes) later woedt de discussie nog steeds in alle hevigheid door. Laat ik eindigen met een doeopdracht; misschien dat participerend thuisonderzoek nieuw licht werpt op de zaak.

 

Kijk Magazine 2016, nummer 01: Schuiftrompetje 

Juni 2015was een bijzondere dag voor iedereen die van bijzondere mensen houdt. In de King’s County Bar in New Yorkvond voor de derde keer de jaarlijkse ‘Smalle st Penis in Brooklyn Pageant’ plaats. Op het podium van de uitspanning toonde een pronkstoet mannen hun blote geslachtsdeel aan een menigte van merendeel vrouwelijke bezoekers, die op hun beurt met liefde, gejuich en bewondering de parade van vleselijke schuiftrompetten verwelkomde. Of nou ja, schuiftrompetten … Kenmerk van de getoonde lichaamsdelen was nu juist de beperkte omvang. De bijeenkomst was bedoeld om de kleinste te kiezen. Als mensen (mannen) voortdurend over alle mogelijke onderwerpen competitie voeren (wie kan er het verste plassen, wie eet de meeste hamburgers, wie staat het hoogst in de Quote 500), waarom dan niet op het gebied van micropenissen? Want dat is de medische naam van de afwijking die bij ongeveer 0,6 procent van de mannen voorkomt. Een micropenis is een normaal functionerend doch zeer klein uitgevallen geslachtsdeel in erectie. De gemiddelde erectielengte van volwassen mannen ligt rond de 13,3centimeter, waarbij de lengte in slappe toestand kan variëren. Artsen spreken van een micropenis als een man een stijve heeft van 3,8 centimeter of kleiner (gemeten vanaf het schaambeen onderaan de buik tot aan de top van de eikel). Wanneer een micropenis op jonge leeftijd wordt ontdekt (als bij een pasgeboren jongen zijn piemeltje kleiner is dan 1,9 centimeter), kan er met hulp van testosteron voor worden gezorgd dat een man op latere leeftijd een erectie krijgt die binnen de normale bandbreedte ligt. Voor mannen die niet op jonge leeftijd zijn behandeld, zijn er operatieve ingrepen mogelijk, waarbij er in hun penis een kunstmatig verlengstukje wordt geplaatst. Voor veel mannen is een micropenis een bron van frustratie. Hoewel het ook met een erectie van duimformaat wel degelijk mogelijk is om vrouwen (of mannen) seksueel te bevredigen, ervaren zij hun beperkte omvang als vernederend. Dit is niet zomaar. In onze cultuur hebben we een fascinatie voor grote penissen (en over de biologische achtergrond hiervan hebben we het een andere keer). Mannen met een (zeer) kleine penis worden regelmatig keihard gepest en beroddeld – en niet alleen door seksegenoten. En daarom zijn bijeenkomsten als die op 13 juni 2015zo bijzonder. Want de mannen daar voelden bewondering en liefde. Niet alleen voor hun geslachtsdeel, maar ook omdat ze de moed hadden te vieren dat ze zijn wie ze zijn en hebben wat ze hebben.

 

2015

Kijk Magazine 2015, nummer 12: Seniorenseks

Mijn KIJK-bijdrage van vorige maand ging over de grootmoederhypothese. Omdat mijn gezin erin voorkwam, las ik de column voor tijdens een familiebijeenkomst. Daarbij kreeg vooral mijn jongste zoon bijna een astma-aanval van de lach van het idee dat oude mensen – voor hem is dat iedereen boven de 25jaar – nog de liefde bedrijven. Ook mijn andere kinderen dachten hier zo over. Ik begrijp waar dat idee vandaan komt. Vroeger vond ik het een van de meest verschrikkelijke voorstellingen denkbaar: het besef dat mijn eigen ouders… minimaal… twee keer… Ik wil daar nog steeds niet aan denken . Om een beetje tegenwicht te bieden aan het vooroordeel dat seks louter iets voor jongere mensen is, verzekerde ik mijn kinderen dat het volstrekt normaal is dat ouderen en zelfs échte oudjes van dagen nog met elkaar naar bed gaan. Vol kreten van afschuw werd ik aangehoord. Het is dus blijkbaar nog steeds een groot taboe, het idee dat seksueel verlangen en gedrag niet stopt op het moment dat vrouwen niet meer vruchtbaar zijn of mannen moeite hebben hun jongeheer in staat van volle paraatheid te krijgen. Terug achter mijn computer besloot ik mijn eigen bewering te factchecken. Hoe staat het eigenlijk met ouderen en seksualiteit? Is het waar dat in de huidige tijd ouderen nog een volkomen bevredigend seksleven (kunnen) hebben of is dat meer wishful thinking mijnerzijds? Worden ouderen niet geplaagd door ziekte en lichamelijke ongemakken? Er is veel onderzoek naar senioren seks gedaan. Hoewel verschillende onderzoeken elkaar op punten hier en daar tegenspreken, is het duidelijk dat veel mensen ook op oudere leeftijd nog behoorlijk seksueel actief blijven. Volgens het ene onderzoek had 73procent van de mensen tussen 57en 64 jaar nog af en toe ‘genitale betrekkingen’ (minimaal één keer per jaar). Uit een ander onderzoek bleek dat 87 procent van de mannen en 69 procent van de vrouwen tussen 55 en 64 jaar in het afgelopen halfjaar nog tussen de lakens was gedoken (maar niet voor een dutje). Naarmate mensen ouder worden, dalen deze getallen gestaag. Toch blijft een groot deel van de ouderen ook op (zeer) hoge leeftijd nog steeds actief. Volgens een onderzoek zou 26 procent van de senioren tussen de 75en 85jaar elkaar af en toe nog vrolijk bespringen of andere vormen van bevrediging zoeken. Het hebben van seks en seksuele gevoelens is volgens wetenschappers een goede indicatie voor het geluksgevoel van ouderen. Hoe vaker oudere mensen hun lusten nog botvieren, hoe groter de kans dat zij gelukkig zijn en blijven. Laat ik het zo zeggen: ik hoop nog heel lang gelukkig te blijven.

 

Kijk Magazine 2015, nummer 11: Het oma-effect

Ik had twee oma’s en één stoma, zoals mijn zus en ik onze stiefoma liefkozend noemden. Aan alle drie koester ik mooie herinneringen en alle drie hebben ze er op hun manier voor gezorgd dat ik ben geworden wie ik ben. Inmiddels hebben mijn eigen kinderen ook twee oma’s: een echte en een stoma. De geschiedenis herhaalt zich; hun oma’s zijn voor mijn kinderen zoals de moeders van hun oma’s voor mij. Laatst vroeg mijn jongste zoon tijdens een familiediner waarom oma’s geen kinderen meer krijgen. Dit tot hilariteit van het gezelschap, maar wetenschappelijk gezien is het een zeer goede vraag. Bij alle andere zoogdieren is het zo dat zodra de vruchtbaarheid van een vrouwtje afneemt de kans dat ze overlijdt erg toeneemt. De mens is hierop de grote uitzondering. Waar bij chimpansees ongeveer 3procent van de vrouwtjes niet meer vruchtbaar is, is bij mensen ruwweg een derde van alle vrouwen ouder dan 45 jaar en dus voorbij de leeftijd waarop ze kinderen kunnen krijgen. De vraag is: waarom zijn vrouwtjesmensen niet in staat tot op latere leeftijd nageslacht te werpen? Of zoals wetenschappers dat zo geweldig wetenschappiaans zeggen: waarom hebben vrouwen zo’n hoge post-reproductieve levensduur? Het verschijnsel heeft in elk geval niets te maken met onze huidige gezondheidszorg, want ook in de oertijd bleven vrouwen veel langer leven dan ze baby’s konden baren. Aanvankelijk sprak men van ‘de moederhypothese’: de kinderen van langer levende moeders deden het in het grote Wereldkampioenschap Overleven voor Mensen net iets beter dan de kinderen van moeders die dat niet deden. En in de evolutie werkt het nu eenmaal zo dat als een bepaalde eigenschap een voordeel heeft, hoe klein ook, die zich uiteindelijk over de genenpool zal verspreiden. Na de moederhypothese kwamen evolutionaire psychologen met ‘de grootmoederhypothese’, ook wel ‘het oma-effect’. Oudere vrouwen die de menopauze zijn gepasseerd, kunnen zelf geen kinderen krijgen, maar helpen wel bij de zorg voor hun kleinkinderen. Op deze indirecte manier zorgen ze ervoor dat hun genen beter voortleven. Uit onderzoek bleek dat vrouwen met moeders in hun directe nabijheid zich vaker en succesvoller voortplanten. Gezinnen met een nog levende oma in de buurt krijgen meer kinderen en die kinderen hebben een betere kans om hun kindertijd goed door te komen. Kortom, oma’s kunnen weliswaar geen kinderen meer krijgen, maar hebben wel degelijk een belangrijke evolutionaire functie. Denk daar de volgende keer eens aan als je bij je oma op bezoek gaat of je kleinkinderen op bezoek krijgt!

 

Kijk Magazine 2015, nummer 10: Verentooi

Op een terras in Utrecht hoorde ik een gesprek tussen twee oudere mannen die bij de ingang stonden te roken. “Zo maat, alles kits achter de rits?” vroeg de ene man, amechtig inhalerend. De ander keek hem aan. “Al jaren niet meer.” Hij hield zijn peuk omhoog en gebaarde mistroostig naar de sigaret. “Al dertig jaar elke dag deze jongens”, zei hij, rook uitblazend. “Ik krijg hem niet meer omhoog. Schijnt een bijeffect van roken te zijn.” “Mijn God”, zei de andere man en keek naar zijn eigen saffie. “Dat hadden ze er weleens bij mogen zeggen.” Hierna nam hij een diepe hijs. De vraag hoe oud het inademen van smeulende tabaksbladeren is, is onderwerp van debat. Of er in de oertijd werd gerookt, is moeilijk te zeggen. In Egypte en de Griekse oudheid was de bezigheid in elk geval bekend. En de oorspronkelijke bewoners van Amerika hebben een lange traditie van het roken van tabak, paddenstoelen en andere planten. Columbus en andere Europese ontdekkingsreizigers namen tabaksplanten mee naar Europa, waar roken eerst (terecht) werd gezien als iets van de duivel – tot tabak aan een verwoestende zegetocht begon. Tabak bevat giftige stoffen als teer, nicotine, koolmonoxide, stikstofmonoxide, arseen, cyanide, ammoniak, azijnzuur, polonium en nog vele andere. De lijst ziektes waarvoor het roken van tabak (mede) verantwoordelijk is, is al even groot: hart- en bloedvatziektes, ziektes van de luchtwegen, parodontitis, vrijwel alle vormen van kanker, schildklierziektes, bot ziektes, spierziektes, gewrichtsziektes, rugklachten, doofheid, maculadegeneratie, blindheid, de ziekte van Alzheimer, en zo gaat de lijst maar door. Roken is wat biologen een costly signal noemen; wat een pauwenstaart is voor een pauw. Zo’n vogel met een idiote verentooi aan zijn kont laat zien: ik ben genetisch zo sterk dat ik mij deze maffe veren kan veroorloven, dus kies mij als partner! Zo is het met roken ook. Rokers, vooral jongere, laten zien dat ze stoer en sterk genoeg zijn voor zoveel gif in hun lichaam. Helaas blijkt uit onderzoek van de Universiteit van New Orleans dat mannelijke sigarettenrokers gemiddeld 41 procent meer kans hebben op erectiestoornissen dan niet-rokende mannen. Mannen die meer dan twintig sigaretten per dag roken, hebben op latere leeftijd 65 procent meer kans dat ze hun jongeheer niet meer overeind krijgen. En het slechte nieuws is: helaas wordt deze kans niet kleiner door te stoppen met paffen. Het is simpel: als je het op latere leeftijd een beetje ‘kits achter de rits’ wilt houden, moet je er gewoon niet aan beginnen.

 

Kijk Magazine 2015, nummer 09: Bruidsschat 

Ik vond een vergeeld briefje met de tekst: ‘Schorpioenvlieg KIJK!’ Dat moest een aantekening voor mezelf zijn, al kon ik me niet herinneren ooit van de schorpioenvlieg te hebben gehoord. Wikipedia leverde niet veel op. Schorpioenvliegen behoren tot de oudste insectenordes. Aha. Het zijn ‘roofinsecten’ die leven van dode beestjes. Prima. “Schorpioenvliegen hebben een snuitvormige verlenging van de kop met bijtende of stiletvormige monddelen”, vond ik elders. Kijk!” De mannetjes hebben een opvallend tangvormig copulatieorgaan.” Een copulatieorgaan … Nu kwamen we ergens! Dit is wat ik reconstrueerde over het gecompliceerde liefdesleven van deze 2,Scentimeter lange killer fly, die leeft in de gematigde wouden van Noord-Amerika. De schorpioenvlieg vangt een prooi door hem te verdoven met spijsverteringsenzymen en de ingewanden van die arme beestjes eruit te zuigen. De mannelijke schorpioenvliegen bieden vervolgens deze lekkere hapjes aan hun vrouwtjes aan. Er zijn drie scenario’s mogelijk, want de vrouwtjes zijn nogal kieskeurig. In het eerste scenario accepteert het vrouwtje het door het mannetje aangeboden dooie beestje meteen, waarna ze hem toestaat met haar te paren. Mocht ze echter tijdens het verorberen de bruidsschat te klein vinden, dan stopt ze abrupt met het liefdesspel, om een mannetje te zoeken dat haar een betere maaltijd kan bieden. In het tweede scenario weigert het vrouwtje aanvankelijk de lekkernij van haar mannelijke bewonderaar. Hij laat dit niet op zich zitten en biedt haar via zijn speekselklieren zeven bruine, slijmachtige balletjes aan. Het vrouwtje vindt deze gehaktballetjes meestal zo lekker dat ze meteen begint te peuzelen en oogluikend toestaat dat hij haar mag berijden. Mocht ook deze strategie niet werken, dan gaat scenario drie in werking: het mannetje zet zijn geliefde klem met zijn achterlijftang, waarna ze hangend als trapezewerkers de liefde bedrijven, een feestje dat wel twintig minuten kan duren. Het zijn dus de vrouwtjes die heel kieskeurig gaan voor de mannetjes met de lekkerste cadeautjes. Daar staat tegenover dat de mannetjes na de copulatie vaak hun bruidsschatten weggrissen uit de pootjes van hun vrouwtje, om ermee weg te spurten naar potentiële andere geliefden. Het zijn soms net mensen, die schorpioenvliegen .

 

Kijk Magazine 2015, nummer 08: Vluggertje 

Snel! De hoofdredacteur van KIJK mailt of ik razendsnel een bijdrage kan leveren aan dit themanummer over snelheid. “Over allerlei kortstondigheden tussen de lakens”, schrijft ze. Natuurlijk! Vlug! Wat is de snelheid van een ejaculatie? Bijeen zaadlozing vuurt de man zo’n 40 miljoen spermatozoïden met een gemiddelde snelheid van 44,73 kilometer per uur richting de eicel. Of de sok. Of waarheen ook. Ik vraag me af hoe dit is gemeten en wat het bijdraagt aan de voortgang van de mensheid om dit te weten, maar ik heb geen tijd om daarover na te denken. Tempo! Nog een weetje: een spermacel heeft een ‘zwemsnelheid’ van ongeveer 1tot 3millimeter per minuut. Dat klinkt eigenlijk vrij langzaam, want de zaadcellen moeten 12tot 16centimeter afleggen voordat ze bij hun eindbestemming zijn. Tenminste, als dat een eicel is. Doorgaan! Dit vond ik ook nog: de tijd waarbinnen mannen een zaadlozing krijgen, is erfelijk bepaald. Sommige mannen hebben last van een vroegtijdige zaadlozing. Dat wil zeggen dat ze tussen de 30 en 60 seconden na penetratie orgasmeren. Dit komt bij hen voor vanaf hun allereerste seksuele contact. Bijeen groot gedeelte van deze snelle klaarkomers (zo’n 65 procent) blijft dit verschijnsel hun hele leven lang én bij iedere vrouw bestaan. Bij 32procent neemt de snelheid waarmee de mannen ejaculeren tussen hun 30ste en 45ste nog meer toe en slechts 3procent gaat het met het stijgen der jaren wat rustiger aan doen. Uit Utrechts onderzoek blijkt dat een gen genaamd 5-HTTLPRverantwoordelijk is voor de hoeveelheid serotonine in het brein. Dit hersen stofje regelt ook de snelheid van een zaadlozing. Vroegtijdig klaarkomen is dus geen we herhalen: geen – psychische aandoening, maar een fysieke. Verder! Het orgasme van een varken duurt gemiddeld dertig minuten. Meer! Bij mensen mannen duurt een seksueel hoogtepunt 3tot 10seconden. Hup! Niezen wordt in de hersenen waargenomen als een micro-orgasme (denk daar de volgende keer even aan). Kom op! Vrouwen komen sneller klaar met een man die groot geschapen is. (Ik heb dit niet bedacht.) Opschieten! Vrouwen komen ook sneller klaar met een rijke en/of beroemde minnaar. (Ik heb dit écht niet bedacht.) Go! Tederheid in bed is niet goed voor een snel orgasme. Integendeel: dominante machomannen bezorgen vrouwen sneller een hoogtepunt. Bijna! Voor mannen maakt het niet uit, maar vrouwen zouden van seks voor een wedstrijd beter gaan presteren. Na een orgasme springen vrouwen hoger en lopen ze harder. Klaar! Mijn snelste column ooit staat op papier.

 

Kijk Magazine 2015, nummer 07: Uitvinding 

“Waarom schrijf jij toch altijd zo technisch over seksualiteit?” vroeg een mooie mevrouw me laatst, over mijn columns in KIJK. “Ik mis de romantiek. Liefde is voornamelijk romantisch, maar daar hoor ik jou nooit over.” Ik pruttelde tegen dat sommige wetenschappers denken dat ‘romantische liefde’ een culturele uitvinding is, die nog niet zo heel erg lang bestaat. Het begrip kwam volgens hen opborrelen na de komst van de landbouw, zo’n tienduizend jaar geleden. Daarvoor zwierven onze voorouders in groepen van 150over de savanne, daarna stichtte men leefgemeenschappen van vaak duizenden personen. En vanaf dat moment werd het – veel meer dan in de 2 miljoen jaar daarvoor belangrijk dat liefdeskoppels decennia lang zouden klitten. Oermensen hadden geen bezit, dus bij een scheiding hoefden er geen oeradvocaten te worden ingehuurd. Landbouwers moesten daarentegen landerijen en gedomesticeerde beesten verdelen als de liefde voorbij was. Zoals de etholoog Helen Fischer schreef: “Geen van de geliefden kon even de helft van het graan oppakken om naar elders te verhuizen.” Het was dus belangrijk om iets extra’s aan ‘liefde’ toe te voegen: de gedachte dat een verhouding ‘voor eeuwig’ was. Dat had er ook mee te maken dat modernere samenlevingen zo groot waren dat ook de keuze veel groter was. Onze oerouders konden kiezen uit grofweg tien potentiële geliefden; wij uit honderden, zo niet duizenden. Om de binding tussen partners te versterken, zijn er sinds de landbouwrevolutie plechtige rituelen ontstaan. Bij het aangaan van een liefdesrelatie is er altijd het gevaar te worden bedrogen. Degene op wie je verliefd bent, mag dan verliefderig terugdoen en jou ‘de allerleukste van de hele wereld’ noemen, maar hij of zij zou dat ook tegen een ander kunnen fluisteren. Een manier om elkaar liefde te beloven, is elkaar dingen te geven, en dan geen prullaria of zaken die makkelijk kunnen worden doorgegeven aan een ander. Zo is het romantische ritueel van ‘de ring’ ontstaan. Mensen investeren in een duur cadeau, dat alleen in een exclusieve relatie betekenis heeft. Ik las de mooie mevrouw uit de eerste alinea deze column voor. “Zie je, daar ga je weer”, zei ze zuchtend. “Weer een technisch verhaal. En toch vind ik hem erg mooi, de ring die je mij ooit hebt gegeven.” Ze keek naar haar hand, boog zich naar me toe en kuste me. Onze romantische liefde is voor eeuwig.

 

Kijk Magazine 2015, nummer 06: Pegging 

Twee maanden geleden riep ik lezers op mij te voeden met bijzondere termen uit de fascinerende wereld van de menselijke seksualiteit. Luc Lievin kwam met het begrip pegging, een woord dat mij niets zei, en met mij neem ik aan 99,9 procent van alle Nederlanders. Voor ik het begrip opzocht, schreef ik op wat ik dacht dat het woord betekende. Peg zou te maken kunnen hebben met zangeres Peggy Lee, die haar bekendheid mede te danken had aan het nummer ‘Is that all there is?’ Egging zou een variant kunnen zijn op begging, oftewel bedelen. Wellicht betekende pegging dan zoiets als ‘vragen om meer’. Ik zat er goed naast. Pegging is de handeling waarbij het achterwerk van een man wordt gepenetreerd met een voorbindpenis of vibrator (een peg is een puntig stuk hout). Zo leren we nog eens wat. Het woord is in Amerika algemeen bekend en bij ons in het geheel niet, wat wellicht iets zegt over een lichte Amerikaanse voorkeur voor deze vorm van het minnespel. Overigens is pegging als handeling niet nieuw; al uit de middeleeuwen zijn er speelse verwijzingen bekend naar mannen die in hun achterste voorwerpen moesten ontvangen. Het woord bestaat echter pas sinds 2001, toen een Amerikaanse schrijver een wedstrijd uitriep om een geschikte term voor deze aberratie te bedenken. Hij deed dit omdat in de praktijk veel lieden zich overgaven aan deze vorm van vrijetijdsbesteding, maar niemand er een woord voor wist. Bijzonder vermakelijk is dat de omschrijvingen op Wikipedia van pegging in verschillende talen nogal van elkaar afwijken. In het Nederlands staat er een vrij summiere beschrijving, net als in het Duits. In het Spaans wijdt men al wat meer uit, waarbij er speciale aandacht is voor placer psicológico, oftewel het psychologische plezier dat anale penetratie moet geven voor zowel de ontvangende partij (de man) als de uitdelende partij (de vrouw). De Zweedse Wikipedia-pagina over pegging is redelijk omvangrijk, met extra aandacht voor hälsorisker, oftewel de gezondheidsrisico’s. De sluitspier kan gevaar lopen, maar een goed glijmiddel is daarvoor een oplossing. Al zorgt dat weer voor het gevaar van vacuüm trekken (man, man, er komt wat bij kijken). Zo op het oog hebben Italianen de ruimste omschrijving van pegging, met zelfs een uitgebreide verwijzing naar de handeling in moderne films. Zo wordt er in de Hollywoodproductie Myra Breckinridge (met sterren als Mae West, Raquel Welch en Farrah Fawcett) al gepeggingd dat het een aard heeft. In 1970; ver voor de uitvinding van het woord dus.

 

Kijk Magazine 2015, nummer 05: Niet voor viezeriken 

Politiek is een even fascinerend als vies spel. Aan de ene kant geweldig (de machtspelletjes. het gekonkel, het gewheel en gedeal), aan de andere kant weerzinwekkend (de machtspelletjes. het gekonkel, het gewheel en gedeal). Kenmerk is dat allerlei groepen invloed proberen uit te oefenen. Grote bedrijven, religieuze instanties en maatschappelijke organisaties hebben slinkse manieren om de politiek zover te krijgen om besluiten in hun voordeel te nemen. Zo werd er in Australië in 2009 een partij in het leven geroepen die de belangen probeert te behartigen van…seks. The Australian Seks Party (ASP) klonk destijds als een uit de hand gelopen kroeggrap. maar het ging wel degelijk om een serieuze partij met serieuze standpunten. Ende partij is er nog steeds en staat fier overeind. De beweging werd opgericht omdat verschillende groepen in Australië zich zorgen maakten over de toenemende invloed van religie op politiek en wetenschap. Bij steeds meer overheidsbeslissingen en wetenschappelijke onderzoeksterreinen werd op voorhand rekening gehouden met de gevoeligheden van gelovigen. En dat begon in de ogen van de initiatiefnemers een stempel op de Australische samenleving te drukken. The Eros Association, een verbond van bedrijven en organisaties die onder andere met adult entertainment te maken hebben, besloot een poging te wagen deze religieuze wurggreep te lijf te gaan. Het viel natuurlijk te voorspellen dat het een schok veroorzaakte dat vertegenwoordigers uit de porno-industrie probeerden gebruik te maken van hun democratische recht een eigen partij op te richten. Democratie is natuurlijk goed en wel, maar niet bedoeld voor viezeriken. De ASP werd dan ook aan alle kanten tegengewerkt. Google blockte zoekwoorden die naar de partij konden leiden, de ASP werd gecensureerd in de media, en andere partijen speelden laffe politieke spelletjes om de invloed van de nieuwkomer zo klein mogelijk te houden. En dat terwijl het gedachtegoed van de ASP niet eens zo revolutionair is. De sekspartij is zeker geen one issue party, maar heeft veel redelijke standpunten over andere zaken in de samenleving. Men is voor vrijwillige euthanasie, het legaliseren van cannabis, het decriminaliseren van andere drugs en betere educatie van jongeren, met name waar het vrijheid en seksualiteit betreft. Ook in Nederland beginnen religieuze opvattingen weer een steeds grotere greep op de politieke besluitvorming te krijgen. Ik heb gezocht of er al een Nederlandse tak van de Sekspartij bestaat, maar die politieke niche is bij ons nog niet bezet. Voor wie zich geroepen voelt! Vote sex!

 

Kijk Magazine 2015, nummer 04: Schandalig Tijdverdrijf 

De afgelopen jaren stuitte ik vaak op fascinerende begrippen uit de menselijke procreatie. Zo kwam ik de term ‘candaulisme’ tegen. Eerlijk zeggen: wie kent dit begrip? Ik niet. Er bleek dus – zoals altijd – een enorme wereld achter schuil te gaan. Het verschijnsel gaat terug tot de Griekse mythologie. Ooit was er een koning genaamd Candaulus, die zo verliefd was op zijn bevallige echtgenote dat hij graag met haar schoonheid te koop liep. Hij dwong een van zijn favoriete lijfwachten, Gyges, stiekem naar de koningin te kijken toen zij zich ’s nachts ontkleedde om te gaan slapen. Gyges was het er niet mee eens, maar deed het toch. Tot ongenoegen van de echtgenote van de koning, die hem herkende in het donker. De volgende dag stelde ze hem voor de keuze: of hij zou zelfmoord plegen, of hij zou haar man vermoorden omdat deze haar eer had geschaad. De schrandere lijfwacht besloot tot het laatste: hij doodde de koning en nam daarna zelf op de troon plaats, en leefde nog lang en hopelijk gelukkig. Sindsdien heeft de wereld van de haute sexualité er een aberratie bij. De actie van koning Candaulus is vereeuwigd in het candaulisme, dat valt onder te brengen in de seksuele subtakken ‘voyeurisme’ en ‘exhibitionisme’. Het gaat om de erotische handeling of fantasie dat een man zijn eigen vrouw naakt toont aan andere mannen, zodat die zich aan haar kunnen verlustigen. Dat klinkt mij heden ten dage als een relatief onschuldig tijdverdrijf in de oren, maar toch heeft het in de geschiede- ..lil nis voor schandalen gezorgd. Zo was er de zaak van ene Sir Richard Worsley, een Engelse politicus uit de achttiende eeuw. Ooit toonde hij stiekem aan zijn beste vriend hoe zijn vrouw naakt in bad zat. Prompt kreeg de vrouw, over wie het gerucht ging dat zij er maar liefst 27 minnaars op nahield, een verhouding met die beste vriend. Sir Richard besloot zijn voormalige gabber hierop voor het gerecht te slepen. Maar toen bleek dat hij de encounter zelf had uitgelokt, kreeg hij van de jury niet de torenhoge vergoeding die hij had geëist, maar een bedrag van 1shilling. Candaulisme blijkt in veel boeken en films voor te komen; zoveel dat ik me afvraag hoe het kan dat ik het begrip al die jaren heb gemist. Waarschijnlijk zijn er nog veel meer termen die het napluizen waard zijn. Vandaar mijn vraag: wie nog een bijzonder of mooi begrip uit de menselijke procreatie kent, mail het naar info@kijkmagazine.nl en dan duik ik volgaarne in het onderwerp.

 

Kijk Magazine 2015, nummer 03: Broccoli en Asperges 

Vorige maand bespraken we de internetsite puberz.nl, waarop werd onthuld wat pubermeisjes zouden denken tijdens het geven van fellatio. Bijvoorbeeld de verzuchting: ‘Sperma is gezond, sperma is gezond, sperma is gezond … Yuk!’ Na lezing bleef ik achter met twee vragen. Is sperma werkelijk ‘gezond’? En hoe ‘yuk’ is een goeie dot semen plasma? Een zoektocht langs de krochten van het internet bracht me bij veel beweringen over zowel de gezondheid als de smaak van teelbalvocht. Opmerkelijk vaak las ik stellige beweringen dat deze smaak door externe factoren kan variëren. Roken, de consumptie van koffie, alcohol en etenswaren als broccoli en asperges zouden de smaak van het van huis uit bitter smakende mannensap negatief beïnvloeden. We kunnen ons afvragen hoe en waar dit is onderzocht. Een paar jaar geleden deed de BBC voor een voedsel programma een heuse semen taste test, waarbij drie vrouwen de kwakjes van hun partners kregen voorgeschoteld. Deze mannen waren op dieet gezet en de vrouwen moesten bepalen of ze een verschil in smaak konden proeven. Twee van de drie beweerden van wel, wat de tv-makers tot de conclusie bracht dat smaakmoleculen uit voedsel wellicht het teelvocht van mannen kunnen bereiken. Grappig, maar het tv-programma stelde wetenschappelijk nogal teleur. Bij mijn weten is er geen verantwoord significant dubbelblind onderzoek naar de smaak van sperma uitgevoerd. Om dit goed te doen, zou het zaad van verschillende groepen mannen met verschillende eetpatronen door groepen vrouwen moeten worden geproefd en beoordeeld. Hetzelfde geldt voor de claim dat sperma ‘gezond’ zou zijn. Zaad zou bestaan uit water (zo’n 90 procent), eiwitten, koolhydraten, vitaminen, fructose, zink, mineralen en verschillende chemische stoffen. Daarvan wordt vermoed dat ze depressies tegengaan, angst verminderen, het humeur verbeteren en de genegenheid verhogen. Volgens sommigen is een goed cumshot een geweldig medicijn tegen zwaarmoedigheid en andere problemen. In de media zijn deze hypotheses met verlekkering gebracht als stellige claims, maar ook deze onderzoeken liggen onder vuur. Een belangrijke tegenwerping is de vraag waarom zaad deze eigenschap zou bezitten en hoe dit zou zijn geëvolueerd. Het doorslikken van sperma gaat in tegen het oorspronkelijk doel van het goedje, namelijk voortplanting. Er zijn diersoorten waarvan de vrouwtjes het sperma van hun kerels verorberen, maar dit gedrag is niet standaard menselijk, en wellicht zelfs een recent cultureel fenomeen. Ook dat schreeuwt om verantwoord historischsociologisch onderzoek: wanneer en waarom begonnen vrouwen de smeerkaas van hun mannen door te slikken? De zoektocht gaat door. Yuk!

 

Kijk Magazine 2015, nummer 02: Lijstjes 

In mijn omgeving heb ik twee exemplaren van de diersoort Homo sapiens puberalis. Omdat het altijd goed is om voeling met hun belevingswereld te houden, surfte ik naar puberz.nl, een site die voornamelijk is gevuld met geinige lijstjes (zoals tegenwoordig zoveel infotainment wordt geserveerd in ludieke overzichtjes). ‘8 manieren om wél vrienden te blijven met je ex!’ ’12 dingen die iedere vrouw denkt als ze geen bh draagt!’ ‘5 hete dingen waar hij wild van wordt (beloofd)!’ ’16 smoesjes die mannen gebruiken om jou in bed te krijgen!’ (Een van die smoesjes: “Hij whatsappt: ‘Wil je m’n hond ontmoeten?’ Om drie uur ’s nachts!”) Ook staan er artikelen als ‘De eerste keer wordt steeds leuker!’, waarin geruststellend wordt beweerd dat ontmaagdingen lang niet meer zo erg zijn als vroeger. “De verhalen over dat de ontmaagding pijn doet en helemaal niet leuk is, kennen we allemaal”, schrijf Puberz. “Volgens onderzoekers van de Illinois State University worden die horrorverhalen alleen steeds meer een mythe. Uit een enquête, die werd afgenomen bij vijfduizend mensen tussen 1990 en 2012, blijkt dat voor zowel vrouwen als mannen de eerste keer seks veel leuker, beter en fijner is dan vroeger.” De resultaten van dat onderzoek werden vergeleken met een studie uit de jaren tachtig, toen meisjes zich schuldiger voelden en jongens vooral heel erg zenuwachtig waren. Mijn ogen werden het rondst van het overzicht ’10 dingen die je denkt als je hem aan het pijpen bent: Huw? Wat is dat? (Ik vind sowieso dat pubers, zeker die van mij, zich met dat soort zaken pas mogen bezighouden vanaf hun 35ste, maar helaas ga ik daar niet over.) Er zit een hoop leed achter zo’n bijdrage. De meiden van de Puberz-redactie zijn er echt even voor gaan zitten. Alle mogelijke vooroordelen over orale seks worden bevestigd. Gedachte 1:’Ik hoop datje ‘rn gewassen hebt. Mijn handen hebben het te druk om m’n neus dicht te houden: Gedachte 2: ‘Ik hoop trouwens ook dat dit niet te lang duurt. Iets met kaakkramp: Ook waren er positievere gedachten: ‘Vergeet joysticks. Piemels zijn dus echt heel leuk om mee te spelen!’ En: ‘Hij maakt geluidjes. Hij vindt het fijn. Yes. Score!’. Erg fraai was deze gedachte: ‘Jemig dit is zwaar. They don’t call it a job for nothing.’ En tot slot eindigde de opsomming met de gedachte: ‘Sperma is gezond, sperma is gezond, sperma is gezond. Yuk!’ Yuk! Dit schreeuwt om een repliek! Volgende maand meer over hoe gezond sperma is. Ik zal er voor pubers een lijstje van maken.

 

Kijk Magazine 2015, nummer 01: Pingpongbal 

Achteloos zaten we op de bank te zappen toen op een van de tv-kanalen de term ‘BDSM’ viel, uitgesproken door een vrouw van middelbare leeftijd in een glanzend rubberen pakje en een kinky zweepje in haar hand. BDSM? Mijn gezin keek direct naar mij, omdat ik mezelf in KIJK steevast presenteer als zelfbenoemd professor in de sekskunde. Om de hals van de mevrouw zat een zwartlerenband met daarin een glimmende rode pingpongbal, bedoeld om haar de mond te snoeren. “Wat heeft dat met seks te maken?” wilde een van mijn gezinsleden weten. “Och, dat zijn spelletjes voor volwassenen. Sommige mensen houden ervan elkaar een beetje te plagen en pijn te doen. Dat vinden ze spannend en daar trekken ze dan speciale toneel kleding voor aan”, zei ik vergoelijkend, alsof het verschijnsel daarmee was verklaard. “Waarom houden mensen ervan te worden vastgebonden en geslagen?” vroeg een ander. Een derde wilde weten hoe het in godsnaam kan dat pijn ook lekker kan zijn. Daar kon ze zich niets bij voorstellen. Ik kwam niet verder dan stotteren dat BDSM te maken heeft met sadomasochisme en bandage, en dat volgens onderzoek 50 procent van de mensen in meer of mindere mate weleens heeft geëxperimenteerd met knevelen, blinddoeken en rollenspel. Wat was er eerder, vroeg een van mijn gezinsleden zich af: mensen die ervan opgewonden raken te slaan of mensen die het prettig vinden te worden geslagen? Ik moest het antwoord schuldig blijven. Later zocht ik op internet naar achtergronden en antwoorden. Zoals het altijd gaat: er ging een wereld open. BDSM is een afkorting van BDDSSM, oftewel bondage (vastbinden), discipline (bestraffing), dominance (onderdrukking), submission (onderwerping), sadism en masochism. Heel belangrijk, begreep ik, is de zogenoemde subspace; de roes waarin de beoefenaars van BDSM kunnen raken als zij (langdurig) worden onderdrukt of gepijnigd. Lekkere stofjes als endorfine en serotonine schijnen bij zo’n subspace door het lichaam te gieren, waardoor ‘pijn’ als aangenaam en verdovend wordt ervaren. Een gevaar van zo’n subspace, las ik, is de zogenoemde subdrop; de emotionele terugval die (langdurige) seksuele onderdrukking kan veroorzaken. Mijn zoektocht naar achtergronden van al dit vrolijke gemartel bracht me bij de site www.marijkespraktijken.nl van psycholoog Marijke Vonk, die zichzelf sex-positive en kink-friendly noemt. Voor wie in het onderwerp is geïnteresseerd: op haar pagina staan vele wetenschappelijke artikelen over de fascinerende wereld van duimboeien, dwangbuizen, tepel klemmen, prikwieltjes en honderden andere martelwerktuigen, stopwoordjes en de seksuele kick die het kan geven te worden vernederd of te vernederen. Fijn dat ik deze site ontdekte; kan ik daar voortaan mijn gezin heel leep naar doorverwijzen.

 

2014

Kijk Magazine 2014, nummer 13: Bodypaint 

In mijn nieuwe roman Harem, die in januari verschijnt, is een van de personages een rouwdouwende maar beminnelijke Zweedse kunstenaar genaamd Hampus. Hij is een volgetatoeëerd oerbeest dat grote doeken volkwakt met producten als koffie, modder, vruchtenyoghurt en rode wijn. Toen ik dit idee bedacht, vond ik mezelf ongelooflijk origineel, maar bij de research kwam ik erachter dat echte kunstenaars veel verder zijn gegaan dan koffie en kaas. Er is met zo’n beetje alle mogelijke ingrediënten geëxperimenteerd. Alle! Tijdens een struintocht stuitte ik op tientallen moderne kunstenaars die bij het schilderen gebruik hebben gemaakt van door henzelf geproduceerde materialen. En daarmee bedoel ik door hun lichaam zelf. Of door de lichamen van anderen. Stel je eens voor wat wij mensen aan sappen en ingrediënten produceren, en besef dat die in de loop der jaren allemaal zijn geleend om kunstwerken te verfraaien. Een van de eerste kunstenaars die zichzelf in een doek verwerkte, was Marcel Duchamp, de oervader van de ‘conceptuele moderne kunst’. In 1946 schilderde hij voor een geheime liefde (een getrouwde Braziliaanse vrouw) een werk van zwart satijn. Er gingen altijd geruchten over dat doek. In 1989 bleek uit DNA onderzoek dat Duchamp sperma, waarschijnlijk het zijne, had gebruikt om het materiaal mee op te vrolijken. Urine is ook een verfsoort waarmee veel schilders hebben gekwast. Andy Warhol vroeg ooit aan vrienden om uitbundig te urineren over met metaaldeeltjes bewerkt canvas, zodat hun pies zou oxideren in vrolijke kleurtjes. Dit project noemde hij de Oxidation series. Het rook wellicht wat vreemd, die kunst, maar oogde bijzonder. Sommige kunstenaars ging dit niet ver genoeg. In 1961stopte Piero Manzoni zijn eigen uitwerpselen in blik, waarna hij ze verkocht voor de toen gangbare goudprijs. Andere schilders dronken gekleurde sojamelk, om die vervolgens over witte doeken uit te kotsen. Een volgende kunstenaar haalde bacteriën uit zijn navel, om daarmee voor een kunstproject kaas te stremmen die zijn publiek kon opeten. Ener was een man die zijn eigen bloed opspaarde om met de vaste deeltjes een beeldje te maken. In 2012 vroeg lan Dennis (26), op YouTube bekend onder de naam Fox Bronte, aan mensen om hun schaamhaar op te sturen, waarmee hij een portret maakte van Justin Bieber. Om het plaatje compleet te maken, verwerkte hij er ook nog kots, poep en bloed in. In mijn roman gaat Hampus nóg een stap verder, maar helaas: het zou een spoiler zijn om dat al te onthullen.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 12: Proefdraaien

Toen ik nog behoorde tot ‘de jeugd van tegenwoordig’, verschenen in de pers wanhoopsberichten over de verloedering van het leesgedrag. De jongeren in mijn tijd zouden veel minder lezen en de cultuur zou ten dode zijn opgeschreven. Dat laatste bleek achteraf gezien wel mee te vallen en ook bleek uiteindelijk helemaal niet zoveel minder te worden gelezen. Inmiddels zijn we dertig jaar verder. Ik heb ondertussen drie ‘kinderen van tegenwoordig’. Nog steeds staan de kranten bol van dezelfde wanhoopsberichten: jongeren zouden veel minder lezen en de cultuur zou ten dode zijn opgeschreven. Of dat laatste waar is, zullen we pas over een jaar of dertig weten, en of jongeren minder lezen is een kwestie van interpretatie. Zij lezen veel meer uitingen van sociale media, maar veel minder romans (films op papier). Twee Canadese onderzoekers vonden in 2006 en 2009 bewijzen voor de stelling dat mensen die romans lezen aardiger zijn voor hun medemensen dan lieden die dat niet doen. Lezers van romans hebben meer betrokkenheid met de wereld en kunnen zich beter inleven in het gevoelsleven van anderen. Van lezen word je aardig, aldus de wetenschappers, en daarmee ook aantrekkelijker voor het andere geslacht (gratis tip!). De wetenschappers hadden het over deep reading; het diep duiken in een boek of tijdschrift, in plaats van vluchtig langs internetpagina’s surfen op zoek naar funfactfrikadellen en ander snackleesvoer. Romans hebben dusdanig veel details, en zijn emotioneel en moreel gezien zo complex, dat het lezen ervan allerlei cognitieve, psychologische en neurologische processen bevordert. De innerlijke wereld die een roman schept, lijkt in hoge mate op de echte wereld waarin we ons staande moeten houden: een rijke, moeilijke, zware, uitdagende omgeving die al onze hersencapaciteit vergt. Het lezen van romans is trainen en proefdraaien voor het echte leven. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die alleen nog maar vluchtig online lezen in steeds hogere mate moeite hebben om te gaan met de eisen die de wereld aan hen stelt. Zij zijn minder betrokken en ook minder aardig. Ik weet dat ik nu klink als het oude geslachtsdeel dat ik inmiddels ben (dit was een pars pro toto), maar tegen mijn kinderen en de rest van ‘de jeugd van tegenwoordig’ zeg ik, bijna smekend: matig je sociale media en lees meer romans! Je wordt daar een beter, aardiger mens van. En dan bekijken we over dertig jaar wel of ik gelijk had.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 11: Verbroedering 

Het WK voetbal in Brazilië is alweer een tijdje voorbij, maar voor sommigen is het nog steeds nagenieten. Voor de data beheerders van de site www.pornhub.com bijvoorbeeld, een vergaarbak van en voor mensen die met hun geslachtsdelen spelen en die daar graag naar kijken. Pornhub is de grootste pornographic video sharing website; de YouTube van de seksfilm. Het aardige van Pornhub is dat er een blog bij hoort met onderzoeken, analyses en opmerkelijke gegevens over het gebruik van de site. Het bezoek aan Pornhub komt van over de hele wereld. En als er dan wereldwijde evenementen plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een wereldkampioenschap voetbal, kunnen er fraaie dwarsverbanden worden gelegd. De Watermaatschappij Drenthe maakte in juli bekend dat het waterverbruik tijdens de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Argentinië (de uitslag ben ik even vergeten) dramatisch daalde. Tijdens de rust was er een enorme piek zichtbaar, omdat iedereen in die minuten even naar de wc ging. Eenzelfde effect zag het onderzoeksteam van Pornhub. Wanneer een land een wedstrijd speelde in het WK, daalde het aantal bezoekers uit die landen drastisch. Je gaat nu eenmaal geen porno kijken als iedereen voor de buis het land zit aan te moedigen. Nederland was vergeleken met landen als Portugal en Engeland uitschieter. Op wedstrijddagen van Oranje daalde het gemiddelde aantal pornokijkers het meest van allemaal. Blijkbaar is een wedstrijd van Oranje zo’n hoogtepunt dat er op dat moment geen andere hoogtepunten meer nodig zijn. Op dat moment. Want daarna is het bingo! Na de wedstrijd van Nederland tegen Brazilië (die we wonnen) steeg het bezoek aan Pornhub met 40 procent. Dankzij de jongens van Van Gaal was het land dus significant geiler. De Belgen maakten het nog bonter: na hun gewonnen wedstrijd tegen de VS nam het bezoekers toe met bijna 100 procent. Het leukst vond ik Pornhubs analyse van zoektermen tijdens het WK. Veel mensen voeren blijkbaar steekwoorden in tijdens hun speurtocht naar expliciet visueel plezier. Wat bleek? Als een land tegen een ander land voetbalde, dan nam de nieuwsgierigheid naar de tegenstander meetbaar toe; niet alleen bij dat land, maar ook bij de rest van de wereld. Pornhub zag bijvoorbeeld dat toen Nederland tegen Argentinië speelde de zoekterm ‘Netherlands’ wereldwijd met 195 procent toenam en ‘Dutch amateur’ met 55 procent. Zo verbroedert voetbal de wereld dus op meerdere fronten.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 10: Schiereiland 

Onlangs mocht ik voor een wetenschappelijk boek over geneeskunde en literatuur een stuk schrijven over de drie zwellichamen die gebroederlijk het mannelijk geslachtsdeel vormen. In de slipstream van dit artikel stuitte ik op een bijzondere regel uit de Britse filmkeuring die een vraag opriep die ik graag aan KIJK-lezers voorleg. Ik kwam op deze regel omdat drie van mijn romans zijn verfilmd en we bij twee ervan problemen hadden met de filmkeuring. Het in beeld brengen van een geërecteerd geslachtsdeel in een mainstreamfilm is namelijk heel uitzonderlijk. De vertoning van erecties is vrijwel altijd onderhevig geweest aan wettelijke beperkingen of zelfopgelegde censuur. De voorbeelden van grote publieksfilms waarin mannelijke geslachtsdelen in volle glorie paraderen, zijn op de vingers van een hand met pak ‘rn beet vijftien vingers te tellen. (De bekendste voorbeelden zijn Caligula, Novecento, Romance X, Intimacy en The idiots.) Om de een of andere reden mogen we van filmkeuringen dus niet kijken naar het fysiologisch volkomen onschuldige proces waarbij, gestimuleerd door het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel, niveaus van stikstofoxide in het bloed stijgen, waardoor bloedvaten zich verwijden en zwellichamen zich vullen met bloed. (Oftewel: een man raakt opgewonden.) In de verfilming van Phileine zegt sorry omzeilde regisseur Robert Jan Westdijk de commercieel zeer onhandige achttien-plus-rating door van de gezwollenheid van hoofdrolspeler Michiel Huisman alleen de schaduw te laten zien. Met die schaduw had de filmkeuring geen moeite. Het ging trouwens ook niet om zijn eigen schaduw, maar om een nagemaakt apparaat. Grappig is in dit verband de zogenoemde Muil of Kintyre Rule, een onofficiële leidraad die werd gebruikt door de British Board of Film Classification. Een regel die deze organisatie hanteerde, luidde dat the male performer’s penis must never appear more than slightly tumescent (‘het geslachtsdeel van de mannelijke speler mag niet meer dan een beetje gezwollen lijken’). In het Verenigd Koninkrijk was het volgens de overlevering niet toegestaan een film uit te brengen als een fallus geërecteerd was tot voorbij het punt waarop de hoek die hij maakte ten opzichte van een loodlijn (the angle of the dangle) groter was dan de hoek die het pittoreske Schotse schiereiland Muil of Kintyre maakt. Topografisch onderlegde KIJK-lezers daag ik uit een Nederlandse equivalent voor deze Muil of Kintyreregel te bedenken.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 09: Dierenliefde 

Een paar weken geleden zond de BBC een documentaire uit over een dierenonderzoeker die in de jaren zestig en zeventig een erotische relatie onderhield met een…dolfijn. De vrouw zat in een ruimtevaartprogramma dat onderzocht hoe zoogdieren konden worden ingezet voor communicatie. Een van de beesten was een man netjesdolfijn genaamd Peter, die in zijn dolfijnenpuberteit zat en nogal kampte met zijn seksualiteit. Het probleem kwam hierop neer: Peter was altijd geil. Regelmatig werd hij in een bad gezet met twee vrouwtjesdolfijnen, maar omdat die zijn sekshonger niet konden stillen, besloot de onderzoeker hem een beetje bij te staan. Ze liet het toe dat hij tegen haar knie en voet wreef, en ook hielp ze hem af en toe met haar hand. De onderzoeker zou zichzelf niet beschrijven als een delphinophile; iemand die opgewonden raakt van dolfijnen. Dat soort mensen bestaat wel degelijk, een subdivisie van de veel grotere groep genaamd zoöfielen. Die heb je in soorten en maten, en het onderwerp bestialiteit – seks met dieren – is altijd reden tot grote controversie, want de meerderheid van de mensen vindt dat verwerpelijk. In Nederland is het verboden, maar in sommige landen is het toegestaan, mits het dier er geen schade van ondervindt. (Er gaan verhalen dat er in Denemarken zelfs dierenbordelen zouden zijn.) Zoöfilie is al geruime tijd bekend, maar er is nooit veel onderzoek naar gedaan. In 2011 publiceerde een gezaghebbend medisch tijdschrift een Braziliaanse studie naar het verband tussen seks met dieren en peniscarcinoom (peniskanker), In het onderzoek werden 171mannen met deze ziekte en 374 gezonde mannen uit twaalf verschillende steden ondervraagd. Van de patiënten had 44,9 procent ooit zijn lusten op een dier gebotvierd, van de controlegroep 31,6 procent. Schokkende cijfers, niet zozeer vanwege het verband tussen peniskanker en seks met dieren, maar…dat zoveel mannen dat laatste blijkbaar überhaupt hebben gedaan. Volgens dit onderzoek ligt het gemiddelde op 34,8 procent. Dat zou een derde van mijn mannelijke kennissenkring betekenen! Ter verdediging: de gemiddelde leeftijd waarop Braziliaanse mannen zich aan dieren vergrijpen lag volgens hetzelfde onderzoek tussen 13,5 en 17,1jaar. Het zijn dus voornamelijk pubers die zich bij ontstentenis van lieden van dezelfde soort op andere diersoorten storten, of dat nu mensenpubers of dolfijnenpubers zijn. Niets dierlijks is ons vreemd.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 08: Zure wijn 

Terwijl ik dit schrijf, is het land in rep en roer, want een schrijfster heeft het gewaagd om zogeheten selfies te maken met afbeeldingen van – oh nee! – haar lichaam, Het Letterkundig Museum in Den Haag (een gebouw waar Sinterklaasbaarden en zakjes neuspulk van reeds lange tijd overleden schrijvers worden bewaard voor het nageslacht) heeft het gewaagd om van een deel van deze selfies een heuse tentoonstelling te maken. Het ondenkbare bleek waar: schrijvers zijn bloot onder hun kleren! Hoogtepunt van alle consternatie was een uitzending van DWDD, waarin de schrijfster over haar zelfportretten vertelde, in het bijzonder de foto die ze had genomen van een bebloede tampon die ze uit haar tussenbeense trok. Ja, niet alleen zijn schrijfsters naakt onder hun kleren, ze gebruiken ook weleens tampons en maandverband. Om en nabij 50 procent van de wereldbevolking maakt het mee, heeft het meegemaakt of zal het bij leven meemaken dat oude eitjes plaats moet plaatsmaken voor nieuwe, met de bloederige schoonmaak die daarop volgt. Vleermuizen, sommige andere primaten en olifantsmuizen hebben ook een vorm van menstruatie, net als overigens nog veel meer dieren, hoewel bij de meeste soorten het bloed in het lichaam verdwijnt voordat het naar buiten kan komen, De vraag is waarom een foto van een geslachtsdeel met een tampon zoveel ophef veroorzaakt. Een deel van de commotie zal te maken met onze fascinatie met en tegelijkertijd afkeer van ontblote geslachtsdelen (daarover een andere keer meer), maar een deel ook met het eeuwenoude taboe op menstruatie. Zelfs de Romeinen hadden al een vreemde verstandhouding met ongesteldheid (of zoals wetenschappers het noemen: ‘de regulering van de hypothalamus-hypofyse-ovarium-as die plaatsvindt door uitgebalanceerde positieve en negatieve terugkoppelingsmechanismen’). Zo moest Plinius weinig hebben van de menstruatiecyclus: “Zelfs de spiegel wordt dof en ivoor verliest zijn glans”, schreef hij. Wijn zou zuur worden met ongestelde vrouwen in de buurt; bloemen zouden spontaan verwelken. Plinius was niet de enige; door de eeuwen heen was de menstruatie altijd onderwerp van taboes, mythen en vreemde rituelen. De Bijbel moest er weinig van hebben, van de islam mogen ongestelde vrouwen de moskee niet in, gelovige joden hebben een broertje dood aan de rode zee en boeddhistische tempels weigeren vrouwen tijdens hun menstruatie. De reacties op een onschuldige foto van een bebloede tampon uit de plasser van een schrijfster zijn een echo van deze eeuwenoude weerzin. En dat vind ik pas walgelijk.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 07: Beregoed 

Laten we beginnen met een zogenoemd ‘vragend syllogisme’, een filosofische drietrapsredenatie. Een syllogisme bestaat altijd uit drie delen: een majorpremisse, een minorpremisse en een vraag of conclusie. Onze major van vandaag: mensen zijn dieren. De minor: mensen zijn gefascineerd door pornografie. De vraag: zijn dieren ook gefascineerd door pornografie? Volgens de definitie is pornografie de weergave van seksueel gedrag met het doel om seksuele opwinding te creëren. Oftewel: vieze plaatjes en filmpjes. Dieren produceren zelf geen porno; in de natuur is zoiets althans nog nooit aangetroffen. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze niet door pornografie gefascineerd kunnen zijn. Mensen zijn in hoge mate geïnteresseerd in seksende soortgenoten. Als er ergens twee mensendieren, verscholen voor de rest van de kudde, met elkaar beginnen te konkelfoezen, zijn er altijd wel omstanders die even een kijkje nemen (al dan niet met een smartphone binnen handbereik). Seks is privé. Lust die in het openbaar wordt geblust, is daarom nogal een taboe, en juist daardoor zo aantrekkelijk. Seks onder dieren is geen taboe. Er zijn veel anekdotes over dieren en huisdieren die rustig toekijken als andere dieren zich op elkaar storten. Eén bepaalde gemoedstoestand heeft de overhand: dieren ervaren een totale desinteresse voor het liefdesgezweet om hen heen. Of toch niet? Ooit las ik over een onderzoek waarbij apen met een knop op een computerscherm konden kiezen tussen plaatjes van seksen de soortgenoten, lekker eten of willekeurige voorwerpen. De parende soortgenoten werden toch het vaakst gekozen. Ener is een veelbesproken pandapornoexperiment onder leiding van Thaise wetenschappers. Dit was het syllogisme: panda’s moeten paren om zich voort te planten. Panda’s planten zich nauwelijks voort. Zijn panda’s vergeten hoe ze moeten paren? Zoölogen dachten van wel. Eerst gaven ze de pandaberen viagra in de hoop dat de mannetjes wel zouden weten wat ze met het resultaat zouden aan moeten. Helaas. Toen kwamen ze op het idee om dan maar een pandapornofilm te maken, bedoeld om panda’s op te winden. En dat zou volgens de onderzoekers zijn gelukt. In de tien maanden na het begin van het experiment werden 31babypanda’s geboren. Huiswerk: bedenk nu zelf een syllogisme waarin de begrippen pornografie en voortplanting aan elkaar worden gekoppeld.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 06: Verkneukelen 

Een tijdje terug geleden ving ik in Nijmegen een gesprek op tussen twee puberjongens. Ze zaten op het vwo en waren toe aan de keuze voor een vervolgopleiding. De een zei: “Het allerliefst word ik pornoacteur.” “Jaoh!”, riep de ander verlekkerd. Ach ja, jongens. We kunnen er gevoeglijk van uitgaan dat de ouders van deze Nijmeegse knapen niet bepaald uitbundig zouden reageren op hun droomberoep. Het vak van pornoacteur staat niet heel hoog aangeschreven (zo ergens tussen drugsdealer en oplichter), terwijl er – althans, in Amerika – wel degelijk een aardige boterham mee valt te verdienen. Pornoactrices verdienen 100.000 à 300.000 dollar per jaar – beduidend meer dan hun mannelijke tegenspelers, maar ook zij kunnen zich met een jaarsalaris van 40.000 à 100.000 dollar prima bedruipen. Afgezien van vervelende bijkomstigheden die pornosterren tijdens hun overwegend liggende loopbaan tegenkomen – sociaal isolement, seksuele afstomping – is er één reden om deze carrièremove misschien toch maar af te blazen: de wetenschap dat pornoacteurs en actrices nogal (zelf)destructief lijken te zijn. De ironie wil dat pornoactrices zijn ‘geprogrammeerd’ om er zo vruchtbaar mogelijk uit te zien en zich dito te gedragen, maar dat zij volgens sommige onderzoekers veel minder kinderen krijgen dan gemiddeld en ook veel vroeger sterven. Van de 1500 pornosterren die tussen 2007 en 2010 werkzaam waren, verlieten er 51voortijdig het leven: ze stierven aan aids, pleegden zelfmoord, werden vermoord of namen een overdosis. Ter vergelijking: in 2009 verschenen er tegenover 13.000 pornoproducties bijna 100.000 muziekalbums. Toch waren er in de muziekindustrie tussen 2007 en 2009 maar negen drugsgerelateerde doden en twee zelfmoorden. Kortom: qua gezondheid kun je maar beter muzikant worden. Er zijn (walgelijke) christelijke websites die zich verkneukelen over dit hoge sterftecijfer. Christenen noemen het een straf van God dat de gemiddelde levensverwachting van een pornoster – volgens hen – slechts 37,43 jaar is, tegen 78,1jaar van de gemiddelde Amerikaan. Het is moeilijk te achterhalen of dit christelijke gemeesmuil klopt of niet. Het kan dat pornosterren gemiddeld eerder sterven dan anderen, maar het idee dat zij per definitie beschadigde mensen zijn, lijkt in elk geval achterhaald (zie KIJK 2/2013, pagina 12). Maar toch: hoe aanlokkelijk het pornovak voor Nijmeegse puberjongens wellicht ook klinkt, misschien is het beter – en dit zeg ik ook als vader – om nog even goed na te denken.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 05: Rondwapperen 

Als de KIJK-redactie mij zou vragen of als auteursfoto in plaats van het normale guitige portretje eens een plaatje van mijn voortplantingsorgaan mogen plaatsen, zal ik waarschijnlijk weigeren. Mijn handen en oren mag iedereen bekijken, mijn zaakje is voor een beperkt aantal ogen. Waarom eigenlijk? Het opmerkelijke aan genitaliën is: iedereen heeft ze en iedereen lijkt zich ervoor te schamen. Althans, onder normale omstandigheden. De afgelopen maanden verschenen er verontrustende berichten over een toegenomen gedrag genaamd sexting: het via mobieltjes uitwisselen van seksueel getinte berichten en blootfoto’s. Via apps als Tinder en Snapchat schijnen volksstammen jongeren elkaar hiermee te bekogelen. Twee jaar geleden deed de Universiteit van Antwerpen onderzoek onder vijfhonderd tieners tussen 15 en 18jaar. Een op de vier zou twee maanden voor het onderzoek seksueel getinte berichten of zelfs naaktfoto’s van zichzelf hebben verstuurd. Een van de oorzaken hiervoor was volgens de onderzoekers peer pressure, oftewel groepsdruk. De vraag is waarom we willen dat de ander ons bloot ziet. Het verlangen naakt voor de ander te verschijnen is volgens onderzoekers hard-wired in onze hersenen en waarschijnlijk al miljoenen jaren oud. Onze voorouders deden het, en ook apen wapperen hun plassers en billen opgewekt in het rond. Het tonen van geslachtsdelen was en is een manier om zowel seksuele interesse te uiten als die bij een ander op te wekken. De wetenschap dat men wordt begeerd is voor veel mensen opwindend – en dan vooral voor vrouwen (aldus wetenschappers). Onderzoek wijst uit dat vrouwen de gedachte dat mannen hen seksueel aantrekkelijk vinden dankzij het tonen van nu naakte lichaam, belangrijker vinden dan de eventuele consequenties van dit gedrag. Volgens recente studies zou bijna de helft van de vrouwen weleens fantaseren over striptease of paaldansen. Tot slot een nuance, want ondanks alle hitsige berichten over seksfoto’s rondwapperende jongeren lijkt het probleem (als het een probleem is) toch kleiner dan gedacht. Onderzoekers van de Universiteit van New Hampshire kwamen tot de conclusie dat een verwaarloosbaar deel van de jongeren tussen 10 en 17jaar blootfoto’s van zichzelf verspreidt: ongeveer 1procent. Dat valt dus wel mee. De groep die seksueel getinte foto’s heeft ontvangen is wat groter (7 procent), maar nog steeds niet schrikbarend. Dit gezegd hebbende. ga ik nu de hoofdredactrice even een plaatje van mezelf texten. Kijken of het wordt geplaatst.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 04: Anuszak 

De vorige twee afleveringen had ik het over het fenomeen ‘groepsseks’. Volgens wetenschappers een marginaal verschijnsel in het dagelijks leven dat door slechts een handjevol mensen wordt geapprecieerd of gepraktiseerd. Toch is er in de media en bij het publiek een grote fascinatie voor trio’s, gangbangs en swingers. Met name in pornografie is multiple partner sex een heel gangbaar thema. Uit een onderzoek (uit 1995) bleek dat vooral mannen fantaseren over ‘seks met meerdere partners’. Er zijn in pornografie vele subgenres die aan deze wensgedachte voldoen. Niet alleen komen trio’s en kwartetjes vaak voor, ook zijn er vele films rondom het thema gangbang, een activiteit waarbij één iemand van een bepaalde sekse (the central focus) geslachtelijk feestviert met meerdere leden van de andere sekse (the participants). Bij een meerderheid van deze gangbangs is een vrouw het middelpunt en zwermen mannen om haar naakte lichaam, als spermatozoïden om een eicel. Het andere verschil tussen groepsseks en zo’n gangbang is dat bij groepsseks de deelnemers elkaar meestal kennen, bijvoorbeeld als zogenoemde swingers (mensen die aan partnerruil doen) zich aan elkaar overgeven. Bij een gangbang is deel van de lol dat de vrouw niet weet welke mannen er allemaal een poging gaan wagen haar vruchtbaarheidskanaal te penetreren. Gangbangen heeft inmiddels een grote vlucht genomen. Elk zichzelf respecterend provinciesekshuis organiseert om de zoveel tijd een ‘gangbangavond’, waaraan mannen tegen betaling mogen deelnemen. Verschillende zakenvrouwen hebben zich in dit genre gespecialiseerd: als circusvrouwen trekken zij Europa door, van Duitse seksboerderij naar Belgische parenclub. Er zijn zelfs WK’s Gangbangen, waarbij vrouwen erom strijden wie van hen in één sessie de meeste mannen kan ontvangen. Natuurlijk hoort bij een officieel Wereldkampioenschap ook een officieel Wereldrecord. Dat werd op 16 oktober 2004 in de Poolse hoofdstad Warschau gevestigd door de Amerikaanse l.isa Sparks. Deze getrouwde actrice, die in 2002 de Universiteit van Kentucky verliet met een Master of Arts-degree, bediende die dolle avond maar liefst 919 verschillende mannen in 7,5 uur. Daarbij steekt het mannelijke record nogal schril af. De Amerikaan Jon Dough, artiestennaam van Chester Anuszak (ik verzin dit niet), had in 1997 seks met 101vrouwen, waarbij hij vijf of zes orgasmes had. Hij is er niet gelukkiger van geworden. In 2006 pleegde hij op 43-jarige leeftijd zelfmoord. Met l.isa Sparks gaat het overigens uitstekend.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 03: Laat jij de hond uit? 

En? Al nagedacht over je morele standpunt over groepsseks? Dat was immers het huiswerk van vorige maand. Seks in het openbaar, seks in groepen; het is tegelijkertijd een wereldwijd taboe en een eeuwenoude fascinatie. We zijn mateloos geïnteresseerd in seks met meerdere mensen. In sommige culturen is het geaccepteerd gedrag dat twee pas getrouwden hun huwelijk inwijden in het bijzijn van hun familie, in andere culturen is het genoeg als de bewijzen hiervoor (een bebloed laken) publiekelijk worden getoond. Seksfeesten, bacchanalen en orgies zijn zo oud als de oudheid zelf. Al in de vijfde eeuw voor Christus waren er initiatiefeesten waar men ter ere van de goden massaal seksuele handelingen verrichtte, liederlijk zoop en luisterde naar luidruchtige muziek (onder de grote rivieren staat dit nog steeds bekend als carnaval). Sinds de jaren zestig is groepsseks in het Westen – maar ook in sommige Chinese en Japanse steden – een ‘geïnstitutionaliseerd verschijnsel’. Er zijn allerlei zogenoemde paren- of swingersclubs, waar (echt- )paren in groepsverband aan elkaars plassers kunnen zitten. Daarnaast worden er op veel plaatsen avonden georganiseerd waar een of meerdere vrouwen seks hebben met grote groepen mannen. Tijdens deze gangbangs is het niet ongebruikelijk dat één enkele vrouw door tientallen mannen wordt gepenetreerd. Uit Japan waaide het verschijnsel ‘bukake’ over, waarbij zoveel mogelijk mannen ejaculeren over één vrouw (of in homoseksuele kringen over één man), een bezigheid die ook wel si/ver shower wordt genoemd. Een uit Engeland afkomstig fenomeen is het zogeheten dogging (in de wetenschap gerapporteerd in 2,003), waarbij vrouwen op parkeerplaatsen seks hebben terwijl ‘mannen die hun hond uitlaten’ toekijken ‘als hondjes naar een stuk vlees’. In veel gevallen zijn de vrouwen niet te beroerd om toekijkers ook even behulpzaam naar hun hoogtepunt te brengen. Inmiddels is dogging een wereldwijde tijdsbesteding (van Brazilië en Amerika tot Nederland), maar Engeland blijft . d’ de kroon spannen. Een onderzoeker berekende dat er _L._ in 60 procent van de Engelse parken weleens wordt gedoggingd (om maar eens een mooi Nederlandse woord te introduceren). Dit gedrag van recreational non-monagomy lijkt door alle media-aandacht denk aan de vele artikelen in debladen over ‘trio’s’ en ‘swingers’ – en publieke fascinatie een wijdverspreid gedrag, maar dat is wellicht wat overdreven. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat slechts 1procent van de vrouwen het idee van groepsseks voor zichzelf aantrekkelijk vindt, tegen 13 procent van de mannen. Hoewel ‘seks met meerdere mensen’ in het dagelijks leven dus een marginale rol speelt, is groepsseks in de pornografie wel degelijk een belangrijk thema. Daarover volgende maand meer (en niets houdt je tegen deze keer zelf het huiswerk te bedenken).

 

Kijk Magazine 2014, nummer 02: Zoenfeestjes 

Een groepje kinderen heeft een feestje op de kamer van de jarige. Beneden maken de ouders zich zorgen. “Wat spoken jullie daar allemaal uit?” roept vader onderaan de trap. “Groepsseks”, antwoordt een van de kinderen. “0 gelukkig,” antwoordt vader, “ik dacht even dat jullie aan het roken waren.” Dit grapje zou zomaar kunnen stammen uit de jaren zestig; de tijd dat het verschijnsel groepsseks in vooruitstrevende kringen salonfähig werd. Ik hoorde het toen ik een jaar of tien was, midden in de vrijgevochten jaren zeventig, van nota bene mijn eigen vader (zelf een kettingroker). Hoewel ik vrij zeker weet dat mijn ouders nooit hebben meegedaan aan erotische groepsuitspattingen, stonden zij er moreel niet afwijzend tegenover. Ze waren lid van de NVSH, een club die streed voor seksuele hervorming en het bespreekbaar maken van seksuele voorkeuren. Groepsseks was een van die ‘variaties’. De NVSH organiseerde (en organiseert nog steeds) avonden waar vrijgezellen en stellen zich in het openbaar naar hartenlust aan elkaar overgaven. Die openbaarheid is opvallend, want over het algemeen zoeken mensen – meer dan onze naaste diersoorten – privacy bij oprispingen van fysieke lust. Antropologen zien het als een van de sterkste en meest wijdverspreide taboes: het tonen van genitaliën en seksueel gedrag in het openbaar. Van geliefden wordt het ternauwernood geaccepteerd als zij in het bijzijn van anderen passievol tongzoenen, maar zodra er daadwerkelijk verlangen is naar seksuele handelingen, zoekt vrijwel iedereen de beslotenheid van slaapkamers, bezemhokken, auto’s of hotels. Volgens sommige wetenschappers doen we dit omdat we tijdens seks weerloos zijn voor aanvallen van roofdieren en vijanden. Andere onderzoekers vermoeden dat onze hang naar afzondering te maken heeft met de angst (met name bij vrouwen) voor seksuele jaloezie en agressie. Omstanders zouden weleens op het idee kunnen komen om ook een poging tot bevruchting te wagen. Weer anderen denken dat ons verlangen naar privacy te maken heeft met ‘de evolutie van onze sociale intelligentie’. Wij zijn ons bewust van onszelf en onze handelingen. Net als piesen en poepen weten we dat seks bij onszelf en bij toeschouwers hilariteit en afschuw kan oproepen. (Chimpansees zullen elkaar niet belachelijk maken als er eentje gaat zitten kakken of er twee even met elkaar rampetampen,) Maar dan zitten we met de volgende vraag. Hoe kan het dat ondanks al deze tegenwerpingen groepsseks en ‘seks in het openbaar’ letterlijk zo oud zijn als de weg naar Rome? Door de eeuwen heen hebben mensen zich in het bijzijn van anderen aan elkaar vergrepen. Van Caligula tot Berlosconi, van middeleeuwse zoenfeestjes tot hedendaagse gangbangs. Huiswerk: formuleer je eigen gedachten over groepsseks en dan kom ik er in het volgende nummer op terug.

 

Kijk Magazine 2014, nummer 01: Kookwekker 

Op mijn progressieve basisschool hadden we een vak genaamd ‘discussiëren’. Dan werd de klas verdeeld in twee groepen die elkaar verbaal te lijf moesten over een bepaald onderwerp. Halverwege ging er soms een kookwekker af, waarna de leerringen het tegenovergestelde standpunt moesten verdedigen. Het leerde ons argumenten van tegenstanders voor te zijn. Aan dit vak moest ik denken toen ik de voorbereiding deed voor dit stukje. Vorige maand kondigde ik aan te zullen schrijven over ‘homoseksualiteit bij dieren’. Aanvankelijk dacht ik dat er niet veel over het onderwerp viel te zeggen. Seksuele uitspattingen tussen leden van dezelfde sekse zijn bij onnoemlijk veel diersoorten gerapporteerd. Sterker nog, grosso modo mogen we stellen dat bij alle diersoorten die seks hebben homoseksueel gedrag voorkomt. Van wormen tot schapen, van pinguïns tot gieren: dieren vinden het regelmatig aangenaam om met eigen seksegenoten te ravotten. Maar is homoseksualiteit daarmee ‘natuurlijk’? Je zou zeggen van wel, maar niet iedereen vindt dat. Tijdens mijn zoektocht naar achtergronden vond ik veel (pseudo- )wetenschappelijke artikelen van strenggelovigen die het hebben over de homosexuality in animals-myth; de mythe dat dieren homoseksueel kunnen zijn. Godsdienstfanaten zien homoseksualiteit als een onnatuurlijke zonde. Heerlijk hoe devote christenen (en moslims) openlijk anderen hun geluk en plezier misgunnen. Wanneer ik in de beslotenheid van mijn eigen slaapkamer graag het geslachtsdeel van een andere man in mijn hand, mond of anus zou willen nemen, vinden veel religieuzen dat ik hen eerst om de toestemming van hun godheid moet vragen. En nu gaat er een kookwekker af. Een van de argumenten van gelovigen is dat het feit dat homoseksueel gedrag bij dieren voorkomt, niet per se betekent dat dieren ook homoseksueel zijn. Seksuele geaardheid is een menselijke uitvinding, die niet op insecten of andere niet-menselijke beesten kan worden geplakt. Ander punt: veel mannetjesdieren die seks hebben met andere mannetjes (wellicht om de sociale hiërarchie binnen hun groep te bepalen) richten zich ‘stante penis’ op bevallige vrouwtjes zodra die langs komen huppelen. Nog een tegenwerping: niet heel veel dieren kennen langdurige homoseksuele paarvorming. Homogedrag komt ontstellend vaak voor, maar ‘homoseksuele oriëntatie’ is onder dieren toch echt een uitzondering. Een ander christelijk argument is dat kindermoord, verkrachting en kannibalisme onder veel diersoorten gangbaar zijn, maar dat we nooit zullen aanvoeren dat het daarom ook voor mensen natuurlijk gedrag is. Gelukkig gaat de kookwekker weer af. Ik ga nu direct argumenten formuleren om de religieuze antihomostandpunten verbaal te lijf te gaan.

 

2013

Kijk Magazine 2013, nummer 13: Paardenworst 

Lang geleden moest ik voor een tv-programma op bezoek bij een paardenstoeterij; een manege waar paarden werden gefokt. Een van hun hoofdactiviteiten was het produceren van hengstenzaad. Vroeger mocht een hengst een vrouwtje nog zelf bestijgen, maar dan kon hij slechts een beperkt aantal merries bevruchten. Lucratiever was het om het sperma op te vangen en te verdelen over zoveel mogelijk vrouwtjes. Tijdens de reportage bij de stoeterij was het mijn taak een buis ter grootte van mijn onderarm over een opdringerige paardenworst heen te schuiven op het moment dat het mannetje steigerend een leren nep-vrouwtje besteeg. De copulatie met de buis in mijn hand duurde niet lang; al na een paar seconden kwakte de hengst een theekopje zaad vol, met de kracht van een cappuccino-opschuimer. Dat het paard hierbij ejaculeerde is een feit (dat was het doel van de hele onderneming), maar of hij hierbij ook een orgasme had, is een vraag waarover ik mijn donkerblonde koppie eigenlijk nog nooit had gepijnigd. Tot www.popsci.com vorige maand een dossier publiceerde met de titel ‘Do animals have orgasms?’. Goeie vraag. Hoe zouden we dat kunnen weten? Zoogdieren lijken plezier te beleven aan seks, maar of ze daadwerkelijk een hoogtepunt bereiken, is lastig te bepalen. In een filmpje dat een tijdje geleden viral ging, zagen we hoe een boer tijdens de kunstmatige bevruchting van een varken het beest met zijn handen genitaal stimuleerde, omdat dit zorgde voor een toename van 6 procent biggetjes ten opzichte van varkens die niet waren gevingerd. Of de zeug hierbij ook een orgasme had, is moeilijk te bepalen. Onderzoekers kunnen mensen simpelweg vragen of ze bij de seks zijn klaargekomen, maar dieren houden hierover wijselijk hun mond. Wetenschappers luisteren daarom naar geluiden en kijken naar lichaamsbewegingen en gezichtsuitdrukkingen, waarna ze een vergelijking maken met onze geluiden, lichaamsbewegingen en gezichtsuitdrukkingen. Dat blijft natuurlijk een zaak van interpretatie. Primaten, met name mensen, tonen gevoelens als pijn en genot voor een groot deel via hun hele gezicht, maar andere zoogdieren doen dit alleen met hun ogen of oren. Paarden hebben zeer expressieve oren, al moet ik bekennen dat ik bij het opvangen van paardenzaad daar niet op heb gelet. Mannetjesmakaken hebben een bepaalde getergde gezichtsuitdrukking op het moment van hun ejaculatie die doet vermoeden dat zij op dat moment inderdaad een orgasme ondergaan (spiertrekkingen en vreugdekreten). Vrouwtjesmakaken hebben die uitdrukking niet; althans niet als ze worden bereden door een mannetje. Er zijn wel gevallen bekend van makakenvrouwen die elkaar weten te brengen naar een ogenschijnlijk hoogtepunt en dito gezichtsuitdrukking, maar dat wordt het onderwerp van volgende maand: homoseksualiteit bij dieren.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 12: Wipkuitje 

Een oom van mij had een vreemd gevoel voor humor. Soms zei hij, zittend op de bank, met een sigaret in zijn hand en een glas vieux op tafel: “Ik rook niet, ik drink niet en ik ga niet naar temeiers.” Wij lachen, al begreep ik pas later wat temeiers waren. Laatst zat ik met mijn kinderen te kijken naar een programma waarin zangeres Anita Meyer optrad. Hoe belegen de grap, ik kopte hem in. Mijn oudste zoon vroeg wat een temeier was. Mijn jongste zoon had een betere vraag: waar het woord vandaan kwam. Dat had ik me dan weer nooit afgevraagd en daarom besloot ik mijn zoons ter plekke in te wijden in de wondere wereld van de etymologie, de herkomst van woorden. Temeier komt van het Hebreeuwse woord temea, dat onrein betekent. In het Jiddisch is een temeierspiese een hoerenhuis, temeieschieppers zijn hoerenlopers. Er zijn taalkundigen die denken dat het woord oorspronkelijk uit Amsterdam komt. Een ander geschikt woord om uit te pluizen was lichtekooi. Etymologen zijn het niet helemaal eens wat de herkomst van het woord is. Het gedeelte ‘licht’ kan worden uitgelegd als lichtvaardig of losbandig, maar dat hoeft niet per se. Het hangt er vanaf wat het gedeelte ‘kooi’ betekent. Veel taalkundigen denken dat kooi een ander woord is voor ‘achterste’. Een lichtekooi zou dan iemand zijn die bij het lopen zijn of haar kont optilt. Onder prostituees zou dit een gangbare manier zijn om klanten te lokken: uitdagend wiegen met de billen. Er zijn andere woorden voor ‘lichte meisjes’ die aan hetzelfde doen denken. Geniet even mee: draaiaars. hippelklink. kwikkebil. klikkebil, snikkebil, wappergat, wipeersken, wipgat. wipkuitje en wellicht ook het modernere huppelkut. Maar er is een andere mogelijke betekenis. In het Middelnederlands kan kooi ook slaan op een vrouwelijk geslachtsdeel. Er is een klucht bekend uit 1560 waarin een vogel een metafoor is voor een mannelijk geslachtsdeel. De vogel wordt gehouden in een kooi. Lichtekooi zou dus, volgens een van de etymologisch woordenboeken, zoiets beteken als ‘lichtzinnige vagina’. Oftewel: prostituee. Het laatste woord dat ik met mijn kinderen opzocht, kwam uit het Amerikaans. Hooker is een woord dat iedereen kent, maar wat is de herkomst? Er zijn twee verklaringen. De leukste is dat het woord is afgeleid van een bevelhebber ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog. In het leger van generaal Joseph Hooker (1814-1879) zou het er zo wild aan toe zijn gegaan dat de prostituees die zijn soldaten volgden Hooker’s Brigade oftewel ‘Hoekers leger’ werden genoemd. Mooi verhaal, maar het is waarschijnlijker dat hookers zijn vernoemd naar een wijk in Manhattan, Corlear’s Hook, waar veel lichtekooien hun lichaam verkochten aan temeieschleppers. Die waarschijnlijk overigens ook rookten en dronken.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 11: Doorsneeporno 

Onlangs wilde ik in een verhaal verwijzen naar de Italiaanse acteur Rocco Siffredi, die volgens Wikipedia in ruim 1300 pornografische producties zou hebben gespeeld, tussen 1987 en 2005 (het jaar dat hij besloot meer tijd te willen besteden aan zijn kinderen). De Italiaanse acteur was volgens zijn biografie voornamelijk gewild vanwege de afmetingen van zijn voor dat soort arbeid handige vleselijke werktuig van 22 centimeter. Dat was, in marketingtermen, een unique selling point. Het is altijd moeilijk voor te stellen dat de porno-industrie precies is wat het woord zegt: een industrie. Een vakgebied, met werktijden, arbeidscontracten en marktmechanismen. Dat er hard wordt gewerkt blijkt wel uit de werklust van Siffredi: 1300 films in 18jaar komt neer op 1,39 pornofilm per week zonder vakanties. Zelfs als je hobby je beroep is, is dit een indrukwekkend aantal. Ik weet niet met hoeveel actrices Siffredi gemiddeld figureerde, maar laten we eens voorzichtig aannemen dat dat er twee per film waren. Dan komen we op een aantal van 2600 vrouwen met wie de Rocco Siffredi ‘de liefde zou hebben bedreven’, om het maar romantisch te zeggen, al zaten daar ongetwijfeld veel dubbelrollen bij. Omdat ik heimelijk gefascineerd was door deze zakelijke aantallen, zocht ik naar wetenschappelijke informatie over het onderwerp. Al snel kwam ik terecht op een site genaamd International Adult Film Database, een gigantisch overzicht van alles wat er op pornografisch gebied is verschenen. De succesvolle site komt uit de koker van Peter van Aarle, een Nederlandse internetlegende die in 2005 op zijn 42ste overleed. Van Aarle had een fenomenale encyclopedische kennis van pornografie. Al in de vroege jaren tachtig begon hij deze te rubriceren, wat de basis vormde voor zijn site. Begin dit jaar publiceerde de Amerikaanse journalist, blogger en onderzoeker Jon Millward het resultaat van een uitgebreid onderzoek naar Van Aerles database. Maar liefst 120.000 pornofilms zijn op die site beschreven, tezamen met 115.000 acteurs en actrices. Er is veel bekend: uiterlijk, haarkleur, leeftijd, herkomst, carrière enzovoort. Millward besloot diep in het onderwerp te duiken, in de hoop algemene gedachten over pornografie te kunnen bevestigen of ontkrachten. Wat blijkt? Pornoacteurs zijn vooral erg doorsnee. De gemiddelde cupmaat van de vrouwelijke acteurs was bijvoorbeeld B- en niet dubbel D, zoals je wellicht zou verwachten. De haarkleur ‘blond’ kwam ook pas op de derde plek. Wat wél klopte was dat mannen meer sekspartners hebben dan vrouwen, althans in de porno-industrie. De meest actieve mannelijke sterren hadden geacteerd met meer dan duizend vrouwen, zoals het Italiaanse prijsdier Siffredi met zijn hengsten penis (waar zijn naam naar zou verwijzen). Mooie bevindigen van Millward, die ik zeker kan aanraden voor wie is geïnteresseerd in de zakelijke en antropologische kant van porno.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 10: Aan/uit-schakelaars 

Rond de tijd dat dit stukje verschijnt ben ik te gast bij de illustere radioshow Vrouwen met knoppen (wekelijks uitgezonden op KX Radio). In dat twee uur durende praatprogramma worden mannelijke cabaretiers, muzikanten, deejays, acteurs, schrijvers en andere bekend heden door twee presentatrices openhartig ondervraagd over liefde, vrouwen en seks. “Omdat jij in KIJK altijd schrijft over dit soort zaken, moet je ook maar eens in onze uitzending komen,” zei een van de vrouwen met knoppen toen ze me uitnodigde. Ik zei ja – en besloot me als discussiestuk voor het gesprek eens te verdiepen in het verschijnsel ‘knoppen’. En dan niet die aan een mengtafel. Want vrouwen hebben op hun lichaam inderdaad ook twee enigmatische knopjes. Mannen hebben die overigens ook, maar met een andere functie. Althans, zo lijkt het. Zoals met zoveel in de wetenschap zijn er ook over het hoe en waarom van tepels verschillende theorieën. Als we aan Google vragen ‘waarom hebben mannen tepels?’ wordt ons scherm gebombardeerd met duizenden internetpagina’s. De vraag ‘waarom hebben vrouwen tepels?’ wordt echter nauwelijks beantwoord. Dat zal zijn omdat het antwoord voor de hand ligt: vrouwen hebben tepels om baby’s te zogen. En toch ligt de zaak ingewikkelder, volgens een onderzoek uit 2012. Want waarom zouden (heteroseksuele) mannen zo’n fascinatie voor vrouwentepels hebben? Wat is het dat mannen tepels voornamelijk zien als vleesmagneten voor hun lippen en vingers? Het gangbare antwoord was dat mannen graag aan tepels willen lurken, omdat ze dat als baby ook hebben gedaan. Dit is een verklaring een beetje wringt, want vrouwen hebben ook aan de tiet gelegen en niet alles wat we als kind graag deden, doen we als volwassene nog steeds. Tijdens het zogen van haar baby’s komt er in de hersens van de vrouw een chemisch stofje vrij (oxytocine), dat ervoor zorgt dat zij al haar aandacht en liefde richt op het weerloze mormeltje aan haar borst. Dat is belangrijk voor de band tussen moeder en kind. Baby’s die niet worden gekoesterd hebben een minder grote overlevingskans. Recent onderzoek, onder andere aan de Universiteit van Atlanta, bevestigt dat oxytocine ook vrijkomt als iemand anders de tepels van een vrouw stimuleert, bijvoorbeeld een geliefde. De oxytocine die dan door haar hersens jaagt, zorgt ervoor dat de vrouw zich zal binden aan degene die, om het maar eens plat te zeggen, aan haar knoppen zit. Ze zal haar toewijding op die persoon richten. De focus van mannen op tepels is, volgens deze theorie, niet zozeer een geconditioneerde herinnering aan een allang vervlogen babytijd, maar geëvolueerd pragmatisch gedrag. Neemt een man een vrouwentepel in zijn mond, en hij zal worden gekoesterd met liefde en aandacht. Kortom, mannen weten dat tepels bij vrouwen in feite hun aan/uit-schakelaars zijn. Benieuwd of dit nog ter sprake komt in Vrouwen met knoppen.

 

KIJK LIVE!

 

Kijk Magazine 2013, nummer 09: Growers en showers 

In de vorige KIJK had ik het op deze plek over een wetenschappelijk onderzoek uit 1978, waarin werd geconcludeerd dat heteroseksuele vrouwen, in tegenstelling tot homoseksuele mannen, geen seksuele voorkeur zouden hebben voor grote penissen. Dat was in de tijd van democratisering en nivellering. Jarenlang dacht men dat er gold: it’s not the size of the boot, it’s the motion of the ocean. Daar is men de afgelopen tijd op teruggekomen. Althans, sommige onderzoekers zijn daar op teruggekomen. Wie zich erin verdiept, komt erachter dat er onnoemelijk veel verschillende opvattingen bestaan over het mannelijk geslachtsdeel. Sommigen denken dat vrouwen de dikte van de penis prefereren boven de lengte, anderen zijn het daar niet mee eens. Velen beweren dat mannen van verschillende rassen verschillende gemiddelde erectielengtes hebben, maar enkelen beweren juist dat dit een onverwoestbare mythe is, zoals oudere mannen gemiddeld ook geen kleinere pikken hebben dan jongere (goed dat dat eens wordt gezegd). Ook over de gemiddelde lengte van een penis is veel geschreven. Op internet vliegen de gemiddelden ons om de oren. Iedereen is het er over eens dat erecties groter zijn dan slappe plassers, maar daarmee houdt het generaliseren op. Kun je aan een slap pikkie ook iets zeggen over het volle ornaat? In 1996 verscheen in het Journal of Urology een studie die aantoonde dat de lengte van een erectie niet valt te voorspellen aan de hand van een blik op de slappe penis van de man. Er zijn volgens dit onderzoek twee varianten. Eén groep penissen (aangeduid als growers oftewel ‘groeiers’) begint slap nogal klein, maar bloeit dan op tot een serieus te nemen erectie, terwijl de andere groep (in vaktermen showers) slap ongeveer dezelfde lengte behoudt als stijf. Alleen als je een slappe penis uitrekt, kun je zijn lengte in erectie voorspellen, bleek in 2000. Dat is nog eens een tip. Hebben vrouwen ook een voorkeur voor grote slappe penissen? Het antwoord hierop kwam uit Australië, waar twee onderzoekers een groep van 105 vrouwen losliet op met de computer gemanipuleerde beelden van naakte mannen. Het resultaat: penisgrootte beïnvloedt inderdaad de aantrekkelijkheid van een man. Mannen met grote ‘slappen’ scoorden hoger op ‘seksuele aantrekkelijkheid’ dan mannen met kleinere plassertjes. Terwijl die grootte dus feitelijk niets zegt over de erectielengte. Waarom zouden vrouwen een voorkeur hebben over grote mannelijke geslachtsdelen, al dan niet in erectie? Sommige wetenschappers vermoeden dat vrouwen die een orgasme bereiken door ‘penetrerende vaginale stimulatie’ (in plaats van clitorale) liever een man met een grote pik hebben, omdat die hen beter zou bevredigen. Andere wetenschappers spreken dit echter fel tegen. Kortom, de debatten en vragen over de grootte van de penis zullen de wetenschap nog lange tijd bezighouden. Goed nieuws, want het is een heerlijk onderwerp om – al dan niet wetenschappelijk slap over te lullen.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 08: Roze Wolk

Om redenen die buiten deze column liggen (mijn vrouw) ga ik sinds kort twee keer per week naar de sportschool. “Om te voorkomen dat je lichaam straks peer- in plaats van trechtervormig is”, zei ze, maar daarover wil ik het dus niet hebben. Vrouwen hebben hupla, nu heb ik het er toch over – qua mannenuiterlijk waarschijnlijk enkele genetisch bepaalde voorkeuren. Ze houden in de regel van lange mannen, ze houden van brede schouders en smalle tailles én ze lijken grote geslachtsdelen te prefereren boven kleintjes. Twee van deze drie zijn goddank faits accomplis, maar eentje valt een heel klein beetje bij te trimmen (en dan heb ik het niet over penisverlengende operaties, maar over loopbanden en roeiapparaten). Mijn sportschool is gevestigd op een plek waar vroeger een beruchte homodiscotheek zat: de Roze Wolk. Staande onder de douche van de sportschool dacht ik eraan hoe ik ooit op exact dezelfde plek werd aangesproken, alweer 27 jaar geleden. Als eerstejaarsstudent hielp ik een jon gen uit mijn studiegroep. Hij was net uit de kast en wilde jongens ontmoeten, maar durfde niet in zijn eentje naar binnen. Uiteindelijk vond hij zonder probleem aanspraak. Ik bleef alleen achter. Twintig jaar. In een homodiscotheek. Eenzaam. Zelden in mijn leven ben ik zo populair geweest. In een discotheek althans. Ik had moeite ze van me af te slaan, de mannen. Nu waren destijds de omgangsvormen in het homoseksuele minnespel doorgaans directer dan in de gemiddelde heterowereld. Ik was zelf nog behoorlijk bleu, dus ik trok mijn wenkbrauwen wel degelijk op toen een man me op de kerel af kwam vragen “of ik een grote pik had”. Blijkbaar nogal een issue, in die kringen. Terug van de sportschool ben ik op zoek gegaan naar het schoonheidsideaal van homoseksuele mannen in relatie tot heteroseksuele vrouwen. Lijkt de genetisch bepaalde voorkeur van vrouwen voor uiterlijkheden van mannen op die van homoseksuele mannen? Enzo stuitte ik op de psychologen Glenn Wilson en David Nias. “Uit onderzoek blijkt dat homoseksuele mannen bij andere mannen gelijkaardige lichaamsdelen aantrekkelijk vonden als vrouwen. Het opwindendste deel vonden zij de borstkas, gevolgd door de billen, een atletische lichaamsbouw, een volle haardos, een aardig gezicht, een lang postuur, maar waarin ze wel van vrouwen verschilden, was hun voorkeur voor een grote penis”, schreven ze in 1978. Grappig om te lezen dat men toen blijkbaar nog dacht dat vrouwen geen voorkeur voor grootgeschapen mannen hadden. Inmiddels is dat alweer geruime tijd voer voor discussie. Daarover volgende maand meer – als ik 5 kilo aantrekkelijker ben.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 07: On-Zweeds 

In het buitenland herkennen we Nederlanders onmiddellijk, ook als we ze niet horen praten. Mensen hebben het vermogen razendsnel soortgenoten te kunnen peilen en indelen. Met behulp van honderden fysieke en culturele parameters stellen wij onbewust vast tot welke sociale klasse iemand behoort, wat zijn of haar intenties zijn en welke nationaliteit hij of zij heeft. Die kleine registraties (huidskleur, lengte, kledingkeuze, kapsel, schoenen, gedrag) analyseren we in noodtempo. Als een passant op – stel – 86 van 127 punten voldoet aan de omschrijving ‘waarschijnlijk Nederlander’ zal het dus ook wel een Nederlander zijn. Volgens evolutionair psychologen ontwikkelden we dit vermogen in de tijd dat we nog over de savanne zwierven en snel moesten bepalen of vreemdelingen een potentieel gevaar vormden. Laatst was ik met een fotograaf in Stockholm voor een gids over het Stockholmse uitgaansleven. Lopend tussen twee hotspots werden wij op een plein aangesproken door twee vrolijke blondines. Onmiddellijk stelde ik vast: ze waren waarschijnlijk niet Zweeds. Achteraf gezien kan ik dat makkelijk uitleggen, maar in die halve seconde moet ik gekeken hebben naar het wit van hun haar, de trekken van hun gelaat, de kleur van hun lippenstift en de (weinige) kleren die ze (ondanks de kou) droegen. De vrouwen vroegen de fotograaf en mij in het Engels wat we van Stockholm vonden. Blijkbaar hadden zij ook direct geregistreerd dat we niet uit Zweden kwamen, terwijl we er met ons thermische ondergoed, drie shawls, berenmuts, moonboots en dikke parka’s toch werkelijk heel Scandinavisch uit hoopten te zien. Een van de vrouwen riep uitbundig dat wij vast in waren voor a bit of fun. Ze bewoog daarbij uitdagend met haar borsten, als was er een correlatie tussen mijn plezier en haar bovenlichaam. Mijn parameteranalysecentrum stelde direct vast dat dit gedrag iets te frivool was voor een normale ontmoeting en mogelijk gevaarlijk. Kleding, gedrag, accent: alles wees erop dat deze vrouwen weleens prostituees zouden kunnen zijn. Een van de meisjes – waarschijnlijk kwamen ze uit een Oostblokland – gaf mij een visitekaartje met een adres in Stockholm en een paar nogal blote foto’s van zichzelf, liggend in een badkuip, liggend op een bed en zittend voor een stoel met haar hoofd in de schoot van een man. Iedereen die de actualiteit volgt, weet dat Zweden en Nederland een omgekeerd prostitutiebeleid hebben. In Nederland is prostitutie legaal, maar wie illegaal geld aanneemt voor seks is strafbaar. In Zweden is prostitutie verboden, maar alleen voor klanten. Daar ben je strafbaar als je betaalt voor seks, maar niet als je geld aanneemt. “We see’lI you tonight!”, riep een van de vrouwen, waarna ze doorliepen naar de volgende passanten. Mannen die er in hun ogen, besef ik nu, ook uitzagen als potentiële hoerenlopers.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 06: UVO

Vorige maand schreef ik over een ietepetieterig stukje van het mannelijk lichaam, verborgen in buurt van de anusbuis: de prostaat. Door sommige wetenschappers ‘de mannelijke G-plek’ genoemd, omdat stimulatie ervan mannen heftig kan laten klaarkomen. De vrouwelijke G-plek heet op haar beurt – volgens een toonaangevend internationaal comité – ‘de vrouwelijk prostaat’. Prostaat… G-plek …Tijd het eens nader te hebben over dat vreemde, tot de verbeelding sprekende plekje genaamd G. Volgens de naamgever, gynaecoloog Ernst Gräfenberg, zouden vrouwen ergens in hun vagina een met zenuwen gevuld stukje bindweefsel hebben dat hetzij een erogene zone hetzij een uitloper van de clitoris zou zijn. Als deze G-spot (de naam kwam pas in de jaren tachtig in zwang) wordt gestimuleerd, zouden vrouwen een heviger en bevredigender orgasme beleven dan bij stimulatie op andere manieren en op andere plekken. Daar zijn althans sterke aanwijzingen voor. Zouden …zou…Het lijkt een beetje op een tv-format: ‘Bestaat ie nou of bestaat ie niet?’ Er is de afgelopen decennia ongelooflijk veel wetenschappelijke research gedaan om de vermoedens over de G-plek te bevestigen. Na de ‘ontdekking’ van de G-spot werd de plek een hype. Vrouwen zouden nog meer vaginale erogene zones hebben: de A-spot. de U-spot: het kon niet op. Toch is het bestaan van deze spots aan de binnenkant van de vagina nog steeds niet bewezen. Sommige vrouwen zweren dat zij een binnenbeens gebiedje bezitten dat hen erg veel genot geeft, maar daarnaast zijn er even zoveel vrouwen die zich er bijna voor schamen dat zij het plekje niet kunnen vinden. Sommige wetenschappers hopen een oplossing te hebben gevonden met hun vermoeden dat dat de G-plek niet zozeer een klein specifiek genotspuntje is, maar een heel gebied. Helaas is ook dat nog niet bewezen. Vrouwen werden de afgelopen jaren ondervraagd, ze werden na hun dood opengesneden en op alle mogelijke manieren werd er gesnuffeld en gezocht. Bij een grootscheeps onderzoek van het King’s College in Londen onder 1800 vrouwen werd er echter géén afdoende wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van G-plekken gevonden, en een heel klein onderzoek in een woonhuis in Utrecht onder 1vrouw bevestigde dit resultaat. Begin 2012 bestudeerde een Amerikaanse uroloog genaamd Amichai Kilchevskyeen honderd verschillende onderzoeken van over de hele wereld, waarna hij tot de conclusie kwam dat hij niet tot een conclusie kon komen – en dus het bestaan van de G-spot vooralsnog moest ontkennen. Kortom, het is een mysterie en het pleit is nog lang niet beslecht. Daarom spreken sommigen niet over een G-plek maar over een uvo, een ‘unidentified vaginal object’. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

 

 

Kijk Magazine 2013, nummer 05: Kastanje 

Onlangs zag ik bij De Wereld Draait Door een straatinterview waarin voorbijgangers moesten uitleggen waar volgens hen de prostaat zit. Zoals vroeger vakantiegangers nooit op een landkaart konden aanwijzen waar ze zich bevonden, zo hadden veel van deze voorbijgangers slechts een vage notie over de plek van de prostaat. Eén mevrouw vroeg: “Bij de man of bij de vrouw?” Ik moet bekennen dat ook ik tot voor vorig jaar niet precies wist waar mijn prostaat uithing, laat staan wat zijn functie was. En toen kreeg ik wat vage probleempjes. Mijn huisarts luisterde vriendelijk en even later maakte zijn wijsvinger kennis met een gebied waar, zoals de Amerikanen zeggen, de zon nooit schijnt. Met mijn ‘voorstanderklier’ bleek gelukkig niets aan de hand. Inmiddels had ik me op internet ingelezen in het orgaantje. De prostaat wordt voorstanderklier genoemd omdat hij bij de uitgang van de blaas zit, gedraaid om de plasbuis. Hij omhult de blaasmond als een wachter, en dat is ook precies wat het Griekse woord ‘prostaat’ betekent. Het orgaan is zo groot als een kastanje en bestaat uit miljarden buisjes, annex vochtfabriekjes. De belangrijkste functie is de aanmaak van spermavloeistof. Niet de zaadcellen zelf, maar het drabbige melkvocht dat de spermacellen begeleidt op hun verrassingstocht naar buiten. Deze prostaatmelk bestaat voor een groot deel uit suikers; vandaar dat sperma een zoetige smaak heeft (heb ik me laten vertellen). Voor de scheikundigen: omdat deze vloeistof basisch is, helpt hij zaadcellen te overleven in het zure milieu van een vagina. Maar er is meer. Het schijnt mogelijk te zijn om de prostaat van buitenaf te stimuleren. Het orgaan ligt 5 centimeter van de ingang van ‘waar de zon nooit schijnt’ en is – naar verluidt – duidelijk te onderscheiden aan de zachte en gladde vorm. Het betasten van een prostaat voelt in het begin – naar verluidt – alsof er nodig moet worden geplast, maar hoe zachter de strelingen, hoe groter de kans dat een man – naar verluidt spectaculair klaarkomt. De prostaat wordt dan ook wel de mannelijke G-plek genoemd. Sterker: de vrouwelijke G-plek is weer onderdeel van wat sinds 2002 officieel ‘de vrouwelijk prostaat’ wordt genoemd, oftewel de para-urethrale klieren. Zo dom was de vraag van mevrouw dus niet. Over deze G-plek en welk plezier die – naar verluidt – kan geven, de volgende keer meer.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 04: Tietje 

Onlangs schreef een site over de ooit door mij bedachte meisjesnaam Phileine, die aan een opmars bezig is (in 2012 werden er 106 Phileines geboren, waarmee de naam populairder was dan blijvertjes als Amélie, Stella en Nynke). Er zijn ook al een paar jongens genaamd Giph en een paar meisjes met de mooie naam Sarnarinde. vernoemd naar personages uit een van mijn boeken. De naam Gulpje, een ander door mij bedacht personage, is helaas nog niet geleend. Er zijn veel plekken op internet waar men zich met namen bezighoudt. Misschien wel de vermakelijkste is Vernoeming.nl. Namendeskundige Maarten van der Meer heeft daar honderden weetjes en lijsten verzameld over zowel voor- als achternamen. Geweigerde namen, vreemde namen, beladen namen (er worden nog steeds Adolfjes geboren), opmerkelijke voorlettercombinaties, moeilijke namen (Bouüaert, Burghgraëf, Dierckxsens), ongelukkige voorletters (dhr. P. Nuss) en natuurlijk gore namen. Ooit ben ik naar Van der Meers webspeeltuin doorgeklikt toen ik voor een stukje op zoek was naar informatie over echt bestaande Nederlandse ‘vieze voornamen’. Vernoeming.nl heeft daarvan een even geweldige als verbijsterende lijst. Er bestaan dus daadwerkelijk kinderen die Borstje, Geiltje, Kasthoerie, Kittiporn of Staaf heten. Nu is een voornaam iets wat mensen van hun ouders krijgen, en wellicht zouden die wat langer nadenken als ze zouden weten dat Pornpis, Rampaal, Rukman, Shit, Tampie, Tietje (2066 mensen heten zo) of Vaginarovna in Nederland misschien toch wat vreemd klinken. Met achternamen is het anders: die krijgen we van onze voorouders. Ook daar heeft Van der Meer fraaie voorbeelden van. Al is een achternaam maar een achternaam, toch lijkt het mij vrij vervelend om voortdurend blikken te krijgen na het noemen van een naam als Beffert, Cutzien. Hoer, Kont, Kutschrütter, Pikhaar, Stijve, Wipper, Zaad of Pooijer. (‘Onder welke naam had u gereserveerd?”) Gelukkig kun je onwelvoeglijke achternamen veranderen bij de burgerlijke stand. Maar mensen zijn niet helemaal vrij om zelf een nieuwe naam te kiezen. Indien mogelijk moet een nieuwe achternaam lijken op de oude. Ook hiervan staat op Vernoeming.nl een fijn lijstje. Zo liet meneer Hardebil zijn naam veranderen in Hardebol. Jozef Aap werd Jozes Aak, Pik werd Piké. Familie Rotmensen mocht zich Rootmensen noemen. De Poepjens werden de Wellinga’s. En misschien wel de bekendste was een meneer Kloot die als Kyvon verder mocht. Zijn zoon André vond dat als artiestennaam niet handig. Die noemde zich liever Van Duin. Kortom, voor wie zich wil verliezen in heerlijk studentikoos naamplezier is Vernoeming.nl echt een tip. En Tip is dan weer de voornaam van mijn dochter, maar dit geheel terzijde.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 03: Leve de liefde 

Een paar jaar geleden mocht ik in Italië een promotietour maken. Hoewel ik een roman had geschreven over een topkok gingen de gesprekken met Italiaanse interviewers voor het merendeel over… Nederland. En dan vooral over ons walgelijke prostitutiebeleid (in Italië komt dat niet voor), ons smerige druggebruik (daar doen Italianen niet aan) en onze afschuwelijke euthanasiewetgeving (we zullen branden in de hel). Het werd steeds duidelijker dat Italianen Nederlanders zien als drugsverslaafden die voor een bezoek aan de hoeren eerst wat bejaarden om zeep helpen. Waarbij aangetekend dat er in Italië 200 procent meer drugsdelicten plaatsvinden dan hier, het cannabisgebruik er hoger is en dat het aantal verkrachtingsslachtoffers elkaar nauwelijks ontloopt. Vorig jaar sprak ik een Amerikaan, die ook nogal wat vooroordelen over Nederland bleek te koesteren. Volgens hem wonen wij in een losgeslagen red light district waar ouders hun kinderen aanmoedigen liederlijkheden te begaan. Dat is misschien allemaal wel waar, maar de vraag is of dat zo erg is. Met onze vrije seksuele moraal raken in Nederland bijvoorbeeld zeven op de duizend meisjes tussen de 15en 19jaar zwanger, waarmee ons land wereldwijd ergens onderaan bungelt (in elk geval onder Italië). Amerika is Wereldkampioen Tienerzwangerschappen met 64 zwangere meisjes per 1000. Daarnaast wordt er in Amerika bijna twee keer zoveel amfetamine gebruikt als bij ons en • ondanks ons liberale drugsbeleid – 135 procent meer cannabis. Ook worden er twee keer zoveel abortussen uitgevoerd in Amerika en is het aantal mensen met aids drie keer zo hoog. Die laatste cijfers komen uit een boek van Amy Schalet van de Universiteit van Massachusetts. In haar jeugd woonde deze socioloog in Nederland. Toen ze op haar 21ste terugkwam in de Verenigde Staten schrok ze van het aantal tienermoeders, want in Nederland kende ze dat fenomeen helemaal niet. In haar boek zoekt ze uit waarom Nederland in dit soort zaken beter scoort dan Amerika. In het kort komt het erop neer dat wij veel relaxter met seks en drugs omgaan. Nederlandse ouders praten over het algemeen meer met hun kinderen en kinderen van de andere sekse mogen makkelijker blijven logeren. En misschien wel het allerbelangrijkste was dit: in Nederland is ‘seks’ dankzij de pil en voorbehoedsmiddelen in de jaren zestig en zeventig losgekoppeld van ‘het huwelijk’, zonder dat ‘seks’ werd losgekoppeld van ‘liefde’. In Nederland staan ouders het hun kinderen toe verliefd te zijn, langdurige relaties te onderhouden en te accepteren dat seks daarbij hoort. En hoe liefdevoller er over seks wordt gedacht en gepraat, hoe minder groot de excessen. Liefde is, zoals altijd, het antwoord .

 

Kijk Magazine 2013, nummer 02: Vegaseks 

Een bekende uitspraak is: sex sells. Voor de verkoop van wat dan ook is ‘seks’ een handig hulpmiddel. Een tijdje terug besloot ik om een jaar lang geen vlees en vis meer te eten. Er zijn voor mensen die nadenken over wat ze in hun mond stoppen drie overheersende overwegingen om vegetariër te worden: betrokkenheid met a) het welzijn van dieren, b) de eigen gezondheid en c) de wereld. Mijn reden was de laatste. Voor de wateren energieverspillende productie van één kilo vlees is een veelvoud van kilo’s groenvoer nodig. Het is de macht van het getal: hoe minder mensen vlees eten, hoe minder uitstoot van schadelijke stoffen voor het milieu, hoe meer voedsel er overblijft voor mensen met honger (wie meer hierover wil weten, leest Dieren eten van Jonathan Safran Foer). Vorig jaar kwam er een overheersende reden bij om geen vlees en vis meer te eten: betrokkenheid met d) het eigen seksleven. Het wat? Het eigen seksleven. Dierenrechtenorganisatie PETA, die met harde hand strijdt tegen dierenonrecht, wilde vorig jaar in de pauze van de Super Bowl commercials uitzenden waarin de kijkers werd getoond dat volgens wetenschappelijke onderzoeken vegetariërs ‘betere seks hebben dan mensen die vlees eten’. Hoera voor alle vegetariërs. De marketingcampagne die PETA had bedacht, bevatte schaars gekleede dames die zich quasipornografisch vergrepen aan komkommers, bleekselderij en andere geile groenten. Natuurlijk werd de campagne vanwege de seksuele inhoud verboden (kinderen zouden eens kunnen zien dat je een winterwortel niet per se in je mond hoeft te stoppen), maar dat was precies waar PETA op hoopte. Door de reuring werd er overal gediscussieerd over de voor- en nadelen van louter plantaardige voeding. Of de claims die PETA deed, zijn gebaseerd op gedegen onderzoek valt (voor mij) niet te bepalen. Hardcore vegetariërs hebben nogal de neiging om wetenschappelijk onderzoek uit te leggen in het voordeel van niet-vleeseters. Zo waren er vorig jaar Nederlandse wetenschappers die beweerden dat vlees eten het slechtste in mensen opwekte (vleeshufters’), tot bleek dat er gesjoemeld was onderzoeksresultaten. Op www.deplanteneter.nl staan veel boude beweringen over het seksleven van vegetariërs. Planteneters zouden meer energie hebben (goed voor de seksdrang), beschikken over schoner bloed (goed voor de erectie en de clitoris), lekkerder ruiken en proeven, een mooiere huid hebben, slanker zijn en zelfverzekerder in het leven staan (goed voor seksuele aantrekkingskracht). Ik heb gezocht naar bewijzen voor deze stellingen, maar die vond ik niet. Helaas, want niets is zo goed voor een doorbraak als ‘de geur van betere seks’. Los daarvan hoop ik er persoonlijk op dat het waar is.

 

Kijk Magazine 2013, nummer 01: Valhelm 

Nou, ik heb me wat op de hals gehaald. In mijn vorige column, over de geschiedenis van de bustehouder, kondigde ik grappig aan dat ik het in mijn volgende bijdrage zou hebben over een echte mannenzaak: de peniskoker. Ik dacht dat iedereen mijn koddige aankondiging wel zou vergeten, maar een paar dagen voor mijn deadline kreeg ik mail van een KIJK-redacteur die mij aan mijn belofte herinnerde. Ik moet bekennen dat ik nooit serieus over peniskokers had nagedacht. Er stonden mij een paar afbeeldingen bij van Afrikaanse en Indonesische krijgers die hun geslachtsdeel hadden opgepimpt met vrolijke toeters, maar meer kon ik er feitelijk niet over bedenken. Peniskokers bestaan – leerde ik – waarschijnlijk al zeer lang. Een archeologische tentoonstelling in Drenthe exposeerde een tijdje terug een gouden peniskoker uit de bronstijd, maar vermoedelijk werden peniskokers al veel eerder gedragen. Heden ten dage worden peniskokers meestal vervaardigd van kalebassen, de grote vruchten van komkommerachtige planten. De bekendste peniskokerdragers leven tegenwoordig in Indonesië en Nieuw-Guinea. Leken zoals ik zouden kunnen denken dat zo’n koker, of koteka, bedoeld is om een bepaalde seksuele boodschap over te brengen aan vertegenwoordigers van het andere geslacht, maar uit interviews die antropologen hielden met peniskokerdragende Papoea’s blijkt echter dat zij zelf vinden dat hun kokers uitsluitend zijn bedoeld om zichzelf te bedekken en beschermen. De peniskoker als valhelm. Dit klopt niet helemaal met het gebruik om peniskokers omhoog gericht te dragen, met een touw om het middel om het ding in de goede positie te houden. Antropologen vermoeden dat de koker op deze manier een permanente erectie uitbeeldt, oftewel een vertoon van zinnelijkheid en constante paraatheid. Uiteraard kan een peniskoker danig in de weg zitten bij dagelijkse arbeid. Daarom dragen met name jonge mannen vaker korte kokers met een brede opening aan de bovenzijde (aldus Wikipedia). Het aantal mannen dat een peniskoker dagelijks aanheeft, is de afgelopen decennia afgenomen, hoewel veel Papoea’s het dragen zien als een uiting van hun identiteit. Zij voelen zich naakt zonder koker, al zijn er ook veel dragers die het uitsluitend doen voor het toerisme, zoals in Volendam mensen in klederdracht rondlopen. Peniskokers als toeristische attractie dus. Of de peniskokers uiteindelijk zullen verdwijnen valt niet te voorspellen. Onze westerse variant, de zogenaamde braguette of kullezak, heeft de tand des tijds in elk geval niet overleefd. Ik beloof niet dat ik daar volgende maand over zal uitwijden, maar het zou zomaar kunnen.

 

2012

Kijk Magazine 2012, nummer 13: Typisch Vrouwelijk 

Een KIJK-lezeres verweet me dat ik mijn stukjes meer schreef voor mannen dan voor vrouwen. Natuurlijk ontkende ik dat stellig. tot ik moest toegeven dat ze misschien wel gelijk had. “Waarover zou je willen dat mijn volgende stukje gaat?” vroeg ik toegeeflijk. “Iets typisch vrouwelijks? Breien? Gevoelens? Haarextensies? De geschiedenis van de beha?” Dat laatste onderwerp kreeg haar goedkeuring en dus zit ik mij al een halve dag te verdiepen in de ontwikkeling van dat enigmatische kledingstuk. Wat is de functie van een beha? Wanneer ontstond hij? Helpen ze tegen hangende borsten? Draagt iedere vrouw er een? Om die laatste vraag meteen te beantwoorden: uit onderzoek blijkt dat bijna de helft van de vrouwen in een westers land als Denemarken in de jaren tachtig géén beha droeg. Een decennium later was dit aandeel gedaald tot 15procent. Maar in mediterrane landen stutten vrijwel alle vrouwen hun borsten met ondersteunende stukken stof. Want dat lijken de voornaamste functies van de bustehouder: het ondersteunen, vervormen én/of verbergen van borsten. Sommige beha’s zorgen ervoor dat borsten groter lijken (push-ups of Wonderbra’s), andere drukken de borsten plat tegen het lichaam (zogenoemde minimisers). En dan zijn er nog exemplaren die speciaal zijn bedoeld voor kleding zonder schouderbandjes (strapless). Of er een relatie is tussen hangende borsten op latere leeftijd en het wel of niet dragen van een beha? Daarvoor zijn helaas geen overtuigende bewijzen. We weten trouwens wel dat de bustehouder al in de Romeinse tijd bestond: atletes bonden lappen strak om hun lichaam zodat hun borsten niet bungelden bij het hardlopen of bij andere sporten. Zoals KIJK enkele nummers geleden al schreef, maakte de Universiteit van Innsbruck onlangs bekend dat zij bij archeologische opgravingen vier linnen beha’s hadden gevonden van zo’n 600 jaar oud. Deze kledingstukken waren versierd met kant en ornamenten en dus niet louter bedoeld voor ondersteuning. Dit betekent dat ‘de beha zoals wij die kennen’ al bestaat sinds de late middeleeuwen, en niet sinds het einde van de negentiende eeuw, zoals men lange tijd aannam. De gedachte onder modehistorici was altijd dat de beha ontstond tijdens de eerste feministische golf (de beweging die tussen 1870 en 1920 streed voor meer vrouwenrechten). Het dragen ervan stond voor vrijheid. In latere feministische golven (die rond de jaren zeventig van de vorige eeuw) werd de beha juist gezien als onderdrukkend, en dus deden vrouwen in groten getale hun ondersteunende lappen de deur uit. Sommigen verbrandden ze zelfs. Een roerige geschiedenis dus! Ik hoop dat ik hiermee mijn belofte eens over een vrouwelijker onderwerp te schrijven gestand heb gedaan. Volgende keer weer een echte mannenzaak: het hoe en waarom van de peniskoker.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 12: Seks en Parasieten 

Vorige maand had KIJK een heerlijk informatief hoofdartikel genaamd ‘Waarom is seks lekker?’ Lekker is misschien niet helemaal het juiste woord. Een chocolade-ijsje is lekker en in de zon liggen is lekker, maar seks lijkt deze geneugten toch te overstijgen (ik hoop niet dat ik mensen met deze bewering aan het twijfelen breng). Seks is zo ‘lekker’ dat huwelijken ervoor worden gesloten en later weer uit elkaar spatten (als echtelieden geen seks meer hebben en hun plezier buiten de deur zoeken), zo lekker dat politici hun hele toekomst en die van hun land ervoor in de waagschaal leggen, zo lekker dat mensen elkaar ervoor verkrachten en zelfs vermoorden. De ziedende kracht van seks. De vraag is niet alleen waarom seks zo lekker is, maar ook waarom we überhaupt seks hébben. Duizenden levensvormen en diersoorten weten zich al miljarden jaren perfect voort te planten zonder lekkere seks. Er zijn verschillende vormen van seksloze voortplanting. Eencellige organismen klonen zich, waarbij hun genetisch materiaal zich verdubbelt. Ingewikkeldere levensvormen zoals planten reproduceren individueel, en ook bijen, veel vogels en andere diersoorten vermenigvuldigen zich prima via ‘ongeslachtelijke voortplanting’. Vrijwel alle ‘hogere’ dieren gebruiken daarentegen seks. Hoewel niet per se altijd. Er zijn beestjes die zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten (er zijn ook voorbeelden van kippen en kalkoenen die via parthenogenese, dus zonder seks, nageslacht hebben gekregen). De vraag is: als zo veel diersoorten zich via parthenogenese kunnen reproduceren, waarom wij dan niet? Zou het niet handiger zijn om de seks de seks te laten (al dat gedoe ook) en je kinderen gewoon te klonen? Over de vraag waarom seks bestaat, wordt binnen de wetenschap fel gediscussieerd, zoals over veel belangrijke zaken wordt gestreden. Een van de gangbare theorieën (de ‘Red Queen-hypothese’, naar een personage uit Alice in Wonderland) is dat het allemaal te maken heeft met parasieten. Bacteriën en andere huftertjes die grotere dieren ziek maken en hun voorbestaan bedreigen, planten zich veel sneller voort dan de organismen die ze aanvallen. Het tuig is hierdoor veel beter toegerust voor veranderende omstandigheden. Als wij, hogere dieren, ons zouden klonen zou ons afweersysteem tegen indringers en ziekmakers van het ene individu op het andere worden overgegeven, en zich dus tergend langzaam aanpassen. Maar met de introductie van seks werd het mogelijk om de afweersystemen van twee individuen (een mannetje en een vrouwtje) te combineren tot een nieuw afweersysteem tegen parasieten. Er zitten veel haken en ogen aan, maar een gevolg van geslachtelijke voortplanting is dat we het gevecht met de kleine onzichtbare huftertjes die ons bedreigen beter aan kunnen. Seks is, volgens deze theorie, een wapen in de eeuwige wedloop tegen parasieten. Lekker, en dus ook zeer nuttig.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 11: Frottage 

In een schoenendoos bewaar ik een vrolijke stapel speciaal voor KIJK geselecteerde artikelen. Daartussen een schrikbarend bericht uit het Algemeen Dagblad over de beugeldisco Alcazar in Puttershoek (Zuid’ Holland), bezocht door kinderen van 12 tot 15. Deze club verbood vorig jaar het zogenaamde ‘schuren’, een danssoort waarmee lieden ‘de geslarhtsdelen tegen elkaar aanwrijven’. Het verbod werd ingesteld nadat meisjes bij de beveiligers hadden geklaagd dat ze door hitsige jongens seksueel waren betast. Er zit een grens tussen aanwrijven en aanranden. Na onderzoek merkten de discobeheerders dat de condoomautomaten in de toiletten op het eind van de avond nagenoeg leeg waren. Jongens zouden massaal kapotjes hebben omgerold, om dusdanig hard tegen meisjes op te wrijven dat zij – de jongens dus – hiervan klaarkwamen in hun boxertjes. Mijn aantekening bij dit bericht: ‘Nou ja, ze deden het in ieder geval veilig: Aanvankelijk verdacht ik dit verhaal van een hoog broodje-aapgehalte. Zouden die jochies echt op de wc hebben geprobeerd met vooruitziende blik hun slappe piemeltjes in een Durex te wurmen? Ik weet dat jongens in die leeftijd vaak zo viriel zijn dat ze al spontaan kunnen klaarkomen bij de aanblik van een banaan en twee tomaten, maar toch kwam het verhaal van al die spuitende pubertjes me een beetje ongeloofwaardig voor. Zou het voor de schuurjongens niet makkelijker zijn geweest om gewoon een meisje versieren en het condoom te gebruiken op de wijze waarvoor een condoom is bedoeld? Of het verhaal over die condooms waar is, weet ik niet, maar het verschijnsel bestaat wel degelijk. Bij het krantenartikel had ik dan ook het woord frottage gekrabbeld, een term uit de seksuologie die slaat op een bepaalde vorm van ‘niet-penetratieve seks’, oftewel seks zonder dat er daadwerkelijk wordt geneukt. Een andere term voor frottage is daarom ‘droogneuken’. Niets menselijks is dieren vreemd: ook in de dierenwereld komt frottage (van het Franse woord voor wrijven) veelvuldig voor. Apen, met name bonobo’s, geven zich regelmatig over een lekker potje schuren of bubbling, een variant waarbij vrouwen met hun billen tegen de schaamstreek van de man wrijven. Maar ook honden rijden met veel plezier op tegen verkeerspaaltjes of bovenbenen, en zelfs dolfijnen kennen het plezier van droogneuken in het water. Let op, frottage is de vrijwillige variant van deze vorm van seks. Er is ook een ongewenste variant, die zich meestal afspeelt in volle trams, metro’s, liften, bij popconcerten en op andere plekken waar veel mensen op een kluitje staan. Wanneer lieden seksueel opgewonden raken van het onvrijwillige contact tussen hun lichaam en de lichamen van onbekenden spreken seksuologen van ‘frotteuristen’, Dit zijn dus de terroristen onder de goed bedoelende ‘frottagisten’. Jammer dat het altijd weer een kleine groep slecht opgevoede puberjongetjes is die het voor vele ‘liefdevolle wrijvers’ verpest.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 10: Spierzak 

Mijn dochter van 12is hartjesverslaafd. In haar accountnaam op Twitter zitten hartjes, er staan hartjes op haar schriften, in haar kleren zitten hartjes, ons hele huis heeft ze ondergekliederd. Vorige maand had ik het over het menselijk hart en hoe dat bij liefdesverdriet de vorm van een Japanse inktvispot kan aannemen. Toen ik hierover aan de eettafel vertelde, vroeg mijn dochter plotseling geschrokken of een <3 eigenlijk iets met een normaal hart te maken heeft. Een terechte vraag. Het is natuurlijk best vreemd dat een nogal lomp orgaan van anderhalve kilo roodbruin vlees model staat voor onze mooiste en meest verheven gevoelens. Een Deens spreekwoord zegt: “De basisfunctie van een hart is te blijven pompen.” En hoewel dat een open deur is, klopt het natuurlijk wel. Het hart is een enorme krachtpatser. Zijn prestatie is van Olympisch formaat. Tijdens een mensenleven duwt een beetje hart rustig een half miljard liter bloed door 100.000 kilometer bloedvat (een wezenloos idee: in één mens zit genoeg bloedvat om de aarde tweeënhalf keer te omtrekken). Per dag pompt een hart genoeg bloed om 15.000 melkpakken mee te vullen. Het is een veel sterkere spier dan de beenspieren van hardlopers of de armspieren van gewichtsheffers. Toch zullen weinigen het hart om deze redenen loven. Het wordt gezien als een romantisch orgaan dat vooral te maken heeft met ons gevoelsleven. Wereldwijd bestaan er ontelbaar veel spreekwoorden die het hart bijzondere eigenschappen toedichten. Woorden komen recht uit het hart. Met heel het hart. Iemand kan een rijk hart hebben. Of een groot hart. Of een klein hartje. Harten draaien om. Harten verzakken. Harten moeten worden veroverd. Als harten ergens vol van zijn, stroomt de mond ervan over. Het hart is het universele zinnebeeld voor liefde. Historici hebben zich afgevraagd waarom dit zo is, en waarom het feitelijke hart (die lompe spierzak) eigenlijk niet hartvormig is (als het hartje). Een eeuw of acht geleden werd de gestileerde hartvorm symbool voor ‘zaken die het hart aangaan’, maar de vorm is eigenlijk nog ouder. Er bestaat een prehistorische afbeelding van een olifant, in een grot in Spanje, waar ter hoogte van het hart duidelijk een hartje is getekend zoals mijn dochter dat zou doen. Vreemd, want het olifantenhart heeft die vorm niet. In de middeleeuwen tekende men het hart als een hartje omdat men dacht dat de oude Grieken het zo tekenden. Deze interpretatiefout is er honderden jaren later de oorzaak van dat mijn hele huis met hartjes is ondergekliederd. Hadden de middeleeuwers zelf onderzoek naar het hart gedaan en vervolgens een realistischer (lees: lomper) symbool bedacht, dan had de liefde het vast met een ander zinnebeeld moeten doen.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 09: Viskruik 

Het was een broeierige zomernacht in 1988 en ik werkte als nachtportier in een ziekenhuis. De deuren stonden wijd open om de verkoelende nachtwind binnen te laten. Om een uur of drie kwam met die bries plots een Turkse man de hal binnengerend, wild wijzend op zijn hart. Hij gaf aan dat hij onnoemlijke pijn had. Ik drukte op de noodknop voor reanimaties. Binnen een minuut kwamen er allemaal slaperige artsen de hal in gesneld – waarna bleek dat iemand die rennend een ziekenhuis binnenkomt natuurlijk niet hoeft te worden gereanimeerd. Toen de artsen brommend weer naar hun bed verdwenen, vroeg de nachtbroeder de Turkse man wat er aan de hand was. De man bleef maar jammeren en wijzen op zijn borst. Uiteindelijk zei hij met een verwrongen gezicht: “Mijn vrouw …Mijn vrouw heeft mij vandaag verlaten.” De man voelde letterlijk zijn ‘gebroken hart’. Dit verhaal heb ik vaak naverteld en ik heb er altijd aan toegevoegd dat de man zich zijn hartenpijn inbeeldde, dat zijn krampen psychosomatisch waren. Niet dat hij zich aanstelde, maar zijn geest voelde pijn die niet in zijn lichaam zat. Althans, dat dacht ik. Inmiddels weet ik dat er tako-tsubocardiomyopathie bestaat, ofwel een ‘gebroken hart-syndroom. Een tako-tsubo is een Japanse aardewerken pot, bedoeld om inktvissen mee te vangen. De pot heeft een brede, ronde bodem en een smalle hals. Japanse artsen hebben ontdekt dat het hart, met name de linkerhartkamer, de vorm van een taketsubo kan aannemen. Dit gebeurt als iemand grote emotionele stress ervaart. Nederlandse artsen spreken in dat geval soms van een viskruikinfarct. Bij een grote emotionele schok (als iemand bijvoorbeeld onverwacht de bons krijgt van zijn baas of zijn geliefde) kunnen er zoveel stresshormonen door het lichaam gieren dat het hart van een patiënt plotseling zwakker wordt en zelfs gedeeltelijk verlamd raakt. Het lijkt dan alsof iemand alle symptomen van een hartinfarct heeft. Het hart voelt letterlijk gebroken. Volgens schattingen zou 2 procent van de hartinfarcten eigenlijk een tako-tsubo zijn. Een klein deel van deze gevallen kan bij mannen leiden tot de dood, terwijl vrouwen – volgens de huidige theorieën – een broken heart syndrome altijd overleven. Feit is dat het verschijnsel bij vrouwen, met name oudere vrouwen, veel vaker voorkomt dan bij mannen. Er is ook goed nieuws voor mensen met extreem zwaar liefdesverdriet of ander acuut leed. Als je er niet spontaan aan overlijdt (van schrik dood neervalt’), is de kans dat je ervan geneest zo’n beetje 100 procent. Na twee weken is je hart fysiek weer op orde. Geestelijk duurt de pijn helaas veel langer.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 08: Triootje 

Op deze plek heb ik wel eens onschuldige grapjes gemaakt over de opvatting van sommige strenggelovigen over seksualiteit. Sommige mensen houden er niet van dat medemensen andere dingen met hun plassers doen dan die ene, huwelijkse beweging die God zou hebben bedoeld. Toch zijn het juist vaak deze gelovigen die de lokroep van hun geslachtdelen niet kunnen weerstaan. In een onderzoek uit 2009 van de Harvard Business School wordt de online pornoconsumptie van Amerikanen vergeleken met hun stemgedrag tijdens de presidentsverkiezingen van 2008. Wat bleek? Er was een duidelijke correlatie tussen (religieus) conservatisme en pornosurfen. Acht van de tien staten met het hoogste online pomoverbruik stemden op de strengchristelijke republikein John McCain. In Amerika’s meest religieuze staat, Utah, bleek naar verhouding de meeste online pornografie te worden bekeken. Verheugend nieuws was wel dat de Amerikaanse kerkgangers op de Dag des Heren net iets minder vieze filmpjes en foto’s downleadden dan doordeweeks. Maar voordat ik mij verlies in al te plagerig gemeesmuiI: een aanstekelijk artikel van de Amerikaanse seksblogger Rachel Rabbit White stelt het onderwerp christenen & seks toch in ander nachtlicht. Ik had er nog nooit van gehoord, maar er bestaat in Amerika een heuse Christian Sex Movement, met eigen christelijke erotische sites, christelijke erotische winkels en christelijke stripcursussen (‘strippen voor Jezus’). Geloven in god en seks: het gaat dus toch samen! Er zijn sites van gelovigen die hun schaapjes voorhouden dat God pro life en dus pro sex is. Er is een dominee die samen met zijn echtgenote uitlegt dat seks de Goddelijke band tussen man en vrouw enorm kan versterken: let’s do it His way. Ontwapenend is ook Michal Scott, schrijver van christelijke erotische romans (where love is always a threesome), maar écht bijzonder is de site Christian Nymphos, waarvan ik aanvankelijk dacht dat hij fake was. De christelijke nymfomanen bestaan echter wel degelijk en roepen andere vrouwen op: “Let ushonor God by doing what He wants for us in marriage!” Met andere woorden: neuk je te pletter voor de Schepper, want dat is wat Hij wil. Maar …wél uitsluitend binnen je huwelijk. En dat is meteen de adder onder het christelijke gras: de seksherboren gelovigen prediken over de geneugten van seks (zelfs dildo’s mogen van Jezus), onder de voorwaarde dat het geslachtelijk verkeer louter beperkt blijft tot getrouwden. Homoseksualiteit blijft de Here een gruwel, net als seks voor het huwelijk, voorbehoedsmiddelen, laat staan groepsseks en andere aberraties. Seks is en blijft een trio tussen man, vrouwen God.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 07: Dataverkeer 

Het YouTube-filmpje is inmiddels 1.884.758 keer bekeken. We zien een vrolijke scène die sprekend lijkt op Sesamstraat. Een meisje zingt een educatief liedje waarin ze uitlegt wat ze heeft geleerd van het internet. “Internet is really really great. ..”zet ze uitgelaten in, waarop een harige lobbes die sprekend lijkt op Koekiemonster brult: “…tor poml” Het meisje probeert het opnieuw, maar steeds beweert het blauwe monster dat internet uitsluitend is bedoeld voor de verspreiding van vieze filmpjes en plaatjes. “Why do you think the net was bom? Pomporn poml” Kwaad roept het meisje de hulp in van ‘normale mensen’, die volgens haar geen porno kijken. “You have na idee”, teemt ‘Koekiernonster’, waarna al die normale mensen hem vrolijk gelijk geven. Een briljante persiflage, maar hoe zit het in werkelijkheid? Onlangs publiceerde de website Extreme Tech een onderzoek naar internetporno. Is het web inderdaad vooral masturbatiemateriaal? Een lastig te beantwoorden vraag, aldus Extreme Tech, want er zijn weinig harde cijfers: veel pornosites geven hun bezoekersaantallen uit concurrentieoverwegingen niet prijs. Dus onderzocht de site de advertentiegégevens van Google, dat met behulp van cookies het gedrag van internetgebruikers volgt. Uit deze gegevens blijkt bijvoorbeeld dat er op xvideos.com, de grootste pornofilmpjesaanbieder ter wereld, elke maand maar liefst 4,4 miljard sekspagina’s worden bekeken door 350 miljoen bezoekers – van wie 82 procentman is. Hiermee is xvideos drie keer zo groot als CNN, de belangrijkste internationale nieuwssite. Ook brengt men op een pornosite veer meer tijd door dan op een nieuwssite of een populairwetenschappelijke site zoals KIJK.nl. Het gemiddelde bezoek aan een niet-pornopagina duurt tussen de 3 en 6 minuten; naar porno wordt gemiddeld tussen de 15en 20 minuten gekeken. Een andere populaire blootfilmboer is YouPorn, de op twee na grootste aanbieder in het genre. Op piekmomenten worden er op deze site vierduizend pagina’s per seconde bekeken. Het is wellicht een troostrijk idee voor alle eenzame masturbanten die zich verlustigen aan milfs, bdsm, cfnm, bukkake of dogging: dat er elke seconde nog 3279 andere mannen en 720 vrouwen kijken. AUe cijfers analyserend komt Extreme Tech tot de conclusie dat xvideos alleen al 2 procent van het totale dagelijkse internetverkeer voor zijn rekening neemt. Vergelijkbare sites als YouPorn, Tube8, Pornhub en LiveJasmin doen daar nauwelijks voor onder, waarmee minimaal 30 procent van alle dagelijkse data bestaat uit’ afbeeldingen van geslachtsdelen. ‘Koekiernonster’ had dus toch gewoon gelijk toen hij riep: “Grab your dick eind double click tor porn!”

 

Kijk Magazine 2012, nummer 06: Seksdenken 

Zeg eens eerlijk: wanneer heb jij voor het laatst aan seks gedacht? Zes seconden geleden? Tien minuten? Gisteren? Vorige week? En ben je een vrouw of een man – dat maakt voor het antwoord namelijk uit. Vaak wordt beweerd dat mannen elke 7 seconden aan seks denken en vrouwen elke 24 uur. Loze kreten, die het grappig doen op internet. Natuurlijk speelt bij veel van onze gedragingen seks een rolletje (welke kleren we aantrekken, of we door onze buik of borst ademen en andere vormen van baltsgedrag), maar dat betekent niet dat we concreet aan seks of seksuele handelingen denken. Er is veel onderzoek gedaan naar de frequentie waarmee mensen naar het pornotheater in hun hoofd kijken. De betrouwbaarheid van deze onderzoeken is lastig. Soms moesten proefpersonen achteraf schatten hoe vaak ze op een dag aan het edele minnespel hadden gedacht, soms hielden mensen online bij wanneer ze daadwerkelijk dagdroomden over schaamgymnastiek en soms kregen mensen een tellertje mee dat ze konden indrukken bij een gedachte aan vrolijk gerollebol. Hoe dan ook: de claim dat mannen elke 7 seconden aan seks denken slaat nergens op. Dat zou de logica ook tarten, want hoe zou een vent nog kunnen functioneren als hij 8,5 keer per minuut een expliciete thumbnail voor zijn geestesoog kreeg? Eén onderzoek claimt dat mannen tussen de 18 en 25 gemiddeld 18 keer per dag aan seks denken en vrouwen in dezelfde leeftijdsgroep niet eens zoveel minder: 10 keer. Uit ander onderzoek zou blijken dat vrouwen tussen 27 en 45 jaar meer lustfantasieën hebben dan hun jongere seksegenoten. Dat is opvallend, want vrouwen zijn tussen hun 18de en 26ste veel vruchtbaarder dan in de jaren daarna. En die vruchtbaarheid speelt een belangrijke rol, zo ontdekten weer andere wetenschappers. Vrouwen denken tijdens hun ovulatie bijvoorbeeld significant vaker aan seks dan tijdens hun menstruatie. Op hun drie vruchtbaarste dagen blijken vrouwen zelfs 68 procent meer erotische fantasieën te hebben dan gemiddeld in de hele maand. Ook de focus van de vrouwelijke seksgedachten verandert tijdens die vruchtbaarheidshoogtij. Gemiddeld spelen bij 25 procent van de heteroseksuele vrouwen andere vrouwen regelmatig een rol in hun seksuele fantasieën (terwijl slechts bij 10 procent van de heteroseksuele mannen andere mannen mee-acteren in hun mentale). Maar tijdens de ovulatie nam de aanwezigheid van mannen in de vrouwelijke seksfantasieën sterk toe. Kortom: stof om over na te denken. Maar niet te veel, want anders ga je – statistisch gezien – over je daggemiddelde heen.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 05: Theaterwetenschap 

De beroemde ducktest (‘if it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck; then it probably is a duck’) gaat vaak op, maar niet altijd. Wat er bijvoorbeeld uitziet als een orgasme, trilt als een orgasme en klinkt als een orgasme, hoeft niet per se een orgasme te zijn. Maar waarom zouden mensen eigenlijk doen alsof zij een orgasme hebben? En zijn het alleen vrouwen die dat doen? Leveren gefakete orgasmen een evolutionair voordeel op? Zes op de tien vrouwen beleeft weleens een theaterclimax. Vaak wordt gedacht dat zij dit doen om de tere ego’s van hun bedpartners niet te knakken. Of, zo zeggen onderzoekers, omdat ze bang zijn dat een man anders ‘te dichtbij komt’. Ook zou een surrogaathoogtepunt seksuele ervaring moeten suggereren. Evolutionair gezien hebben vrouwen inderdaad belang bij faken. Vrouwen bereiken veel moeilijker een hoogtepunt dan mannen. Wetenschappers denken dat vrouwen faken om mannen aan zich te binden, vanwege de waarde die mannen hechten aan het vrouwelijk orgasme (wellicht omdat het de bevruchting zou bevorderen). Uit onderzoek blijkt verder dat er een relatie is tussen de kans dat partners van vrouwen vreemdgaan en de mate waarin die vrouwen orgasmen voorwenden. Als vrouwen vermoeden dat hun mannen vreemdgaan, vertonen zij meer cost-inflicting mate retention behavior: ze flirten bijvoorbeeld met anderen voor de ogen van hun partner, in de hoop dat die jaloers wordt, of worden boos op vrouwen die met hun partner flirten. Vrouwen die dit gedrag vertonen, faken eerder orgasmen dan vrouwen die dat niet doen. Hierdoor vermoeden onderzoekers dat de gefakete seksuele ontlading onderdeel is van de evolutionaire strategie van vrouwen om potentieel overspelige partners aan zich te binden. En mannen? Ja, ook mannen doen aan nepspuiten, al heeft dat op het moment suprême natuurlijk weinig evolutionair voordeel, want gefaket zaad bestaat niet. Toch faket, volgens Engels onderzoek, 23 procent van de mannen wel eens een orgasme, waarbij zij als voornaamste reden opgeven dat zij hun partners gerust willen stellen. Mannen faken uit liefde en bezorgdheid en natuurlijk om gezichtsverlies te voorkomen. Op internet vond ik tips om te bepalen of je partner wel echt klaarkomt (‘Geen stijve tepels? Dan geen orgasme!’). Maar waarom zou je dat willen weten? Als het voelt als een orgasme en klinkt als een orgasme, behandel het dan als een orgasme, zou ik zeggen. Je partner bedoelt er volgens de wetenschappers in elk geval niets slechts mee.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 04: Vergipsing 

Laatst schreef ik voor een krant over het gerucht dat een geheim vrouwengenootschap afgietsels van de geslachtsdelen van mannelijke BN’ers verzamelt. Tv-presentatoren, acteurs en sporters zouden door deze vrouwen zijn verleid om hun geërecteerde genenimplanteerstift in het gips te steken voor een afdruk. Om de zoveel tijd zouden de dames elkaar hun nieuwe veroveringen tonen. Dit verhaal is een urban legend: een verzonnen verhaal – vaak met een bizarre ontknoping – dat in verschillende tijden en gebieden als waarheid wordt doorverteld. Altijd is er de verzekering dat het verhaal echt is gebeurd, vaak zou het zelfs zijn terug te voeren op directe kennissen. Een geliefd onderwerp van deze urban legends is seks. Zo gaat – zowel in Europa als in Amerika – het verhaal over een huwelijksfeest waarbij de bruidegom tijdens zijn speech alle aanwezigen bedankte voor hun aanwezigheid, onder wie zijn beste vriend die ook getuige was. Daarna vroeg hij iedereen de foto te pakken die onder de zitting van de stoel zat geplakt. De verbijsterde gasten zagen geheime opnames van de bruid en de getuige, die een paar dagen voor het huwelijk seks hadden gehad. Een mooi voorval, dat hoogstwaarschijnlijk nooit heeft plaatsgevonden. In veel urban legends spelen penissen de hoofdrol. Er is de beroemde sage dat na een vliegtuigramp tussen de wrakken een stewardess werd gevonden met een erectie in haar keel. De vrouw zou de piloot tijdens de vlucht met haar mond in een dusdanige staat van opwinding hebben gebracht dat hij vergat zijn stuurknuppel te hanteren. Totaal verrast door de crash beet de stewardess het geslachtsdeel van de piloot af, waarna ze er pardoes in stikte (wat op zich geen nare gevolgen meer had). Klinkt hilarisch, maar is nooit gebeurd. Ook zou ooit de verkoop van een bepaald merk pepermunt zijn gestegen omdat het gebruik ervan orale seks een enorme boost zou geven. Als een vrouw op een paar van die muntjes knabbelde voor zij zich op de grote munt van haar partner stortte, zouden genotsstoffen van de pepermunt via haar mond direct worden opgenomen door de penis. Leuk bedacht. maar niet waar. Maar sommige urban legends bevatten wel degelijk een spoor van waarheid. Na mijn krantenstukje over de penisverzamelende vrouwen kreeg ik van meerdere kanten de tip om eens te kijken op de website www.cynthiapastercaster.com. waar een kunstenares foto’s heeft gezet van de afgietsels die ze maakte van de erecties van beroemde popmuzikanten zoals Jimi Hendrix. Misschien minder tot de verbeelding sprekend dan een geheim vrouwengenootschap, maar toch mooi.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 03: Bliksem 

Het was een koude novemberavond. Een jongeman kwam een café binnen waar hij een blind date had met een jonge studente. Hij was een beetje gespannen en de studente ook. Ze zagen elkaar. Een vonk sloeg over. Coup de foudre (blikseminslag), zoals het fenomeen ook heet, is gehuld in de nevelen der romantiek. Lust op het eerste gezicht komt veel vaker voor, maar slechts weinig one night stands lopen uit op thousand+ night love. De verschillende onderzoeken naar de pijlen van Cupido spreken elkaar tegen. Volgens de een gelooft twee derde van de mensen dat liefde op het eerste gezicht wel degelijk mogelijk is, maar andere onderzoekers beweren dat 89 procent van de mensheid er juist niet in gelooft. Beide kampen zijn het er wel over eens dat het verschijnsel geen vrouwelijke zwijmelgedachte is, maar eerder een mannending. Mannen zijn sowieso eerder verliefd (zo is wetenschappelijk aangetoond); ze zijn romantischer en willen sneller met een vrouw de liefde bedrijven dan andersom. Dat laatste is biologisch niet al te moeilijk te verklaren: bij vrouwen slinkt de hoeveelheid follikels (zeg maar de eitjes) elke menstruatie met ongeveer duizend, tot er halverwege hun veertigste niet een meer over is. Mannen hebben tot aan hun dood echter een schier onuitputtelijke hoeveelheid genetisch erfmateriaal beschikbaar. Mannen willen dus dolgraag met vrouwen naar bed. In 2006 werd onderzocht hoe graag. Wetenschappers betaalden knappe meisjes om praatjes aan te knopen met mannelijke studenten en hen vrij snel te vragen of zij zin hadden in seks. Drie kwart van de mannelijke studenten hoefde daar niet lang over na te denken: ja, natuurlijk! Hierop herhaalde men het experiment met aantrekkelijke mannen die vrouwelijke studenten aanspraken en vroegen of zij met hen naar bed wilden. Honderd procent van de vrouwen hoefde daar ook niet lang over na te denken: natuurlijk niet! Letterlijk nul vrouwen zeiden ja. Overigens is het beter te spreken van liefde ‘binnen één uur’ dan ‘op het eerste gezicht’, want er moet minstens een beetje worden gebabbeld voordat de liefde toeslaat. Vrouwen kunnen dan onbewust peilen hoe groot de woordenschat van de man en dus zijn intelligentie is, en wat zijn sociale status is. Daar hebben potentiële eerstegezichtsliefdes maximaal slechts 10.000 woorden voor nodig (als ze gemiddeld drie woorden per seconde praten). Dan pas slaat, bij vrouwen, de bliksem in. In het geval van de studente en de jongeman (inmiddels columnist van KIJK) hierboven: die hebben – zestien jaar later – drie kinderen en zijn nog steeds gelukkig bij elkaar. Soms bestaat liefde op het eerste gezicht, zwijmel ik maar even als een echte man.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 02: Digizappen 

In vroeger tijden lukte het me nog weleens om met de afstandsbediening in de hand mijn hoogstpersoonlijke tv-avond bij elkaar te buizen. Flarden film, brokken sport, fragmenten science-docu’s: met een beetje doorzappen was ik zo drie heerlijke lege uren verder. Tegenwoordig is dit genot mij ontnomen, omdat de afstandsbediening elke avond stevig ligt verankerd in de handen van mijn kinderen (doorgewinterde Homo sapiens zappiens). Bij gebrek aan afstandsbediening gebeurt het steeds vaker dat ik ga digisurfen: rondstruinen langs sites om mijn hoogstpersoonlijke computeravond bij elkaar te klikken. Flarden howstuffworks.com, brokken popsci.corn, fragmenten sciencedaily.com. Wat er op zo’n digizapavond niet allemaal voorbij komt… Zap! Als vrouwen op zoek zijn naar een long-term partner, is er – volgens bakadesuyo.com – een verschil in voorkeur tussen vrouwen met aantrekkelijke lichamen en vrouwen met minder aantrekkelijke lichamen, gemeten naar body mass index en waist-to-hip ratio. De knappe vrouwen blijken rijke mannen te prefereren en de minder knappe juist aantrekkelijke mannen. Waarom zou dit zo zijn? Zap! In Amerika bestaat onder de leraren die seksuele voorlichting geven het idee dat als jongeren maar zo laat mogelijk beginnen met seks, zij minder zullen vreemdgaan. minder seksueel overdraagbare ziektes zullen krijgen en minder vaak ongewenst zwanger zullen worden. Aldus sciencedaily.com. Uit onderzoek van de Universiteit van Michigan blijkt dat deze veronderstelling in het geheel niet klopt. Sexual risk-taking heeft niets te maken met de leeftijd waarop men aan seks begint. Zap! In Frankrijk hebben onderzoekers garnalen gekweekt uit bewaarde eitjes van verschillende tijdvakken, zo schrijft popsci.com. Op die manier verkreeg men anno nu garnalen uit 1985, 1996 en 2007 (een periode van 160 garnalengeneraties). Wat bleek? Als vrouwtjes paarden met mannetjes uit eitjes van een vroegere of latere generatie, hadden zij zelf een grotere kans om eerder te sterven dan wanneer ze paarden met een man van hun eigen generatie. Kortom de waarschuwing: wanneer tijdreizen ooit mogelijk wordt, pas er dan voor op om seks te hebben met een toekomstige (of verleden) man of vrouw … Zap! Veel mensen maken zich zorgen over het milieu. Wellicht dat zij ook in de keuze van hun erotische gebruiksartikelen zouden willen letten op duurzaamheid, maar dat zij dit niet doen omdat het niet echt sexy is. Hoe de-erotiserend is het immers om eerst te onderzoeken of een condoom biologisch afbreekbaar is alvorens hem om te rollen? Geen nood, er zijn nu vele eco-friendly seksproducten op de markt, schrijft treehugger.com. Enfin, enzovoort, enzovoort. Ik heb die hele afstandsbediening niet meer nodig. Digizappen bezorgt me minstens zoveel heerlijke lege uren.

 

Kijk Magazine 2012, nummer 01: Japans perspectief

Een paar weken geleden schreef ik in de Volkskrant over het verschijnsel bukkake. Zelden zoveel reacties gehad. Voor wie het weten wil: bukkake is een Japans pornogenre. Japanners zijn, even onder ons, een beetje vreemd als het om seks gaat. Althans vanuit westers perspectief, want zij vinden onze omgang met geslachtsdelen natuurlijk weer raar. In Japan is de uitbeelding van procreatieve handelingen altijd een gewaardeerde kunstvorm geweest. Toen schilders in Europa zich slechts in het geheim konden wijden aan artistieke impressies die door de kerk als obsceen werden beschouwd, bloeide in Japan de shunga: sterk tot de verbeelding sprekende erotische houtsnedes. Seks met dieren, demonen en buitenlanders – Nederlandse zeevaarders! – waren geliefde onderwerpen. Boeken met shunga’s werden waarschijnlijk voor dezelfde masturbatoire doeleinden gebruikt als hedendaagse pornolectuur. Als Japanse meisjes vroeger trouwden, kregen zij van hun ouders een shungaboek ter inspiratie voor het huwelijk. Feit is dat shunga’s konden worden geleend van huurboekhandels (kashihonya), zoals men in onze tijd porno-dvd’s kan huren. In 1808 waren in Japan letterlijk honderden van dit soort ‘shungatheken’. Maar halverwege de negentiende eeuw werd de Japanse wetgeving strenger. In 1907 werd artikel 175 aangenomen, dat het tonen van schaamhaar en volwassen geslachtsdelen verbood. Deze wet is in 2011 nog vrijwel ongewijzigd van kracht, waardoor Japanse pornografie altijd wordt gekenmerkt door weggepixelde geslachtsdelen. Deze vorm van censuur heeft ertoe geleid dat Japanse filmmakers en pornografen heel nieuwe varianten op de shunga hebben bedacht. Sperma wordt in artikel 175 niet genoemd, dus ontstond er halverwege de jaren tachtig een ware cultus rond vrouwen die het zaad van mannen ontvangen in hun gezicht. Je raadt het al: deze vorm van pornografie heet bukkake. Het idee werd in de jaren negentig door alle grote internationale porno-industrieën (VS, Nederland, Brazilië) schaamteloos gekopieerd. Er zijn door de Japanse wetgeving nog wel meer vormen van ‘geoorloofde’ pornografie ontstaan. Voor wie het weten wil: er is het genre aka-chan purei, waarin Japanse mannen zich als baby’s verkleden waarna ze door hun ‘moeder’ worden verwend. Burusera draait om schoolmeisjes en bij gokkun drinken vrouwen bekers mannenzaad alsof het glazen RivelIa zijn. Voor ons wellicht een beetje vreemd – en niet lekker. Maar wie zijn wij om te oordelen?

 

2011

Kijk Magazine 2011, nummer 13: Shoarmasaus 

Op de middelbare school had ik een klasgenoot die beweerde dat hij zichzelf oraal kon bevredigen. Hij heeft zijn claim nooit gestaafd met een praktijkvoorbeeld, maar hij bleef volhouden dat hij zijn lichaam in een hoek dusdanig omhoog kon vouwen dat hij bij zijn eigen schaamstreek kon. Ach ja, good for him. Eerlijk gezegd heb ik over de wereld van de zelfpijp nooit veel nagedacht, maar volgens mij vergt het zoveel geconcentreerde mondpeniscoördinatie dat het nooit aangenaam kan zijn. Vorige week stuitte ik echter op een stel bijzondere hiërogliefen. Een van de afgebeelde figuren balanceerde staand op zijn schouders met zijn benen in de lucht. Zijn immense geslachtsdeel bungelde daarbij vrolijk in zijn mond. Een overduidelijk voorbeeld van wat in de wetenschap autofellatio wordt genoemd. Volgens oudheidkundigen was deze vorm van masturbatie een belangrijk onderdeel van de Egyptische godsdienst. Tijdens religieuze rituelen moesten sommige mannen zichzelf proberen af te zuigen, om na hun orgasme het zaad op de grond te spugen. Volgens historici zouden de Egyptische goden zelf ook regelmatig hun eigen geslachtsdeel even langs hun lippen donderjagen. Over de Egyptische God Osiris – naamgever van menige shoarmatent – werd geschreven dat hij zichzelf pijpte om zijn sperma te kunnen doorslikken en hiermee te voorkomen dat de sterren van de hemel zouden vallen. Denk hier maar eens aan als je naar de sterrenhemel kijkt. Of knoflooksaus bij je shoarma eet. Autofellatio is niet voor iedereen weggelegd. Seksuologen schatten dat slechts 3 procent van de mannen ertoe in staat is en 1procent het daadwerkelijk doet. Dat betekent dat van de 6 miljoen volwassen Nederlandse mannen 60.000 weleens vooroverbuigen om zichzelf te verwennen (dat komt neer op een stad ter grootte van Vlissingen of Roermond). Van twee beroemdheden is bekend dat zij zichzelf kunnen of konden pijpen. De ‘King of Porn’, een onappetijtelijk heerschap genaamd Ron Jeremy, liet in zijn vroegere pornofilms zien dan hij er meester in was (inmiddels oogt hij als een dikbuikige gorilla en zal hij het onmogelijk meer kunnen). En van popicoon Marilyn Manson wordt beweerd dat hij een rib uit zijn lichaam heeft laten verwijderen om makkelijker met zijn mond bij zijn geslachtsdeel te kunnen. Inderdaad: een typisch gevalletje van ‘good for him’.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 12: Make-over 

Mijn heldin heet Vivianne Bendermacher. Als hoofdredacteur bestiert zij dit blad al tijden, terwijl ze in feite nog vreselijk jong is. Onder haar leiding krijgt KIJK vanaf dit nummer een geheel vernieuwde vormgeving. Mede hierom moest mijn oude foto – uit 1837 alweer – worden vervangen en volgde er een fotoshoot voor een reeks portretten waarin ik steeds een andere pose moest aannemen: lachend, bedroefd, verbaasd, ernstig, christelijk en alsof er een liter kokend lood in mijn achterste werd gegoten (ik ben benieuwd welke foto Vivianne bij dit stukje heeft geplaatst). Mijn heldin heeft regelmatig bijzondere columnonderwerpen voor me, waartussen het soms verdraaid lastig kiezen is. Dit keer kreeg ik maar liefst vier inspirerende invalshoeken. De eerste betrof een studie over het evolutionaire nut van het vrouwelijk orgasme. Daarover wordt in de seksuologie al ruim 40 jaar gedebatteerd. Komen vrouwen klaar vanwege een evolutionair voordeel of is hun orgasme een bijproduct van het mannelijk orgasme? Zonder sperma geen nageslacht – en dus krijgen mannen van de natuur een lekker cadeautje als zij investeren in de productie van zo goed mogelijke zaadjes. Vrouwen krijgen ook cadeautjes, maar waarom? Volgens sommige wetenschappers komen vrouwen lekkerder klaar bij mannen met sterkere genen en zorgt hun orgasme ervoor dat sperma efficiënter naar hun baarmoeder wordt gezogen. Tegenstanders van deze theorie hebben nu duizenden tweelingen onderzocht op orgasmegevoeligheid. De resultaten moeten nog worden geduid, dus wordt vervolgd. Vivianne’s tweede artikel ging over een nieuw sociaal netwerk. Naast Twitter, Facebook, LinkedIn en Google+ is er nu MyMicrobes, een site waar je mensen kunt ontmoeten met dezelfde darmbacteriën. Kostje ruim 2000 dollar, maar dan kun je wel met gelijkgedarmden praten over eten en gezondheid. Ook een bijzonder columnonderwerp was het onderzoek naar de seksuele problemen van middelbare mannen wier vrouwen goed bevriend zijn met hun beste vrienden. Is er bij mensen sprake van partner betweenness (ze delen hun beste vrienden), dan knaagt dat bij de man namelijk aan zijn traditionele gevoel van mannelijkheid. Het gevolg: erectieproblemen en impotentie. Het laatste inspiratiestuk ging over een Duitse designer die ervan baalde dat mobiele telefoons geen warme gevoelens kunnen overbrengen. Dus ontwierp hij een mobieltje waarmee ook kan worden gegrepen, geblazen en zelfs gekust. Het is jammergenoeg nog niet te koop – want daarmee had ik mijn heldin wat graag gefeliciteerd met KIJKs make-over.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 11: Ludduvvuddu 

Soms gebeurt het als columnist dat een onderwerp gewoon naast je komt zitten. Afgelopen maand was ik op het popfestival Lowlands, waar 55.000 mensen zich drie dagen lang overgeven aan popmuziek, drank en elkaar. Op zondagmiddag zat ik op een grasveldje wat te dommelen. Er kwam een jongen naast me zitten van een jaar of twintig, die ik aanvankelijk niet zo in de gaten had tot ik hoorde dat hij zat te snotteren. Ik vroeg hem of het wel goed met hem ging. Hij vermande zich, keek me aan, herkende me en zei dat hij mijn rubriek in KIJK altijd las. “En moet je daarom huilen?” vroeg ik. Hij gaf geen antwoord. “Laat me raden”, zei ik. “Je meisje heeft je verlaten?” De jongen knikte. “Ze dumpte je dit weekend,” zei ik, “en daarna heeft ze meteen aangepapt met een ander.” Het klopte bijna. “We waren al uit elkaar, maar we zouden nog samen naar Lowlands gaan, als vrienden. Maar toen we hier vrijdag stonden te dansen …” zei hij, waarna hij volschoot, “liet ze zich meteen versieren door een of andere gozer.” Iedereen die eens de zuurzerpe smaak van ludduvvuddu heeft geproefd, weet wat de jongen moest doormaken; de vernedering, de zelfhaat, het onbegrip. Het hele weekend had hij eenzaam over het veld gezwalkt, drinkend en verbeten aanpappend met meisjes. Ik vroeg maar niet hoe hij zo dom had kunnen zijn om met zijn ex-vriendin naar een popfestival te gaan dat voor het overgrote deel in het teken stond van de lokroep van lust en liefde. Wel probeerde ik hem op te beuren met wetenschappelijke kennis over liefdesverdriet. Mensen die verliefd zijn, pompen hun hersens vol met stofjes die zorgen voor euforie en intense gelukservaringen. Ook maken ze meer fenylethylamine aan, waarvan de uitwerking te vergelijken is met die van een drug zoals amfetamine: je krijgt er een grote dosis energie van en je voelt je geweldig. Wanneer na een plotselinge breuk met een geliefde de toevoer van al deze lekkere hersendrugs stokt, is het alsof je moet afkicken van een ernstige verslaving. Het lichaam heeft dan moeite om, zoals deskundigen het noemen, terug te schakelen ‘naar een evenwichtige biochemische toestand’. “Het duurt lang en er valt niet te ontkomen aan de pijn en de afkickverschijnselen,” zei ik tegen de jongen, “maar hoe rot je je nu ook voelt: zeker is dat je dit evenwicht weer zult terugvinden.” Ik legde hem uit dat er een paar gouden regels zijn. Hoe meer je over je liefdesverdriet praat, hoe sneller je het accepteert. Ga niet wanhopig op zoek naar een ander meisje, want als het mislukt voel je de pijn alleen nog maar meer. Zoek geen contact met je ex-geliefde – geen sms’jes, geen ping of WhatsApp, geen mails want hoe meer contact je houdt, hoe moeilijker je biochemie in balans komt. Ga stappen met vrienden. Sport. Bezoek een popconcert. Lees KIJK. Ik weet niet of je je hieraan hebt gehouden, maar wel ben ik ervan overtuigd dat als je dit leest – Léon was het toch? – je je vast alweer veel beter voelt.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 10: Focus

De onvolprezen wetenschappelijke website GeenStijl had een tijdje terug een grappig bericht genaamd (ik probeer de woordspeling ‘getiteld’ te vermijden): ‘Vrouwen staren naar tieten, allemaal’. In het artikel werd verwezen naar een onderzoek van Eyetrackshop.com, een bedrijf gespecialiseerd in oogbewegingstechnologie. Deze firma analyseert met behulp van geavanceerde camera’s waar consumenten precies naar kijken als ze in een tijdschrift bladeren of plaatjes krijgen voorgeschoteld. Waar richten zij hun blik op, en vooral: in welke volgorde doen ze dat? Voor reclamemakers en marketeers is dit nuttige informatie voor het vormgeven van advertenties en communicatiemiddelen. Zo weten we dankzij eye tracking dat 98 procent van de mensen die zoekmachines als Google gebruiken, de bovenste drie zoekresultaten daadwerkelijk bekijkt, maar dat slechts 31 procent naar de gesponsorde suggesties aan de rechterkant tuurt. De rest van de zoekenden kijkt daar gewoon overheen. Het door GeenStijl geciteerde onderzoek toonde aan dat mannen en vrouwen verschillend naar foto’s van halfnaakte vrouwen kijken. Het vooroordeel wilde natuurlijk dat mannelijke ogen vooral bij boezems en billens zouden blijven hangen, terwijl vrouwen zich bij hun seksegenoten zouden richten op de ogen en het gezicht. Not! Geplaatst voor de site van kledingmerk H&M, waarop een slankgeshopt fotomodel halfnaakt en met haar lippen getuit op een tropisch strand stond, gedroegen de testpersonen zich anders dan verwacht. Uit het visual attention pattern bleek dat zowel de vrouwen als de mannen vooral keken naar het sacherijnige gezicht van het fotomodel, naar haar borsten, haar buik en de tekstjes eromheen. De vrouwen keken daarbij opmerkelijk vaker en langer naar borst en buik – en ze staarden ook naar de schaamstreek, een gebied waar de mannen hun ogen nu juist niet lieten rusten. Maar nog opvallender was de volgorde waarin naar de lichaamsdelen werd gekeken, oftewel de visual fixation order. Geconfronteerd met het plaatje van de vrouw keken de mannen eerst langdurig naar haar gezicht, terwijl de vrouwen zich – heel ‘mannelijk’ – eerst ongegeneerd op haar borsten richtten. Pas daarna gingen hun ogen omhoog richting het gezicht, terwijl die van de mannen dan juist afdaalden naar de boezem. Begeleidende cijfers gaven aan dat 93 procent van de mannen gedurende gemiddeld 1,23 seconden – de borstomvang van het fotomodel bekeek tegen 100 procent van de vrouwen, die gemiddeld 1,28 seconden keken. Oftewel: niet alle mannen kijken naar tieten (in het jargon van GeenStijl), maar alle vrouwen wel. Verder keken de mannen 40 procent langer naar het gezicht en 20 procent korter naar de benen. Op een andere testfoto stond een vrouw die slechts gekleed ging in Reebok-gympies. Hoewel ze tegen een spiegelwand stond, waren haar borsten niet en haar schaamstreek nauwelijks zichtbaar. Het visual attention pattern liet zien dat de mannen eerst naar het gezicht keken, om daarna af te zakken naar de naakte billen. De vrouwen deden dit óók, maar vervolgens focusten ze op twee items die de mannen niet leken op te merken: de gympies. Mannen keken langer naar het gezicht en de kont van de vrouw, maar veel minder lang naar haar schoenen. De wetenschapsafdeling van GeenStijl koppelt hieraan de conclusie dat vrouwen grotere slaven zijn van de consumptiemaatschappij. Waarom vrouwen langer naar boezems staren dan mannen moet echter nog worden onderzocht.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 09: Verslaafd part II 

Vorige maand schreef ik over seksverslaving en de discussies die dit vermeende fenomeen ontlokt onder wetenschappers. De ene deskundige ziet in de huidige maatschappij een toename van mensen die op het pathologische af geobsedeerd zijn door seks, de andere spreekt liever van een ‘seksuele afhankelijkheid’, de derde heeft het niet over verslaving maar over ‘een compulsieve gedragsstoornis met seksuele handelingen als obsessie’. Hoe het ook zij: de media smullen ervan. Misschien zijn we wel verslaafd aan berichten óver seksverslaving. Wekelijks is er wel een sporter, zanger, acteur of politicus die publiekelijk boete doet voor zijn erotische aberraties of buitenechtelijke escapades, en die zijn misstappen vervolgens wijdt aan een seksverslaving (golfer Tiger Woods, de acteurs Russel Brand, Michael Douglas en David Duchovny). De seksverslavingsklinieken schieten uit de grond, er zijn talloze documentaires over het onderwerp en het internet puilt uit van hulpsites, zelftesten, therapieën en theorieën. Zo stuitte ik op het SADD-effect, een seksueel syndroom waaraan mannen zouden lijden die teveel pornografie kijken en te vaak masturberen. Sommige (jongere) mannen blijken dusdanig gewend te zijn geraakt aan ‘visuele stimulatie’ en aan internet pornografie, dat ze niet in staat zijn om zich bij een daadwerkelijke vrijpartij te richten op een echte vrouw. Mannen die door SADD worden geplaagd vinden het vaak moeilijk om tijdens seks een erectie te behouden en lijken snel verveeld in bed. Tragisch hoor. Omdat pornografie door internet in overvloed beschikbaar is, hebben veel mannen ongemerkt een vertekend beeld gekregen van erotiek. Ze ontwikkelen een typische pornomanier van masturberen, die nauwelijks te maken heeft met liefdevolle seks in het dagelijks leven. Gelukkig is de remedie simpel: een tijd geen pornografie kijken. Een ander fenomeen dat op internet vaak wordt beschreven is het restless genital syndrome, ook wel persistent sexual arousal syndrome (PSAS) genoemd, dat zoiets betekent als het syndroom van de aanhoudende seksuele opwinding. Dat klinkt wellicht aantrekkelijk, maar voor vrouwen die lijden aan PSAS is het leven een hel. Zij zijn altijd opgewonden. En dat is dan geen opwinding die gepaard gaat met gevoelens en liefde, maar een alles bepalende, fysieke genitale dwang. Een permanente, geilloze geilheid. Waar deze opwinding vandaan komt, is niet duidelijk. In Amerika, waar de afwijking het eerst is beschreven, dacht men aanvankelijk aan een psychische oorzaak, maar medici zijn zo langzamerhand tot de conclusie gekomen dat de opwinding lichamelijk is en te maken kan hebben met bloedtoevoer, zenuwen, hormonen, medicijngebruik en het veranderende vrouwelijke lichaam (de meeste patiënten zijn tussen de 40 en 65 jaar oud). Vrouwen met PSAS hebben voortdurend tintelingen in hun schaamstreek en het gevoel alsof ze op het punt staan om klaar te komen. Vaak komen ze ook daadwerkelijk klaar, door aanhoudende masturbatie of penetratie, niet voor de lust, maar om van de voortdurende spanning af te komen. Een orgasme geeft hen echter maar een kortstondige verlichting, want snel na hun hoogtepunt beginnen de tintelingen weer. Veel vrouwen moeten zodoende onophoudelijk klaarkomen om hun innerlijke brand te blussen. Er is in de sensatiepers met hysterische lacherigheid over vrouwen met dit orgasmesyndroom geschreven, maar er is werkelijk niets om ons vrolijk over te maken. De schaamte bij de patiëntes voor hun aandoening is enorm, waardoor ze er tegenover iedereen over zwijgen en in eenzaamheid wegkwijnen. Dat is pas echt tragisch.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 08: Seksverslaving

Laatst vroeg iemand me tijdens een lezing of ik ‘seksverslaafd’ was. Pardon? Dat vroeg hij omdat het in deze columns voortdurend lijkt te gaan over de fascinerende lokroep van de onderbuik. En dat klopt: op deze plek schrijf ik over ‘de wetenschap achter liefde en seksualiteit’. Dat is een mooi onderzoeksterrein, waar ik met graagte over uitweidt, al was het maar omdat de gemiddelde mens aan het eind van zijn leven tussen de tweeduizend en drieduizend keer de liefde heeft bedreven. We moeten trouwens vraagtekens zetten bij de term ‘seksverslaafd’. In tabloids en op populaire sites is seksverslaving het snoepje van de week. Bekende acteurs, sportmannen en andere beroemdheden hebben zich de afgelopen tijd gretig laten behandelen voor hun drang toe te geven aan de jeuk rondom hun geslachtsdelen. Er verschijnen sensationele artikelen over de pornoverslaving van vrouwen (volgens sommige onderzoeken zou één op de zeven online-vrouwen zichzelf ‘verslaafd aan sekssites’ noemen), sekstherapieën en zelfhulpboeken die zouden helpen om het monster van de lust tegen te gaan. De toenemende seksverslaving zou te maken hebben met het internet, waar beeldmateriaal van alle mogelijke seksuele aberraties ongelimiteerd voor iedereen te verkrijgen is, en waar chatpagina’s de mogelijkheid bieden om – verborgen voor partners en omgeving – in contact te komen met potentiële bedpartners. Bijvrouwen leiden deze virtuele sekscontacten overigens twee keer zo vaak als bij mannen tot ontmoetingen in het echte leven. En dankzij internet is seks uit de privésfeer getrokken: uit onderzoek blijkt dat 70 procent van het pornografisch dataverkeer wordt bekeken tijdens kantooruren. Dat betekent dat er bij bedrijven en instellingen onvoorstelbaar veel vieze filmpjes voorbijkomen, hoewel slechts 20 procent van de mannen en 13 procent van de vrouwen toegeeft deze weleens op het werk aan te klikken. Maar of dat nou tekenen van verslaving zijn? Onder seksuologen en psychologen woedt een heftig debat of het vermeende fenomeen slaat op een daadwerkelijke verslaving, of het überhaupt een ziekelijke psychologische gesteldheid mag worden genoemd of dat seksverslaving simpelweg niet bestaat. Feit is dat iedereen seksuele behoeften en gedragingen heeft, die per persoon in grote mate verschillen. Seksverslaving lijkt vooral soms een makkelijk excuus voor vreemdgaande echtelieden (‘het is niet mijn schuld dat ik al je vrienden heb versierd, schatje, het is mijn verslaving …’) Er wordt vaak beweerd dat mensen seksverslaafd raken omdat ze hunkeren naar de shots dopamine en adrenaline die na een orgasme door de hersenen worden gepompt. Toch zijn er veel deskundigen die – zonder te ontkennen dat een orgasme voor lekkere stofjes zorgt – eraan twijfelen of seks verslavend is, zoals cocaïne of heroïne dat zijn. Seks is geen wit poeder. Zij spreken bij seksueel zeer actieve mensen liever over afhankelijkheid of over ‘een compulsieve gedragsstoornis met seksuele handelingen als obsessie’. Een andere term is hyperseksualiteit. Dan is het libido van een persoon aanmerkelijk groter dan wat door de samenleving als normaal wordt beschouwd. Zeg maar nymfomanen, sletten, allesneukers en ‘zij die alles grijpen van 37 oe dat minder hard loopt dan een lama’.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 07: Blaren

Lang geleden was ik nachtportier in een Utrechts ziekenhuis. Op een nacht kwamen een man en een vrouw de hal binnen, de vrouw hield haar arm om de strompelende man die een handdoek om zijn middel had geslagen. “Hij heeft een probleem”, zei de vrouw tegen mij, terwijl de man mij met een getergd gezicht aankeek. “Wat scheelt eraan?” vroeg ik. “Hij heeft al sinds vanmiddag een stijve”, antwoordde de vrouw. “Sorry dat ik het zo zeg. Al bijna zes uur is zijn piemel hard.” Ik keek naar de man, die mistroostig terugkeek, en belde het nachthoofd. Terwijl de man even later door een opgetrommelde chirurg werd behandeld, leerde ik van een het nachthoofd dat het fenomeen een priapisme heet. Oftewel een langdurige erectie, ook als de man helemaal niet opgewonden is. Het begrip is vernoemd naar Priapus, de zoon van Aphrodite (de Griekse godin van de liefde) en Dionysos (de god van geestdrift en wijn). Een priapisme kan spontaan optreden; het is dan alsof de geërecteerde penis ‘op slot schiet’ en niet meer terug wil in slaapstand. Een mechanisch probleem. Er zijn twee varianten van het fenomeen, de zogenoemde low-flow en high-flow. Bij de eerste stroomt het bloed uit de penis niet voldoende terug naar het lichaam. Bij de laatste gaat het om kortsluiting van het vasculaire systeem, oftewel: de bloedbuizen in de pik krijgen een te grote toevoer en raken verstopt. Het moge duidelijk zijn dat een priapisme een medische noodsituatie is. Wanneer een priapisme erg lang duurt, zoals in het geval van de man die aan mijn ziekenhuisbalie stond, kan de kwaal zeer pijnlijk zijn en is directe hulp geboden. Als er namelijk niet tijdig iets aan wordt gedaan, kan een man helemaal nooit meer een stijve krijgen. Of in een nog erger geval kan de penis afsterven. Een priapisme kan een relatief onschuldige bijwerking zijn van medicijn- of (seksueel) drugsgebruik, maar een langdurige, ongewilde stijve kan ook duiden op ernstige ziektes als leukemie of sikkelcelanemie. De vele liefhebbers van de Amerikaanse vampierserie True blood zullen zich de scène herinneren waarin een personage genaamd Jason een illegaal buisje vampierenbloed te pakken heeft gekregen. Slechts een paar druppels van dit spul zijn goed voor een geweldige seksuele opwinding. Als Jason door de politie wordt gearresteerd drinkt hij echter in de politiewagen snel het héle buisje leeg. Al op het politiebureau krijgt hij een enorme erectie, die niet meer verdwijnt. De volgende dag – de blaren van het masturberen staan inmiddels op Jasons handpalmen – neemt zijn vriendin hem mee naar een dokter en die behandelt hem zoals chirurgen ook in Nederland te werk zouden gaan. Jason krijgt een injectienaald in zijn geslachtsdeel om het bloed te laten afvloeien. Had dit niet gewerkt, dan had hij ook nog een pijnlijke penisinjectie met adrenaline of andere heftige stoffen kunnen krijgen. Enfin, in het geval van de man die ’s nachts naar het Utrechtse ziekenhuis kwam, was een kleine bloeddrainage genoeg om hem van zijn erectie te verlossen. Opgelucht mocht hij na deze chirurgische ingreep weer naar huis. Een erectie is prettig, maar aan al het goede moet wel een einde komen.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 06: Tags 

Iedereen die gaat studeren, krijgt ooit de ‘wetenschappelijke methode’ onderwezen; een door alle wetenschappers wereldwijd aanvaarde systematische manier van vergaren, rubriceren en begrijpen van kennis. Die methode is gebaseerd op waarnemingen, metingen, voorspellingen en experimenten. Ik ben geen wetenschapper, maar een columnist die schrijft over onderwerpen die aanschuren tegen de wetenschap, met name de kennis over liefde en seksualiteit. Dit onderwerp is wat de Fransen noemen een mer á boire. Laatst kreeg ik bijvoorbeeld de tip van een kennis dat veel websites gebruikmaken van ‘tags’, een term uit de computerwereld en het Engelse woord voor etiket. Een tag is een sleutelwoord dat op een digitaal bestand wordt geplakt en dat ervoor zorgt dat het bestand makkelijker kan worden geïndexeerd en geclassificeerd; zaken waar vooral wetenschappers dol op zijn. Zo begint de site Kijk.nl elke pagina met de titel van het artikel, de schrijver, de rubriek waarin het artikel is geplaatst en direct daaronder de tags, die geïnteresseerde lezers de weg wijzen naar soortgelijke onderwerpen of rubrieken. Wat heeft dit in liefdesnaam te maken het hoofdonderwerp van deze rubriek? Welnu, de vriend die mij attendeerde op het bestaan van tags wees mij ook op de vele vreemd genaamde tags op internetpagina’s met bewegende beelden van de menselijke procreatie (in normaal Nederlands: pornosites). “Je moet voor de grap eens kijken hoe die filmpjes allemaal zijn gelabeld,” mailde hij me, “daar kan een hele generatie aanstormende seksuologen op afstuderen.” Deze wetenschappelijke uitdaging bracht me naar Xvideos.com, een bonte verzameling beelden van mensen die zich op alle mogelijke manieren aan elkaar vergrijpen. Ik zocht de knop ‘more tags’ en mijn computerscherm vulde zich met duizenden termen van seksuele variaties en aberraties. Het koste me zeker 10 minuten om na te tellen dat er op Xvideos.com 6976 tags verwijzen naar bijbehorend beeldmateriaal. Hoeveel? 6976. Mijn kennis had gelijk. Me dunkt dat een beetje sekssocioloog met deze hoeveelheid en de rijkheid van de termen gemakkelijk uit de voeten zou kunnen. Ik heb niet alle 6976 termen gelezen en uitgevlooid, want ik vrees dat ik dan nooit meer zin in seks zou hebben. Een kleine selectie. Het label ‘french’ (met 1721 filmpjes) staat natuurlijk voor filmpjes uit Frankrijk. ‘Freshmen’ (58 fragmenten) zijn eerstejaarsstudenten. ‘Queensnake’ (19) is een verwijzing naar de slang Regina septemvittata, wat verwijst naar filmpjes waarin pijn, sm en zelfkastijding een rol spelen. ‘Truestamina’ (18): mensen die zich op uitputtende wijze aan elkaar vergrijpen. ‘Tugjobs’ (422) is een andere benaming voor aftrekbeurt. Ter vergelijking: de term ‘blowjob’ verwijst naar maar liefst 202.384 filmfragmenten. Blijkbaar is deze lichaamsbeweging erg interessant om naar te kijken. Taalkundigen en biologen zouden op basis van deze gegevens zinnige dingen kunnen zeggen over frequenties, ontwikkelingen en voorkeuren. Zet bijvoorbeeld die ruim 200.000 filmpjes waarin wordt gepijpt eens af tegen de 48.967 bijdragen die getagd zijn aan het woord ‘fuck’. Zou de beeltenis van orale seks als stimulatie bij masturbatie vaker worden gebruikt dan genitaal gebonk? En wat is de etymologische of seksuologische achtergrond van de termen ‘cfnm’ (4482), ‘submission’ (1623), ‘rnilf’ (39.933), ‘monstereoek’ (414), ‘bukkake’ (3581) of ‘dutch’ (161)? Interessante wetenschappelijke kwesties; het wachten is op de eerste duiding.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 05: Achterwaarts 2

Twee columns geleden sneed ik een thema aan dat de tongen behoorlijk losmaakte: anale seksualiteit en het mogelijke evolutionaire nut hiervan. Als erotisch tijdverdrijf wordt deze vorm van lichaamsbeweging veelvuldig beoefend (zeker de helft van de Nederlandse vrouwen zou eens of vaker via de achteringang zijn benaderd), maar het onderwerp is ook nog steeds met taboes en afkeer omhuld. Ik vroeg de lezers van KIJK mee te denken wat de adaptieve evolutionaire achtergronden van de anale variant zouden kunnen zijn. Directe evolutionaire voordelen zijn er namelijk niet, sterker nog, achterwaartse liefde verhoogt het risico op vervelende besmettingen, wonden en infecties. Waarom komt het dan toch zo vaak voor? Lezer J.H. vond “seks via de artiesteningang” te verklaren vanuit de ontwikkeling van ons brein en het opwindingsperspectief: “Het bewuste gebied is nogal gevoelig en verweven met allerlei zenuwbanen die ook in verbinding staan met de sekscentra in het brein.” Volgens J.H. hangt dat samen met het limbisch systeem in de hersenen. “Waarschijnlijk ligt in die oude breinstructuur de verklaring waarom we ook (nog?) doen aan anale seks. Lagere diersoorten hebben daar beneden immers maar één lichaarnsopening. Bij hogere diersoorten zijn er uit praktische overwegingen twee gescheiden ‘k-analen’ ontstaan: een uitgang voor verteerd voedsel en een ingang voor zaad – tevens de uitgang voor het maandelijkse goedje en het nageslacht. In ons brein zijn er kennelijk soms impulsen die nog kiezen voor het poepgaatje.” Lezer N. de B. had een andere invalshoek. We hebben volgens hem anale seks om een simpele reden: “Omdat het kan.” De vraag is volgens hem: waarom vinden we het lekker? “Na de clitoris heeft de anus de meeste zenuweinden per oppervlakte. Het stimuleren van een gevoelig lichaamsdeel kan altijd als plezierig worden ervaren. Of het nu de anus is of het oorlelletje maakt niet uit. En de zenuweinden bij de anus zijn nu eenmaal nodig om de daadwerkelijke functie ervan mogelijk te maken. Als die niet gevoelig is, heb je niet door dat hij niet goed afsluit.” Lezer S. van R. kwam wel degelijk met een evolutionair voordeel. Volgens hem brengt anale prikkeling bij een deel van de vrouwen een heviger orgasme teweeg. Van R.: “In dat geval is er sprake van een hevigere samentrekking van de spieren van de baarmoeder, waardoor deze in verhevigde of versnelde mate vacuüm zuigt.” Door de anale prikkeling zou de baarmoeder effectiever sperma kunnen opnemen, waardoor de kans op bevruchting en het krijgen van nakomelingen toeneemt. Ook interessant is de visie van lezer D.P., die vermoedt dat anale seks niet zo zeer evolutionaire voordelen biedt, als wel deel uitmaakt van de seksuele selectie. Wanneer een vrouw zich op deze manier aanbiedt bij een man, kan dit voor hem een teken zijn dat zij volop in hem en zijn nageslacht wil investeren. “Voor de vrouw is er in mijn ogen een evidentere reden”, schrijft D.P. “Mannen die het wenselijk vinden om hen te onderwerpen en macht te gebruiken, zullen deze ‘gunstige’ eigenschappen waarschijnlijk ook op andere gebieden uitoefenen. Deze mannen zullen dus waarschijnlijk hoger op de selectieladder staan.” Kortom, de discussie is nog niet beslecht. Tot slot een relativerende bijdrage van lezeres S.H., die me dit korte mailt je stuurde. “Genesis 1, vers 32. Aan het eind van de zesde dag zei God tegen Adam: ‘Ik heb nog een handjevol zenuwcellen over. Wat zal ik er mee doen?’ ‘Steek ze maar in mijn reet’, antwoordde Adam.”

 

Kijk Magazine 2011, nummer 04: Spiegel 

Bij een lezing op een school werd mij gevraagd een passage voor te lezen uit mijn debuutroman Ik ook van jou. Het fragment was na twintig jaar weggezakt in mijn geheugen, het ging over de kleine-maar-fijne borsten van een hoofdpersonage. Blijkbaar had ik ooit geschreven dat tepels het belangrijkste deel van de borsten zijn. “Dat weet een kind. Niet de ogen maar de tepels zijn de spiegel van de ziel. Hoe goed ken je een vrouw als je in de gezwollenheid van haar tepels haar gemoed kunt lezen?” In de auto terug dacht ik na over deze passage, en of het klopte wat ik destijds had geschreven. Thuis zocht ik op internet informatie over dit wonderbaarlijke lichaamsdeel waarvan iedereen er (minstens) twee heeft. De tepel (zuigdop, nipple, speen, Brustwarze, mamelon, capezzolo; pezón) krijgt lang niet altijd de aandacht die hij eigenlijk verdient. En dat is vreemd, want we zijn er allemaal veel meer nog dan met pindakaas – groot mee geworden. Althans in theorie, want veel van ons zijn na hun geboorte gezoogd door surrogaattepels waar flesjesbabymelk aan bungelden. Alle naslagwerken noemen het zogen als belangrijkste functie van de tepel, maar dit geldt natuurlijk alleen voor vrouwen. Bij mannen zijn de knopjes rudimentair: aanwezig, maar zonder functie. Zij hebben tepels omdat die zijn gevormd toen de mannen nog geen mannen waren. In de baarmoeder ontwikkelen embryo’s zich in eerste instantie vrouwelijk, met vrouwelijke kenmerken als tepels, geëpileerde wenkbrauwen en gemanicuurde teennagels. Pas later treedt er bij een deel van de embryo’s door een verschuiving in de hormoonproductie manvorming op. De tepels zijn dan echter al gevormd en blijven de rest van het mannelijke leven aanwezig. Ze kunnen zelfs melk geven, bijvoorbeeld als een jongen tijdens zijn puberteit kampt met hormoonschommelingen. Verder hebben mannentepels geen nut, al zijn ze vaak gevoelig en kunnen ze bij sommige mannen zorgen voor extra seksuele opwinding. Volgens creationisten, mensen die de Bijbel belangrijker vinden dan de wetenschap, is de gedachte dat mannentepels een rudimentair, evolutionair overblijfsel zouden zijn onzin. God zou de knopjes op het mannenlichaam hebben geplaatst ter versiering en voor ons genot. Op een christelijke site las ik over tepels: “God wil dat je van je lichaam geniet en het voedt en koestert en gebruikt om goed te doen. Maak je borst maar nat!” Tja, waarom ook niet! Bijvrouwen ontwikkelen de tepels zich verder in de baarmoeder. Daarom zijn ze geprononceerder en gevoeliger dan bij mannen. Voor veel vrouwen vormen hun tepels erogene zones; zij worden opgewonden bij aanraking met vingers of mond. Dan worden hun knoppen stijf, al is het mechaniek van deze tepelerecties eerder te vergelijken met de werking van kippenvel dan met de manier waarop een penis zwelt of een clitoris doorbloed raakt. Bijeen onderzoek onder 213 vrouwen bleek dat 29 procent van hen (om precies te zijn 61,77 vrouwen) ooit in hun leven een zogenoemd breast orgasm had ervaren. Dit zou volgens wetenschappers veel vaker voorkomen dan we denken. Het verschijnsel klaar te komen door tepelstimulatie zou op de tweede plaats staan van gebruikelijke vormen van orgasmes. Vooral bij vrouwen van vroegere generaties, die terughoudender waren en niet altijd ‘tot aan het gaatje’ gingen, zou het tepelhoogtepunt vaker zijn voorgekomen dan bij vrouwen van nu. Wellicht is het een idee om weer eens terug te grijpen op oude tijden en vervlogen gebruiken? Van God mag het in elk geval, dat is alvast een geruststelling.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 03: Grieks

Vorige keer schreef ik voor de grap dat ik in mijn column van deze maand dieper zou ingaan op het evolutionaire nut van de gewoonte van mensen om de uitmonding van hun darmkanaal te betrekken in het spel van opwinding, erotiek en geslachtsgemeenschap. Of in normaal Nederlands: anale seks. Dat is een fysieke handeling die aan de ene kant heftig wordt verafschuwd, beschimpt en zelfs verboden, maar aan de andere kant een bezigheid die veelvuldig in praktijk wordt gebracht. Ooit was deze vorm van genot in heel Amerika strafbaar en heden ten dage zijn er nog steeds negen staten (waaronder Florida en Mississippi) waar mensen in de beslotenheid van hun eigen slaapkamer niet aan elkaars achterste mogen zitten. Daar staat tegenover dat er wereldwijd ook een bijna overdreven fascinatie voor het onderwerp bestaat. Dat zie je terug in de cijfers. Volgens een onderzoek onder 514 lezeressen van het damesblad Viva zou 48 procent van de Nederlandse vrouwen weleens anale seks hebben ondergaan, waarvan 24 procent meerdere malen per maand. In Amerika steeg het analesekscijfer van 9 procent tussen 1938 en 1963, naar 72 procent in het eind van de jaren tachtig. Het is des wetenschaps om oorzaken voor verschijnselen te zoeken, hoe verwerpelijk die verschijnselen ook worden gevonden. Volgens eerste logica lijkt anale penetratie geen enkele bijdrage aan evolutionaire verspreiding te leveren. Het lijkt eerder negatieve gevolgen te hebben. Vrouwen raken er niet zwanger van, het risico op besmetting met de in fecaliën overdadig aanwezige bacteriën en virussen is groot, en anaal seksueel verkeer kan vanwege de dunne anuswand en de hoge dichtheid van bloedvaten makkelijk leiden tot wonden en infecties. Tot zover het slechte nieuws. De Griekse liefde (zoals de achterwaarts entree ook wel wordt genoemd) kent ook voordelen. Ten eerste wordt ze in veel gebieden juist gebruikt als vorm van anticonceptie. Daarnaast is het voor vrouwen in culturen die extreem veel waarde hechten aan een intact maagdenvlies een manier om voor het huwelijk toch gemeenschap te hebben, terwijl er in de huwelijksnacht dan gewoon bloed vloeit. Een andere misschien wel de belangrijkste – reden is dat anaal verkeer door sommigen als buitengewoon aangenaam wordt ervaren. Soms gaat het om macht, soms om onderwerping. Bij mannen die vanachter worden bezocht kan de prostaat (een orgaantje dat voor een deel sperma aanmaakt) op een prettige manier worden gekieteld, en een deel van de vrouwen heeft uitlopers van de clitoris om de mond van de anus. Voor hen is anale seks dus zeer opwindend, en dat is niets waarvoor ze zich zouden hoeven te schamen. Blijft de vraag wat het evolutionaire nut zou kunnen zijn. Na lang nadenken moet ik concluderen: ik weet het niet. Misschien moet ik hier de wijsheid van mijn lezers inroepen. Wie een bevredigende verklaring heeft waarom anale seks, net als bijvoorbeeld masturbatie, een adaptieve evolutionaire achtergrond heeft, moet mij dat vooral mailen. Dan bespreek ik in een van mijn volgende columns de verschillende opties.

 

Kijk Magazine 2011, nummer 02: Masturbatie (slot) 

Nu houd ik erover op. Ik heb het onderwerp een paar keer in korte tijd behandeld en nu ben ik er echt klaar mee…Vooruit, nog één keer dan: masturbatie. Allereerst dank voor alle wetenswaardigheden, aanvullingen, scheldpartijen en vreemde voorstellen die de lezers van KIJK mij de afgelopen tijd hebben gestuurd. Blijkbaar heb ik de tongen losgemaakt, want mijn mailbox liep vol en van Twitter begreep ik dat ik alleen maar wilde provoceren. Provoceren? Ik schrijf slechts feiten over. Het lijkt er namelijk op dat ‘auto-erotiek’ (zoals sommige wetenschappers het noemen als dieren ejaculeren met behulp van voorwerpen of hun eigen lichaamsdelen) in de evolutie een dusdanig belangrijke rol heeft gespeeld, dat veel soorten zonder deze lichaamstraining allang waren uitgestorven of er zelfs helemaal niet waren geweest. Dat lijkt me belangrijk genoeg om het er weleens over te hebben. Masturbatie komt in de dierenwereld zo vaak voor dat biologen denken dat het een adaptieve functie heeft: dat het ervoor zorgt dat een dier kan overleven en zichzelf kan voortplanten. De gedachte is dat dieren die hun zaad en seksuele energie regelmatig verspillen, een evolutionair voordeel hebben boven dieren die dat niet doen. De diertjes die speelden met hun genitaliën kregen meer nageslacht dan de diertjes die dat niet deden, en dus wonnen zij de biologische rat race. De kans is groot dat dit klopt. Om te beginnen masturberen ontzettend veel dieren: alle apen doen het, honden ook, poezen, leeuwen, beren, olifanten, walrussen, vogels, paarden (ik heb verhalen gelezen over merries die tijdens hun vruchtbare periode met hun edele paardendelen tegen zo’n beetje alles wrijven wat maar lekker stevig is).Daarbij onderscheiden we twee typen masturbatie: met en zonder een happy end (lees: ejaculatie). Masturbatie zonder komt bij veel soorten het hele jaar voor, geëjaculeerd wordt er vaak alleen tijdens het paarseizoen. Blijft de vraag… waarom? Behalve dat het blijkbaar aangenaam tijdverdrijf is, zijn er vier wetenschappelijke theorieën, die ik zonder te willen provoceren door zal nemen. Zo zou de kwaliteit van sperma verbeteren door masturbatie. Oude zaadjes die bijna aan de uiterste houdbaarheidsdatum zijn, worden letterlijk uit de voorraadkast gerukt. Weg ermee! Alleen vers zaad is goed genoeg voor de consument (het vrouwtje dat moet worden bevrucht). Masturbatie zou een vorm van reclame zijn, zoals de veren van een pauw: “Kijk, ik heb sterke genen, want ik kan het me veroorloven deze belachelijke, overbodige verentooi in stand te houden.” Hetzelfde zou gelden voor masturbatie: “Kijk, ik heb sterke genen, want ik kan het me veroorloven om mijn zaad te verkwisten.” Ook zijn er veel dieren die masturberen nadat ze met een vrouwtje hebben gepaard. Klinkt vreemd, maar de theorie is dat dit een signaal is aan andere vrouwtjes dat er net een bevruchting heeft plaatsgevonden. Veel vrouwtjes vallen liever op mannetjes die zichzelf al hebben bewezen dan op eenzame kerels. Tot slot zou masturbatie een hygiënisch effect hebben: het spuit als het ware de leidingen schoon. Mannetjes die regelmatig masturberen, hebben een minder grote kans om een seksueel overdraagbare ziekte op te lopen dan mannetjes die niet de hand aan zichzelf slaan. Maar goed, dit was voorlopig mijn laatste column over dit onderwerp. De volgende keer zal ik ingaan op de vraag wat het evolutionaire voordeel zou kunnen zijn van anale seks. En echt niet om te provoceren!

 

Kijk Magazine 2011, nummer 01: Slagroomtaartjes 

Eerst maar het slechte nieuws: een op de zeven vrouwen komt (bijna) nooit klaar of is zelfs nog nooit klaargekomen. Een schrikbarend getal. Waarom vrouwen nooit of nauwelijks klaarkomen, heeft verschillende oorzaken. Sommige vrouwen hebben moeite zich te ontspannen, sommige associëren seks met zonde en voelen schaamte om zich te laten gaan in het bijzijn van een ander, of zelfs in het bijzijn van zichzelf. Dan zijn er de vrouwen die simpelweg niet weten hoe ze hun orgasme uit de winterslaap zouden moeten krijgen, en soms weten hun slechte minnaars dat ook niet. Sommige dames vinden van zichzelf dat ze alleen mogen klaarkomen als ze echt verliefd zijn, wat ze vervolgens nooit zijn. Andere vrouwen hebben een fysieke oorzaak en lijden aan een ‘opwindingsstoornis’. Sommige vrouwen worden simpelweg niet geil, en anderen worden dat wel maar komen dan toch niet klaar. Het opvallende is dat van de vrouwen die wél klaarkomen, 71 procent zegt dat ze prima zonder orgasmen zou kunnen leven. Vanuit een mannelijk perspectief vind ik dat een verbijsterend gegeven. Ik zou er eigenlijk niet aan moeten denken. Iedere man zal zich weleens hebben voorgesteld dat hij door een auto-ongeluk, een plotseling oncontroleerbare cirkelzaag of een verkeerd bediend keukenapparaat abrupt en onherstelbaar zijn geslachtsdeel en bijbehorende functionele vermogens kwijtraakt. Wat zou het leven dan welbeschouwd nog waard zijn? Ooit noemde een dichter orgasmen ‘kosmische slagroomtaartjes van de Schepper’. Een treurig besef dat er vrouwen doodgaan – veel van hen na een lang leven met kinderen – zonder ooit het genot van een orgasme te hebben ervaren. Verschrikkelijk! En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat mannen weliswaar makkelijker kunnen klaarkomen dan vrouwen, maar dat vrouwen hun orgasme veel intenser beleven. Het hoogtepunt van de vrouw zou acht tot tien keer zo intens zijn als het hoogtepunt van de man. Dat weten we dankzij een onderzoek gedaan aan de universiteit van New Jersey, waar vrouwen aangesnoerd aan toeters en bellen de hand aan zichzelf moesten slaan, om te kijken wat er op neurologisch gebied met hun lichaam en in hun hoofd gebeurde. Het orgasme vindt namelijk plaats in de hersens, het belangrijkste seksuele orgaan. In onze hersens worden alle signalen uit ons lichaam geanalyseerd en verwerkt, waarna wordt uitgedokterd hoe ons lichaam hierop zal reageren. Ondanks de klinische condities lukte het de vrouwen in New Jersey redelijk snel om klaar te komen: ze deden er slechts zo’n vijf minuten tot twintig minuten over. Wat tijdens dit onderzoek onder andere werd bevestigd is dat vrouwen, anders dan mannen, geen rustperiode nodig hebben na hun orgasme en snel opnieuw kunnen klaarkomen. Ook duren hun climaxen langer dan bij mannen. Het is voor wetenschappers belangrijk om erachter te komen wat het neurologische patroon van een orgasme is. Bij het bereiken van een hoogtepunt zijn er in de hersens van vrouwen wel dertig gebieden actief. Het orgasme neemt de hersens als het ware over. Als we eenmaal weten hoe een ‘normaal’ orgasme eruitziet, kan er gewerkt worden aan de oplossing van het probleem waarom sommige vrouwen niet kunnen klaarkomen. En dat is nu een voorbeeld van waardevolle wetenschap.

 

2010

Kijk Magazine 2010, nummer 13: Solotaboe 

Net stond ik voor een keuze: ga ik een column voor KIJK schrijven of even masturberen? Want dat is…Wat?! Wat zei-die? Wat schreef-ie nou…?! In Nederland – en misschien ook in andere landen, want ik hou niet zo goed bij hoe dit in Finland of Hongarije wordt beleefd – denkt men vaak dat alle taboes wel zijn geslecht. o ja? Zou het? Vraag gerust even aan je partner, ouders, kinderen, collega’s, vrienden, medescholieren of grootouders of zij weleens hebben gemasturbeerd, en zo ja wanneer voor het laatst. Antwoord krijg je doorgaans niet en in het gunstigste geval vinden ze je een viezerik of een seksmaniak. Het is vreemd: iedereen doet het of heeft het gedaan (schattingen en onderzoeken lopen uiteen, men houdt het op 90 procent) en toch roept het onderwerp masturbatie altijd weerzin en minachting op. Opmerkelijk is dat er over mannen anders wordt geoordeeld dan over vrouwen. Een man die masturbeert (en 95 procent van de mannen heeft dat voor zijn 21ste gedaan) is al snel ‘een zielige rukker’. Aftrekken heeft een pathetisch imago, wat vreemd is als zoveel mensen het regelmatig doen (51 procent van de mannen trekt zich wekelijks of vaker af). Oudere mannen die wel eens de hand aan zichzelf slaan worden smalend ‘ouwe rukkers’ genoemd. Ter info: van de mannen boven de zeventig doet nog steeds 35 procent dit regelmatig, en daar zitten dus zeker vaders of opa’s van KIJK-lezers tussen. Voor vrouwen zijn er geen algemene scheldwoorden als het om masturbatie gaat, en dat terwijl zij zéker hun mannetje staan als het om soloseks gaat. Van de vrouwen tussen de 25 en 29 jaar cirkelt 61 procent regelmatig een of meer vingers. Naarmate ze ouder worden neemt dit aantal af, maar nog steeds doen ook veel bejaarde vrouwen hieraan mee. 16 procent van de vrouwen boven de zeventig schept genot in de eigen hand, waar dus ook oma’s of moeders van KIJK-lezers bij zitten. (Wat?! Wat zei-die? Waar had die smeerlap het over?) En dan de vooroordelen. Te veel masturbatie zou slecht zijn voor de gezondheid. Dit is niet helemaal onzin, maar wel grotendeels. Een zeer, zeer kleine groep mensen masturbeert pathologisch en moet hiervoor worden behandeld. Verreweg de meeste anderen lopen nul risico. Gemiddeldes van drie keer per dag zorgen – zeker bij jongeren – voor geen enkel probleem. Masturbatie zou zijn voor singles en eenzamen. Dit is geen onzin, maar grote onzin. Ook in relaties wordt er ontzettend veel en vaak aan eigen plassers gefriemeld. De schattingen lopen uiteen dat 40 procent tot 72 procent van de mannen-met-partner en 30 procent tot 62 procent van de vrouwen-met-partner regelmatig een privéfeestje zonder gasten heeft. Rukken en vingeren is dus niet alleen voor loners, maar zeker ook voor mensen met een relatie. Dan is er de gedachte dat masturbatie iets is voor ‘bepaalde mensen’. Dit is de grootste onzin. Katholieken, liberalen, moslims, jongeren, verkeersagenten, gehandicapten, huismoeders, Bekende Nederlanders, socialisten, oude tantes, gereformeerden, ouderen, ooms, vrijgevochten types, schoenverkopers, leraressen, dominees: vrijwel iedereen heeft het ooit gedaan en de meesten doen het nog steeds. Zo, dit alles geschreven hebbend … is de lust tot aftrekken me inmiddels vergaan. Zul je altijd zien. Had ik het maar niet opgeschreven.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 12: Amperbroekie 

Door een verkeerde metrokeuze bevond ik mij onlangs midden in de beruchte wijk de Bijlmer, die ik eigenlijk alleen uit de verhalen in de media kende. Ik besloot mezelf op een tochtje te trakteren, stapte uit de metro en maakte een wandeling door een winkelcentrum en een paar straten in de aanpalende omgeving. Ik luisterde naar het levendige gesprek van de hamies van the bood (de enige streetwise uitdrukkingen die ik kende), maar ik kan niet anders zeggen dan dat ik er echt helemaal niets begreep van wat de jongeren tegen elkaar zeiden. In de verte had hun taal iets weg van het vermoeden van een vorm van Nederlands, maar ik dacht ook Marokkaans te herkennen, Turks, Sranantongo, Papiaments en Amerikaans. Papianederkaanstongo doopte ik hun idioom. Het opvallende was dat de groep die deze smeltpottaal sprak, bestond uit jongens en meisjes van gemêleerd gezelschap, met huidskleuren variërend van roomblank tot pikzwart. Ondanks hun etnische achtergrond leken ze allemaal dezelfde woorden te gebruiken en elkaar goed te begrijpen. Tot dan toe had ik me nooit in straattaal verdiept, maar die avond zocht ik – liggend naast mijn echtelijke smatje – op mijn laptop naar voorbeelden van dit vocabulaire. Ik heb op deze plek eerder over mijn liefde voor bijzondere woorden en uitdrukkingen geschreven en ik moet bekennen: mijn hart liep vol. Sommigen zullen het onderwerp wellicht dede (saai) noemen, maar ik vind het echt spang (lekker) en boemlauw (leuk). Terwijl mijn vrouw tv lag te kijken bestookte ik haar met ontdekkingen. Weg met de geborneerde atser (klootzak) die zijn neus ophaalt voor straatwoorden; wat een rijkdom, wat een creativiteit, wat een schaamteloze voorkeuren voor woorden over seks, poep, geld en geweld. Chickie is vriendinnetje, moffo is mond en iemand afsmeren betekent iemand in elkaar slaan. Zie bijvoorbeeld deze zin uit Straatwoordenboek.nl: ‘Nadat ik zijn chickie op haar moffo had gepakt wilde haar vriend mij afsmeren.’ Dit betekent in normaal Nederlands: ‘Nadat ik zijn vriendin op haar mond had gezoend wilde haar vriend mij in elkaar slaan.’ Mijn vrouw vond mij maar bibbelebons (irritant) dat ik haar bestookte met woorden. ‘Yo Ho,’ zei ik tegen haar, ‘nice badonkadonk!’ (wat vrij vertaald zoiets betekent als: hé bevallige dame, mag ik u complimenteren met uw appetijtelijke derrière?). ‘Niet zo biggi, hè, choker?’ zou mijn vrouw hebben geantwoord, als ze had geweten dat dit ‘niet zo stoer, grappenmaker’ betekende. ‘Kom, ik zal jouw tanga hard batsen, euroknaller,’ zei ik, waarbij batsen staat voor de liefde bedrijven en euroknaller een warme omschrijving is voor een meisje dat het met de zeden niet zo nauw neemt. Ik had ook kunnen zeggen: ik zal je bosselen, sma. Een gepaste reactie van mijn vrouw zou hierop kunnen zijn geweest: aarsbanaan (sukkel), balhaar (sukkel) of chappie (sukkel). ‘Kun je me eerst niet even naccen?’ zou ze kunnen vragen. Naccen is strelen, volgens Het Groot Woordenboek der Straattaal. De vele woorden voor scheten en stinken sloeg ik wijselijk over, maar ook mijn vrouw moest toegeven dat de uitdrukking amperbroekie erg fraai klonk. Amperbroekie als in deze zin: ‘Bij haar komt haar amperbroekie boven haar broek uit.’ Oftewel: bij haar is haar string te zien. Een woord dat ik graag had verzonnen.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 11: Onderzoekjes

Toevallig stuitte ik in twee verschillende tijdschriften op een onderzoek over en voor vrouwen. Het ene was een zelftest (waar ik erg van hou), de ander een wetenschappelijk enquête (waar ik erg van hou). De zelftest was de Viva Vriendschaptest. Ik besloot die eens in te vullen voor mijn beste vriend en mij. ‘Je hebt met veel moeite één kaart bemachtigd voor een exclusief oud & nieuwfeest. Net voordat je wilt vertrekken belt je beste vriendin op en vertelt huilend dat ze zo eenzaam is… Wat doe je?’ Niet naar het feest gaan, eerlijk vertellen dat je liever naar dat feest gaat, of een smoes bedenken en dan toch naar het feest gaan. Allemachtig, een smoes bedenken op oudejaarsavond, je moet er maar opkomen. Ik wist het antwoord niet. ‘Iedereen in je vriendenclub heeft het over die hilarische zelfgemaakte nieuwjaarskaart van jouw beste vriendin. Maar jij hebt hem niet gekregen. Wat doe je?’ Wat doe je? In wat voor wereld léven die vrouwen? De dag dat mijn vrienden leuke gevingerverfde kaarten rondsturen, moeten we bedenken hoe en of het wel verder moet. De uitslag van de test was overigens goed nieuws. Tot 25 punten zou mijn beste vriend een nonchalante vriendin zijn geweest, tot 45 punten een beste vriendin en alle punten daarboven een vriendin voor het leven. Hij scoorde 43 punten. Bijna vriendinnen voor het leven, zijn we. Over naar de enquête, in het Amerikaanse tijdschrift Esquire: The Survey Of The American Woman. Een onderzoek onder bijna tienduizend vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 27,6 jaar. Wow, wat een mooie statistische inkijk in het leven van de gemiddelde, moderne westerse vrouw. 31 procent van de vrouwen heeft plastische chirurgie gehad. 61 procent gelooft in een God, hoewel 55 procent nooit bidt. 42 procent van de Amerikaanse vrouwen is weleens in een stripclub geweest. Het homohuwelijk wordt door 89 procent toegejuicht. 84 procent van de vrouwen denkt te kunnen inparkeren. Volgens de vrouwen is Johnny Depp de knapste man van Amerika, met een score van 29 procent. George Clooney volgt hem op de voet met 28 procent. Barack Obama komt slechts uit op 3 procent. Christina Hendricks, die rondborstige vrouw uit de serie Mad Men, wordt gezien als de knapste vrouw. Veel vragen gingen over seks. 49 procent van de vrouwen denkt dat ze weleens zijn bedrogen door hun man of vriend. Iets meer dan een derde van de vrouwen doet het meestal safe, maar niet altijd. 7 procent gebruikt nooit een condoom. Een derde van de vrouwen (30 procent) vindt orale seks zeer aangenaam. 46 procent vindt het prettig omdat ‘hij het prettig vindt’. 19 procent doet het wel, maar vindt het eigenlijk ‘door de zure banaan bijten’ en 5 procent weigert pertinent te pijpen. Omgekeerd liggen de cijfers anders. 10 procent van de vrouwen wil pertinent niet worden gelikt, 44 procent slechts af en toe, 35 procent vindt dat het hoort bij het voorspel en 10 procent wordt liever gebeft dan genomen. Zo horen we nog eens wat. 34 procent van de vrouwen wil meer seks dan hun man, 41 procent masturbeert 1 tot 2 keer per week (14 procent elke dag) en 79 procent is tevreden met hun borsten. Tot slot: wat zien vrouwen het eerst aan een man? Een eye-opener: z’n ogen (49 procent). Zijn schoenen komen met 2 procent op de laatste plaats (‘his girlfriend’ zat daar met 4 procent nog net boven). Onschuldig tijdverdrijf, deze tijdschriftonderzoekjes, en je steekt er ook heus nog wat van op!

 

Kijk Magazine 2010, nummer 10: Buik 

Het volgende speelde zich af in een Normandisch boerderijtjeshuis, waar mijn gezin en ik afgelopen zomer vakantie vierden. Mijn kinderen speelden met de paarden in de wei en ik pufte uit van de deadline van mijn nieuwe roman genaamd IJsland. In voorbereiding op deze roman ben ik vorig jaar afgereisd naar IJsland om research te doen over de indrukwekkende natuur en het bruisende Reykjavikse nachtleven. De IJslandse vrouwen hadden of helblond of pikzwart haar, maar ze leken allemaal op het geslaagde zusje van Björk. Opvallend was ook dat er in het nachtleven veel meer vrouwtjes-IJslanders dan mannetjes rondliepen. Een IJslands meisje vertelde mijn gezelschap (van uitsluitend mannen) dat Reykjavik een mannentekort heeft, doordat veel mannen op zee varen of doordeweeks op honderden kilometers van de hoofdstad werken. Daarom gedragen de vrouwen zich bij het uitgaan zoals mannen doen in steden waar geen vrouwenoverschot is. Vrouwen zijn in Reykjavik de versierders, de macha’s, de jagers. Dat hadden mijn gezelschap en ik ook al door, maar aanvankelijk dachten we dat het aan ons lag. Maar nee, er waren gewoon te weinig kerels. Ik kom hierop vanwege een gesprek dat mijn vrouwen ik voerden met ons driejarig zoontje. Hij had van onze oudste twee (van twaalf en tien) gehoord dat hij ooit in de buik van zijn moeder heeft gezeten, een gegeven dat hem mateloos fascineerde. Bewonderend keek hij naar de buik van mijn vrouw. En zijn oudere broer, kwam die dan uit de buik van papa? “Aan de omvang van papa’s buik te oordelen wel”, zei mijn vrouw. Ik vertelde onze jongste dat zijn broer wel degelijk ook ooit uit mama’s buik was gekomen, net als zijn zus. Mijn jongste zoon deed of hij het begreep. “En bij wie heeft mama in de buik gezeten?” vroeg ik. Mijn zoontje dacht na en vroeg: “Bij jou?” “Nee, bij oma Rieke!” vertelde ik. “0 ja!”, riep mijn zoontje blij. “En uit welke buik kom ik?” vroeg ik. Hij wist nu met stelligheid het antwoord: “Uit de buik van opa Theun!” Met wie hij mijn schoonvader bedoelde. We legden hem geduldig uit dat baby’s altijd uit de buik van een vrouw komen en nooit uit de buik van een man. Nu klopt dit voor alle ruim vijfduizend zoogdiersoorten op aarde, inclusief de ruim tweehonderd primaten. Maar er zijn ook een paar dieren waar het net andersom gaat. Waar de mannetjes hun kroost in hun buik dragen en de vrouwtjes zich gedragen als de IJslandse vrouwen in het Reykjavikse nachtleven. Neem bijvoorbeeld Panamese gifpijlkikkers, mormoonkrekels of zeepaardjes. Bij die laatste soort komen de mannetjes een paar keer per jaar bijeen voor een imposante wedstrijd synchroonzwemmen. De vrouwtjeszeepaarden kijken toe, pikken er een mannetje uit, dansen wulps voor hem, penetreren zijn buik en spuiten eieren in een speciale broedholte. Het mannetje trekt zich dan terug om in alle rust zijn nageslacht te baren. Terug naar de weide voor onze vakantieboerderij. Mijn oudste twee begonnen opgewonden te roepen dat in het veld een hengst een merrie besteeg. We keken toe hoe de enorme gifpijl van het paard moeiteloos in de mormoonkrekel van zijn vrouwtje schoof. “Nu krijgt zij een veulentje”, vertelde mijn dochter aan onze jongste. “Ja,” wist hij, “in zijn buik.”

 

Kijk Magazine 2010, nummer 09: Objectief

Deze maand behandel ik op deze plek maar eens een volstrekt onschuldig onderwerp: keiharde porno. Wetenschappers houden van het in kaart brengen van alle mogelijke facetten van de wereld om ons heen, waarbij ze voortdurend vragen stellen als ‘wat is het?’, ‘hoe werkt het?’ en ‘hoe is het hier gekomen?’, en terwijl ze zich liever niet ophouden met vragen als ‘hoe zou het moeten zijn?’ of ‘heeft God dit eigenlijk wel zo bedoeld?’. Mijn opdracht voor deze column is om te schrijven over de wetenschap van liefde & seksualiteit; een heerlijk breed onderwerp, omdat het reikt van de evolutie van diersoorten tot de oorsprong van onze individuele levens, en van mooie poëtische gevoelens over ons seksuele gedrag tot de vele aberraties die er zijn te vinden. Aberratie betekent afwijking. Het seksleven van de mens wijkt nogal af van het seksleven van andere diersoorten. De mens is namelijk het enige dier dat zich bewust is van zijn seksualiteit, dat opgewonden kan raken van sms’jes, tweets of pings, dat gebruikmaakt van een heel scala aan fetisjen om zijn seksleven te verlevendigen en dat zich op grote schaal verlustigt aan het kijken naar plaatjes of filmpjes van seksende soortgenoten. Pornografie is van alle tijden. Het woorddeel ‘porno’ komt van het Griekse woord porne voor prostituee, afgeleid van porneia, verkoopplaats voor liefde. ‘Grafie’ komt van het Griekse woord voor beschrijving of illustratie. Pornografie is dus letterlijk een tekst of afbeelding van een prostituee of prostitutie. Maar deze omschrijving is heden ten dage wat te beperkt: in de vakhandel en op internet zijn miljarden films en foto’s te vinden van mensen die op alle mogelijke manieren en in alle mogelijke gaten en uithoeken van het lichaam seks bedrijven. Goede sociologen en sekswetenschappers bekijken pornografie en het gebruik ervan met dezelfde objectieve interesse als waarmee onderzoekers in andere vakgebieden zich bezighouden met ‘het marktmechanisme’ of, ik noem maar iets, ‘zwarte gaten’. Op internet vond ik bijvoorbeeld een lang overzicht van de terminologie die gangbaar is in de huidige pornocultuur. Een seksuologe heeft dit opgetekend, zonder het beschreven gedrag moreel te veroordelen. Voor leken als wij vormt de lijst een fascinerende duik in deze wereld. Zonder er een oratio pro porno van te willen maken, wil ik toch een paar items met u delen, uit wetenschappelijke verkneukeling. Uiteraard zonder welke vorm van veroordeling dan ook… Een glory hole is een pornoterm voor een gat in de muur van een toilet waardoor een acteur zijn geslachtsdeel steekt. Als twee acteurs in een film dusdanig gaan staan dat de camera tussen hen in kan, dan heet dat in vaktermen ‘make room for Jesus’. Als een man in een film een erectie heeft, wordt gezegd dat hij wood heeft. Een overtreffende trap is good wood. En tot slot: een ATM is een Amerikaanse pinautomaat, maar het betekent ook ass to mouth. Als in: een voorwerp of geslachtsdeel dat rechtstreeks van een anus naar een mond gaat. En hier moet ik mijn objectiviteit toch even laten varen, want dit lijkt me echt walgelijk. Tot zover de wetenschap van de harde porno. Volgende keer schrijf ik weer gewoon over seks.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 08: Travel assistant 

Gelovigen en seksualiteit, het blijft een fascinerend onderwerp. En dan heb ik het voor de goede orde niet over de katholieke priesters die zich overal op aarde aan weerloze kinderen vergrijpen, maar over het seksuele gedrag van meerderjarige orthodoxe christenen. In de Bijbel staat dat twee mensen louter aan elkaars plassers mogen friemelen als zij a) met elkaar getrouwd zijn en b) het hun doel is om een kindje te verwekken. Alle andere seks is zondig en kostelijke verspilling van zaad. Niet voor niets wekte een Bijbelse figuur genaamd Onan ooit de boosheid van God op, omdat hij zijn sperma liever op de grond spoot dan in de schoot van een vrouw (waar ons werkwoord onaneren vandaan komt). Punt is dat het soms best aangenaam kan zijn om seksuele energie te verspillen, óók voor streng gelovigen. Uit onderzoek in opdracht van de Volkskrant bleek dat meer dan de helft van de orthodoxe kerkleden zich regelmatig bedient van internetpornografie. Althans, dit schrijf ik over van een site genaamd Leftbehind.punt.nl, een club die als voornaamste opzet heeft mensen te manen om snel tot Jezus te komen. De vader van Jezus laat namelijk binnenkort de wereld ontploffen en wie dan niet in Hem gelooft, zal voor altijd branden in de hel- want zo is God. En wachtend op het Einde der Tijden mogen we zeker niet met onze piemels (laten) spelen. Vooral internet is volgens Leftbehind een poel des verderfs. Wie porno kijkt, besteedt namelijk geen aandacht aan zijn of haar liefde voor de Heere, en daar doet de Heere heel kinderachtig over. Nu we het toch over liefde voor Heere hebben. Vorige maand kwam de bekende Amerikaanse psycholoog en dominee George Alan Rekers op een voor hem vervelende manier in het nieuws. Rekers was het boegbeeld van fanatieke christelijke organisatie die zich sterk maakt voor de bescherming van het gezin. Daarnaast ontwikkelde hij therapieën om homoseksuele mannen te genezen van hun afwijking (hun disturbance). En als expert witness mocht Rekers regelmatig bij Amerikaanse rechtbanken getuigen over de destructieve levenswijze van homoseksuele mannen. Bijeen van die gelegenheden verklaarde hij zelfs dat de Heere ervoor zal zorgen dat homo’s voor eeuwig in de hel zullen branden. Nu is deze opvatting in Amerika eerder norm dan uitzondering en wordt ze ook in ons land door vele SGP’ers en andere fanatieke gelovigen gedeeld. Daarom was het des te fascinerender dat de 62-jarige dominee vorige maand op een vliegveld in Florida werd betrapt in gezelschap van een 22-jarig heerschap genaamd ‘Lucien’. Deze hardbody was ingehuurd bij Rentboy.com, een site waar sugardaddy’s, rentboys en male escorts elkaar kunnen vinden. Rekers had ‘Lucien’, die in werkelijkheid Jo-Vanni heette, besteld voor een tiendaagse reis naar Europa. Later beweerde de haatpredikende dominee dat hij Jo-Vanni had meegenomen als travel assistent, maar dit kwam niet overeen met wat Jo-Vanni er zelf over verklaarde aan journalisten. De rentboy had niet alleen Rekers’ koffers moeten dragen, maar hij had de dominee ook elke dag naakt moeten masseren, “which included genital touching”, Natuurlijk ontkende Rekers deze aantijging. Hij zei dat hij en Jo-Vanni (nu wordt het hilarisch) “wetenschappelijke informatie hadden uitgewisseld over het verlangen om homoseksuele gemeenschap uit te bannen”. En ook: “We hebben heel gedetailleerd het Evangelie van Jezus Christus met elkaar gedeeld.” Wauw, wat een heerlijke hypocrisie. Ik stel hierbij voor dat we seks voortaan noemen: “Het gedetailleerd delen van het Evangelie van Christus.”

 

Kijk Magazine 2010, nummer 07: Sexperts

Afgelopen weekend bezocht ik in het kielzog van een collegaschrijver bij toeval een Utrechtse studentenvereniging. Er kwam direct een lange, slungelige jongeman met in zijn gezicht opvlammende puistenkraters op me af. Hij had iets op zijn lever. Waarom ik voor KIJK toch altijd maar over seks schreef, was zijn blaffende vraag. Wat heeft dat nou met wetenschap te maken? Wetenschap gaat over eenvoudige basisvragen. Wat is het? Waar komt het vandaan? Hoe is het ontstaan? Hoe ontwikkelt het zich? Neem bijvoorbeeld een puisterige student. Dat is een individu van de diersoort Homo sapiens. Hij komt uit een baarmoeder en is ontstaan toen een zaadje zich bij een eitje binnendrong. Het zaadje en het eitje waaruit hij ontstond, zijn op hun beurt ook ontsproten uit een geslaagde zaad-eipenetratie. Miljoenen generaties zaadjes en eitjes voor hen hebben zich op die manier weten voort te planten. En de kans is redelijk groot dat het ook de slungelige student lukt om een van zijn miljarden zaadjes succesvol te laten samensmelten met een eitje. Het instrument hiervoor is seks, een van de motoren van de evolutie. Zonder seks kon de vraag waarom ik voor KIJK over seks schrijf niet worden gesteld. En nu we het toch over dit thema hebben: onlangs mocht ik KIJKs Grote Science Sex Quiz 2010 presenteren. Ongeveer tweehonderd geïnteresseerden mochten vragen beantwoorden die de redactie van dit blad had uitgezocht. Doel: het vinden van De Sexpert 2010, de man of vrouw die het meest weet over dit fascinerende onderwerp. Dit bleek uiteindelijk een rustige, bedaagde onderwijsmedewerker van de Hogeschool Tilburg te zijn, waarmee tevens maar weer eens werd bewezen dat stille wateren diepe gronden kunnen hebben. Speciaal voor KIJK-lezers zal ik hier een greep uit de vragen herhalen. Er valt geen prijs meer mee te winnen, maar de lijst kan natuurlijk dienen als oefenmateriaal voor KIJKs Grote Science Sex Quiz 2011. Handen bij de knop, hier gaan we. Hebben vrouwen ook natte dromen? Is de penis van de mens de grootste van alle primaten? Is de mens de enige diersoort die plezier beleeft aan anale seks? Is een eicel met het blote oog te zien? Betekent peyronie een knik in de erectie? Schreeuwen nijlpaarden tijdens seks harder dan een opstijgende Boeing 747? Hebben mannen een G-spot? Kunnen apen masturberen op plaatjes uit Playgirl? Wegen de ballen van een blauwe vinvis 70 kilo? Hebben mussen duizend keer kleinere testikels in de winter, vergeleken met hun testikels in mei? Is polygamie in meer dan vijftig landen legaal? Zwemt een zaadcel 15 centimeter in een uur? Wordt een vrouw symmetrischer wanneer ze aan het ovuleren is? Hebben zwarte mannen vaker zogenaamde vleeslullen? Betekent bagpiping dat een man zich bevredigt met de oksel van een partner? Is sperma licht basisch? Gaan vrouwen onder de 45 vaker vreemd dan mannen onder de 45? Is Nederland het derde pornoproducerende land ter wereld? Schieten sommige mannetjesslakken penissen richting vrouwtjes? Luidt het antwoord op alle bovenstaande vragen ‘ja’ of ‘nee’?

 

Kijk Magazine 2010, nummer 06: Lekkere liefde 

Een tijd terug overleed mijn vader en nu heeft mijn stiefmoeder (‘stoma’ zoals mijn kinderen haar noemen) besloten dat het huis te groot voor haar wordt. Vorige week kwam ze met een doos oude spullen die ze in haar nieuwe appartement niet meer kan stallen. Er zaten boeken bij die ik al dertig jaar niet had gezien: stripboeken, een paar exemplaren uit de serie De Vijf – en een voorlichtingsboek genaamd Open & bloot (uit 1974). Er werd bij ons thuis niet moeilijk gedaan over liefde en seks. Maar eigenlijk was ik vergeten dat ik ooit een seksueel voorlichtingsboek heb gehad, tot ik het uit de bak van stiefmoeder viste. Direct kwamen er allemaal beelden en tekstfragmenten terug. Het boek hoorde bij de gelijknamige, spraakmakende tv-show van de VARA, ook uit 1974. Het eerste Nederlandse tv-programma over seks. De AVRO zond weliswaar eerder al een voorlichtingsprogramma uit, maar dat ging niet over het lekkere van liefde, maar over voortplanting. Net als Het Klokhuis tegenwoordig, had Open & bloot een voorlichtend karakter, met sketches, animaties, interviews en praktische tips. Tegenwoordig hebben we Spuiten & slikken, waarin jongeren wedstrijdjes condoom-omrollen doen, zich laten gangbangen en uitgebreid vertellen over hun bonkende vakantiegezweet. Hoewel het BNN programma veel wereldwijzer en explicieter lijkt dan haar voorganger uit de jaren zeventig, veroorzaakte Open & bloot veel meer commotie. Dat begon al met de leader van het programma, waarin onder een onschuldig cabaretdeuntje ruim twintig naakte mensen de letters van de titel vormden. Dit was nog in de tijd dat vrouwen zich – terecht niet schaamden voor de balen pruimtabak tussen hun benen en onder hun armen. Tegenwoordig lijkt vrijwel al het schaam- en okselhaar gekortwiekt tot gedroogde dille, maar in de jaren zeventig droegen mannen hun harige kokosnoten nog vol trots. Zorgden de naakte lichamen uit de leader van Open & bloot al voor grote ophef, toen op 21 januari 1974 presentator Joop van Tijn (de man met het meest beschaafde accent van Nederland) het woord ‘neuken’ uitsprak alsof hij een dode hamster had ingeslikt, veroorzaakte dat pas echt een storm van protest. Mensen waren zelfs zo geschokt dat het woord ‘neuken’ hardop was uitgesproken op de televisie, dat er in de Tweede Kamer vragen werden gesteld aan de verantwoordelijke minister. En dat terwijl het programma niet meer deed dan op een vrolijke manier voorlichting geven over de mooie kanten van seks en het voorkomen van narigheden als zwangerschap en geslachtsziekten. Ik kan het bijbehorende boek niet zonder een gevoel van vertedering en heimwee lezen. Het werd gepubliceerd in een tijd waarin seks uit het domein van de donkere kamers kwam en het door vele vooruitstrevende mensen werd gezien als iets dat voornamelijk mooi mocht zijn. Niks geen bitches, spuitende pimps en ondergespoten ho’s, maar jongeren die elkaar streelden en het fijn vonden om met elkaar te knuffelen en te vrijen. En een orgasme heette geen orgasme, maar was ‘een lekker bevrijdend gevoel’. Het argeloze van de jaren zeventig, toen seks nog liefdevol, lekker, lief, leuk en vrolijk was. Noem me een ouwe lul, maar nu ik mijn vroegere voorlichtingsboek weer terug heb, voel ik me op dit punt plotseling behoorlijk nostalgisch.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 05: Gefeliciteerd

Als we over een miljoen jaar op aarde zouden kunnen kijken, zal het er anders uitzien. Werelddelen zijn verder van elkaar afgedreven, bergen zijn ontstaan, nieuwe landschappen hebben zich gevormd. Hoogstwaarschijnlijk zal er nog wel ‘leven’ zijn, maar of de mens als soort nog zal rondwandelen, is de grote vraag. Er zijn een paar mogelijkheden: mensen sterven op den duur uit (als gevolg van zelfvernietiging of een veranderde habitat) of uit de mens zal een aangepaste diersoort evolueren. Uitsterven klinkt erger dan het is, een soortje meer of minder maakt niet zoveel uit. En wat het aanpassen betreft: dat procedé is allang begonnen. Elke generatie van iedere levensvorm past zich aan aan de omstandigheden, dat is de essentie van evolutie. Wij mensen zijn – net als andere levensvormen – in een onderhuids gevecht met elkaar over onze genetische bijdrage aan de toekomst. Stel: KIJK-lezer X krijgt later vijf kinderen en KIJK-lezer Y twee. Op het eerste gezicht lijken de genen van X een grotere kans op voortplantingssucces te hebben dan de genen van Y. Maar misschien is het blakende kroost van de Y-tak op termijn beter in staat te overleven dan de vele bleke kindertjes van de X-familie. Net als dieren voeren mensen een voortplantingsstrijd met elkaar om kwantiteit én kwaliteit. Vaak zullen de meest dominante individuen in een groep dieren zich makkelijker kunnen voortplanten dan de sukkels onder aan de ladder. Dat betekent niet dat deze alfadieren per definitie ook fysiek de sterkste dieren zijn, zoals vaak wordt gedacht. Net als in de mensenwereld – waar rijkdom en adelijkheid op volgende generaties worden overgedragen – kennen ook diersoorten dynastieën. Neem bijvoorbeeld meerkatten, een Afrikaanse apensoort. De meerkatwereld is onverdeeld in alfa- en bètafamilies. De alfa’s zijn de regenten, zij eten op de beste plekken en maken de dienst uit. De bèta’s schikken zich naar hun lot en gedragen zich onderdanig naar de alfa’s. In hun jeugd ravotten de jonge meerkatkindertjes vrolijk met elkaar, ongeacht hun alfa- of bèta-achtergrond. Maar wanneer bètameerkitten te hardhandig omgaat met een alfakitten dan schiet de alfaoma toe om haar kleinkitten bij te staan. Geen bètaoma die dit haar belet. Op deze manier worden de verhoudingen in de groep pijnlijk helder. Het alfakindje hoeft helemaal niet het sterkst of imposantst te zijn, door de bescherming van de familie is zijn of haar positie in de groep duidelijk. Sociale dominantie is bij meerkatten dus iets erfelijks. Voorspoed in het leven heeft ook bij meerkatten onder andere te maken met hun afkomst. Dit nummer van KIJK gaat over succes, een onderwerp waar welbeschouwd alles om draait. Maar laat je niet bedotten! Het feit dat je mijn column kunt lezen, is in de eerste plaats omdat wij beiden geslaagde nazaten zijn van een extreem succesvolle voortplantingslijn die op een paar dagen na zo’n 3,8 miljard jaar geleden begon. Deze lijn heeft ontzettend veel doodlopende takken, maar onze soort, onze familietak, heeft het tot nu toe gered. Wij leven, en hoe geslaagd of mislukt dat leven er ook uit mag zien: we zijn succesvol omdat we er zijn. Gefeliciteerd! En wat de toekomst brengt, weet geen aap.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 04: Tandenborstel 

Rond Valentijnsdag liep ik langs een winkel voor de erotische doe-het-zelver. Er hing een advertentie die mijn aandacht trok. ‘Geef je vrouw (of man) voor Valentijnsdag een nieuwe vibrator!’ en daaronder de romantische toevoeging: ‘Je koopt toch ook weleens een nieuwe tandenborstel?’ De advertentie van de sekswinkel was een zogenaamde consumptie impuls. De economie moet draaien, producten worden goedkoper, de levensduur gaat achteruit en de omloopsnelheid omhoog. In vroeger tijden had men voor jaren genoeg aan één tandenborstel, tegenwoordig hebben we om de zoveel maanden een nieuwe nodig. En wat voor tandenborstels geldt, geldt inmiddels blijkbaar ook voor vibrators. De rest van de dag werd ik geplaagd door vragen als omloopsnelheid, slijtage en verkoopaantallen. Die avond lag ik in de echtelijke sponde op internet te zoeken naar antwoorden, terwijl mijn vrouw een boek probeerde te lezen. Ik kon het niet laten haar steeds te informeren over mijn bevindingen. Wist zij wel dat de gemiddelde Nederlander elke vijf maanden een nieuwe tandenborstel koopt? Dat zijn ruim 38 miljoen exemplaren per jaar. “Fascinerend”, mompelde mijn vrouw. Daar staat tegenover dat er in Nederland jaarlijks meer dan een miljoen vibrators worden verkocht. Dus in acht jaar tijd is dat genoeg om de gehele vrouwelijke helft van de bevolking te voorzien. 21 procent van de bevolking gebruikt er regelmatig een, in de leeftijdgroep van 35 tot en met 54 jaar is dat zelfs 26 procent. “Tjonge.” De dildo bestaat al 28.000 jaar. Er is een stenen exemplaar van 20 centimeter gevonden bij een opgraving in Duitsland en er zijn ook Afrikaanse antieke dildo’s bekend, gemaakt van kamelenmest met een coating van hars. “Opwindend.” De eerste tandenborstels werden pas in 1750 gemaakt, met dierenharen. In 1857 werd het eerste octrooi op tandenborstels gegeven, dat was twaalf jaar voor de uitvinding van de vibrator. Oorspronkelijk was dit een medisch apparaat, dat tot doel had om ‘hysterische’ vrouwen te behandelen. Hysterie was in de negentiende eeuw een modeziekte voor vrouwen, een aandoening waarbij (seksuele) tekortkomingen zich uitten in nervositeit, slapeloosheid en neurotisch gedrag. Artsen kwamen erachter dat zij vrouwen door genitale stimulatie – ook wel vingeren genoemd – tot een ‘paroxysme’ konden brengen, een helende ontlading. De vrouwelijke patiënten waren meestal bijzonder van deze behandeling gecharmeerd, de doktoren vonden het echter vervelend werk. Het duurde vaak lang eer een paroxysme was bereikt, uren waarin ze ook andere kapitaalkrachtige zieken konden helpen. Mijn vrouw zuchtte. In 1860 vond een Franse arts daarom een hogedruk-brandslang uit die op de clitoris kon worden gezet en in 1869 volgde de vibrator, een door stoom en kolen aangedreven gevaarte. Later ontwikkelde medici elektrisch aangedreven modellen, die er volgens een historicus uitzagen als iets wat een garage gebruikt om de winterbanden om de velgen te leggen. “Oké, nu is het genoeg!” zei mijn vrouw. Boos stapte ze uit bed. “Wat ga je doen?” vroeg ik. “Wat denk je?” Een moment later hoorde ik het monotone gebrom van haar tandenborstel.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 03: Bikinidag 

Laat ik het ‘gordijnenwasdag’ noemen. Wanneer mijn moeder vroeger onze gordijnen van de rails haalde en naar de stomerij bracht, wist ik dat de lente definitief was begonnen. Het was alsof alle moeders in de wijk in het geheim met elkaar hadden afgesproken tegelijk aan de grote voorjaarsschoonmaak te beginnen. De huizen moesten aan kant, de winter was voorbij. Gordijnenwasdag is een variant op het begrip ‘bloesjesdag’: de feestelijke dag in het voorjaar waarop alle bedekkende lappen en zelfgekozen winterboerka’s aan de kapstok blijven en vrouwen voor het eerst in opwaaiende zomerkleren over de stoepen zwieren. Een ander woord is de door Martin Bril geïntroduceerde term ‘rokjesdag’: het moment dat vrouwen zich – alsof ze elkaar daarover ’s ochtends allemaal even hebben gebeld – plotseling op straat begeven in korte rokken zonder panty. De terrassen stromen vol, iedereen glimlacht, de zon schijnt wellustig en feromonen gieren iedereen door het opgewarmde lichaam. Nederland is niet het enige land dat wordt begeesterd door ontwaakte bloesjes en rokjes. Frankrijk kent de journée de la jupe, en in Amerika spreken ze van NSD, oftewel National Skirt Day. Uit een woordenboek: ‘A day when women get to show off their legs for the purposes of generating upward movement in their companies. A day eagerly awaited and the purpose of which is often misinterpreted by men.’ En het is waar: wat vlaggetjesdag is voor haring, is rokjesdag voor hormonen. Ik herinner me een stralende bloesjesweek ergens eind jaren tachtig. Mijn huisgenoot Bas stelde op een ochtend vast dat de lentezon het die dag definitief ging winnen van de nawinterkou. Hij gooide me mijn zwembroek toe en deelde mee dat we naar Scheveningen gingen. Volgens hem was het ‘bikinidag’, de eerste dag dat badgasten zich zouden ontbloten. Dat moment gingen we ons niet laten ontzeggen, besloot Bas. Nu schelen de woorden ‘badplaats’ en ‘baltsplaats’ nauwelijks een letter. Een baltsplaats is een begrip uit de ornithologie: de plek waar vogels elkaar ontmoeten om elkaar het hof te maken. Paarvorming bij vogels is vaak een nog ingewikkelder procedé dan bij mensen. Neem de Noord-Amerikaanse waaierhoen, een grote vogel uit de familie van de ruigpoothoenders. Als de winter eindelijk is verdreven, komen de waaierhoenmannetjes bij elkaar op een open veld. Elk voor zich bakenen ze een klein terrein af. Laten we het ‘verendag’ noemen: de waaierhoenvrouwtjes stellen zich op aan de rand van de baltsplaats om hun kerels gade te slaan. De mannetjes paraderen op hun vierkante meter, zetten hun veren uit, blazen twee geelachtige luchtzakken in hun hals zo vol mogelijk op, in de hoop de vrouwtjes te imponeren. Deze voorstellingen, die een week of zes kunnen duren, gaan over in een ingewikkelde paringsdans, eindigend met een copulatie. Ik wil Bas en mij niet met waaierhoenders vergelijken, maar ons gedrag had wel iets weg van een gemiddelde ruigpootvoorstelling. Het was ‘frisbeedag’, de eerste dag in het jaar dat we een frisbee naar elkaar overgooiden, met energiek gelach en studentikoos geren. Ik weet niet of de zonaanbiddende mensenvrouwtjes erg van ons onder de indruk waren, maar dat deed er eigenlijk ook niet toe. Dit was louter een feestdag voor de ogen, al het andere kwam later wel.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 02: Hese stemmen 

Ik schrijf deze column in bed, wat leuker klinkt dan het is. Naast me staat een glas dampende citroendrank met paracetamol, en mijn bewustzijn dobbert in een meer van wat in het Latijn mucus heet (slijm). Op Wikipedia lees ik dat dit een oplossing is van macromoleculen in water. En: ‘Als de concentratie van de verdikkende moleculen groter wordt, ontstaat meestal een gel.’ De groengekleurde gel uit mijn keel maakt mijn humeur er niet vrolijker op. Mijn vrouw kwam zojuist de kamer binnen en vroeg of alles goed ging. “Ja hoor”, antwoordde ik hees. “Oeh, sexy stem!” zei ze. Ik heb op dit moment inderdaad wat wordt genoemd a bedroom voice. Zowel bij mannen als vrouwen zijn lage schorre stemmen erotiserend. Onlangs werd Sean Connery verkozen tot man met de geilste stem van Groot Brittannië en Demi Moore zou volgens een poll beschikken over de meest opwindende stem van het universum. Zowel Connery als Moore hebben een schor, bijna raspend keelgeluid. The sound of sexiness. Een hese stem, lees ik op internet, is meestal het gevolg van een ontstekingsproces van stembanden of keelholte. Wat daar erotisch aan is, is mij niet duidelijk. Toch blijken onze stemmen meer over ons fysiek te verraden dan we zouden denken. Ze voorspellen zelfs veel over iemands karakter, positie op de sociale ladder en de mate waarin hij of zij geneigd is overspel te plegen. Uit studies blijkt dat als het stemgeluid ons bevalt, wij het uiterlijk van de eigenaren van de stem vaak aantrekkelijker zullen vinden dan het uiterlijk van de mensen achter stemmen die onze weerzin opwekken. Onderzoekers van de universiteit van Albany in de staat New York lieten mensen blind stemmen beoordelen, waarna werd gekeken naar de lichaamsmaten van de personen achter de stem. Wat bleek? Vrouwen met aantrekkelijke stemmen hadden slanke tailles en mannen met opwindende stemmen brede schouders (eigenschappen van het klassieke schoonheidsideaal). Mensen met aantrekkelijke stemmen zijn bovendien over het algemeen op jongere leeftijd ontmaagd, hebben meer sekspartners en neigen gemiddeld eerder tot ontrouw. Dat vrouwen vallen op mannen met een zware stem is allang geleden vastgesteld. Recente studies wijzen uit dat deze voorkeur ook te maken heeft met hun ovulatiecyclus. Zo moesten heteroseksuele vrouwen luisteren naar het zoetgevooisde geluid van mannen die hen probeerden te verleiden tot een afspraakje, en die later beoordelen. Wat bleek? Mannen met hogere stemmen maakten een bescheiden kans op vaste relaties, maar mannen met diepe stemmen genoten een overduidelijke voorkeur waar het ging om snelle seks. En deze kerels werden ook nog het meest gewaardeerd door vrouwen die in hun vruchtbare periode zaten. Andersom tekent zich hetzelfde beeld af. Stemmen van vrouwen in hun vruchtbare periode worden sexyer gevonden dan stemmen van ongestelde dames. Mijn vrouw komt weer de kamer binnen met thee. “Dank”, zeg ik hees. “Oeh, nog steeds die sexy stem”, zegt ze lachend en volgens mij uitermate vruchtbaar. Zuchtend neem ik nog een paracetamol, hopend dat mijn hese stem blijft, maar de keelpijn verdwijnt.

 

Kijk Magazine 2010, nummer 01: Platte humor 

Al zappend viel ik in een ontmoeting tussen Ruby Wax en onze eigen humoremigrant Hans Teeuwen. Wax zei dat de vrouwen na afloop van Hans’ voorstellingen zeker wel stonden te dringen. “Nee, dat is bij rock-‘n-roll”, antwoordde Teeuwen. “Ik doe stand-up comedy en dan maak je dat soort dingen nooit mee.” Vreemd, want er is een directe lijn tussen ‘humor’ en ‘seksuele aantrekkelijkheid’. Volgens Amerikaans onderzoek vinden vrouwen GSOH (Good Sense Of Humor) een zeer belangrijke eigenschap voor mannen. Natuurlijk vallen de dames aanvankelijk op zaken als uiterlijk, stem en geur; maar een grappige man heeft vele streepjes voor op humorloze seksegenoten. Zo bleek maar weer eens in het onlangs verschenen boek Why women have sex van de psychologen Cindy Meston en David Buss. Daarin komt naar voren dat er twee karaktertrekken zijn die vrouwen seksueel zeer aantrekkelijk vinden: humor en zelfvertrouwen. Wie een grap of een spitsvondige opmerking maakt, zorgt voor een betere sfeer, en vooral vrouwen zijn erg sfeergevoelig. Als vrouwen foto’s van mannen zien terwijl ze aangename muziek horen, zullen zij de mannen over het algemeen geiler vinden dan als zij foto’s van exact dezelfde mannen zien terwijl er een nummer opstaat van hardcore death metal. Hoe knap een man wordt gevonden, hangt dus niet alleen af van zijn verschijning. Vrouwen vallen, volgens Meston en Buss, eerder op dansleraren en masseurs (die hen een goed gevoel geven) dan op belastingsinspecteurs en parkeerwachters. Mannen die mensen laten lachen staan sociaal helemáál hoog in aanzien. Zij tonen de wereld dat zij intelligent zijn en makkelijk in de omgang. Dat ze durf hebben en zelfverzekerd zijn. Want een grap maken in het openbaar … is niet zonder gevaar. Weinig dingen zijn zo’n afknapper voor een vrouw als een mislukte witz van een (potentiële) minnaar. Ooit interviewde ik de actrice Carice van H. die vertelde dat een vriendje tijdens een etentje ooit een grapje maakte waar niemand om moest lachen. Ze was op slag niet meer verliefd op hem. Om grappen te maken, heb je zelfvertrouwen nodig – en laten vrouwen juist dát nu de meest sexy karaktereigenschap vinden (daarnaast hebben mannen die hoog scoren op de Schaal van Zelfvertrouwen gemiddeld een hoger inkomen dan mannen die laag scoren, maar dit terzijde). Onderzoek laat verder zien dat mannen met zelfvertrouwen geen schroom hebben om op aantrekkelijke vrouwen af te stappen, ook als ze zelf fysiek onappetijtelijk zijn. Humor is daarbij hét middel om hun zelfvertrouwen te etaleren. En daarom zijn zoveel lelijke mannen cabaretier of stand-up comedian, denk ik. Of dit ook geldt voor Hans Teeuwen, kan ik niet beoordelen. Feit is dat hij na afloop van zijn theatershow in Leicester in zijn kleedkamer bezoek kreeg van drie knappe Engelse meisjes (oké, gestuurd door Ruby Wax, maar dat doet er nu niet toe). “Leg jullie kleren maar in die hoek!”, riep Hans zijn vrouwelijke fans bemoedigend toe, waarna hij er aan toevoegde: “Hadden jullie zelf al een volgorde in gedachte, of laten jullie dat aan mij over?” Aandoenlijk was de opgewonden lach van de meisjes. Zelden zagen ze zoveel zelfvertrouwen van dichtbij.

 

2009

Kijk Magazine 2009, nummer 12: Leonardo 

Een vriend noemde die van hem bluffend Alexander. Zelf heb ik nooit een naam voor hem gehad, of het zou ‘mijn kleine jongen’ dan wel ‘mijn grote jongen’ moeten zijn, naar gelang zijn uiterlijke verschijningsvorm. Het blijft een opmerkelijke gewoonte om een lichaamsdeel een aparte naam te geven. Iemand die zijn knie Pieter of zijn elleboog Herman noemt, kan rechtstreeks naar de dagbehandeling van het RIAGG, maar een man die zijn genenimplanteerstift even liefkozend als opschepperig omschrijft als Jean-Pierre Philippe Battista Giovanni Fabrizio Alfonso XIII is een toffe gast, zeker als hij beweert dat hij die naam in zijn geheel heeft laten tatoeëren op het desbetreffende lichaamsdeel. Nu zijn knieën en ellebogen willoze mechanieken die zijn overgeleverd aan de regie van zijn bezitter; een mannelijk geslachtsdeel is dat niet. Leonardo da Vinci – die volgens sommige historici nooit de liefde met een vrouw bedreef – schreef vijf eeuwen geleden al een verhandeling over dit fenomeen: ‘De penis vertoont soms een eigen intelligentie; op het moment dat een man zou willen dat hij gestimuleerd werd, is hij eigenzinnig en volgt zijn eigen weg: en soms beweegt hij zich uit eigen macht, zonder toestemming of enige gedachte van zijn eigenaar. […] Hij doet wat hij wil; vaak slaapt de man en is hij wakker; vaak is de man wakker en hij in slaap.’ Dit zal alle peniseigenaren bekend voorkomen. Koot & Bie hadden in de jaren zeventig een sketch over twee mannen die een gesprek voerden over ‘de oudste beweging der wereld’. Een van hen legt uit wat hij zoal ervaart als hij ‘door zijn remmen schiet’, waarna hij toelicht: “Als ik daar alleen al aan denk, dan krijg ik ter plekke al zo’n tent in m’n broek. Leggen, gaat léggen! Af! AF!” Het blijft een vreemd idee dat een lichaamsdeel door zowel fysieke als mentale, én zowel bewuste als onbewuste stimulatie kan veranderen van uiterlijk. Wat Leonardo da Vinci een ‘eigen intelligentie’ noemt, is een ingewikkelde combinatie van bijna niet te achterhalen gebeurtenissen. De chemische en neurologische processen die mede verantwoordelijk zijn voor de fysiologie van de erectie zijn voor een leek vrijwel niet te snappen. Het heffingsmechanisme van een geërecteerd geslachtsdeel valt te duiden in termen van bloedtoevoer, spanningskrachten, tactiele drukreceptoren, stikstofoxide, et cetera. In de penis verwijden bloedvaten zich, waardoor bloed vijftig keer sneller dan normaal door honderden kurkentrekkerachtige bloedvaatjes begint te stromen (dit gebeurt gemiddeld zo’n drie uur per dag, bij jonge mannen althans). Het begint allemaal met een erotische gedachte of een fysieke aanraking, waarna een klein cluster zenuwcellen in het onderste deel van het ruggenmerg mogelijk de erectie tot stand brengt. Dit gebied in het ruggenmerg noemen sommige wetenschappers de ‘ejaculatiegenerator’, een gebied dat namelijk ook een belangrijke rol zou spelen in een nóg onbegrijpelijker fenomeen: dat van het orgasme. Onderzoekers hebben altijd moeite gehad om de erectie en het orgasme aan elkaar te koppelen, maar deze generator zou het antwoord kunnen zijn. Het gebied is een soort wijkbureau waar informatie over de penis – afkomstig uit zowel de buurt (de penis) als het stadskantoor (de hersens) – wordt verzameld en gecoördineerd. Ik wil niet bluffen, maar ik denk dat ik de eerste op aarde ben die dit lichaamsgebiedje een naam heeft gegeven. Mijn ejaculatiegenerator heet Leonardo, aangenaam.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 11: Ont-anonimisering 

Op internet werd een roman op schandalige wijze afgekraakt, terwijl de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen. Daarnaast was mijn collega uitgescholden en beledigd. “Anoniem!” riep hij. “Die internetlafaard had niet eens het lef zijn echte naam erbij te zetten!” “Welkom bij de club”, zei ik, want iedere schrijver, wetenschapper, ijsjesmaker, glasblazer of wiedanookweleensindebelangstellingstaat wordt soms in de krochten van de WereldWijdeBeerput voor rotte vis uitgemaakt. “Moeten we dat zomaar pikken?”, vroeg mijn collega ontzet. Tja. Toevallig deed een Amerikaanse rechtbank eind augustus een bijzondere uitspraak. Het blonde topmodel Liskula Cohen had er genoeg van voortdurend door een anonieme blogster te worden uitgescholden voor slet, hoer en wat niet al. De rechtbank dwong Google te onthullen wie er achter deze laffe toetsenbordheidin schuilging: iemand uit de kennissenkring van het model, die later nog een schadevergoeding van Google probeerde los te troggelen (de hoer). In ons land heeft een arrest van de Hoge Raad al in 2005 bepaald dat bij zware anonieme beschuldigingen de persoonsgegevens mogen worden onthuld. Dat was nadat een Tilburgse postzegelhandelaar anoniem was beticht van oplichting bij een veiling. Deze man voelde zich in zijn eer aangetast, maar kon zich niet verdedigen. De Hoge Raad gaf hem hierin gelijk. Het was een stap richting de ont-anonimisering van internet. Volgens een onderzoek uit 2007 bedreigt de stroom van pseudoniemen, avatarren en nicknames de geloofwaardigheid van het web. Zo citeerde The New Yorker in 2006 een zogenaamde professor die bijdragen leverde aan de internetencyclopedie Wikipedia onder de schuilnaam Essjay. Na speurwerk bleek het te gaan om een 24-jarige fantast zonder diploma’s. Natuurlijk is het welbeschouwd onmogelijk om de miljoenen weblogs (schattingen gaan al uit van 80 miljoen) te monitoren op smadelijk gescheld, wetenschappelijke onzin en racistische propaganda. Toch hebben sites als Twitter en MySpace recentelijk maatregelen genomen om de echtheid van sommige gebruikers te verifiëren en voor anderen te garanderen. Enkele deskundigen pleiten zelfs voor wetgeving om het internet te beschermen tegen anonieme bijdragen. Daar valt veel tegen te zeggen, want anonimiteit en het gebruik van pseudoniemen (naar het Oudgriekse woord pseudesthai, oftewel liegen) is een door de eeuwen heen gebruikt wapen tegen onderdrukkende regimes. Nu worden wij in onze westerse democratieën niet onderdrukt, dus de gewoonte om onszelf op internet te tooien met namen als T.Okkie, Baggerkonijn128 of TheRealFokSuk, is nogal aandoenlijk. Een Israëlische universiteit deed in de jaren negentig onderzoek naar dit soort nicknames. Destijds verwees 24 procent van de pseudoniemen naar de echte naam van de gebruiker, 10 procent kwam van een dier, plant of voorwerp, 5 procent was een woordgrap, 5 procent verwees naar een bekendheid en slechts 2 procent had een seksuele of provocerende connotatie (ik doe de onwetenschappelijke gooi dat dit anderhalf decennium later een veel hoger percentage is). “Maar goed, moeten we al dat gescheld zomaar pikken?”, vroeg mijn collega nogmaals. Ik dacht na en adviseerde hem de therapeutische film Jay and silent Bob strike back te huren, waarin twee langharige stoners erachter komen dat ook zij digitaal worden uitgescholden door anonieme hufters. Zij gaan op jacht naar de identiteit van hun belagers, bellen bij hen aan, vragen achteloos of degene die opendeed schuilgaat achter een bepaald pseudoniem, om na een bevestigend antwoord de betreffende persoon zonder aankondiging helemaal lens te trappen. Heerlijk lijkt me dat, en mijn collega ook. In films kunnen dat soort dingen nu eenmaal wel.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 10: Samen 

Mijn ouders zijn ruim zeventien jaar getrouwd geweest, waarvan dertien jaar te lang. Althans dat zei mijn moeder jaren later, toen alle stofwolken en kruitdampen waren opgetrokken. Ze probeerden hun huwelijk in stand te houden aanvankelijk door en later voor de kinderen. Een scheiding zagen ze als nóg desastreuzer voor onze ontwikkeling dan hun liefdeloze, uitgerangeerde huwelijk. Toen ik tien was, konden mijn ouders hun gebrek aan hartstocht echter niet langer verdragen. En wijs besluit, want het vreemde was dat iedereen – inclusief mijn zus en ik – zagen dat mijn ouders volstrekt niet bij elkaar pasten. Mijn moeder was een levenslustige schreeuwlelijk en mijn vader een kalme boekenlezer. Dat mijn ouders het zeventien jaar met elkaar hebben uitgehouden was een wonder. Mijn vrouwen ik zijn al bijna veertien jaar samen. Wij passen ontzettend goed bij elkaar – vinden we zelf – en er gloren vooralsnog geen donkere kruitwolken aan den einder. Maar is dat wetenschappelijk gezien eigenlijk ook wel zo? Valt te voorspellen dat mijn vrouwen ik wel bij elkaar horen, zoals mijn ouders dat uiteindelijk niet deden? Voor ik mijn vrouw ontmoette heb ik in tien jaar tijd een stuk of twaalf langere verliefdheden gehad, in duur variërend van een paar weken tot een paar jaar (de relaties van een paar uur heb ik niet meegeteld). Ook mijn vrouw heeft voordat ze mij leerde kennen bepaald niet in het klooster gezeten, maar laat ik het daar in godsnaam verder niet over hebben. Wij ontmoetten elkaar in een café, waar we als blinddate hadden afgesproken. Mijn latere vrouwen ik droegen bij onze ontmoeting beiden een duikbril, dat was het detail waaraan wij elkaar zouden herkennen in het volle café. Het was liefde op het eerste gezicht door een duikbril. Inmiddels hebben we drie kinderen. Waarom werden uitgerekend wij verliefd op elkaar? En waarom zijn uitgerekend wij bij elkaar gebleven? Deze twee vragen staan centraal in het net verschenen boek Waarom hij, waarom zij? (uitgeverij Contact) van de Amerikaanse ‘verliefdheidwetenschapper’ Helen Fisher, misschien wel de beroemdste biologe van dit moment. Verliefdheid heeft met vele factoren te maken: etnische achtergrond, intelligentie, sociale waarden, fysieke aantrekkelijkheid, gevoel voor humor, persoonlijkheid, et cetera. Volgens Helen Fisher is het met name een scheikundige kwestie. Onze persoonlijkheid wordt voor een groot deel bepaald door een individuele cocktail van hersenstofjes als dopamine, serotonine, testosteron en oestrogeen. Mensen bij wie de dopamine ruim door het hoofd pompt zijn nieuwsgierig, optimistisch, creatief en flexibel. Serotonineliefhebbers zijn kalm, sociaal, loyaal en ordelijk. Mannen en vrouwen die in grote mate testosteron aanmaken zijn direct, nuchter, emotioneel beheerst, competitiegericht en strategisch. En mensen met een hoge oestrogeenactiviteit (ook mannen) zijn verbaal sterk, intuïtief, hartelijk en sociaal vaardig. Op grond van onze specifieke chemische achtergrond brengt Fisher mensen onder in vier hoofdtypes: Verkenners (dopamine), Bouwers (serotonine), Regelaars (testosteron) en Onderhandelaars (oestrogeen). In haar boek zit een test waarin iedereen kan bepalen welk biologisch temperament hij of zij heeft. Niet ieder type past even goed bij elkaar: de Verkenners zoeken elkaar, net als de Bouwers, terwijl de Regelaars de Onderhandelaars willen, en andersom. Ik scoorde het best op de Regelaarschaal en mijn vrouw is volgens Fisher een Onderhandelaar. En dus is het nu wetenschappelijk officieel: mijn vrouwen ik horen bij elkaar!

 

Kijk Magazine 2009, nummer 09: Statistieken

Jaren geleden zocht ik op het wereldwijde informatienetwerk eens naar beelddragers met een expliciet seksueel karakter. Daar moet je dus vreselijk mee oppassen. Een avondje rondklikken in die blijmoedige wereld leverde mij – ondanks virusscanners en andere voorbehoedsmiddelen – een geïnfecteerde computer op. Het stukje dat ik over deze virale besmetting schreef in een landelijke krant, leverde mij zoveel hoon op dat ik tegenwoordig wel beter uitkijk. Ik zal het nooit meer toegeven. Door alle veroordelende reacties leek het namelijk alsof ik de enige was die weleens naar dit soort onchristelijke smerigheid kijkt. Wat natuurlijk niet zo is. Vandaag heb ik eens gesurft naar statistieken over pornogebruik. Ik kan niet anders zeggen: ik heb heerlijke uren gehad met het zoeken naar seksueel getint cijfermateriaal. Voor wie geïnteresseerd is: elke seconde kijken 28.258 mensen op internet naar pornografie. Van alle downloads is 35 procent pornografisch. Dagelijks worden er bij zoekmachines 68 miljoen pornografische termen ingetypt. Het woord ‘sex’ was, met ruim 75 miljoen hits, in 2006 de meeste gezochte erotische zoekterm. In Pakistan, Egypte en India werd dit woord het vaakst ingetypt. Dat laatste land en Kroatië waren de enige niet-moslimlanden in de top 10 van ‘sex’-zoekers. In 2006 werd het aantal ‘unieke bezoekers’ van adult pages geschat op 72 miljoen per maand. Het aantal sekssites schatte men op 420 miljoen. In datzelfde jaar werd er wereldwijd voor 97 miljard dollar omgezet in de seksindustrie. Dat was meer dan twee keer de omzet van Microsoft in 2006. Nederland staat met 200 miljoen dollar laag in lijst. China heeft de hoogste omzet: bijna 28 miljard dollar. In Zuid-Korea geeft men per persoon 525 dollar uit, een record! Over geld gesproken: in Amerika is er een duidelijke correlatie tussen inkomen en pornoklikkerij. Hoe meer men verdient, hoe meer men surft: de hoogste inkomens (75.000 dollar en meer) zijn goed voor 35 procent van het sekssurfen. In 2007 keek in Canada een derde van de U-jarige jongens weleens naar porno. In 2006 had 87 procent van de Amerikaanse studenten seks met behulp van webcams, msn of telefoon. In 2004 gaf 44 procent van de Amerikaanse werknemers (m/v) toe op het werk te surfen naar bloot. Voor universitaire medewerkers was dit zelfs 59 procent. Van alle vrouwen worstelt naar eigen zeggen 17 procent met een pornoverslaving. 60 procent van de volwassenen vindt het moreel acceptabel om seksfantasieën te hebben. Bijna 40 procent vindt het moreel acceptabel om naar pornografisch beeldmateriaal te kijken. 10 procent van de cavia’s is homoseksueel (maar dit terzijde). En dan de gelovige seksklikkers! De helft van alle christelijke mannen en 20 procent van de christelijke vrouwen is verslaafd aan pornografie. Ruim 60 procent van de getrouwde christelijke mannen masturbeert (wat 13 procent van hen normaal gedrag vindt). 60 procent van de christelijke vrouwen worstelt met lust, 40 procent van hen heeft het afgelopen jaar een seksuele zonde begaan. Een op de vijf telefoontjes naar pastorale hulpdiensten gaat over digitale seks. Van de pastorale werkers zelf heeft 98 procent ooit porno gezien, 43 procent bezoekt gericht sekssites. Ruim 50 procent van de 1.351 ondervraagde pastors had het afgelopen jaar porno bekeken op internet, 30 procent zelfs de afgelopen maand. Oké, helemaal betrouwbaar is deze cijferbrij natuurlijk niet, want internet is een bron van onzin, overdrijving, misinterpretatie en kwade wil, maar één ding is zeker: wie weleens naar porno surft, hoeft zich niet alleen te voelen.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 08: Een zeven 

Dit stuk begint met een herinnering aan mijn studietijd, meer dan twintig jaar geleden. Het was een zomerse dag, ik liep over ’t Wed in Utrecht, langs terrassen die waren gevuld met bierdrinkende studenten. Het is nooit mijn hobby geweest om langs menigtes te lopen, simpelweg omdat het mij nooit lukt om in zulke gevallen een normaal gezicht te trekken. Hoe natuurlijker ik probeer te kijken, hoe ongemakkelijker ik voortschuifel. Op een van de terrassen zaten een stuk of wat gebruinde studentenmeisjes uitgelaten converserend in de zon. Toen ik het groepje was gepasseerd, hoorde ik een van hen met schorre stem zeggen: ‘Een zeven.’ Dit getal werd meteen beaamd door de andere studentes. Een paar passen verder begreep ik dat dit het cijfer was dat ik van de dames had gekregen, een getal dat ik met gemengde gevoelens probeerde te duiden. Een zeven is een voldoende, maar niet meer dan dat. Goed, maar het kan beter. Nu ik 20 kilo sterker in mijn schoenen sta, weet ik dat ik met de wetenschap van nu – anders had moeten reageren. De uitdrukking ‘met de wetenschap van nu’, betekent letterlijk: als ik toen wist wat ik nu weet, zouden de dingen heel anders zijn gelopen. Deze wetenschap van ‘toen en nu’ hoeft niet per se te slaan op dingen die jaren geleden zijn gebeurd, in tegendeel. De psychologie heeft een fraaie uitdrukking voor de manier van denken waarmee we over fouten uit het verleden reflecteren: counterfactual thinking. Oftewel ‘redeneren tegen de feiten in’. Dit is geen gedrag om ons voor te schamen, sterker nog, iedereen heeft dagelijks tientallen van deze counterfactuals. ‘Had ik deze afslag maar niet genomen, dan stond ik nu niet in de file.’ ‘Waren we maar naar de Middellandse Zee op vakantie gegaan in plaats van naar Zeeland.’ ‘Had ik maar een abonnement op KIJK genomen in plaats van op Donald Duck.’ Het sleutelwoord bij dit soort redenaties is ‘spijt’, en de vraag is waarom we dit soort gedachten eigenlijk hebben. Wat schiet je ermee op te bedenken dat je beter niet de hele avond had kunnen beeldschermen, terwijl je ook een boek had kunnen lezen? In mijn roman ‘Phileine zegt sorry’ zegt hoofdpersoon Phileine heel wijs: “Spijt is verleden tijd”, maar bijna vijftien jaar later heb ik spijt van deze uitspraak. Spijt is helemaal geen verleden tijd. Spijt is net zo essentieel voor een gezond leven als goede voeding. Psychologen denken dat spijt een krachtig wapen is om toekomstige ellende te helpen voorkomen. Het onderdrukken van spijtgevoelens zou leiden tot grotere onvoorzichtigheid. Wie nooit spijt heeft, maakt altijd dezelfde fouten. Van grote spijten tot kleine spijtjes; vrijwel iedereen wordt erdoor geplaagd. Uit onderzoek blijkt dat 86 procent van de mensen ‘met de wetenschap van nu’ hun leven anders hadden willen leven. Meer dan de helft van de mensen heeft ‘redelijk’ tot ‘heel veel’ spijt van grote levenskeuzes. De meeste spijt betreft de liefde, al is er een opmerkelijk verschil tussen mannen en vrouwen, aldus een Amerikaans onderzoek waarin mensen werd gevraagd terug te kijken op hun studententijd. Het blijkt dat mannen vaak spijt hebben van liefde die ze tijdens hun studiejaren niet hebben gehad en sekskansen die ze niet hebben benut. Vrouwen voelen daarentegen juist spijt over avontuurtjes die ze wél zijn aangegaan. Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat dit – althans, wat de mannen betreft – klopt. Zo heb ik er grote spijt van dat ik die zonbeplaste zomermiddag op ’t Wed angstvallig ben doorgelopen, in plaats van aan te schuiven bij de schorre studentenmeisjes om hen te laten zien dat het belang van louter uiterlijk soms schrikbarend wordt overschat.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 07: Orgasmen 

Laatst zat ik met vrienden te praten over de dingen des levens, en met name over een vraag die mij op dat moment bezighield: waar in je lichaam ervaar je eigenlijk een orgasme? Sommigen voelden het in hun hoofd, anderen in hun buik, hun schaamstreek, en er was zelfs ’n viezerik die vond dat zijn orgasme als een flipperbal door zijn lichaam kaatste. Misschien is het een idee voor de lezers om zelf eens te letten op welke plek een seksueel hoogtepunt kan worden gelokaliseerd. Het voelde overigens mooi en eeuwig om met vrienden over onze kennis van de wereld te praten. In vroeger tijden zaten onze voorvoorouders elkaar ook in groepsverband bevlogen verhalen te vertellen over het leven. Tegenwoordig bestaat er een moderne variant: hoorcolleges op internet, waarop al even uitgelaten kan worden gereaguurd. Een van de aangenaamste sites op dit gebied is www.ted.corn, waarbij T.E.D. slaat op Technologie, Entertainment en Design. Van over de hele wereld worden wetenschappers en andere deskundigen uitgenodigd om als stand-upscientists enthousiast te berichten over fascinerende wetenswaardigheden in hun vakgebied. De missie van TED is het verspreiden van ideeën. En wat is nu een mooier idee dan praten over bovengenoemd onderwerp? Dus werd begin dit jaar de Amerikaanse wetenschapsschrijfster Mary Roach (onder meer bekend van haar geweldige, helaas nog onvertaalde boek ‘Bonk’) uitgenodigd om te komen vertellen over seksualiteit. Onder de aansprekende titel: ‘Tien dingen die je niet wist over het orgasme’ ging ze los. Goed om te weten: een orgasme is een prima medicijn tegen de hik, vrouwen ruiken na een orgasme een beetje uit hun mond, en Deense boeren vingeren hun vrouwtjesvarkens voor een efficiëntere kunstmatige inseminatie. Ja, ja, het orgasme … Er zijn wel twintig verschillende definities voor. De fysiologe Marcalee Sipski, van de Universiteit van Alabama, omschrijft het orgasme als ‘een reflex in het autonome zenuwstelsel, dat kan worden bevorderd of tegengewerkt door cerebrale bemoeienis (gedachten en gevoelens)’. Sipski richt haar onderzoek op mensen met een dwarslaesie. Want mensen die door een ongeval verlamd zijn geraakt, kunnen soms nog wel klaarkomen en soms niet. Wetenschappers vermoeden dat een deel van onze orgasmen wordt veroorzaakt door ons autonome zenuwstelsel (dat verantwoordelijk is voor belangrijke onbewuste lichaamsprocessen) en een ander deel door onze hersenen en het centrale zenuwstelsel (dat door het ruggenmerg loopt). Het maffe is trouwens dat een seksuele climax niet altijd iets te maken hoeft te hebben met stimulatie van een geslachtsdeel. Het zenuwstelsel vergist zich weleens. Zo zijn er mensen die klaarkomen als ze poepen (orgasm-induced defecation in vaktermen). Dit zou komen doordat elektronische signalen die vanuit het lichaam naar de hersenen schieten, storen met andere signalen, waarna de hersenen de verkeerde conclusies trekken. Dan zijn er nog de zogenoemde niet-genitale orgasmen; wanneer mensen klaarkomen van stimulatie van bijzondere erogene zones, de knieën bijvoorbeeld. En last but not least zijn er mensen die hun hoogtepunt bereiken als hun wenkbrauwen worden gestreeld, hun haren geföhnd, of als er op hun tanden wordt gedrukt. Best handig, zou je denken. Maar niet altijd… Zo vertelt Mary Roach over een Thaise vrouw die altijd klaarkwam als ze haar tanden poetste. “Je zou denken dat deze vrouw een uitstekende mondhygiëne had”, vertelt Roach, “maar zij dacht dat ze door de duivel was bezeten, en daarom schakelde ze over op mondwater. Tragisch!” Tragisch inderdaad, maar wel een mooi wetenschappelijk verhaal voor in het kringgesprek.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 06: Paradepaardje

Laten we beginnen met een kleine doe-opdracht voor de mannelijke lezers (de lezeressen mogen ook meedoen, maar dan hebben ze even een mannelijk onderzoeksobject nodig). Voel of er in je geslachtsdeel een bot zit en probeer te bedenken waarom dat wel of niet zo is. Ik wacht even… Zo. En? Inderdaad: wij mannen hebben geen bot in onze penis. Dat is op zich vreemd, want de delen van ons lichaam die kunnen bewegen, hebben steevast een of meerdere botten om dat voor elkaar te boksen. Neem bijvoorbeeld je oren. Daar zitten vederlichte, bewegende onderdelen in die botten nodig hebben om te kunnen functioneren. Maar onze genenlans moet het doen zonder bot, kraakbeen of andere stijve ondersteuning (terwijl het toch een zeer beweeglijk orgaantje is). Op dit punt wijken we af van onze directe verwanten en collega-primaten. Neem de chimpansee, die in zijn plassertje een handig botje heeft dat hem razendsnel in opperste staat van paraatheid kan brengen. Toont een vrouwtjeschimpansee een mannetje haar lekkere, rode billen, dan horen we ‘plop’ en kan het mannetje direct aan de slag. Seks is in de apenwereld dan ook meestal secondewerk, want de apenmannetjes hoeven geen tijd te verspillen met het oppompen van hun lubbertuitjes. Dat is namelijk wat er bij ons mensen gebeurt. Zie onze penis als een forse reep slappe entrecote, met in het vlees een paar zakjes die met bloed kunnen worden gevuld. Dit vergt nogal wat van onze bloedvoorraad, energie en concentratie. De mechanica van een erectie is dan ook een onderwerp waar generaties biologisch ingestelde natuurkundigen op zouden kunnen afstuderen. Een van de problemen bij het laten rijzen van een mannelijke hefkraan is het enorme formaat. Mannen hebben een gigantische stijve pik, en dit zeg ik niet als een complimentje aan mezelf of mijn broeders. Als ik deze wetenschap op middelbare scholen deel met leerlingen, zijn er altijd wel een paar meisjes die roepen dat een hengst toch werkelijk een grotere piemel heeft dan de lullige pielemuisjes die zij tot dan toe bij hun vriendjes zijn tegengekomen. Dit is natuurlijk waar, in absolute termen. Maar deel de inhoud van een hengstenlichaam door de inhoud van zijn erectie en doe hetzelfde met de mannetjesmens en zijn schuiftrompet, en wij winnen glansrijk. Wij zijn de trotse koplopers in de Eredivisie der Grote Pielen. Het antwoord op de vraag waarom mannen enorme geslachtsdelen hebben, is simpel: omdat vrouwen de afgelopen miljoen jaar op enorme geslachtsdelen zijn gaan vallen. Dat is een uniek menselijke voorkeur, want chimpanseevrouwtjes zijn al tevreden met stijve piemels ter grootte van een wattenstaafje en gorillavrouwtjes met een lucifer. Dat heeft met seksuele selectie te maken. Een grote erectie is een volstrekt nutteloos apparaat, uitsluitend ontstaan om mee te pronken. Zoals de pauw paradeert met zijn veren, zo zijn onze voorvaders te koop gaan lopen met hun oppomp bare rolmopsen … omdat onze voormoeders daar opgewonden van werden! Mannetjes die zich op deze manier uitsloofden, lieten aan de vrouwtjes zien dat ze gezond genoeg waren om er zoiets overbodigs op na te houden. En het ontbreken van bot maakt de prestatie nóg imposanter. Een erectie zonder bot is de beste advertentie die een man voor zichzelf kan plaatsen. Kijk eens: ik kan een stuk vlees in de lucht houden zonder handen en zonder bot. Klinkt bepaald stompzinnig … maar vrouwen vallen ervoor!

 

Kijk Magazine 2009, nummer 05: Liefde gaat door de neus

Vroeger, toen ik nog studeerde, gebeurde het soms dat mijn huisgenoten en ik op het onmenselijke tijdstip van 12.00 uur in de vroege ochtend college hadden. Het was 14 minuten fietsen van ons huis naar de stad, dus als we om 11.43 uur opstonden, hadden we genoeg tijd om kleren aan te trekken en tanden te poetsen. Het douchen schoot er dan even bij in, maar daar hadden we een oplossing voor die we ‘de middeleeuwse methode’ noemden. Net als onze voorouders bepotelden we ons flink met deodorant en ander geurwater om de zweterige aroma’s te ‘overgeuren’. Heel soms schoot ook die parfumbesprenkeling erbij in, en verschenen we met een boeket van lichaamsodeur op college. Inmiddels weet ik dat dit eigenlijk zo gek nog niet was. Er zijn veel redenen waarom mensen en dieren op elkaar vallen. “Vraag een pad wat schoonheid is,” schreef de Franse schrijver Voltaire al in 1764, “en hij zal antwoorden dat het een vrouwtje is met twee grote ronde ogen die uit haar grote platte hoofd puilen, een gele onderbuik en een bruine rug.” Vraag een vrouwtjesmens wat zij aantrekkelijk vindt en ze zal antwoorden dat ze valt op een krachtige, gespierde, humoristische man met brede schouders, smalle heupen, een symmetrisch gezicht en een brede kaaklijn. Als een man aan deze eigenschappen voldoet, wil dat nog niet zeggen dat de vrouwtjesmens de rest van haar leven met hem zal willen doorbrengen. Want op de lange termijn is één ding nog belangrijker dan de looks: de geur. Liefde gaat door de neus, niet door de maag. Zin in seks kan bijvoorbeeld worden opgewekt door stofjes die feromonen worden genoemd, chemische goedjes die voorkomen in allerhande geurende lichaamssappen (zweet, sperma, speeksel, et cetera) en die als effect hebben dat mensen gelukkiger of meer opgewonden raken. Maar waarom vinden we de een aangenamer ruiken dan de ander? Volgens biologe Jena Pincott verraadt iemands geur zijn of haar immuunsysteem. De afgelopen decennia is er veel geschreven over onderzoeken die zijn gedaan met vrouwen en mannen die aan elkaars bezwete T-shirts moesten ruiken. En wat blijkt? Als we onze neus volgen en niet ons geslachtsdeel, geven we de voorkeur aan partners wier immuunsysteem afwijkt van dat van ons. Oftewel: vrouwen en mannen zoeken geliefden die zich op andere wijze verdedigen tegen indringers en bacteriën dan zijzelf. Dit is op zich logisch. Wij hebben ons immuunsysteem gekregen van onze ouders. Als je vader goed is in de strijd tegen bacterie X en je moeder goed kan knokken met bacterie Y, dan is de kans groot dat jij het kunt opnemen tegen beide huftertjes. Maar wanneer je ouders goed zijn in het bestrijden van dezelfde tegenstanders, heb je een probleem. Vergeet de parfum, de zeep, de aftershave en de deodorant dus even. Je kunt je beter douchen dan onderspuiten met vervanggeur. Met al dat gesproei met lekkere stinksels kan het namelijk gebeuren dat we in bed belanden met geliefden die we eigenlijk vinden meuren. En voor je partner ruikt er niets zo lekker… als jouw zweet.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 04: Anonieme verliefden

Een vriend van mij – ik zal hem D. noemen – is sinds kort hevig verliefd. “En zo leuk is dat helemaal niet”, zei hij somber toen we er een biertje op dronken. Verliefdheid is inderdaad een vreemde ziekte en de oorzaak van een hoop leed. Miljoenen jaren leefden onze voorouders als primitieven in een primitieve wereld. Al onze huidige moderne gedragingen en lichamelijke reacties zijn terug te voeren op de immens lange tijd dat we als diersoort over de velden struinden. Het bellen met een iPhone of het lezen van KIJK verandert niets aan de mentale erfenis die we van miljoenen voorouders hebben gekregen. Waar komen onze voorkeuren en gedragspatronen vandaan? Alle levende wezens zijn er uiteindelijk alleen maar op gericht om hun genen zo veel mogelijk te verspreiden onder toekomstige generaties. Wie meer nakomelingen krijgt dan zijn buurman, slaagt beter in deze opdracht. Voorouders bij wie het minder lukte om hun genen door te geven aan hun nageslacht … zijn onze voorouders niet. Wij zijn gevormd door de miljoenen geslaagde versierpogingen vóór ons. De keuzes die vroegere mensen maakten wanneer ze op vrijersvoeten gingen, zijn exact ónze keuzes. Een instinct dat al miljoenen jaren niet is veranderd. Vrouwen vallen bij mannen op symmetrie, geur, lengte en zichtbare leeftijd (gemiddeld zijn mannelijke partners 10 centimeter langer en drieënhalf jaar ouder). Maar nog meer vallen ze op materiële bezittingen en sociale status, schrijft neurologe Louann Brizendine in ‘De vrouwelijke hersens’. Vrouwen zijn ‘kiezers’. Mannen (‘jagers’) zijn minder kieskeurig, want zij hoeven geen negen maanden te investeren in het dragen van het nageslacht. Toch hebben ook zij duidelijke voorkeuren: een paar jaar jongere vrouwen met een gave huid, volle lippen, heldere ogen, glanzend haar en een zandlopervormig figuur. Of potentiële partners het waard zijn om kindjes mee te krijgen, wordt razendsnel in onze voorgeprogrammeerde hersens berekend. Onze verlangens en gedragingen zijn diep gecodeerd in wat Brizendine ‘neurologische liefdescircuits’ noemt. Is de uitkomst van de berekeningen in deze circuits uiteindelijk positief, dan krijgt het brein een ongelooflijke drugscocktail. Grote doseringen dopamine, oestrogeen, oxytocine en testosteron overspoelen de hersens. Hartstochtelijke verliefdheid is een conditie van het brein die overlap vertoont met obsessie, manie, bedwelming en zelfs met honger en dorst. Sterker nog, de symptomen zijn dezelfde als de effecten van cocaïne, amfetamine, morfine en heroïne. Bij verliefdheid worden hersencircuits actief die overeenkomen met die van drugsverslaafden. Het vermogen om kritisch te denken wordt volledig uitgeschakeld. En men is letterlijk blind voor onaangename eigenschappen van de partner. Een verliefd iemand die door omstandigheden wordt gescheiden van zijn geliefde, zal onontkoombaar kampen met de ‘neurochemische ontwenningspijn’, door junks ook wel een cold turkey genoemd. Dat is ook het leed dat mijn vriend D. heeft getroffen, want zijn beminde woont in een heelergverwegland, en er staan wetten in de weg en vele praktische bezwaren. Noodgedwongen moet mijn vriend afkicken van zijn verliefdheid, wat hem fysiek zeer zwaar valt. “Misschien moet ik maar een zelfhulpgroep oprichten”, zei hij, nog altijd somber. “De A.V., oftewel de Anonieme Verliefden.” “Goed idee”, zei ik. “Misschien ontmoet je daar wel weer een andere leuke vrouw.” Maar bij die gedachte kon en wilde hij zich helemaal niets voorstellen.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 03: Baardhaar

In dit nummer staan we uitgebreid stil bij de tweehonderdste geboortedag van misschien wel de belangrijkste en tegelijkertijd meest omstreden wetenschapper aller tijden: Charles Darwin (1809-1882). Darwin, een bange, statusgevoelige man, was tijdens een expeditie schoorvoetend tot de schokkende conclusie gekomen dat God de dieren nooit in een simpele werkweek had kunnen scheppen, zoals in de Bijbel staat. Zijn evolutietheorie sloeg in als een bom, en wordt in sommige contreien nog altijd gezien als ‘gevaarlijk idee’. En niet alleen in verre Amerikaanse staten: onlangs schrapte de Nederlandse schoolboekuitgever Malmberg de theorie uit een biologische leermethode voor christelijke scholen. Dat is hetzelfde als in een natuurkundeboek de zwaartekracht schrappen. Het zelfbeeld van de Jezusfanclub is blijkbaar zo benepen, en het geloof in die prehistorische leesmap zo groot, dat men maar niet wil accepteren dat alle huidige aapsoorten – inclusief de mens – ooit dezelfde voorouder hebben gehad. In zijn latere leven kwam Darwin met een nóg choquerender idee: dat van de seksuele selectie. Hiermee borduurde hij voort op zijn theorie van natuurlijke selectie: het tergend langzame mechanisme dat ervoor zorgt dat dieren (en planten) vanwege nét nét nét iets gunstigere eigenschappen op de lange termijn nét nét nét iets beter blijken te overleven dan soortgenoten zonder die gunstige eigenschappen. Bij seksuele selectie draait het om een mechanisme dat veel directer van invloed is op de voortplanting, namelijk om… tja, hoe zeg ik dat netjes… de geilheid van individuen. Om soms onnavolgbare redenen worden vrouwtjes namelijk opgewonden van bepaalde maffe eigenschappen van mannetjes, met als gevolg dat die eigenschap bij elke volgende generatie steeds iets wordt versterkt. Vaak botsen de natuurlijke en de seksuele selectie gigantisch. Neem het hert. Vrouwtjesherten worden nogal bronstig van mannetjesherten met grote geweien (en geef ze eens ongelijk). Nu vergt het voor een mannetjeshert een enorme krachtsinspanning om dat rare geval op zijn hoofd mee te slepen, maar hij moet wel, want anders mag hij zijn favoriete vrouwtjeshert niet meer bespringen. Met zijn grote gewei toont hij het vrouwtje dat hij sterk is, en dus ook voor sterk nageslacht zal zorgen. Seksuele selectie levert veel vreemde, onhandige, ja zelfs levensbedreigende lichaamsvormen en gedragingen op. Pauwen met buitenissige veren waar zelfs de Toppers zich voor zouden schamen, roodborstjes die zo luid zingen dat een groot deel van de mannetjes zich letterlijk doodzingt, enzovoort. Darwin zocht naar bewijzen voor seksuele selectie in de dierenwereld. Hij opereerde mannetjeskrekels zodat ze niet meer konden sjirpen en liet mannetjeskemphanen kortwieken om te kijken of de dames ook dan nog op hen zouden vallen (wat niet het geval was). Toen stortte Darwin zich op de mannetjesmens. Waarom hebben mannen baarden en vrouwen borsten en voluptueuze achterwerken, vroeg hij zich af. Gezichtsbeharing kan geen evolutionair voordeel hebben, want vrouwen hebben geen baarden en snorren. En dus oordeelde Darwin dat baarden bij mannen moeten zijn ontstaan vanwege het principe van seksuele selectie. Er moet een tijd zijn geweest dat mensenvrouwtjes om wat voor reden dan ook vielen op mannetjesmensen met overmatige haargroei op de kin. Deze onbegrijpelijke teeltkeuze heeft ervoor gezorgd dat mannen zich vandaag de dag nog moeten scheren. Of niet natuurlijk.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 02: Uitspatting

Laatst was ik op een receptie van een jubilerende dichter, waar ik met vijf heren-op-Ieeftijd onverwachts terechtkwam in een biologische discussie. Het gesprek ging over het verschijnsel squirting, oftewel ‘de vrouwelijke ejaculatie’. Een van de heren had dit fenomeen per ongeluk gezien in een rolprent met expliciet erotische beelden. Een orgasmerende actrice had als een tuinsproeier om zich heen gespoten, tot verbijstering van de toeschouwer in kwestie. Wat hij van ons wilde weten: bestond dit verschijnsel daadwerkelijk? Zijn er vrouwen die op deze manier klaarkomen? De vraag of vrouwen ejaculeren wordt in het boek ‘The clitoral truth’ van Rebecca Chalker (2002) ‘one of the most hotly debated questions in modern sexology’ genoemd. Vooropgesteld, hoe jammer het ook is: de vrolijke vrouwelijke spetterpartijen in pornografie zijn zo goed als zeker altijd gefaket. Female ejaculations worden nagebootst met urine of van tevoren ingespoten vloeistoffen. Desalniettemin is het verschijnsel van de spuitende vrouw al eeuwenlang bekend. De Grieken en Romeinen vonden het volstrekt normaal, hoewel ze erover discussieerden waar de rondgespatte vloeistof uit zou bestaan. Sommigen (onder wie Hippocrates) dachten dat vrouwen zaad ejaculeerden dat zich vermengde met mannelijk sperma, anderen (Aristoteles) geloofde niet in het voortplantend vermogen van het vrouwelijke spuitsel. Ook het eeuwenoude taoïstische sekshandboek ‘Geheime lessen voor een gewoon meisje’ van Su Nu Ching beschrijft ‘de overvloedige uitstorting van het innerlijke hart’ bij vrouwen als een gewone zaak. Tot aan de jaren twintig van de vorige eeuw dacht men er precies zo over, maar gaandeweg begonnen toonaangevende seksuologen te verkondigen dat het fenomeen niet bestond of verward werd met urinary stress incontinence (oftewel het onvrijwillig lekken van urine door seksuele spanning). Het leek gedaan met het vrouwelijke kwakkie. Toen wetenschappers eind jaren zeventig het fenomeen opnieuw ter discussie stelden, reageerden sommige radicale feministen met de bewering dat ejaculerende vrouwen mannelijke verzinsels waren. Maar inmiddels hebben meerdere wetenschappelijke onderzoeken bevestigd dat vrouwen tijdens hun hoogtepunt een substantie afscheiden, soms zelfs spattend. Volgens een onderzoek uit 1990 onder bijna 1300 vrouwen bleek dit te gelden voor 40 procent van hen. Genoeg dus om te concluderen dat de spuitende vagina geen mannenfantasie is. Wat echter fel wordt bediscussieerd is de vraag: is dit vocht urine of niet? Een wetenschappelijk ingestelde vrouw deed thuis een experiment. Ze nam een pilletje dat haar urine blauw kleurde en bedreef vervolgens de liefde op witte lakens. Wat restte van haar uitspatting was een kleurloze of hoogstens lichtjes vaalblauwe vlek. Een ander onderzoeksteam stuurde de zogenoemde expulsion naar verschillende laboratoria, zonder erbij te zeggen wat het was. Twee daarvan concludeerden dat het om urine ging, vier meenden daarnaast een enzym te hebben gevonden dat ook in mannelijk zaad zit. De conclusie die Mary Roach trekt in haar geweldige boek ‘Bonk’ (waarover binnenkort meer): sommige vrouwen spuiten urine, sommigen vrouwen andere stoffen en sommige vrouwen beide. En veel vrouwen niets, voeg ik er maar aan toe. Kortom, het debat is nog niet beslecht. De komende jaren zullen vanuit de verschillende kampen nieuwe onderzoeken worden aangedragen. Want dat is wat wetenschap behelst: ruzie maken over de interpretatie van mogelijke feiten. Ook als het over squirting gaat.

 

Kijk Magazine 2009, nummer 01: Seksbochten

Wie geïnteresseerd is in voetbal (zoals ik), kan Voetbal Internationallezen en op tv allerhande praatprogramma’s volgen. Voetbal is alom geaccepteerd, een beetje té als je het mij vraagt. Wie geïnteresseerd is in seksualiteit (zoals ik), kan geen ‘Seks International’ bij de kiosk halen, en serieuze tv-programma’s over het onderwerp bestaan ook niet. ‘Spuiten & slikken’ deed een poginkje iets dieper op seks in te gaan, maar die show ontaarde helaas te vaak in een puberaal geginnegeil. Seks is als serieus gespreksonderwerp nog steeds niet alom geaccepteerd, terwijl ik denk dat er in Nederland vaker wordt gevreeën dan gevoetbald, vaker wordt klaargekomen dan gescoord. Ik heb het hier overigens niet over seks als pornografie, maar over een analytische benadering van de oorsprong van een groot deel van de levende wezens op aarde; de lezers van KlJK niet uitgezonderd. Gelukkig verschijnen er regelmatig interessante wetenschappelijk onderbouwde boeken over seksualiteit. Zo publiceerde de wetenschapsjournalist Aschwin Tenfelde vorige maand het zeer lezenswaardige ‘Hoe ‘het’ werkt’ (uitgeverij Contact). Een rijk boek over de geschiedenis en het heden van de met name menselijke seks. De jeugdige schrijver en afgestudeerd in de medische biologie verhaalt meeslepend over de fascinerende wereld achter voortplanting en aanverwante zaken. Hoe hersens werken tijdens een orgasme, hoe de penis dienst kan doen als schraper, frees, boor of kurkentrekker, waarom soorten serieel monogaam zijn, hoe schaamharen oversteken van het ene naar het andere kruis: ‘Hoe ‘het’ werkt’ is heerlijk om te lezen. Nu zullen sornrnigen bezorgd vragen: heb je nog wel zin in seks als je al die feiten kent? Het antwoord hierop gaf Tenfelde zelf aan een radiojournalist. “Als je weet hoe het werkt, wordt het alleen maar wonderlijker”, zei hij. “En tijdens een orgasme raak je al je cognitieve vermogens kwijt, dan kun je er toch niet bij stilstaan.” Een ander, zo mogelijk nóg fascinerender boek is ‘Het Penisduel’ van de biologe Willy van Strien (KNNV Uitgeverij). Zij verzamelde honderden onderzoeken naar seksuele strategieën van dieren en diertjes. Je kunt het zo gék nier bedenken of het komt voor in het seksleven van een of ander dier. Travestie, deeltijdmoeders, gebruik van make up, homoseksuele verkrachtingen, zorgvaders, celibatair gedrag, prostitutie, dieren die penissen op elkaar afschieten, of tijdens seks gaten in elkaar branden …Wie dacht dat de menselijke seksualiteit complex is, zou moeten lezen hoe tuinslakken met elkaar tekeer gaan, gifkikkers, pimpelmezen, naakte moIratten of reuzenpijlinktvissen. Ik kan me erg verlustigen aan dit soort verhalen, omdat het ons niet alleen iets leert over onze eigen ontstaansgeschiedenis, maar vooral ook over de onvoorstelbare rijkheid van het leven. De overkoepelende vraag die tijdens het lezen van ‘Het penisduel’ blijft hangen is: waarom? Waarom gaan vrouwtjespirnpeIrnezen zo graag vreemd, en waarom wringen dieren zich in zulke vreemde seksbochten? Dat komt omdat zulk gedrag evolutionair is ontstaan met het oog op een maximaal voortplantingssucces. “Het gedrag dat het grootste aantal nakomelingen oplevert, krijgt automatisch de overhand”, schrijft Van Strien in haar slotwoord. En die uitspraak doet me denken aan een oeroude wijsheid uit Voetbal International: het resultaat is uiteindelijk het enige wat telt.

 

2008

Kijk Magazine 2008, nummer 12: Zonder Titel

Elders in deze KIJK gaat het over seks met robots en andere machines. Vijftien jaar geleden schreef ik voor de interviewglossy Playboy een stuk over het onderwerp teledildonics. In mijn verhaal ontmoeten een jongen en een meisje elkaar in een kroeg. Het meisje neemt de jongen mee naar haar kamer. De jongen denkt dat er heel wat gaat gebeuren, maar in plaats daarvan wordt hij door het meisje aangesnoerd aan allerlei toeters en bellen. Hij krijgt een datagilet aan (een nogal zware elektronische bodywarmer die van binnen voelt als een plakkerige kwal), cybergloves en een fiber-optie helmet. Deze apparaten worden door het meisje allemaal aangesloten op een computer, waarna ze zichzelf ook optuigt met spulletjes. Als ook zij is verbonden met een pc, heet ze de jongen welkom in een zogenaamde ‘virtual sexreality’, oftewel een wereld van dingen die zich alleen in het virtuele bevinden. Alle bewegingen van de jongen en het meisje worden geregistreerd door de computer, waarna die bewegingen worden getransformeerd naar een beeltenis in de schermpjes van hun helmets. Op het moment dat de jongen het meisje in de virtuele wereld aanraakt, merkt hij ‘tegendruk’ in zijn cyberglove en voelt zij bewegende elektromotortjes in haar met sensors gevulde datagilet, op de plek waar hij zijn hand drukte. Uiteraard blijft het niet bij het strelen van buiken en benen, maar komt het tussen de jongen en het meisje tot daadwerkelijke virtual sex, waarbij zijn datagilet ter hoogte van zijn geslachtsdeel gebruik maakt van een ritmisch bewegende natfluwelen melkfles, en haar datagilet van onder zogenoemde televulvanie trousers heeft, een broekje met een ingebouwde elektronische dildo. Dit alles speelde zich af begin jaren negentig; jaren waarin we nog werkten op een computer met processors die XT, AT of 286 heetten. Geen flauw idee wat dat allemaal betekende, maar ik weet wel dat mijn broodrooster tegenwoordig een snellere chip heeft dan wat er in die vroegere personal computerdozen zat. Hoewel ik een paar van de termen in mijn verhaal zelf had bedacht (‘televulvanic trousers’), was teledildonics een bestaand fenomeen. Ik kwam de term voor het eerst tegen in een boek uit 1992 genaamd ‘Silicon Mirage’, over ‘the art en science of virtual reality’ (we hebben het over een tijdperk dat internet voor gewone gebruikers nog niet toegankelijk was en mensen – het is bijna niet meer voor te stellen – hun informatie uit boeken haalden). Er werd destijds vooral lacherig gedaan over teledildonics, voornamelijk omdat de visuele representatie van de virtuele wereld in het geheel niet realistisch was. Mensen zagen er in de erotische simulatiewereld allemaal uit als kruisingen tussen Super Mario en Barbapappa, en gebruikers vonden het moeilijk om daarvan opgewonden te raken. Inmiddels scoort het begrip teledildonics 45.000 hits bij Google. Het gaat vijftien jaar later nog steeds om seksspeeltjes die kunnen worden aangesloten op een computer, waarbij het begrip ‘telepresence’ een grote rol speelt. Telepresence zorgt ervoor dat mensen denken dat zij met elkaar in één ruimte zijn, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Een voorbeeld hiervan is de vergaderzaal waarvan de ene helft in Europa en de andere helft in Amerika staat, en de mensen met behulp van een levensgroot scherm met elkaar kunnen communiceren. Bijteledildonics zit het driedimensionale scherm in een helm, en het aangename is dat de digitale representatie kan worden gemanipuleerd naar elke denkbare aberratie. Wie op afstand de liefde wil bedrijven met zijn of haar partner programmeert een beeltenis van zijn liefje in zijn virtuele wereld, maar wie liever een kortstondig genotsmoment beleeft met een dwerg, een havenarbeider of een grootgeschapen schrijver, kan dat natuurlijk zonder schuldgevoel doen. En het ziet er tegenwoordig een stuk minder lullig uit.

 

Kijk Magazine 2008, nummer 11: Zonder Titel

e toeters kunnen uit het vet: KIJK bestaat veertig jaar! En op de een of andere manier stemt me dat ook somber. Volgens sommigen begint het leven op je veertigste. Zelf ben ik tweeënveertig, verschrikkelijk jong nog eigenlijk, als je erover nadenkt. Wanneer ik echter een blik in de spiegel werp, heb ik altijd een schrikreactie: Jezus, wie is die verschrompelde pannenkoek? Oh, dat ben ik zelf. Je moet ervan houden; ouder worden.

Een jaar of zevenentwintig geleden kreeg ik een abonnement op KIJK van mijn vader, die waarschijnlijk moe werd om steeds maar te moeten antwoorden op mijn onuitputtelijke stroom waarom-vragen. Hoe kan een oerknal een oneindig universum veroorzaken? Hoe kan een stukje vlees in je hoofd gedachten, geuren en liedjes onthouden? Waarom stort een vliegtuig (meestal) niet neer? Wanneer en waarom zijn bankbiljetten uitgevonden en waarom krijg je er zo weinig van als zakgeld?

Anderhalf decennium later werd ik door KIJK gevraagd een vaste column te schrijven. Onder de titel ‘Drift’ mocht ik schrijven over de fascinerende, wetenschappelijke wereld die schuilgaat achter liefde en seksualiteit. Het onderwerp bleek een mer à boire, een onuitputtelijke bron van inspiratie, invalshoeken, weetjes en anekdotes. Mijn column zou gaan over (zoals ik het toen omschreef) de mechanica van het genitale bungyjumpen, de chemie van de seksuele opwinding, de evolutie van trouwen overspel, de twaalf miljoen verschillende vormen van baltsgedrag, en nog veel meer.

Ik moet bekennen dat ik aanvankelijk een beetje huiverig was om voor het blad te schrijven, maar ik ben over de schreef getrokken door een zeer bijzondere vrouw. Het is voor mij onmogelijk om bij de veertigste verjaardag van KIJK niet stil te staan bij Monique Punter, die het blad jarenlang redactioneel heeft begeleid. Of dat voor andere schrijvers ook geldt, weet ik niet, maar ik ben in mijn loopbaan door enkele lieden vergezeld die mij, al dan niet bewust, richting hebben gegeven of mij hebben behoed voor foute paden. Monique Punter was een van mijn richtingpalen.

Toen ik nog schreef voor het vrouwenblad Viva was zij mijn vaste redactrice. Regelmatig bespraken we mogelijke onderwerpen, de columns die ik had ingeleverd en de reacties op gepubliceerde stukken. Eén advies van Monique in die jaren is voor mij persoonlijk van zeer groot belang geweest. Ik vertelde haar – medio 1995 – dat ik door een Utrechts meisjesdispuut was gevraagd voor een blind date met een van hun dispuutsgenoten. Monique riep hierop juichend dat hier natuurlijk een geweldige column in zat. Met dat in gedachten besloot ik op de uitnodiging in te gaan (je moet als schrijver tenslotte ook weleens wat meemaken om over te schrijven). Het bleek een van Moniques betere adviezen. De blind date in kwestie en ik zijn inmiddels bijna dertien jaar bij elkaar en we hebben drie kinderen.

Monique maakte de overstap van Viva naar KIJK, en aanvankelijk was ik terughoudend toen ze me vroeg ook voor dat blad te columneren. Tijdens een copieuze lunch haalde ze me over het toch te proberen. Ze stuurde me om de paar maanden een bulk wetenswaardige knipsels en kopieën, waaruit ik nog tot op de dag van vandaag put. Inmiddels kan ik me niet meer herinneren dat er een tijd was waarin ik niet schreef met de wetenschap als vangnet. Monique Punter overleed onverwachts in 2006, veel te vroeg, veel te jong. Ze werd 41 jaar.

Toen ik afgelopen zomer werd gevraagd om weer voor KIJK te schrijven over ‘de wetenschap van de liefde’, dacht ik één seconde aan Monique en zei ik toe.

 

Ronald Giphart is hierna gestopt maar weer begonnen met een column na 6 jaar en vier maanden.

 

2002

Kijk Magazine 2002, nummer 06, Drift: Kennisoverdracht

Terwijl ik dit schrijf neurie ik melancholieke klanken, iets als ‘Zeg me dat het niet zo is’ van Frank Boeijen. Ik zou het heel prettig vinden als jij, lezer, tijdens het lezen van deze column dit nummer ook even in je hoofd opzet en zachtjes meezingt. Zeg me dat het niet zo is… Zeg me dat het niiiieeet zooooo is… Zeg me dat het niet, dat het niet zooo is… Er is een mooie uitspraak aan Aristoteles toegeschreven: Meta ta aodisia oi pleistoi aumoteoi gignontai. In het Latijn: Omne onimol post coitum triste, praeter gallum qui cantat. In het Nederlands luidt dat: na de coïtus is elk dier terneergeslagen, behalve de haan, die kraait. Het betekent dat het niet vreemd is als je je na een enorm hoogtepunt onbegrijpelijk rot voelt. Ik had dit vroeger bijvoorbeeld na de toneelvoorstellingen van mijn school waarin ik meespeelde. Na afloop ervan was ik zeer bedroefd. De uitspraak omne animal post coitum triste is mij ooit bijgebracht door mijn oude leraar Nederlands. Ik hoop op mijn beurt dat er een KIJK-lezer zal zijn die zich Aristotoles’ uitspraak toeëigent, erover nadenkt en de woorden wellicht nog eens doorvertelt aan iemand anders. Dat heet ‘kennisoverdracht’.

Sexboeken

Kennisoverdracht is wat de apensoort genaamd mens in hoge mate van andere diersoorten onderscheidt. Ik heb het de afgelopen jaren op deze plek veel gehad over evolutie en voortplanting (sex).waarbij ik bijna alle weetjes en theorieën uit mooie boeken en fraaie onderzoeken van gerenommeerde wetenschappers haalde. Er is de laatste jaren ongelooflijk veel (wetenschappelijk) gepubliceerd over dit onderwerp. De fysioloog Jared Diamond schrijft in zijn onlangs verschenen boek De derde chimpansee (uitgeverij Het Spectrum) dat ons verlangen om over sex te lezen groter is dan ons verlangen naar seks zelf. Dat zou misschien kunnen zijn omdat geleerden het onderwerp seks eeuwenlang hebben laten liggen en zich liever stortten op prisma’s, radiologie en relativiteit. Pas de laatste decennia wordt er serieus over zoiets plats als de werking van geslachtsdelen gedacht en geschreven. Er is wat met die voorplanting van ons. Zelf ben ik ooit getuige geweest van het volgende: een moederschaap ging in het gras liggen, zuchtte wat, perstte een enorme keutel uit haar gat, en tien minuten later kon deze keutel staan. Weer vijf minuten later at de schapenkeutel zijn eerste plukken gras. Wat bij het lammetje tien minuten duurde, duurde bij mijn kinderen anderhalf jaar. En waar het lammetje in vijf minuten leerde zelf voedsel te verzamelen, zullen mijn kinderen zeker een jaar of achttien nodig hebben. Nu zijn er heus veel diersoorten waarvan de jonge exemplaren van hun ouders leren hoe ze zich in leven moeten houden. Zo krijgen veel roofdieren van hun ouders geleerd hoe ze achter een prooi aan moeten rennen. Een paar apensoorten (de chimpansee bijvoorbeeld) gebruiken een enkel werktuig om voedsel te vergaren, waarvan de werking van ouder op kind wordt doorgegeven. Mensen gebruiken daarentegen zeer veel werktuigen en vergaren hun voedsel op zeer ingewikkelde manieren. Waar de moeders (en vaak ook de vaders) van alle andere apensoorten hun kroost eten en bescherming bieden, bieden (zegt Jared Diamond in De derde chimpansee) mensen hun kinderen een jaar of twintig lang leer veel kennis over de wereld. Niet alleen leren we van onze ouders de taal, hoe we ons eten naar onze mond moeten brengen, hoe we niet overreden worden door auto’s, maar ook hoe we ons in een sociale groep moeten gedragen, hoe we ons moeten verdedigen tegen harde aanvallen van de gemene buitenwereld en, heel belangrijk, hoe we ons leven in moeten richten met het oog op een succesvolle voortplanting. Een blad als KIJK is een typisch menselijk verschijnsel waarin volwassen ouders een manier zoeken om hun kennis van de wereld over te dragen op hun kinderen – (die vijfentwintig jaar later hun eigen kinderen ook weer een abonnement op KIJK cadeau zullen doen). In een eerdere column haalde ik het boek De parende geest van de psycholoog Geoffrey Miller aan, waarin wordt gesteld dat onze ontwikkelde geest voor mensen is wat de staart voor pauwen is namelijk een sexueel uithangbord. Een fraaie staart is een manier voor een mannetjespauw om aan een vrouwtjespauw te laten zien dat zijn genen perfect in staat zijn sterk nageslacht voort te brengen. Laatste tip Welnu, voor mensen is de mate waarin wij kennis hebben over de wereld een zeer belangrijk middel in het overlevings- en voortplantingsgevecht. Met andere woorden: hoe meer je weet, hoe beter je de wereld aankunt, hoe (sexueel) aantrekkelijker je bent. Laat dat een les zijn. Maar bij kinderen komt er een moment dat ze genoeg weten om de wereld in te gaan. Lammetjes blijven kort bij hun moeder, mensenkinderen een jaar of negentien. Natuurlijk gaat de scholing dan nog een paarjaar verder, maar op een gegeven moment moeten jongvolwassenen op eigen benen staan. Dat moment is nu voor de vaste lezers van deze column aangebroken. Ik heb geprobeerd jullie de kennis over te brengen die ik zelf geleerd en gelezen heb, maar nu zullen jullie zelf verder moeten. Neurie nog een keer dat melancholische nummer van Frank Boeijen (Zeg me dat het niet zo is…zeg me dat nieeet zoooo is… ). Het is wel zo. Ik stop ermee. Omne animal post coitum triste; dit was mijn laatste column. Ik vond het heel bevredigend voor jullie te mogen schrijven. Laatste tip: veel leren, lezers van KIJK, daar worden jullie sexy van!

 

Kijk Magazine 2002, nummer 05, Drift: Penis 4 (slot)

Op deze plek heb ik uitvoerig geschreven over de fascinerende algebra van wat we noemen het ejaculaat, oftewel de kwak van de man (bijvoorbeeld over het feit dat mannen per secondegemiddeld duizend zaadcellen aanmaken, dat alle mannen op aarde bij elkaar iedere dag honderdtweeënzeventigbiljoenachthonderdmiljard genenvisjesde wereld insturen, en de gemiddelde man in zijn leven éénbiljardvijfhonderdzesenzeventigbiljoenachthonderdmiljard). Heden ten dage weten we veel over onze voortplanting, want al dan niet professionele wetenschappers hebben in de loop der eeuwen spermacellen en geslachtsdelen op vele manieren onderzocht en geanalyseerd. Leonardo da Vinci was een van de eerste Europese geleerden die zich na de middeleeuwen bezighielden met de vraag hoe de mechanica van een erectie werkt. Deze vraag werd al snel daarna overgenomen door de Zuid-Nederlandse arts Andreas Vesalius, die in 1543 een wereldberoemd boek publiceerde over de anatomie van het menselijk lichaam. Ook de penis werd door Vesalius uitvoerig getekend en uit elkaar gehaald. Hij gebruikte hiervoor de werktuigen van ter dood veroordeelde criminelen (die hij in het bijzijn van vele studenten opensneed).

Pikkenkenner

Ik maak bij deze korte serie over de penisveelvuldig gebruik van het boek A mind of its own van de Amerikaanse schrijver David Friedman, een zeer uitgebreid verslag van de (culturele) geschiedenis van de penis. Friedman vergelijkt de zoektocht naar het reilen en zeilen van het mannelijk voortplantingswerktuig met de grote ontdekkingsreizen. Na Vesalius zochten veel wetenschappers verbeten naar de precieze anatomie en werking van hun plassers(althans, naar de plassers van ter dood veroordeelden). In 1668verscheende meest gedetailleerde penis-studie tot dan toe, geschreven door wederom een Nederlander: Regnier de Graaf, misschien wel de grootste pikkenkenner die ons land ooit gehad heeft. Het boek heet Tractatus de vivorum organis generationi inservientibus (‘Verhandeling over de geslachtelijke organen van de man’) en een hedendaagse uitgever zou eens moeten overwegen het opnieuw op de markt te brengen, zo grappig, gedetailleerd, wijs en persoonlijk is het werk. De Graaf beschrijft uitvoerig hoe je van de penis van een overledene een opgezette, educatief verantwoorde proefpenis kan maken, en ook was hij (zo schrijft Friedman) de eerste die naar een verband zocht tussenlange neuzen en groot geschapen geslachtsdelen (waarbij hij de neus van een lijk opmat en daarna het bloed uit de penis liet vloeien, om die penis vervolgens met geprepareerd water te vullen). Weer een andere Nederlander, Frederik Ruysch, verfijnde de manier waarop lullen voor onderzoek gebruikt konden worden. Met behulp van een speciaal soort was lukte het hem een groot aantal erecties op te zetten. Aanvankelijk werden die uitsluitend door geleerden gebruikt, maar later betaalden ook niet-wetenschappers ervoor om in schimmige kamertjes naar die gevaartes te kunnen kijken. De verzameling replica’s en opgezette penissen die Ruyschin de loop der jaren aanlegde werd zo imposant dat veel belangrijke internationale figuren (onder wie staatshoofden als de Russische tsaar Peter de Grote, die naar verluidt zelf ook niet achteraan had gestaan toen de Schepper de geslachtsdelen uitdeelde) naar de uitgestalde plasserskwamen kijken.

Sperma-gevecht

Maar de belangrijkste Nederlander voor het penisonderzoek was de autodidactische glazenslijper Antonie van leeuwen hoek. Deze Delftenaar ontwikkelde een manier om destijds de beste microscopen ter wereld te maken. In 1675 beweesVan leeuwen hoek er het bestaan van bacterieën mee, en twee jaar later kwam daar nog eens een gigantische ontdekking bij; een ontdekking die het toenmalige wereldbeeld en de gedachten over de conceptie van de mensvolledig veranderden. Stel je een grachtenpandje in Delft voor, anno 1677.Eeneenzame brillenmaker masturbeert, opgewonden van nieuwsgierigheid. Hij legt een druppel van het ejaculaat onder zijn vergrootglazen en kijkt. Hij ziet wat geen mens ooit heeft gezien: spartelende en kronkelende zaadcellen, tientallen, honderden. Aan de Royal Society of London, een verzameling wetenschappers met onder anderen Isaac Newton, rapporteert Van leeuwenhoek over wat hij animalcules noemt: “Ik vermoed dat een miljoen van hen gemakkelijk in een korrel zand passen. Hun lichamen zijn rond, maar stomp van voren en geschapen met een lange dunne staart. Ze schrijden voort met een slangachtige beweging van hun staart, zoals palingen doen als ze in het water zwemmen.” Er barstte een enorm, jaren durend wetenschappelijk gevecht uit over de betekenis van deze palinkjes. Van leeuwen hoek dacht dat er in zo’n aal een piepklein protomannetje schuilging dat een baarmoeder nodig had om uit te groeien. Wetenschappers die dit ook dachten heetten spermisten. Andere wetenschappers, zogenaamde ovisten, beweerden dat de kiem van een mens in de eicel lag. Het duurde tot 1879 tot een wetenschapper met een veel sterkere microscoop dan die van Van leeuwenhoek eindelijk waarnam wat pas in 1875 uitgedokterd was: dat één zaadcel één eicel bevrucht en dat daaruit een mens voortkomt.

 

Kijk Magazine 2002, nummer 04, Drift: Penis 3

In het jaar 79 na Christus legde de vulkaan Vesuvius de Romeinse stad Pompeji onder een verzengende laag as. Eeuwen later vond men bij opgravingen niet alleen een bonte verzameling stenen muurpenissen in alle soorten en maten, maar ook vermakelijke graffiti. Net als nu vonden gekken en dwazen het nodig nuttige boodschappen, emotionele uitbarstingen of pure ranzigheid op muren te krassen, met teksten als Futata sum hic (‘Hier heb ik geneukt’) en Murtis bene felas (‘Myrtis, je pijpt goed’). Nu is het zo dat onze manieren, ons taalgebruik, onze wetenschap, ons denken, onze staatsinrichting, onze politiek, onze rechtspraak, onze literatuur, onze kunst, onze graffiti, onze hele beschaving kortom, verankerd zijn in de Griekse en Romeinse oudheid. Het is dus niet vreemd om in deze korte serie over het mannelijk geslachtsdeel te kijken naar het beeld van de penis in de bakermat van onze cultuur: Griekenland. Een jaar of zeshonderd voor de ontboezemingen op de muren van Pompeji ontwikkelden de Grieken, en dan vooral de Atheners, een samenleving waarin de (al dan niet geërecteerde) penis een grote rol speelde. Stel je eens voor dat er in de huidige tijd een plek zou zijn waar politici als Melkert, sportmensen als Patrick Kluivert, wetenschappers als Midas Dekkers en dominees als Andries Knevel bij elkaar komen om te praten, filosoferen en discussiëren, en dat ze allemaal naakt zouden zijn, sterker nog, dat ze trots rond zouden paraderen met hun lubbertuitjes pront vooruit. Het zou de goegemeente vermoedelijk shockeren als Story of Privéfoto’s van dit samenzijn zou publiceren.

Naaktschool

Vijfentwintighonderd jaar geleden waren er zeker ook Grieken die met grote ogen keken naar wat in Athene gebruikelijk was, maar de Atheners zelf maakten geen probleem van het tonen van hun geslachtsdelen. De gebruikelijke verzamelplaats voor mannen, het gymnasium, was zelfs vernoemd naar het woord gymnos, dat naakt betekent (zou het een idee zijn leerlingen van de huidige gymnasia weer gewoon naakt naar school te laten gaan?). Voor iedere Athener die niet als slaaf geboren was belichaamde naaktheid zijn status van burgerstrijder, want volgens gebeeldhouwde taferelen in de tempel van Athene waren de vijanden van de stad verslagen door Atheners die niet bang waren in hun blote toges rond te lopen. Vorige maand noemde ik het recent verschenen boek A mind of its own van de Amerikaanse schrijver David Friedman, een geweldige studie naar de culturele geschiedenis van de penis. Friedman legt uit dat sommige wetenschappers denken dat de Atheense mannen ook buiten het gymnasium naakt rondliepen. Als bewijs hiervoor noemen ze de vele afbeeldingen op Griekse vazen en potten van mannen met enorme erecties, tekeningen die zelfs heden ten dage niet in de EO-bode zouden kunnen staan vanwege hun pornografische karakter (porno: naar het Griekse woord porne voor prostituee, afgeleid van porneia, verkoopplaats voor liefde). De Grieken waren maar wat trots op hun werktuigen. Er zijn vele afbeeldingen op vazen gevonden van mannelijke Grieken die hun erectie ongegeneerd aan volledig geklede vrouwen tonen. In onze tijd zouden de engerds zich bij de rechter mogen komen verantwoorden, maar de Atheners zagen potlootventerij als een vorm van flirten. De fascinatie voor mannelijke schoonheid is af te leiden uit de vele zogenoemde hermae, houten of stenen standbeelden van bepaalde goden, zonder hoofd maar met een knoeperd van een stijve. Die beelden waren in het Griekse landschap overal te vinden, zegt Friedman. Er zijn zelfs wetenschappers die beweren dat rond 500 v.Chr, de meeste Atheners een herm bij hun voordeur hadden staan, zoals RTL-kijkers tegenwoordig kabouters in de tuin zetten (of christenen een kruisje in huis hebben hangen).

Overwinningspik

De grote penis stond voor de grote macht van de stad Athene. Het is nu moeilijk voor te stellen dat de Amerikanen na hun overwinning op de Taliban in Washington drie gigantische erecties laten bouwen, maar de Atheners hebben de overwinning van hun beschaving op die van de Perzen in 476 v.Chr. geëerd met drie gigantische marmeren pikken op een centraal plein (misschien dat ons Nationaal Monument op de Dam ter nagedachternis aan de tweede wereldoorlog hiermee te vergelijken valt). Friedman noemt daarom een zomerse ochtend in 415 v.Chr, voor de Atheners zo traumatisch. Aan de vooravond van een oorlog tegen Sicilië hadden onverlaten (volgens een historica: vrouwelijke anti-oorlogsactivisten) alle hermae in de stad ontdaan van het geërecteerde gedeelte van de beelden. Ofwel: alle stijve piemels waren afgehakt. De invasie van Sicilië mislukte dan ook jammerlijk. Helaas voor de pikgerichte oorlogszuchtingen zou Aristoteles zijn ‘rede tot de Atheners’ pas een paar decennia later afsteken. In deze toespraak zei hij: “Minnaars kijken naar geen andere plek van het lichaam dan naar de ogen, waar bescheidenheid woont.” Volgende week het slot van deze mini-serie: Hollandse wetenschappers in de Renaissance en hun ontdekkingen over ‘de garde des levens’.

Gebruikte literatuur: ‘Op de muren van Pompeji’ (Ambo, 1993), ‘Het liefdesleven van de oude Grieken’ van Sofia A. Souli (Toubi’s, 1997) en ‘A mind of its own’ van David M. Friedman (The Free Press).

 

Kijk Magazine 2002, nummer 03, Drift: Penis 2 

Stel je eens voor: Amerika, het machtigste land ter wereld voert oorlog met een ogenschijnlijk onbenullig staatje in een vergeten Aziatisch gebied. Toch gaat het de Amerikanen niet goed af. De communistische soldaten voeren een keiharde, bijna terroristische strijd, die ze lijken te gaan winnen. In Amerika wordt de president van dat land, Lyndon Johnson, door een paar sceptische journalisten off the record gevraagd uit te leggen waarom de Verenigde Staten zich niet uit Vietnam terugtrekken. Johnson probeerde dit zo goed mogelijk uit te leggen, maar zijn gehoor dacht daar anders over en bleef kritisch. En toen restte de gefrustreede president niets anders dan zijn gulp open te knopen, zijn penis uit zijn broek te halen en te roepen: ‘You wanna know why? This is why!’ Je kunt je afvragen waarom een machtig man als de president van de VS het nodig vond (of beter: zou vinden, want het bovenstaande verhaal is uiteraard niet geautoriseerd) om zijn pik te betrekken bij een gesprek over politiek en oorlog. Vorige maand hadden we het over het vermakelijke boek van de Vlaamse professor Bo Coolsaet, Het penseel van de liefde, een biografie over leven en werk van de penis. Ik hoop dat iedereen zijn huiswerk heeft gedaan, want vandaag behandelen we een ingewikkelder vervolgonderwerp: een culturele geschiedenis van het mannelijk geslachtsdeel in de oudheid. We doen dit aan de hand van het zojuist verschenen overzichtswerk A mind of its own van de Amerikaanse schrijver David Friedman. De penis is namelijk niet alleen een liefdespenseel, maar ook een wapen.

Goddelijke masturbatie

De anekdote over president Johnson geeft aan dat er een vreemd verband bestaat tussen de penis en macht. Dit verband bestaat al eeuwenlang. Sterker nog, in de oudste ooit door mensen geschreven teksten is er al sprake van dat de penis niet te vergelijken valt met de knie of de elleboog. Kleitabletten die vijfduizend jaar geleden door de Sumeriërs (een volk dat in het zuiden van het moderne Irak leefde) werden geschreven, vertellen over een god genaamd Vader Enki. In mooie dichtregels wordt verhaald hoe Enki een enorme erectie kreeg en over het gebied tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat ejaculeerde. De penis was voor de Sumeriërs een lichaamsdeel dat aanbeden werd. Ook in het geloof van de oude Egyptenaren speelde, vierduizend jaar geleden, de penis een grote rol. In hiërogliefen die in het binnenste van piramiden gevonden zijn staat geschreven hoe de god Atum een wel heel interessante manier vond om in zijn eentje het universum te scheppen. Zijn vuist werd zijn echtgenoot, legt Atum uit, waarna hij seks met haar had en aldus ontstond de wereld. Kortom Egypte en alles wat er in leefde was het gevolg van een heilige masturbatie (leuk voor de toenmalige Egyptische jongetjes om te weten, want ik neem aan dat masturbatie geen taboe kan zijn als een god zelf zegt dat hij zich wel eens aftrekt). Een andere Egyptische god. Min (de god van de voortplanting), had als fysiek kenmerk dat hij altijd een enorme heilige erectie had. Deze god was zo potent dat hij zijn eigen moeder had bezwangerd van hemzelf (denk daar maar eens over na). Sommigen kennen misschien een van de belangrijkste verhalen uit de Egyptische mythologie, die van de broer en zus Osiris en Isis. Ze hielden erg van elkaar, maar op een dag werd Osiris door zijn jaloerse broer Seth in veertien stukken gehakt en over Egypte verspreid. Na een lange zoektocht vond Isis alleen Osiris’ penis terug, die ze liet mummificeren. Opmerkelijk genoeg kwam er nog wel sperma uit Osiris’ afgehakte plasser, sperma waarmee Isis zich liet bevruchten. Horus, het kind dat uit haar werd geboren, was de voorvader van alle farao’s. Hij nam wraak op Seth door, inderdaad, diens penis eraf te hakken.

Afgehakte piemels

Het afhakken van penissen was in Egypte sowieso een belangrijk tijdverdrijf. De plaatselijke goden maakten er een sport van om vloeken uit te spreken over hun vijanden. Zij zouden geen erecties meer kunnen krijgen en dus niet meer kunnen neuken. Het verband tussen impotentie en verlies had, schrijft Friedman, grote consequenties voor de vijanden van Egypte in het echte, harde leven. Zo vond men bij opgravingen een aantekening van de farao Merenptah, die vertelde hoe groot de overwinning op de Libiërs was geweest:

Penissen van Libische generaals: 6

Penissen afgesneden van Libiërs: 6359

Sicilianen gedood, penissen afgesneden: 222

Etrusken gedood, penissen afgesneden: 532

Grieken gedood, penissen aan de koning gegeven: 6111

De vraag is natuurlijk wat de koning met al die afgehakte piemels moest. Dit voorbeeld illustreert overigens waarom Lyndon Johnson zijn broek liet zakken voor een groepje journalisten dat wilde weten waarom Amerika nog in oorlog was. Hij liet de mannen zijn penis zien en maakte duidelijk: ‘Ik heb hem nog, we zijn nog niet verslagen.’ Wordt vervolgd. Volgende maand: Griekse en Romeinse penissen.

 

Kijk Magazine 2002, nummer 02, Drift: Penis 1

Er is een roman in de vaderlandse literatuur waarin de fysieke kenmerken van de hoofdpersoon in het geheel niet beschreven wordt. Over zijn uiterlijk, zijn lengte en zijn haarkleur krijgen de lezers niets te horen; het enige dat zeer gedetailleerd over hem wordt onthuld is de opmerkelijke vorm van zijn geslachtsdeel. Dat zou een manier van de verteller van het boek kunnen zijn om aan de lezer te laten weten: “Ik vind de hoofdpersoon ook maar een lul.” De passage waarin het nogal onbeholpen geslachtsdeel van de hoofdpersoon beschreven is, wordt door de schrijver van het boek (hé, dat ben ik toevallig zelf!) vaak bij studentenverenigingen en bibliotheken voorgelezen. Altijd weer levert dit hilariteit uit de zaal op. Ik vermoed dat fragmenten over de knie of de elleboog heel wat minder ophef zouden veroorzaken. De penis is een onderwerp dat de gemoederen in alle lagen bezighoudt, en ook in de wetenschap wordt er veelvuldig over de penis nagedacht. Zo verscheen een paar jaar geleden in Vlaanderen een zeer interessant en lezenslokkelijk boek over de wondere wederwaardigheden van de mannenplasser.

De liefdesprofessor

Vorig jaar werd in Antwerpen mijn bundeling KIJK-stukken gepresenteerd in een enorme hal met vijfduizend Belgen, die helaas niet allemaal voor KIJK kwamen, maar voor de Antwerpse boekenbeurs. Mijn Vlaamse uitgever had bedacht dat ik op de beurs publiekelijk zou worden geïnterviewd door een Vlaamse heetscheet (dat is omdat ik in België in tien jaar tijd ruim zevenentwintig exemplaren van mijn acht boeken heb verkocht, en mijn naam daar niet eens tot halflege zalen leidt). Vooraf hoorde ik dat de oud-Miss België en sexuologe Goedele Liekens voor mij publiek zou trekken (rare uitdrukking, nu ik erover nadenk), maar op de middag zelve bleek zij te zijn ingeruild voor professor Bo Coolsaet. Wie is Bo Coolsaet? In Nederland kent bijna niemand hem, maar in België i shij een zogenaamde BV (Bekende Vlaming). Zijn koosnaam is ‘de liefdesprofessor’ omdat hij als internationaal befaamd uroloog-androloog verscheidene bestsellers over het mannelijk geslachtsdeel heeft geschreven (terzijde: een uroloog weet alles van de werking van nieren en urinewegen, en een androloog weet alles van de werking, afwijkingen en ziektes van de penis). Wat in Nederland Chriet Titulaer is voor de ‘wondeche weeheid van de techniek’, is in België Bo Coolsaet voor liefde en sexualiteit. Nu heb je wetenschappers en geleerden. Een wetenschapper is uitsluitend in een heel klein vakgebied een deskundige; een geleerde daarentegen weet heel veel van een beperkt onderwerp (bijvoorbeeld de penis), maar daarnaast ook heel veel van andere zaken. Een geleerde wil alles van alles weten en heeft het vermogen zijn kennis met mindergeleerden te delen. Voor een publiek van ongeveer vijftig vooral jonge Vlamingen hield de flamboyante Coolsaet tussen duizenden voorbijschuifelende Belgen een knappe en erudiete causerie over sexualiteit (waarbij ik in nederigheid over zoveel kennis er steeds lulliger bij begon te zitten). Tijdens Bo’s praatje realiseerde ik me dat ik een paar jaar geleden een boek van hem heb gelezen waarvan ik erg onder de indruk was. Ik heb het destijds niet voor KIJK besproken omdat ik al drie boeken achter elkaar over de penis had uitgeknepen. Hoe onterecht! Het boek van Bo heet Het penseel van de liefde (met als grappige ondertitel Leven en werk van de penis) en hij schreef het samen met de journalist Laurens de Keyzer. Als vorm kozen ze een oeroude wetenschappelijke stijlfiguur genaamd V & A, ofwel Vraag & Antwoord (vierhonderd jaar voor Christus kreeg Aristoteles, de vader aller geleerden, van Plato onder andere in deze vorm onderricht).

Knoflook en eunuchen

De Keyzer en Coolsaet (die door de eerste ‘een prins in penisland’ genoemd wordt) bespraken in begrijpelijke en heldere taal letterlijk honderden onderwerpen die al dan niet zijdelings met de fallus te maken hebben: van liefdesprikkelende middelen als knoflook en de vorm van westerse broeken, tot het tempeltje waar zaadcellen gemaakt worden, en pijnlijke penisfracturen. Vaak ontmaskerde Coolsaet mythes en onthulde hij geheimen. Bijvoorbeeld het hardnekkige verhaal dat eunuchen (ofwel harembewakers die gecastreerd werden om te zorgen dat ze zich niet aan de vrouwen van sultan of sjeik vergrepen) nooit meer sexueel actief zouden kunnen zijn. Ongeveer tien procent van het mannelijk hormoon testosteron wordt niet in de ballen aangemaakt, maar in de bijnieren. Hierdoor konden zelfs eunuchen nog een erectie krijgen. Of zij ook klaar konden komen vermeldt Het penseel van de liefde niet, maar na het enthousiaste praatje van Coolsaet durfde ik het aan hem deze vraag namens de lezers van KIJK schriftelijk voor te leggen. Zo vaak zal het niet gebeuren dat een wereldwetenschapper in dit blad ‘live’ een vraag beantwoordt. In de tussentijd hoop ik dat iedereen zijn huiswerk maakt door Het penseel van de liefde grondig te lezen. Het is bij de betere boekhandel te koop of te bestellen (uitgeverij Van Halewyck, 1999). Wordt vervolgd.

 

Kijk Magazine 2002, nummer 01, Drift: F**k

Iedereen die wel eens een flard Jerry Springer heeft gezien, kent de censuur van de Amerikaanse media: de irritante bliepjes om schuttingtaal weg te drukken. Iedereen die wel eens Amerikaans popblad heeft doorgebladerd kent ze: de **’s om schuttingtaal te maskeren. In juli 1978 besloot het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de Amerikaanse taal zeven (7) woorden telde die vanaf dat moment te smerig waren om nog langer voluit geschreven of uitgesproken te worden op een tijdstip dat er kinderen konden luisteren of in een blad dat kinderen konden lezen. Ze noemden dit inappropriate speech, ofwel ongepast taalgebruik. Deze woorden waren (en zijn): c**ks**ker (wat staat voor cocksucker, ofwel piklikker), c**nt (cunt; ofwel kut), motherf**cker (motherfucker, ofwel moederneuker), s**t (shit, ofwel schijt), p*ss (piss, ofwel pis), t*t (tit, ofwel tiet) en het beruchte f**k (fuck, ofwel neuk). Dit is natuurlijk hypocriet tot op het bot. Wie wel eens in Amerika is geweest weet dat alle inwoners om de 1,3 seconde een van deze zeven woorden, en dan vooral het woord fuck, in een of andere zinscombinatie gebruiken. Als Amerikanen net zo vaak zouden fucken als ze het woord in de mond zouden nemen, dan waren ze wellicht niet altijd zo opgefuckt.

Feh-keh, feh-keh

Waar komt het woord fuck vandaan? Volgens sommigen, zoals de Amerikaanse taalkundige Lawrence Paros, is fuck een afkorting van For Unlawful Carnal Knowledge (wat zoiets als Voor Ongeoorloofde Vleselijke Gemeenschap betekent). Serieuzere wetenschappers denken dat fuck een zogenaamd onomatopee is, een woord dat de klank nabootst van het begrip dat beschreven wordt. Als je je oor te luisteren zou leggen bij een man die een vrouw penetreert (in-uit, in-uit, in-uit), zou je iets kunnen horen als feh-keh, feh-keh, feh-keh. Opgeschreven levert dat fuck op. Anderen denken dat het woord oorspronkelijk stamt van het Latijnse woord futuere en het Franse woord foutre (wat later ficher werd, ofwel insteken). Ficher lijkt erg op wat weer andere etymologen als oorsprong van het woord fuck noemen: het Duitse woord ficken en ons woord fieken wat neuken betekent (en waar via een omweg het woord ‘flikker’ van afkomstig is). Het Oost-Middelnederlandse woord ficken komt van een erg oude taal, het Indo-Europees, waar het woord peik zoiets als ‘het kwaad’ zou hebben betekend. Andere mogelijke oorsprongen van fuck zijn het Oud-Engelse woord firk (stoot), of het Griekse woord phuteo (zaaien). Feit is dat fuck pas laat in de Engelse taal verscheen, althans in gedrukte teksten (in 1503 om precies te zijn). Sindsdien is het woord een onderschoven kindje geweest. In woordenboeken werd fuck stelselmatig overgeslagen, en zelfs de meest uitgebreide woordenlijst van de Engelse taal, The Oxford English Dictionary, besteedde geen letter aan het zo populaire woordje. Pas in 1965 kwam hier verandering in. En populair was het woord. Iedereen leek het in alle mogelijke combinaties te gebruiken. Eddy Murphy maakte ooit de stand-up comedyshow Raw, waarin hij in slechts anderhalf uur enkele honderden verschillende betekenissen van het woord de revue liet passeren. Lawrence Paros schat dat als fuck zou worden geschrapt uit het dagelijks taalgebruik van de gemiddelde Amerikaan er vijftien honderd (1500) vervangende uitdrukkingen moeten worden bedacht. Fuck wordt onder andere gebruikt voor verwarring (what the fuck?), wanhoop (fucked again), ontreddering (truly fucked), gelatenheid (what the fuck…), hulpeloosheid (I’m fucked), betrokkenheid (do you give a fuck?), afschuw (fucking asshole), misbruik (are you fucking with me?), verrassing (fuck me! of I’ll be fucked), onaangename boosheid (fuck it of fuck you of fuck him), ontlading (fuck!), bevrijding (what the fuck!), nutteloosheid (who gives a fuck?), bepaalde bezigheden (fucking around), enzovoort, enzovoort.

Banging, drilling, pounding

Er zijn in de Engelse taal ongelooflijk veel synoniemen voor ‘de geslachtsdaad’. In het fraaie, ook in de Nederlandse boekhandel verkrijgbare boekje The big book of filth, staan 6500 Engelstalige ‘vieze woorden’ en ‘smerige uitdrukkingen’ over sex en lichamelijkheid. Als alternatieven voor fuck en fucking geeft dat boek bijvoorbeeld bonking, fratting, nobbing, bumping, turking, banging, drilling, pounding, humping, juking, knocking, impaling, jabbing, plonking, romping, scragging, snabbling, prodding, stuffing, striking, en nog veel meer woorden. Tot slot een anonieme Ode to Those Four-Letter Words (zijnde fuck en shit). In dit gedicht staat dat je als jongen alle mogelijke synoniemen voor ‘de geslachtsdaad’ mag gebruiken om haar in bed te krijgen, behalve het F-woord zelf:

Though a lady repel your advance, she’ll be kind Just as long as you intimate what’s on your mind.

You may tell her you’re ‘hungry’, you ‘need to be swung’,

You may ask her to see ‘how your etchings are hung’.

You may mention ‘the ashes that need to be hauled’;

‘Put the lid on her saucepan’, but don’t be too bold;

For the moment you’re forthright, get ready to duck –

For the girl isn’t born yet who’ll stand for: ‘Let’s fuck!’

 

2001

Kijk Magazine 2001, nummer 12, Drift: Verminking Vorige maand verscheen mijn boek Ten liefde!, mijn bundeling van columns voor dit blad en andere stukken over de wetenschap van sex & liefde. (Ik heb een gruwelijke hekel aan schrijvers die ordinair reclame maken voor zichzelf. In het vorige nummer van KIJK staat een bon waarmee Ten Liefde! met korting kan worden aangeschaft.) Ten liefde! besluit met een nog ongepubliceerd stuk over de wonderbaarlijke werking van de clitoris (voor de echt jeugdigen: dat is het prettige knopje in het vrouwelijk geslachtsdeel waar ruim 7000 zenuwenpunten samenkomen; ter vergelijking: de penis heeft in zijn geheel slechts 4000 zenuwen). Toen Ten Liefde! eenmaal naar de drukker was wees mijn vriendin mij erop dat ik een verschrikkelijk aspect van de clitoris was vergeten te behandelen: besnijdenis. Stel je eens even voor: je wordt met een piemeltje geboren, je bent blij met je piemeltje, je plast met je piemeltje, je speelt met je piemeltje, en dan op een dag (je bent een jaar of acht) komt er een kapper die met een vies mes in één haal zonder verdoving je piemeltje eraf snijdt. Of, in een nog erger geval, een kapper die eerst je piemeltje eraf snijdt, daarna hier en daar nog wat vlees wegschraapt en vervolgens met roestig ijzerdraad de lappen van waar eens je piemeltje zat aan elkaar naait, met als gevolg dat plassen en zelfs poepen de rest van je leven verschrikkelijk pijn zullen doen. Beunhazende kappers. Er zijn minstens 130 miljoen vrouwen in zeker 28 landen voor wie het bovenstaande keiharde realiteit is, met als verschil dat het niet om hun piemeltje maar om hun clitoris gaat. Waarom in Gods of Allahs of Wiedanooks naam worden vrouwen op deze manier mishandeld? Het antwoord hierop is niet helemaal duidelijk. Het wegsnijden van de clitoris of zelfs het wegsnijden van clitoris plus schaamlippen en het aan elkaar naaien van de rest van de vagina (deze marteling noemen we infibulatie) is een ritueel dat ai minstens duizend jaar bestaat. Hoewel nergens in de koran staat dat de kittelaar moet worden weggehaald of de vagina dient te worden dichtgenaaid (en als het er wel stond: so what?), komt vrouwenbesnijdenis hoofdzakelijk bij islamitische volken voor, en dan met name bij moslims in Afrika. De kans dat vrouwen in Ethiopië, Somalië, Djibouti, Sierra Leone, Sudan of Egypte door een obscure vroedvrouw of beunhazende kapper voor het leven verminkt zijn is iets van 89 procent. Clitoridectomie (de medische term) zou worden toegepast om de maagdelijkheid van een vrouw te garanderen. Een vrouw die geen plezier beleeft aan sex zou minder snel voor of tijdens haar huwelijk naar bed willen met een ander dan de haar toegewezen man. In samenlevingen die vrouwenbesnijdenis toestaan mogen vrouwen niet genieten van sex, en daarom moet alles wat de drang naar sex bevorderen zou primitief verwijderd worden. Een dichtgenaaide vagina biedt mannen een grote garantie dat hun bruid nog maagd is. Dat geldt zelfs letterlijk: hoe kleiner de opening van de vagina, hoe meer er voor die vrouwen moet worden betaald. Mannen daarentegen mogen extra genieten, want een andere verklaring voor het dichtnaaien van de vagina zou het sexuele genot zijn dat mannen ondergaan dankzij het lekkere strakke kutje van hun vrouw. Ook zou er om esthetische redenen worden gemaaid in het geslachtsdeel van hun partner: hoewel een penis in erectie zo’n beetje het lelijkste lichaamsdeel denkbaar is, zouden de schaamlippen en clitoris de vulva minder aantrekkelijk maken. Een andere verklaring voor besnijdenis is dat vrouwen zich door de pijn ervan beter kunnen voorbereiden op de pijn tijdens de bevalling (terwijl het ironische is dat besnijdenis bevallingen nog pijnlijker maakt). Compleet gestoord. Nog doller wordt het als je bedenkt dat er ook landen zijn waar de clitoris en schaamlippen bij jonge meisjes worden weggehakt omdat men bang is dat die anders tijdens de kinderjaren en de puberteit door zouden blijven groeien. Dan zou het verschil tussen mannen en vrouwen niet meer zichtbaar zijn (waarom er dan niet gekozen is voor het wegsnijden van de penis is niet duidelijk). En compleet gestoord zijn de primitieve volkeren die denken dat de clitoris giftig is. Aanraking met de clitoris zou baby’s waterhoofden geven en mannen impotent maken. Als gezegd: 130 miljoen vrouwen zijn besneden en ieder jaar komen er nog eens minstens twee miljoen bij. Dat is zo’n 6000 per dag, ofwel één per vijftien seconden. Tijdens het lezen van deze column (geschatte leestijd: drie minuten) werden er wereldwijd twaalf onschuldige meisjes verlost van het lekkerste lichaamsdeel denkbaar: de trekker van hun orgasmepistool. LITERATUUR – Natalie Angier: De vrouw – De waarheid over het vrouwelijk lichaam; Prometheus – www.nidi.nl/publicklemos/dm000621tml

 

Kijk Magazine 2001, nummer 11, Drift: Edele delen [Ten Liefde, 2001, Titel: Het Zaad Van Oranje] Als er in de loop van de geschiedenis in onze contreien één familie is geweest die als bezeten konijnen met alle mogelijke partners heeft liggen rampetampen, dan is het ons vorstenhuis: de Oranje-Nassau’s. Begin dit jaar publiceerde Oranje-kenner Hanno de Jongh een verhelderend boekje over het sexleven van onze vaderen des vaderlands: Oranje-bastaarden – Een vademecum. Allemachtig, de Oranjes hebben niet achteraan gestaan toen de Schepper de hormonen verdeelde! Dat begon al met Willem van Oranje (1533-1584), oftewel Willem de Zwijger (even terzijde: ik heb altijd gedacht dat hij zo genoemd werd omdat hij geen Nederlands sprak en daarom tijdens vergaderingen van de Staten-Generaal zijn mond hield, maar de letterlijke vertaling van ‘Swighende Willem’ blijkt: Willem de Huichelaar). Willem van Oranje is vier keer officieel getrouwd geweest en kreeg zestien officiële kinderen. Daarnaast had hij tientallen minnaressen en even zoveel bastaardkinderen. Willems zoon Maurits (1567-1625) verwekte een enorme lijst kinderen. Hij was een onverzadigbare minnaar die vaak hoeren en lichtekooien (‘nachtvlinders’) naar zijn hof ontbood voor grootscheepse orgies met zijn brute vrienden. Hollandse baviaan. Maurits halfbroer Frederik Hendrik (1584-1647) had naast een complete stamboom bastaardgebroed ook negen officiële kinderen, van wie zijn oudste zoon Willem II (1626-1650) op veertienjarige leeftijd met het net tien (10!) jaar geworden Engelse prinsesje Mary Stuart trouwde. De familie stond het Willem II niet toe het huwelijk tijdens de huwelijksnacht te ‘consummeren’, waarna hij zich een tijdje later op een Engelse hofdame stortte. In 1643, Mary was toen twaalf, deed Willem II toch een poging het meisje te ontmaagden. Maar een hofdame wist dit nog net te voorkomen door Willems zaad in een hoed op te vangen. (Ik weet niet precies wat ik me daarbij voor moet stellen, maar goed …) Hoewel Willem II al op vierentwintigjarige leeftijd overleed beweren sommigen dat hij meer onwettige nakomelingen dan zijn halfoom Maurits had. Hij was in ieder geval verslaafd aan maîtresses en prostituees. Willem II kreeg één wettige zoon, Willem III (1650-1702), die op zijn zevenentwintigste met zijn vijftienjarige nichtje Mary Stuart II trouwde. Volgens De Jongh was Willem II hoogstwaarschijnlijk homosexueel, want in zijn paleizen en huizen liet hij geheime gangen en sluiproutes aanleggen naar de kamers waar zijn favoriete edelen verbleven. Doordat stadhouder Willem II kinderloos bleef, was het geslacht Oranje in mannelijke lijn uitgestorven. Na een juridische strijd van bijna honderd jaar kwam er de regeling dat twee families zich Huis van Oranje mochten noemen. De eerste ‘pseudo-Oranje’, stadhouder Willem IV (1711-1751), was (zoals De Jongh schrijft) “door de natuur in de steek gelaten.” Anders gezegd: hij was impotent. Hij trouwde met Anna, de dochter van de Engelse koning, en the Dutch baboon (zoals de Engelsen hem spottend noemden) kreeg toch nog zes kinderen, van wie eentje buitenechtelijk. Maar het verhaal wil dat een van de stalmeester van Willem IV zich behalve met de paarden ook met Anna bezighield. De gelijkenis tussen erfstadhouder Willem V (1748-1806) en deze stalmeester was treffend. Willem V is de geschiedenis ingegaan als een sexmaniak die zich in het park van zijn paleis met graagte liet bedienen door zogenaamde Grasmädchen. Er verscheen zelfs een toneel klucht over zijn escapades: Het gestoorde naaipartijtje van Willem de Vijfde. Zijn zoon, Willem I (1772-1843), was de eerste koning der Nederlanden, en geheel in lijn van de familie zocht hij talloze malen het buitenechtelijke bed, net als zijn zoon Willem II (1792-1849) en zijn kleinzoon Willem III (1817-1890), die door iedereen ‘Koning Gorilla’ genoemd werd. Van deze Willem gaat het hardnekkige en mysterieuze verhaal dat hij zijn vader tijdens een orgie zou hebben doodgeschoten of -gestoken. Buitenvrouwen. Willem III verbood zijn oudste zoon te trouwen met de liefde van diens leven (naar later bleek omdat ze waarschijnlijk zijn halfzus was). Hoewel Willem III zeker dertien buitenvrouwen had (velen zeer vruchtbaar), was er geen troonopvolger. Maar bij zijn tweede officiële vrouw kreeg hij Wilhelmina (1880-1962), al zijn er geruchten dat Willem III toen al door syfilis geen kinderen meer kon verwekken. De echte vader van Wilhelmina zou een jonkheer zijn geweest die de dynastie veilig had gesteld. Wilhelmina’s man prins Hendrik (1876-1934) had vele buitenechtelijke relaties en kinderen, net als prins Bernhard (1911), die het onder anderen met Evita Perón zou hebben gedaan. Terwijl ik dit schrijf meldt mijn radio dat kroonprins Willem-Alexander zijn verloofde Máxima door Nederland sleept voor een inburgeringscursus, bestaande uit koekhappen en zwaaien naar zwakzinnige omstanders. Gekeken naar de levens van de voorvaderen van Willem-Alexander zijn de vooruitzichten op een langdurige, monogame liefdesrelatie niet al te goed. Niettemin wens ik hen persoonlijk het allerbeste.

 

Kijk Magazine 2001, nummer 10, Drift: Porno [Ten Liefde, 2001, Titel: Pronografie] In de jaren vijftig was Amerika (net als Nederland en de rest van Europa) een door Het Fatsoen geteisterd land. Zo had de staat Californië zelfs in 1959 nog een zogenaamde ‘staatscommissie voor pornografische literatuur’ die zich bezighield met de wetgeving rondom erotische teksten. Deze commissie verklaarde: “Het is nog altijd het beginsel van onze natie dat sexueel verkeer voor of buiten het huwelijk ongewenst is en dat alles wat aanzet of verlokt tot buitenechtelijk verkeer of dat verheerlijkt, verwerpelijk is.” En met dat ‘alles’ bedoelden ze boeken of tijdschriften waarin seks vrijmoedig werd behandeld. Toch had deze commissie behoorlijk wat tegenslagen. Niet alleen lagen de feitelijke cijfers voor sexueel verkeer “voor of buiten het huwelijk” totaal anders dan wenselijk werd geacht (van de Amerikaanse vrouwen had 64 procent al eens een orgasme gehad voor het huwelijk, tegen 100 procent van de mannen), maar ook deed de Zuidelijke Arrondissementsrechtbank van de Verenigde Staten een belangrijke uitspraak. De rechters bepaalden dat de Amerikaanse PIT de verzending van de ongekuiste versie van de erotische roman Lady Chatterley’s lover van D.H. Lawrence niet meer mocht tegenhouden. Wat deden de posterijen namelijk? Ze openden poststukken die aan particulieren gericht waren, en vonden ze erotische geschriften of afbeeldingen van plassers-in-werking, dan ging de verzending mooi niet door. De Amerikaanse PTT beriep zich hierbij op een (ik meen destijds ook in Nederland geldende) wet die het verbood aanstootgevend materiaal te verspreiden. Erotisch realisme. Er zijn door de eeuwen en de werelddelen heen altijd mensen geweest die voor anderen wilden uitmaken hoe ze zich in hun slaapkamer en de rest van hun leven moeten gedragen. De rechters kwamen gelukkig tot de conclusie dat er een verschil zit tussen ‘sexualiteit’ en ‘obsceniteit’, dat er er geen wettelijk hanteerbare definitie van het begrip obsceniteit bestond, en dat het dus niet aan de Amerikaanse postdienst was om uit te maken wat mensen mochten lezen. Mede door dit proces schreven twee Amerikaanse juristen, het echtpaar Eberhard en Phillis Kronhausen, eind jaren vijftig een geruchtmakende wetenschappelijke bestseller: Pornography and the law. Onlangs kocht ik voor 7 gulden 50 op een rommelmarkt een beduimeld, goed gebruind exemplaar van de Nederlandse vertaling, met de commerciëlere titel Wat is pornografie? Inderdaad: wat is pornografie? Het echtpaar Kronhausen bekeek de uitwerking van ‘erotisch realisme’ op de lezers. Wat deden obscene geschriften als Lady Chatterley’s lover met mensen die deze boeken lazen? Werden ze er opgewonden van? Gaven ze zich meer over aan sexuele uitspattingen dan daarvoor? Gingen ze er meer verkrachtingen door plegen? Gingen huwelijken kapot? Moest pornografie daarom worden verboden, ook als dat inging tegen de vrijheid van meningsuiting en drukpers? Het is vermakelijk, als porno-gewende eenentwintigste-eeuwer, om te lezen wat er vijftig geleden over pornografie werd geschreven. Nog vermakelijker overigens is de pornografie zelf. Of liever: de gekuiste pornografie. Er zijn sinds de preutse, Victoriaanse negentiende eeuw onnoemelijk veel ‘erotische boeken’ verschenen, en bij vele daarvan zijn de erotische sleutelgatwoorden vervangen door het teken […] of door [eufemistische omschrijvingen]. De lezer moet zich dan, in zijn strooptocht naar opwindend materiaal, door teksten worstelen als: “Wat een prachtige [plat woord voor vrouwelijke geslachtsdeel]! Ik boog me voorover, voelde met mijn vingers het [plat woord voor vaginale afscheiding] dat tussen haar benen liep en drukte daarna mijn [plat woord voor mannelijk geslachtsdeel in erectie] tegen haar [plat woord voor schaamheuvel].” (Even terzijde: ik vermoed dat het tussen haakjes omschrijven van woorden als kut en stijve in feite nog [plat woord voor opwindender] is dan die woorden zelf, omdat je in je hersens wordt uitgenodigd actief naar die woorden te zoeken.) Schandelijk en ziekelijk. Wat vond men in de jaren vijftig strafrechtelijk pornografisch? Lees mee en huiver. “Iets is obsceen,” luidde een juridische definitie, “als het, beschouwd als een geheel, in overwegende mate appelleert aan zinnenprikkeling, bijvoorbeeld aan schandelijke of ziekelijke belangstelling voor naaktheid, sexualiteit of [ingewikkeld woord voor piesen en poepen] en als het wezenlijk de gebruikelijke grenzen overschrijdt van de openhartigheid bij de beschrijving of voorstelling van dergelijke stof.” Nou, daar krijg ik geen [plat woord voor geërecteerd mannelijk geslachtsdeel] van, van zo’n omschrijving. In hun dikke boek proberen de Kronhausens soms een beetje aandoenlijk aan te tonen dat obscene literatuur zeker geen kwalijke literatuur is, en porno alleen porno is in the eye of the beholder. Pychologisch gezien kan pornografie of ‘kunstzinnig erotisch realisme’ geenszins kwaad. Porno maakt de wereld en de mensen allerminst slechter. Sterker nog, het echtpaar toont aan dat een gezonde dosis pornografisch materiaal “een hoogst nuttige functie kan vervullen bij de sexuele opvoeding.” “Wij geloven,” schrijven ze, “dat er inderdaad nauwelijks onder verstandige mensen gestreden kan worden over dit punt.” Hun boek is niet voor niets geweest. Lady Chatterley’s lover is tegenwoordig in iedere boekhandel ongekuist te koop.

Kijk Magazine 2001, nummer 09, Drift: Trofeeën [Ten Liefde, 2001] De Chinese communisten leider Mao Zedong was niet alleen de allergrootste serial killer ooit (hij heeft de dood van zeker tien miljoen mensen op zijn geweten), maar ook een van de allergrootste allesneukers ooit. Mao, die pafferig en altijd ongewassen was, predikte ascetische soberheid voor zijn onderdanen, maar Zelf organiseerde hij wekelijks meerdere keren dansavonden & vreetgelagen en deed hij het met duizenden meisjes, hoe jonger hoe beter. Daarnaast hield hij ook van jongens, mannen, oudere vrouwen: geen gat zo gek of Maó deed er zijn gevoeg in. Hoewel iedereen de invulling van zijn sexleven natuurlijk zelf moet bepalen; is gedrag à la Mao niet gezond, en Mao liep dan ook al snel meerdere geslachtsziektes op. Hij weigerde zich hiervoor te laten behandelen, en zo heeft hij vele vrouwen besmet, vrouwen die maar wat trots waren dat de Grote Leider hen had geïnfecteerd. Ze noemden dit ‘trofeeën’. Mao’s lijfarts stelde voor dat Mao bij gebrek aan behandeling zijn genitaliën in ieder geval een keer grondig zou laten wassen, maar Mao weigerde een bad te nemen. Hij antwoordde: “Ik was mezelf in de lichamen van mijn vrouwen.” (Geciteerd uit Het privé-leven van Mao door Li Zhisui). Rubberen eeltlaag. Het is niet vreemd dat iemand met een hyperactief sexleven als Mao iets oploopt. Zelfs al ben je redelijk voorzichtig, dan nog zijn er tientallen virussen, schimmels en infecties die je kunt krijgen als je niet zo nauwkeurig bent geweest met de keuze van je genitale schootdanspartner. Een jaar of acht geleden werd ik gebeld door een oud-studiegenote met wie ik mij ‘om oude tijden te eren’ ver na de studie ‘per ongeluk’ misschien één of twee keer ‘gediverteerd heb’. Het meisje viel op meisjes, maar soms deed ze het ook met jongens. Het leek me veilig genoeg om het zonder rubberen eeltlaag te doen. Mis. Een half jaar na ons onschuldig tijdverdrijf werd ik door haar gebeld. Ze was inmiddels naar de provincie verhuisd en we waren elkaar een beetje uit het oog verloren. Naeen uitvoerige sociale inleiding zei ze bijna achteloos: “O ja, je moet even naar je huisarts. Ik ben besmet met chlamydia en de kans is aanwezig dat jij dat ook bent.” Chlamydia bleek een voor mannen vrij onschuldige besmettinkje, maar bij vrouwen heeft het onvruchtbaarheid tot gevolg. Mijn huisarts schreef me een kuur voor en gaf me de uitdrukkelijke opdracht iedereen die ik eventueel had kunnen besmetten te bellen en naar de dokter te sturen. Dat was niet zo prettig (één ex-vriendin, met wie ik niet zo prettig was gescheiden, reageerde bits: ‘O, sta ik op je lijstje?’). Het meisje dat mij besmette had haar virus waarschijnlijk opgelopen bij een Italiaanse man die zij in de vakantie had ontmoet en met wie ze het ‘per ongeluk’ ‘heel kort’ gedaan had zonder een condoom. In Zweden hebben onderzoekers berekend dat het oplopen van een geslachtziekte statistisch gezien makkelijker is dan je denkt. Met behulp van ingewikkelde grafieken en complexe rekensommen kwamen ze erachter dat (Iet op): sexueel hyperactieve mensen een zeer grote kans hebben op druipers (gonorroe), chlamydia of zelfs aids. Dit is op zich niet schokkend, maar hun andere resultaat wel, namelijk dat sexueel minder actieve mensen een grotere kans hebben in het bed te belanden van een sexueel hyperactieve dan van een andere sexueel minder-actieve. Met andere woorden: op zich heeft maar een klein gedeelte van de mensen sex met heel veel andere mensen, maar van de mensen die weinig seks hebben doen velen het met die weinige mensen die veel sex hebben (is dit een beetje te volgen?). Wegrottende plassers. De Zweden stelden een mathematisch model op waaruit bleek dat de echte allesneukers zich in het centrum van een sociaal web bevonden. De Italiaan bijvoorbeeld die het meisje dat mij besmette besmette, besmette waarschijnlijk meer argeloze toeristen en zo kan hij de verbindende schakel zijn tussen bijvoorbeeld mij, het meisje dat mij besmette, hemzelf, een Amerikaanse vrouw, en haar Mexicaanse vriend. De onderzoekers van de Stockholmse universiteit stelden in hun rapport als aanbeveling dan ook voor dat grootscheepse Campagnes voor veilige seks gericht moeten zijn op de sexueel hyperactieven, omdat die de grootste verspreiders zijn. De wijze les(voor het eerst in drie jaar columns kom ik nu eindelijk eens met een wijze les) is dus dat je altijd, hoe vervelend dat ook is, met een rubberen eeltlaag moet vrijen als je niet honderd procent zeker bent dat de ander veilig is. Ook als je bijna nooit met iemand naar bed gaat. Het omrollen van een kapotje is nog altijd minder vervelend dan permanente onvruchtbaarheid, wegrottende plassers, dementie of zelfs de dood. Tenzij je Mao bent natuurlijk.

Kijk Magazine 2001, nummer 08, Drift: Mooie mensen [Ten Liefde, 2001] Het is on-Utrechts warm en zacht en lekker en de Utrechtse terrassen zitten vol met mooie goedlachse schaarsgeklede Utrechtse mensen, en iedereen geniet van de zon, de drank en elkaar. Behalve ik, want ik heb een laptop op schoot en kijk peinzend om me heen. Waar komen in de zomer toch al die fraaie Utrechtse mensenexemplaren vandaan? Niet dat ik etnocentrisch ben, echt niet, maar ik hou erg van mooie Utrechtse mensen, zoals ik ook van erg mooie Utrechtse kunst of mooi Utrechts voetbal hou. Wat maakt mooie Utrechtse mensen mooie Utrechtse mensen? Een vriend vertelde me jaren geleden eens van een fraai onderzoek dat door de universiteit van Utrecht zou zijn uitgevoerd. Het onderzoek werd gedaan naar de knapheid van het uitgaanspubliek in drie plaatsen: het mondiale Amsterdam, het ‘gewone’ Utrecht en het landelijke Deventer (of Zutphen, Almelo, zo’n soort gemeente). Men had uit deze drie plaatsen een significante ad random steekproef genomen onder de bezoekers van het uitgaansleven.Borstomvang. Er werden foto’s genomen van deze feestvierders en hun lichaamsmaten werden genoteerd. Wat bleek? Er is een samenhang tussen iemands bepaalde fysieke eigenschappen en zijn of haar woonplaats. Als bij vrouwen de omvang van hun borsten wordt gedeeld door de maat van hun taille en bij mannen de omtrek van hun romp door de omtrek van hun middel, dan blijkt dat de uitgaansvrouwen in Amsterdam gemiddeld grotere borsten hebben dan de vrouwen in Utrecht, en tevens blijkt dat de uitgaansmannen er gemiddeld breder zijn. In Utrecht hebben de vrouwen weer gemiddeld grotere borsten dan de vrouwen in Deventer en de mannen zijn breder dan hun Deventer broeders (breder in de zin dat de verhouding borst/middel beter uitkomt, mannen in Deventer kunnen heus wel een brede borst hebben, maar de buikomvang verpest de verhouding). Ook liet men controlegroepen cijfers geven aan foto’s van de feestvierders uit de verschillende plaatsen. Gemiddeld kreeg het uitgaanspubliek in Amsterdam de hoogste cijfers, daarna volgde het publiek in Utrecht en als laatste eindigden de Deventenaren. In hun lekkere boek Lusten & lasten vragen de economen Henriëtte Maassen van den Brink en Wim Groot zich af hoe dit komt. Uit ander onderzoek blijkt namelijk dat niet alleen het uitgaanspubliek in de Randstad fysiek aantrekkelijker zou zijn dan in de rest van het land, maar dat de mensen in de Randstad over de hele linie aantrekkelijker worden gevonden. Nu is het een feit dat fysieke aantrekkelijkheid bepaalde voordelen biedt. Mooie mensen hebben een langere levensverwachting, een betere arbeidssituatie, een hoger salaris,een betere huisvesting, een betere gezondheid, en een regelmatiger seksleven dan minder mooie mensen. Ook krijgen ze bij ruzies vaker gelijk,worden ze sneller geholpen en eerder aangenomen bij bedrijven (lees meer hierover in Het recht van de mooiste van Nancy Etcoff). Een paar jaar geleden stond de Nederlandse reclamewereld op z’n kop omdat uit onderzoek was gebleken dat een reclamebureau met aantrekkelijk personeel meer opdrachten van cliënten binnensleepte dan een bureau met onaantrekkelijk personeel. Omdat Darwinistische principes ook voor het bedrijfsleven gelden, werden ‘mooie mensen’ binnen de reclamewereld bevoordeeld boven ‘minder mooie mensen’. Een reclameverkoper die tot de 10 procent meest aantrekkelijke mensen hoort, kan per jaar 120.000 gulden meer advertenties verkopen dan een verkoper die tot de 10 procent minst aantrekkelijke hoort. Party people. Blijft de vraag waarom in de Randstad aantrekkelijker mensen wonen dan daarbuiten. Maassen van den Brink en Groot stellen dat de concurrentie in de Randstad vanwege de hoge populatie en het aanbod van bedrijven groter is dan elders. Omdat fysieke aantrekkelijkheid een middel kan zijn om klanten binnen te halen, hebben bedrijven in de Randstad er belang bij fysiek aantrekkelijke mensen in dienst te hebben. De Randstad zuigt dus uit de rest van het land aantrekkelijke mensen aan. Dit heeft ook nadelen. De Randstadse aantrekkelijken zijn meer dan elders verzeild geraakt in een keiharde ratrace (met overvolle Riaggs als gevolg). Neem het uitgaansleven in Amsterdam: als je niet mooi genoeg bent kun je harteloos verstoten worden door de beautiful party people. Zo selecteerde de inmiddels afgebrande discotheek de Roxy haar publiek schaamteloos op uiterlijk. Onhippe mensen kwamen de tent niet binnen. Nogmaals, ik ben niet etnocentrisch, maar wat dat betreft is Utrecht een veel prettiger plek dan Amsterdam. In Utrecht is de ratrace tussen de aantrekkelijken onderling veel minder heftig dan in de hoofdstad, maar de mensen zijn er gemiddeld ook niet lelijk. Utrecht combineert het beste van twee werelden: de schoonheid van Amsterdam en de rust van plaatsen als Almelo of Deventer. Utrecht is de vleesgeworden middelmaat, and I love it!

Kijk Magazine 2001, nummer 07, Drift: Haussen [Ten Liefde, 2001] Een redactrice van dit blad gaf me een erg mooi compliment: ze vertelde dat KIJK zo nu en dan gebeld werd door bezorgde bibliothecaresses van scholen met de vraag of de redactie naast mijn column een advertentie kon plaatsen, zodat ze mijn pagina en die advertentie tegen elkaar konden plakken en de argeloze scholiertjes hun gemoed niet hoefden te verstoren met het lezen van mijn wetenswaardigheden over de laagste driften van de mens (sex, eten, overleven, lezen). Welnu, speciaal voor alle bezorgde bibliothecaresses zal ik deze maand een onderwerp behandelen dat niet hoeft te worden weggeplakt. Het gaat over een wel erg lage drift van de mens: de neiging zich het hoofd op hol te laten brengen. Ik schrijf deze column in het mini-tuintje van mijn peperdure kabouterhuisje nabij het centrum van Utrecht. Inmiddels is de prijs van dit hutje sinds we er wonen zo’n beetje verdubbeld en nog steeds worden de huizen om ons heen steeds duurder. Waarom laat iedereen zich zo het hoofd op hol brengen? Komt er ooit een einde aan die prijsstijging? En is het normaal dat mensen zich zo verliezen? Het antwoord op de laatste vraag luidt: ja, dat is normaal. De kans is niet onwaarschijnlijk dat de overoveroveroveroveroveroveroveroveroveroveroverovergrootvaders van de gemiddelde KIJK-lezers zich in de Gouden Eeuw (zeg maar tussen 1600 en 1700) het hoofd op hol hebben laten brengen door een opmerklijk hebbedingetje. Gokken. De Zeven Verenigde Provinciën der Nederlanden hadden zich de eeuw daarvoor losgemaakt van de Spanjaarden en gingen door het leven als republiek. Niet meer onder het juk van de katholieke Spanjaarden ging het ons land plotseling zeer voor de wind. Alle handel ging via onze havens en koopmannen naar de rest van West-Europa, dus werden we steeds rijker. De inwoners van de Republiek waren zeer saaaaaie mensen, zeg maar van het type bibliothecaresse. Door heel Europa stonden Nederlanders bekend als stug, streng moralistisch en bovenal onvoorstelbaar zuinig. Het gemiddelde Nederlandse gezin verdiende per jaar tussen de 300 en 500 gulden, waarvan tussen de 60 en 100 gulden werd gespaard. Nu waren de Nederlanders destijd niet alleen erg zuinig, ze hielden ook van gokken. Veel mensen investeerden in zeer risicovolle scheepsreizen naar Azië (winstmarges van 400 procent) en ook waren er veel loterijen. En toen deed in het begin van de zeventiende eeuw de tulp zijn intrede in Nederland. De tulp? Ja,de tulp. De geschiedenis van de tulp in Nederland wordt prachtig beschreven in het boek Tulpengekte van de geschiedkundige Mike Dash. De tulp is een niet al te simpel te kweken bolbloempje uit het Midden-Oosten. Omdat in de Nederlanden alleen de erg rijken zich tijd en ruimte voor een bloementuin konden veroorloven bleef de tulp aanvankelijk een speeltje voor de elite. De echte kenners begonnen halverwege de jaren dertig van de zeventiende eeuw meer en meer te betalen voor bijzondere tulpenbollen, zoveel dat het begon op te vallen (soms wel honderd gulden per bol). Aangetrokken door deze prijzen storten velen zich in de moeilijke tulpenkweek, maar de prijzen bleven stijgen. Omdat tulpenbollen de helft van het jaar onder de grond zitten kwamen er opties op tulpen, en ook de prijzen van deze opties stegen. Plotseling wilden veel nuchtere Hollanders een graantje meepikken van de winst op tulpenbollen. Met speculeren in de tulpenhandel was groot geld te verdienen. De prijzen van de bollen stegen en stegen. Sommige bollen verwisselden per dag wel tien keer van eigenaar. Het was begin 1637 niet ongebruikelijk dat er voor één tulpenbol duizenden guldens werd neergeteld. Voor een schip, een kudde ossen of een groot grachtenpand betaalde je destijds even veel. Als de waarde van een product niet in verhouding staat tot de betaalde prijs spreekt men van een hausse. Op het hoogtepunt van de gekte werd voor één bol 5200 gulden betaald.
Paniek. En toen was het plotseling afgelopen. Een week na deze verkoop probeerde een handelaar zijn peperdure bollen voor nog meer geld te verkopen, maar niemand durfde zich verder in de schulden te steken. De man bood zijn bollen goedkoper aan, en nog wilde geen enkele medehandelaar met hem in zee. De eerste week van februari 1637 kelderen de prijzen van tulpen. Bollen die een week daarvoor nog 1250 gulden kostten, gingen nu voor niet meer dan 50 gulden van de hand. Iedereen was in paniek. Handelaren die tulpen hadden gekocht met toegezegde bedragen voor andere tulpen konden niet aan hun verplichtingen voldoen. De markt klapte in elkaar en duizenden zuinige Nederlanders gingen failliet. Zo’n hausse als die van de tulpen komt vaker voor. Flippo’s (hoogste prijs: één flippo voor 25.000 gulden), Pokémon-kaarten, huizen, internetbedrijven. De mens heeft niets geleerd van de tulpengekte. Alles wat een beetje schaars is en door echte liefhebbers gewaardeerd wordt, kan in principe rijp zijn voor windhandel à la de tulp of de flippo. Exemplaren van KIJK bijvoorbeeld zouden in de toekomst zeer geschikt zijn om te haussen. En dan met name KIJKs waarin deze column niet is vastgeplakt aan de advertentie hiernaast. Mijn advies is dus: pas op met die lijmkwast, bibliothecaresses.

Kijk Magazine 2001, nummer 06, Drift: Vieze Amerikanen [Ten Liefde, 2001, Titel: Seks In Amerika] In de GFT-bak van een boekhandel vond ik het boek Sex in Amerika – Het definitieve onderzoek, uit 1995 alweer. Die enorme uitgave van zeven gulden wil ik nu terugverdienen door er in deze column rijkelijk uit te citeren. Sex in Amerika is op zich geen opwindend boek. Sterker nog: het is een penisverkleinend verslag van een enorm onderzoek onder 3500 Amerikanen, over sex en wat daarmee te maken heeft. Nu zijn Amerikanen altijd al dol geweest op grootscheepse, quasi-wetenschappelijk sex-onderzoeken, al bleken die vaak niet erg betrouwbaar. De eerste wetenschapper die zich op sex stortte was de evolutiebioloog Alfred Kinsey, een deskundige op het gebied van de galvliegen. In 1938 werd hij gevraagd een cursus over het huwelijk te verzorgen. Kinsey kwam erachter dat er bijna geen wetenschappelijke statistische informatie over sexualiteit bestond en besloot een vragenlijst te maken. Omdat sex met taboes en opschepperij omhuld is, vulden velen deze lijsten niet naar waarheid in (‘de mijne is veertig centimeter lang’, ‘we doen het acht keer per dag’, ‘ik spuit meestal een melkpak vol’), en daarom ging Kinsey de proefpersonen persoonlijk interviewen. Toch was het onderzoek niet representatief. Kinsey sprak voornamelijk studenten en hogeropgeleiden en iedereen werkte vrijwillig mee.Toen hij zijn resultaat publiceerde was Amerika dan ook geschokt. Betaalde sexpraat Amerika bleek een land van verdorven viezeriken: de helft van de vrouwen was geen maagd op hun huwelijksdag, de helft van de Amerikanen ging vreemd, één op de drie mannen had wel eens sex met een man gehad, en één op de tien Amerikanen was permanent homosexueel. Later, in de jaren vijftig en zestig, kwamen er nog meer grote onderzoeken. De beroemde gynaecologen Masters en Johnson betaalden proefpersonen om met hen over sex te praten. Het blad Playboy selecteerde voor een sexonderzoek deelnemers uit de vijf miljoen lezers (van wie alleen de echte smeerlappen reageerden). En de feministe Shere Hite stuurde vragengenlijsten aan vrouwen van wie ze de namen had doorgekregen van vrouwengroepen, abortuscentra, enzovoort. Kortom, deze onderzoeken hadden leuke resultaten, maar zeiden weinig over het ware sexgedrag van de Amerikanen. Toen halverwege de jaren tachtig heel Amerika in de ban raakte van het aidsvirus moest er een wetenschappelijk verantwoord sex-onderzoek komen. Anders dan bij het Playboy-onderzoek selecteerden de wetenschappers hun proefpersonen nu ad random en probeerden ze vervolgens zo’n persoon te laten meewerken. En wat bleek uiteindelijk volgens deze realistischere (maar later ook weer aangevochten) benadering? Dat Amerikanen toch een beetje preutser bleken dan aanvankelijk gedacht werd. Negentig procent van de vrouwen en 85 procent van de mannen tussen de 18 en 24 jaar heeft de laatste twaalf maanden sex met één partner gehad. Op twintigjarige leeftijd woont 48 procent al samen. Slechts 4,1 procent van de mannen en 1,6 procent van de vrouwen heeft vijf of meer sexpartners in een jaar. En 15,1 procent van de mannen en 2,7 procent van de vrouwen heeft na hun achttiende jaar 21 of meer sexpartners (en wat zijn nou 21 scharrels?).Twaalf procent heeft helemaal geen sex en 71 procent doet het alleen met één partner. Van de katholieke Amerikanen heeft 16 procent sex met meerdere personen, van de protestantse 15 procent, maar leden van de zogenaamde zwartekousenkerk spannen de kroon met 17 procent. Het is sowieso sexueel gezien erg nuttig om zwaar christelijk te zijn (in Amerika, in Amerika!). Zesentwintig procent van de mannen heeft twee tot drie keer sex per week, tegen 32 procent van de conservatief-protestantse mannen. Over het algemeen kan worden gesteld dat het grootste deel (37 procent) slechts enkele malen per maand de liefde bedrijft. Van de vrouwen doet precies 30 procent twee tot drie keer per week vieze dingen. De kans dat ze daarbij een orgasme hebben is veel kleiner dan bij mannen. Van de mannen komt 74 procent altijd klaar, bij de vrouwen is dat maar 29 procent. Mondgymnastiek. Opvallend is dat zowel vrouwen als mannen tussen hun veertigste en negenenveertigste het makkelijkst klaarkomen (wellicht prettig om dit met je ouders te bespreken). Katholieke mannen spuiten overigens meer dan streng-gereformeerde mannen, maar streng-gereformeerde vrouwen komen weer makkelijker klaar dan katholieke (altijd goed om te weten). Katholieke vrouwen vrijen op zich iets minder, maar wel langer. Qua tijd die aan sex wordt besteedt geldt hoe ouder, hoe sneller. Bij 22 procent tussen de 50 en 59 jaar duurt een vrijpartij korter dan een kwartiertje, tegen vijf procent tussen de 18 en 24. Van de mannen beft 77 procent, 68 procent van de vrouwen pijpt (waarbij aangetekend dat katholieken en gematigd protestanten deze mondgymnastiek beduidend meer in praktijk brengen dan strenge protestanten). En over masturbatie: ruim 60 procent van de mannen en 40 procent van de vrouwen zit regelmatig aan zichzelf. Dit geldt natuurlijk louter en alleen voor die vieze Amerikanen. Samen met de redactie van KIJK zal ik, in navolging van Playboy, voor de volgende maand een grootscheeps sex-onderzoek opzetten, inclusief vragenlijsten en uitvoerige persoonlijke gesprekken. En dan noemen we dat onderzoek: KIJK – Sex in Nederland.

Kijk Magazine 2001, nummer 05, Drift: Plaatsvervangers [Ten Liefde, 2001, Titel: Geile Pausen] Het verhaal gaat als volgt: in den beginne schiep God tijdens één werkweek het heelal, de wereld, de dingen en alles wat leeft en sterft. Hij schiep ook een man, Adam, en uit diens ribbenkast een vrouw, Eva. Gelegen onder geurende bomen, tussen sappige vruchten en in het zachtste licht denkbaar, streelden Adam & Eva liefdevol elkaars binnenbeense gebiedsdelen. Daarna, en na een akkefietje met een vrucht, gooide God hen harteloos uit zijn goddelijke paradijs. Adam & Eva vermenigvuldigden zich als bezeten konijnen, en hun nazaat begon elkaar op te lichten, te verkrachten of te vermoorden. Alle mensen droegen de erfzonde van Adam & Eva met zich mee, totdat God het welletjes vond en zijn zoon naar de aarde stuurde om de dwalende mensen te redden van zijn toorn. Deze jongen was ‘onbevlekt ontvangen’, wat niet per se hoeft te zeggen dat zijn ouders niet voor hem hebben gevreeën, maar dat zijn geest zonder zonden was. Jezus vertelde de mensen: volg mij, en dan zal mijn goddelijke papa niet meer boos zijn dat jullie voorouders ooit stiekem aan elkaars plassers hebben gezeten of elkaar hebben uitgemoord. Er werd niet naar ‘m geluisterd en ze hingen hem met spijkers aan een houten kruis op (grap van de Vlaamse schrijver Tom Lanoye: gelukkig dat ze hem niet verdronken, want anders hadden katholieken nu een aquarium boven hun deur moeten hangen). Schaamteloos. Jezus kreeg volgelingen, ofwel mensen die zijn boodschap aan anderen begonnen te vertellen: blijf van mekaar af en steek mekaar niet dood, want dan pas kan de mensheid terug naar het paradijs. Een van hen was Petrus, die via omzwervingen in Rome kwam. Petrus werd gezien als de opvolger van Jezus, de aardse papa, de paus, de plaatsvervanger van God op aarde. Al het goede van de Schepper & Zijn Zoon waren verenigd in deze paus. Na Petrus’ dood werd er een nieuwe plaatsvervanger van God aangewezen, die ook heel goed was, en na diens dood weer een nieuwe, die ook heel goed was, en weer een nieuwe, en dit ging zo door tot in onze huidige tijd. Al die pausen zouden door de eeuwen heen toonbeelden van kuisheid, eerlijkheid en soberheid geweest zijn. Ze hebben de mensheid terug naar hun God proberen te brengen. Kijk naar de levens van deze edele mannen, en je zult nooit meer zonden begaan. Of niet soms? Onlangs verscheen er een heerlijk geschiedkundig werk van de Amerikaanse schrijver Nigel Cawthorne: Het seksleven van de pausen. Als er één ding duidelijk wordt uit dit overzicht, dan is het de geile & gewelddadige schaamteloosheid van deze goddelijke plaatsvervangers. Er is geen zonde te bedenken of pausen hebben die begaan. Van de 305 pausen die er sindsdien zijn geweest gaf het overgrote deel zich aan de laagste driften over: veel pausen hebben gemoord, gif in het eten van concurrenten gestopt, incest met hun kinderen of ouders gepleegd, bordelen in het Vaticaan gerund, gestolen, verkracht, met dieren de liefde bedreven, toegekeken & meegedaan aan orgies, toegekeken & meegedaan bij martelingen van de inquisitie (waarbij bijvoorbeeld naakte homoseksuelen langzaam op een gloeiend hete spijker werden gezet), zich verrijkt ten koste van de armen, aflaten verkocht, of goed verdiend aan seksbelasting (ofwel geld dat celibataire priesters jaarlijks moesten afdragen om zich toch op maagden of getrouwde vrouwen te mogen storten). Pleziermeisjes. Veel pausen geloofden niet eens in God, bijna alle pausen trokken hun familieleden voor, en een enkele paus was niet eens paus, maar pausin (waar men achter kwam doordat ze tijdens een mis een kind baarde). En zeer veel pausen hadden een fascinatie voor prostituees. Alles wat ze hun schaapjesverboden, deden ze zelf in verveelvoud. Sommige pausen namen als ze op reis gingen wel honderd pleziermeisjes mee en als er ergens een kerkelijk congres was om een nieuwe set strafmaatregelen voor zondigen te bedenken, dan stroomden letterlijk duizenden hoeren naar de vergaderplaats. Geslachtsziekte was dan ook een populaire doodsoorzaak onder pausen. Het was sowieso niet erg gezond om paus te zijn. Een natuurlijke dood was eerder uitzondering dan regel. Veel van hen stierven door gif, doordat hun hersens werden ingeslagen door jaloerse echtgenoten, doordat ze aan touwen aan paard & wagen door Rome werden gesleept, of doordat ze door concurrerende pausen (zogenaamde tegenpausen) met messenwaren bewerkt, zodat hun plaats kon worden ingenomen. Kortom, de God wiens plaats zij op aarde vervingen, had Adam & Eva beter in het paradijs kunnen houden, want dan waren al die hoerende & snoerende pausen er tenminste niet geweest. En dan had Nigel Cawthorne niet zo’n heerlijk boek kunnen schrijven.

 

Kijk Magazine 2001, nummer 04, Drift: Vrijende hersens [Ten Liefde, 2001] Onlangs was ik op een school in het oos­ten, waar ik na afloop van een lezing uit mijn boe­ken zowaar kritiek op deze column kreeg. Een gang van een stuk of vijf homeboys stond aarze­lend om me heen. Een van hen zei dat hij mijn stukjes de laatste tijd ‘anders’ vond. Ik vroeg hoe hij dat bedoelde. Hij legde uit dat ik vroeger over ‘andere dingen’ schreef. “Je bedoelt dat ik twee jaar geleden meer over sex schreef?” Dankbaar dat ik het S-woord had gezegd knikten de leerlin­gen uitbundig. Wanneer ging deze column weer eens ongege­neerd over de techniek achter de sex? De mechani­ca van een ejaculatie, de stootkracht van een genen-implanteer-stift (zeg maar een erectie), de viscositeit van voorvocht, de chemische processen binnen ‘een geleidgang van gelaagd epitheel naar een chromosomen-samensmeltings-broedorgaan’ (zeg maar een vagina), de wapenwedloop tussen spermacellen onderling, van die dingen. Dat geleuter over wetenschap… Sex wilden ze! Pauwenveren. Nu was het bij mij op school zo (net na de dood van Karel de Grote) dat de leuke leerlingen bij de ingang stonden te roken en dat de kneusjes rond­jes om het gebouw liepen. Ik liep uiteraard rond­jes, samen met twee vrienden. We kwamen vaak vaak drie erg mooie meisjes (uitzondering op de regel) tegen, die wie altijd monter groetten, hoe­wel ze bijna nooit iets terugzeiden. Speciaal voor hen hebben we toen een tijdschrift opgericht en gevraagd of ze bij de redactie wil­den. Bij een schoolgenoot richtten we in de gara­ge een redactieruimte in en via een leraar vonden we een drukker en adverteerders. De meisjes hap­ten toe. Toen we nog suf rondjes om de school lie­pen hadden ze ons niet in de gaten, maar nu we ons heel creatief als schrijvers, journalisten en striptekenaars gedroegen vonden ze ons plotse­ling erg interessant en wilden ze graag meedoen (al duurde dat maar een half jaar). “Maar wat heeft dit nou met sex te maken?” hoor ik het groepje leerlingen uit het oosten alweer verzuchten. Welnu, een stelling van de Ameri­kaanse evolutiepsycholoog Geoffrey Miller luidt dat karakteristieke producten van de menselijke geest (taal, kunst, muziek, godsdienst, humor, KIJK) geen neveneffecten zijn van het exploderen van onze hersenkracht ten tijde van het Pleisto­ceen, maar de hoofdoorzaak van deze hersen­explosie. In zijn recent verschenen boek De paren­de geest (Uitgeverij Contact) vergelijkt Miller ze met de staart van een pauw. Op een gegeven moment creëerden vrouwtjes­pauwen een sexuele voorkeur voor mannetjespau­wen met een kleurrijk staartverenpalet. Daardoor kregen die mannetjes meer nageslacht dan de mannetjes met staarten met vuilniszakmotief. Deze ‘sexuele selectie’ mag niet worden verward met natuurlijke selectie. Voor de KIJK-lezers uit Kansas (waar natuurlijke selectie op scholen niet mag worden geëxamineerd) en voor de gebruikers van de gereformeerde versie van de Malmberg­leermethode Biologie voor jou (waar ze om niet te choqueren de evolutieleer ook maar hebben geschrapt): natuurlijke selectie is het proces waar­bij bepaalde genen van organismen onder gege­ven omstandigheden beter blijken te overleven dan andere genen. Met andere woorden: dieren die vanwege gunstige genen een heel klein beetje beter zijn toegerust voor hun omgeving dan soort­genoten hebben een heel klein beetje grotere kans dat hun nageslacht voortleeft. Dit is een onvoorstelbaar langzaam en blind (dom) proces, dat te maken heeft met onder andere weersomstandigheden en het gevaar van parasieten en roofdieren. Sexuele selectie daarentegen gaat sneller en het proces is ook niet dom, maar intelligent. Zoals Miller zegt: natuurlijke selectie komt voort uit con­currentie om overlevingskansen en sexuele selectie ko            mt voor uit voortplantingskansen. Sterk signaal. Sexuele selectie is een manier van individuen om zelf actief genen te filteren en te kiezen met wie ze zich voor vijftig procent zouden willen voort­planten. Telkens als we een minnaar of minnares kiezen en daar nageslacht mee krijgen, hebben we zelf bijgedragen aan de evolutie van de soort. En daarom hebben vrouwtjespauwen ervoor kunnen zorgen dat mannetjespauwen hun belachelijk grote kleurenwaaiers konden ontwikkelen. Deze staarten hebben in het overlevingsgevecht geen enkel voordeel (sterker nog: het onderhoud kost tijd en roofdieren hebben het alleen maar makke­lijker), maar in het voortplantingsgevecht is zo’n kunstwerk een zeer sterk signaal. Alleen sterke mannetjes (met sterke genen) kunnen het zich ver­oorloven af en toe eens een goed gesprek over een bloemetjesgordijn op te zetten. Volgens Miller is de scherpe menselijke geest (die ons in staat stelt met elkaar te praten, bruggen te bouwen, muziek te maken en te lachen) niet ont­staan als bijproduct van ons eeuwenoude overle­vingsgevecht, maar als zeer sterk signaal in het voortplantingsgevecht. De menselijke sexuele selectie zou zich tijdens onze evolutie meer zijn gaan richten op onze geest en minder op ons lichaam. Onze grote hersenen zijn onze pauwen­staarten. En het lezen van KIJK, en ook deze column, heeft dus alles met sex te maken.

Kijk Magazine 2001, nummer 03, Drift: Gratis drugs [Ten Liefde, 2001] Dit wordt een gortdroge column over een prettig onderwerp: lachen om humor. De filosoof Daniel Dennett vermoedt dat ‘lachen’ een bijproduct is van het onstaan van ons bewustzijn, en de Dalai Lama (‘De Dalai wie?’ ‘De Dalai, ah lama…’) zei eens dat hij het soms nuttig vond om grappen te maken: “Dan raken je hersens meer open. Dat is nuttig om nieuwe ideeën te krijgen. Als je te serieus bent, schieten je hersens op slot.” Dit zijn slechts twee afzonderlijke gedachten over wat humor is. Een paar jaar geleden kreeg ik tijdens de altijd komische etentjes van het tijdschrift Hard gras een discussie met Henk Spaan en striptekenaar Gerrit de Jager. Het onderwerp was humor. Mijn stelling was dat het in principe mogelijk moet zijn om humor te analyseren, om te onderzoeken waarom een grap grappig is. Spaan en De Jager waren het hier absoluut niet mee eens. Sterker nog: ze werden er zelfs kwaad om. De wetenschap moet met zijn jatten van de humor afblijven, want op het moment dat je een grap probeert te duiden is de lol eraf. Humor moet je volgens hen ondergaan en niet bestuderen. Lachende wolven Inmiddels heb ik van KIJK een enorm pakket artikelen over humor gekregen en ik begin het zo langzamerhand met Spaan en De Jager eens te worden. Zoveel wetenschappers, zoveel meningen over het gebruik van onze lachspieren. Over twee dingen is iedereen het eens: ‘lachen’ en ‘humor’ zijn afzonderlijke zaken (1), en lachen is gezond (2). Maar daar houden de overeenkomsten op. ‘Waarom lachen we?’ is een totaal andere vraag dan ‘Wat is humor?’ Uit onderzoek van de Amerikaanse etholoog Robert R. Provine blijkt dat mensen voornamelijk lachen om dingen die in de verste verte niets met humor te maken hebben. Als mensen elkaar bijvoorbeeld op straat tegenkomen beginnen ze spontaan te bulderen van de lach om grappige opmerkingen als ‘Heb je een sigaretje voor me?’ of ‘Nou, ik ga er weer vandoor.’ Het lijkt erop dat lachen een duidelijk signaal aan de omgeving is dat men zijn gesprekspartners mag en dat men zich goed voelt. Ook zegt lachen iets over sociale hiërarchie. Om de al dan niet leuke grappen van sociaal hogeren wordt harder gelachen dan om die van de sociaal gefnuikten. De Nederlandse bioloog Frans de Waal ziet bij een groep lachende mensen dezelfde mechanismen als bij een groep huilende wolven: ze dragen beide solidariteit en verwantschap uit. Overigens lijken vrouwen vaker te lachen dan mannen, en ook lachen vrouwen vaker om mannen dan andersom. Nu is iemand aan het lachen maken op zich niet moeilijk. Er zit ergens in de hersenen een plekje dat je met een elektrode kunt beroeren en dan lacht iemand zich helemaal het apezuur. In de sociale omgang werkt dit natuurlijk niet zo goed (zoals ik bij mijn vriendin inmiddels heb mogen vaststellen). Wat is gevoel voor humor? Aristoteles was de eerste wetenschapper die hierover een stuk schreef (zoals op bijna alle wetenschappelijke fronten Aristoteles als eerste een stuk schreef). Volgens hem is alle humor erop gericht mensen naar beneden te halen, te bespotten; alle humor heeft een slachtoffer nodig. Om even terug te komen op lachen als graadmeter van sociale hiërarchie: sociaal hogeren mogen leukere grappen maken, ook worden ze veel vaker uitgelachen en belachelijk gemaakt. Stand-up dealers Volgens de Engelse humordeskundige Oliver Double gaat het nog verder. Humor bevat altijd een van de volgende elementen: agressie tegen een derde partij (1), een ongerijmdheid (2), of een uitlaatklep voor anti-sociale gevoelens (3). Zijn nummer 2, ‘de breuk met het verwachtingspatroon’, wordt door velen als de basis van humor gezien. De menselijke hersenen zijn zo opgebouwd dat we op bekende situaties altijd voorspelbaar reageren. Er gebeurt iets, en tussen onze zenuwcellen komen van tevoren geprogrammeerde elektrische stromen op gang. Tot we worden geconfronteerd met iets afwijkends. Een president die in plaats van ‘We have had serious talks’ zegt ‘We have had sex talks’ (zoals papa Bush ooit deed). Of iemand die uitglijdt over een bananenschil. Op dat moment wordt een primitiever deel van onze hersenen, het limbisch systeem, geprikkeld: er gebeurt iets vreemds, misschien moet ik vechten of vluchten! Om te vechten of vluchten zijn drie medicijnen nodig: endorfine (pijnstiller), adrenaline (pepmiddel) en immunoglobine (weerstandverhoger). Als vervolgens blijkt dat we afwijkende dingen niet serieus hoeven te nemen en dat we niet hoeven te vluchten of vechten, blijven alleen de nuttige stofjes over. Met andere woorden: door een onschadelijke ongerijmdheid worden we tijdelijk een klein beetje high. Humor zorgt voor gratis drugs, waar je ongestraft verslaafd aan mag raken. Stand-up comedians, humoristen en andere grappenmakers zijn dus eigenlijk dealers.

 

Kijk Magazine 2001, nummer 02, Drift: Hup wetenschap! Soms word ik tijdens het vragenuurtje van een literaire lezing op een school door boze leerlingen tot de orde geroepen. Ze hebben het heus niet zelf gelezen, maar van vage kennissen hebben deze boze leerlingen begrepen dat ik in een of ander obscuur blaadje als KIJK over zoiets verschrikkelijk verwerpelijk als ‘wetenschap’ schrijf. Waarom moet een schrijver zich met wetenschap bezighouden? Waarom moet zoiets moois als leven, liefde & seks worden verpest door statistieken en verhandelingen over hormonen en biologische processen? Waarom niet gewoon van een regenboog genieten, in plaats van te zoeken naar de achtergrond van een regenboog? Waarom niet gewoon verliefd zijn en slechts daarover dichten? “Zo, hoe lult hij zich daar uit?” zie ik die leerlingen denken. Meestal probeer ik, wanneer mij zo’n vraag wordt gesteld, het gezelschap te imponeren met een stortvloed van uitspraken van beroemde wetenschappers en schrijvers. Want volgens de Amerikaanse neurobioloog William Calvin bijvoorbeeld speelt zich in ons hoofd een soort darwinistische concurrentiestrijd tussen denkbeelden af. Gedachten zouden niet vast in de hersens zijn gelokaliseerd, maar bewegende activiteitspatronen zijn, waarbij ‘eenheden’ die ‘in het hoofd’ gerekruteerd worden zich in het patroon laten opnemen. Er zou oorlog gevoerd worden tussen gedachten.

Verpeste regenboog.

In een iets ander verband heeft de Amerikaanse filosoof Daniel C. Dennett het over de ‘mementheorie’ (zie KIJK juli 2000). Een ‘meme’ is een brok onstoffelijke culturele informatie dat zich in de hersens nestelt en zich net als een gen voort wil planten. Sterke memen (historische beelden, fraaie quotes, sappige theorieên, grappen, roddels, deuntjes, enzovoort) zouden zich ‘voortplanten’ ten koste van slechte memen (alledaagse beelden, saaie quotes, saaie theorieën, slechte grappen, saaie roddels, ingewikkelde deuntjes, enzovoort). Om een of andere reden zijn mensen er altijd bang voor dat de ‘bewegende activiteitspatronen’ van het ene kamp (zeg maar de literatuur, de kunst, de (pop)muziek, de mensen die in liefde & seks zijn geïnteresseerd) het zullen afleggen tegen ‘bewegende activiteitspatronen’ van het andere kamp (zeg maar de wetenschap, de onderzoekers, de laboranten en analytici). De angst bij veel mensen is dat al te veel wetenschappelijke kennis het ervaren van schoonheid en liefde aantast. De Engelse dichter D. H. Lawrence schreef ooit: “Kennis heeft de zon kapotgemaakt en verandert in een gasbol met vlekken.” En over de eerder genoemde regenboog gesproken: een andere Engelse dichter, Keats, zei eens dat lsaac Newton (de geestelijke overoverovergrootopa van alle KIJK-lezers) voor altijd het mooie, romantische beeld van de regenboog heeft verpest, met zijn wetenschappelijke gezeur over prisma’s, kleuren en lichtinval. De wetenschap ontneemt volgens Keats de dichter de schoonheid van de waarneming. Tijdens lezingen probeer ik dit te weerleggen door de beroemde bioloog Richard Dawkins aan te halen, die een prachtig boek schreef: Een regenboog ontrafelen (Uitgeverij Contact, 1999). Dawkins legt hierin uit dat Keats zich niet erger had kunnen vergissen. Keats verwoordde

het, heden ten dage onder veel dichters en intellectuaio’s nog steeds aangehangen meme dat de wetenschap ‘dor, koud, somber en hooghartig’ is. Om aan te tonen dat Keats zich vergist, introduceert Dawkins de term ‘poëtische wetenschap’. Hij schrijft: “Is het niet treurig om naar je graf te gaan zonder je ooit te hebben afgevraagd waarom je bent geboren? Wie zou, met zo’n gedachte, niet uit bed springen en popelen van verlangen om de wereld verder te ontdekken en zich verder te verheugen dat hij er deel van uitmaakt?

Diepere schoonheid

En als dit de wetenschapsvijandige leerlingen op scholen niet heeft overtuigd haal ik tot slot de Amerikaanse natuurkundige Richard Feynman aan. Toen hem door een vriend werd verweten dat hij de schoonheid van een bloem niet zag wanneer hij die bloem te grondig bestudeerde, antwoordde Feynman: “De schoonheid die er voor jou is, zie ik ook wel. Maar ik zie nog een diepere schoonheid, die voor anderen niet zo gemakkelijk waar te nemen is. Ik zie de ingewikkelde wisselwerkingen van de bloem. De kleur van de bloem is rood. Betekent het feit dat de plant een kleur heeft dat hij zich heeft ontwikkeld om insecten aan te trekken? Dat roept nog een vraag op. Kunnen insecten kleuren zien? Hebben ze esthetisch gevoel? Enzovoort. Ik begrijp niet hoe door het bestuderen van een bloem de schoonheid ervan ooit minder zou kunnen worden. Die wordt er alleen maar groter door.” Een vrij sterk ‘bewegend activiteitspatroon’, lijkt me.

 

Kijk Magazine 2001, nummer 01, Drift: Liefde & statistiek [Ten Liefde, 2001] Op de lagere school maakten sommige meisjes uit mijn klas lijsten van tussen wie het ooit hoeveel keer ‘aan’ was geweest. We zaten in de vijfde klas, tegenwoordig groep zeven, en achterin ons lokaal hingen vellen met schema’s en rangordes, waarop iedere nieuwe liefdesontwikkeling nauwkeurig werd bijgehouden. Het leek wel statistiek. Tussen Els & Luuk was het bijvoorbeeld vijf keer aan geweest, tussen Els & Lex maar twee keer, maar tussen Lex& Susan wel acht keer. Hoe vaker je het aan had gehad met zoveel mogelijk klasgenoten, hoe hoger je onbewust in rang steeg. Niet dat er overigens consequenties aan het ‘aan zijn’ verbonden waren. Ik heb in die tijd met zeker vijf klasgenootjes verscheidene malen verkering gehad, zonder dat dit meer betekende dan de wetenschap dat ik verkering met ze had. Je zou kunnen zeggen dat de relaties in mijn klas(conform de leefwijze van onze ouders; we woonden tijdens de hippie-jaren in een nieuwbouwwijk van een middelgrote stad) niet erg stabiel waren. Ik geloof dat mijn kortste ‘aan-periode iets van een half uur duurde, omdat ik toen via een briefje vernam dat een ander meisje (dat ik veel leuker vond en met wie ik het al twee keer had aangehad) het ook wel aan wilde, waarna de keuze makkelijk was gemaakt.

Man 20 wil Vrouw 1

Liefde & statistiek is niet zo’n ongebruikelijke combinatie als misschien wordt gedacht. Al veertig jaar lang zijn mathematici van over de hele wereld bezig te zoeken naar de sleutels van menselijke liefdesrelaties. Wat is het geheim van een stabiele verhouding? Waarom hebben mensen zo’n moeite met het vinden van de juiste partner? Waarom zijn er zoveel scheidingen?

Een paar weken geleden stond hierover in New Scientist een interessant artikel. Beginjaren zestig deden de Amerikaanse onderzoekers Galeen Shapleyvia een computer een statistisch experiment. Als voorbeeld namen ze honderd (heteroseksuele) mannen en honderd (heteroseksuele)vrouwen. Alle (verzonnen) proefpersonen moesten de honderd leden van het andere geslacht onderverdelen op aantrekkelijkheid: met nummer 1zouden ze het graagst een relatie aangaan en met nummer 100het minst graag. Deze onderverdeling gebeurde at random, wat wil zeggen dat min of meer universele waarden als ‘schoonheid’ en ‘maatschappelijke status’ buiten beschouwing werden gelaten. Gemiddeld waren alle mensen even mooi en maatschappelijk geslaagd. Wie door de een werd bewonderd, deed de ander kotsen in een hoekje. Dit is wat er in het onderzoek gebeurde: een willekeurige Man 1(dat had overigens net zo goed Vrouw 1kunnen zijn) deed een aanzoek aan de vrouw die bovenaan zijn lijstje stond. Zelf had deze vrouw Man 1alstwintigste op haar mannenverlanglijst geplaatst. Maar omdat ze nog geen andere aanzoeken had gehad, stemde ze in met een relatie. Man 1was uiteraard erg blij dat het hem gelukt was zijn nummer 1te versieren. Nu vroeg Man 2de bovenste van zijn lijstje, en ook hij raakte gelukkig in de liefde. Dit ging zo door, tot een van de volgende mannen, zeg Man 17,de verloofde van bijvoorbeeld Man 1uitverkoos. Stel dat deze verloofde Man 17op een hogere plaats had gezet dan haar Man 1,dan ruilde zij Man 1in voor Man 17.Nu zat de afgewezen Man 1zonder vrouwen liet hij zijn keuze vallen op zijn Tweede Keuze. Stel dat deze vrouw al bezet was, met bijvoorbeeld Man 23,dan keek zij op haar beurt wie er hoger op haar lijst stond. Had zij Man 1toch liever dan Man 23,dan wisselde zij deze mannen rücksichtslos om, de sloerie. Nu moest Man 23 naar zijn Tweede Keuze.

Deprimerend rekenwerk

Uiteindelijk bleek na een pak rekenwerk (Gale en Shapley gebruikten algoritmen en computers) dat iedereen altijd aan iemand anders werd gekoppeld. Het duurde even en er waren behoorlijk wat teleurstellingen te verwerken, maar uiteindelijk kreeg iedereen het ‘aan’. Er ontstond een stabiel netwerk van verhoudingen waarin het onmogelijk was een man en een vrouw te vinden die liever met iemand anders verkeerden dan met hun huidige partner. Dit klinkt natuurlijk fantastisch, zeker voor de eenzame en singles onder ons. Je zou kunnen concluderen dat iedereen na een hoop liefdesverwikkelingen en afwijzingen terechtkomt bij een partner van zijn (vijfde, tiende of tigste) keuze, maar helaas is die conclusiefout. In het echte leven beoordelen mensen elkaar helemaal niet at random en gelden de min of meer universele waarden als schoonheid en maatschappelijke status wel degelijk. Inmiddels zijn er wetenschappers die een ‘Vogue-factor’ hebben toegevoegd aan het experiment van Galeen Shapley. Opnieuw werd er gerekend, en de uitslag van het nieuwe onderzoek is deprimerend (voor de eenzamen en singles onder ons, en wellicht ook voor zij die al gebonden zijn). Als schoonheid een rol speelt, en schoonheid spéélt een rol, is de kans dat een mens een relatie krijgt met de honderden keuzes van zijn of haar lijst sterk verkleind, tenzij hij of zij door anderen zeer mooi wordt gevonden. Liefde & statistiek, hadden ze maar niets met elkaar te maken.

2000

Kijk Magazine 2000, nummer 12, Drift: Onzin [Ten Liefde, 2001] Vorige maand had ik het over de dieetdictator Michel Montignac met zijn quasiwetenschappelijke beweringen over glycemische indexen, kruissnelheden en andere gewichtig klinkende prietpraat. Het indertijd klakkeloos achter Montignac aanhobbelen verraadt hoe vatbaar mensen zijn voor volslagen nonsens. Sterker nog: je kunt mensen alles wijsmaken als je het maar doopt in een nepwetenschappelijk sausje en het de geur van onderzoek en herhaalbaarheid geeft. Neem astrologie. Laatst had ik in mijn stamcafé (waarover ik steeds vaker moet concluderen dat er helaas ook een hoop volslagen randdebielen komen) een verbeten discussie met een vrouw (type: besnorde trol) die hysterisch begon te krijsen dat ‘astrologie’ al duizendmaal bewezen was, maar dat de reguliere wetenschap deze informatie uit angst en zelfingenomen arrogantie achterhield voor het grote publiek. Met dit soort leugens rechtvaardigen de astro-oplichters hun volksverlakkerij. Alle wetenschappelijke onderzoeken die sinds de vijftiende eeuw gedaan zijn naar de eventuele zwaartekrachtwerking en invloed van planeten en sterren op mensen wijzen uit dat die invloed miniminiminimaal is. Stel dat iemand wordt geboren onder het sterrenbeeld ‘Boogschutter’ (waarbij boogschutter slaat op een zooitje bij elkaar geraapte hemellichamen dat voor ons misschien wel in één lijn staat, maar dat in feite niets met elkaar te maken heeft), dan is de zwaartekrachtwerking van een theelepeltje dat in de verloskamer in een kopje staat groter dan alle sterren van de Boogschutter bij elkaar. Mensen die vol trots beweren dat zij een Boogschutter zijn, zouden dus met nog meer trots kunnen roepen dat ze een Theelepeltje zijn (waarbij ‘theelepeltje’ staat voor hun persoonlijke kenmerken draaikont, babbelkous en gezelIigheidszeloot). Liegen, verdraaien en oplichten. Er is geen groter mogelijke onzin denkbaar dan astrologie, en zelden is er een beroepsgroep geweest (ik doel hier op de besnorde trollen die voor veel of, nog dommer, voor weinig geld iemands horoscoop trekken) die zo bedreven was in het liegen, verdraaien en oplichten. Frappant is dat nieuwe astronomische ontdekkingen onmiddellijk een plaatsje krijgen in de astrologie. Zo werd pas in 1930de planeet Pluto ontdekt. En meteen ‘berekenden’ de gezaghebbende astrologen dat de invloed van die planeet de kenmerken had van de god (van de onderwereld en de dood) naar wie hij vernoemd was. Leuk detail hierbij was dat de naam Pluto was voorgesteld door de elfjarige Venetia Burney uit Oxford. Stel nu eens dat zij niet Pluto had voorgesteld, maar Aphrodite of Amor, wedden dat de invloed van de planeet dan zouden corresponderen met liefde? Het detail over Venetia Burney heb ik uit Tussen waarheid & waanzin – Een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, samengesteld door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys. Het grote verschil tussen echte wetenschappers en pseudo-wetenschappers is dat de echte zich door feiten laten leiden. Echte wetenschappers moeten zich er voortdurend van bewust zijn dat hun theorieën misschien wel eens niet zouden kunnen kloppen. Pseudo-wetenschappers weigeren keiharde feiten die hun ongelijk bewijzen te accepteren. Zo blijken duizenden beweringen, theorieën en vakgebieden die wetenschappelijk lijken op z’n zachts erbarmelijke nonsens en op z’n hardst de grootst mogelijke oplichterij. Homeopathie bijvoorbeeld, het extreem verdunnen van een stof, zodat de werking toeneemt. Klinkt leuk, maar is gelul. Of acupunctuur, ofwel het met naaIden prikken in zogenaamde onderhuidse energiebanen (een medische techniek die in het begin van de vorige eeuw nog werd verboden in China, maar om politieke redenen weer van stal werd gehaald). Praten met de doden. Nog meer voorbeelden van massale volksverlakkerij: alternatieve geneeskunde, antroposofie, aromatherapie, bijna-doodervaringen, bioritmen, chiropractie (ruggen krakers), droomuitleggerij, Uri Geiler, Het Getal 666, graancirkels, handschriftkunde, handlezen, hypnose (alle serieuze onderzoeken wijzen uit dat hypnose niets meer is dan een bewuste keuze mee te gaan in de gekkigheid van een hypnotiseur), IQ-testen, Jomanda, klopgeesten, leugendetectors, de lijkwade van Turijn, het monster van Loch Ness, de invloed van de maan, macrobiotisch voedsel, meervoudige persoonlijkheidsstoornis, Men In Black, morfogenetische velden (van Rupert Sheldrake), New Age, Nostradamus (allemaal onzin), numerologie, de satanische rituelen in Oude Pekela (niet waar), paragnosten, paranormale verschijnselen, psychotherapie, reïncarnatie, praten met doden via seances (tuurlijk …), Stonehenge, UFO’s (er is niet één doorslaggevend bewijs voor het bestaan van buitenaardse ruimteschepen), waarzeggerij, wichelroedes, en nog veel en veel meer. De Encyplopedie der pseudo-wetenschappen zou bij iedere KIJK-lezer op het nachtkastje moesten liggen. Mijn pseudo-wetenschap: geloof pas iets als het wetenschappelijk vaststaat, en geloof het zelfs dan niet.

Kijk Magazine 2000, nummer 11, Drift: Vet [Ten Liefde, 2001] Vijftien kilo geleden ontmoette ik mijn vriendin. We waren jong, mooi en dom, en onze liefde zou altijd duren. Inmiddels hebben we een huis, twee kinderen, een uitpuilende voorraadkast, een vrieskist, een friteuse, een pannenset, een mixer met ingebouwde Pentium 111 processor,een combinatie-magnetron en een koelkast die permanent gevuld is met vleeswaren, kazen en minstens vijftien verschillende sausen. Waar we vroeger spaarden om uit eten te kunnen, lezen we nu de Lekker en de Michelin-gids en hebben we een kookboekenplank van anderhalve meter. Ook gaan we af en toe op culinaire verrassingstrips. Zo deden we vorige week Lissabon aan, dat bekend staat om zijn churros, ofwel kleine gefrituurde hapjes. We hebben ze allemaal besteld: gefrituurde krab, gefrituurde tonijnrol, gefrituurde onbestemde vleesbal, gefrituurde aardappelprut, gefrituurde maïsbrokken, gefrituurde reep frituurvet, enzovoort. Weer in Nederland maakten we een kapitale fout. Argeloos gingen we in onze badkamer op de weegschaal staan, mijn vriendin voorop. “Mijn god!” zei ze, toen zede digitale teller zag. Ook ik bleek voor de zoveelste keer mijn persoonlijke record fors te hebben gebroken. Dieetdictator. Tot mijn vijfentwintigste had ik een buik, zo dun, het leek wel een goocheltruc. Maar als ik de laatste maanden een glas water drink kom ik al een kilo aan, laat staan als ik een dubbele patat dubbel speciaal eet. Dit kan niet langer doorgaan! Mijn vriendin schrok zo van ons weegschaalzwaartekracht-experiment dat ze uit de boekenkast een oud, vergeeld exemplaar tevoorschijn haalde: Ik ben slank want ik eet van ’s werelds beroemdste anorexia-patiënt Michel Montignac. Ooit is mijn vriendin net als half Nederland in de ban geweest van deze dieetdictator, met zijn quasi-wetenschappelijke beweringen over glycemische indexen, kruissnelheden, verbodsbepalingen en overtredingen. Ze viel destijds in een paar weken vier kilo af, en godzijdank raakte ze toen zwanger, waardoor ze van zichzelf mocht stoppen met haar zelfkastijding. “Je gaat toch niet lijnen?” vroeg ik toen ik haar met het vergeelde boek in de handen zag staan, waarop mijn vriendin antwoordde: “En jij doet mee.” En zo heerst sinds vijf dagen in mijn huis weer de Montignac-terreur. Zogenaamd mogen we alleseten wat we lekker vinden, behalve alles wat lekker, zoet, vet en ongezond is. Het gevolg is dat ik de hele dag met een hongerig, chagrijnig gevoel rondloop en me schuldig voel over iedere slok magere melk. En dat terwijl is aangetoond dat slechts vier op de honderd mensen na een dieet op hun bereikte lichaamsgewicht blijft. Zesenzeventig van de honderd zijn na drie jaar dikker dan toen ze begonnen met lijnen, en vijfennegentig na vijf jaar. Ofwel: van lijnen word je bijna zeker dikker. Ik haal deze laatste wetenschap uit het zeer vermakelijke boek Eet vet van de Amerikaanse hoogleraar Richard Klein, dat ik lees om mijn marteltocht nog masochistischer te maken. Klein toont aan dat lichaamsgewicht onderhevig is aan modes. Zo was het aan het eind van de negentiende eeuw juist heel erg in de mode om dik te zijn. Terwijl er nu miljarden worden verdiend aan dieetmethodes waren er toen tijdschriften en boeken met aankom-methodes. Een boek als How to become plump (‘Hoe men mollig wordt’) werd gretig gekocht. Volgens Klein is het juist gezonder om dik te zijn dan om dun te zijn. Vet staat voor vruchtbaar, voor reserves en voor veerkracht. Onze lichamen zijn genetisch voorbestemd om dik te worden en geen gehoor geven aan de lokroep van het vet door je lichaam met diëten te geselen, leidt (aldus een Amerikaanse vereniging voor ‘vetacceptatie’) tot zeker dertig aandoeningen en ziektes, variërend van depressies, bloedarmoede en anale lekkages tot onvruchtbaarheid, en zelfs tot een vervelende aandoening genaamd dood. Wat niet in het boek van Klein staat, maar wat onlangs wel internet haalde, is dat sommige wetenschappers inmiddels tot de conclusiezijn gekomen dat vet een belangrijke stof is voor het lichaam, en dat ‘vet’ zelfs een orgaan genoemd mag worden, in de verte vergelijkbaar met een orgaan als de lever (http://news.bbc.co.uk/ hi/english/helth/newsid_923000/923153.stm). Vet produceert het hormoon leptine, dat zou communiceren met de hersenen. Daarnaast beschermt vet de botten en organen en regelt het ons afweersysteem. Als dit klopt, en vet inderdaad een orgaan is, zijn er dan misschien dunne (en dus ongezonde) KIJK-lezers geïnteresseerd in een vettransplantatie? Ik heb ongeveer vijftien kilo in de aanbieding. Het zou me een erg bevredigend gevoel geven als mijn vet anderen gezonder kan maken.

Kijk Magazine 2000, nummer 10, Drift: Zie! [Ten Liefde, 2001] Soms komt het voor dat ik, al dan niet per ongeluk, mensen of volksgroepen (christenen) beledig of dat ik andere dingen doe die mensen of volksgroepen (christenen) in woede doen uitbarsten. Heel soms gebeurt het dat die mensen of volksgroepen (christenen) mij schrijven of meedelen dat ze me voor de rechter zullen slepen. In zulke gevallen bel ik, helemaal astmatisch van angst, meteen de jongeman die ik ‘mijn advocaat’ noem, waarna hij mijn bibberig vertelde verhaal aanhoort, minzaam grinnikt en me geruststelt met de woorden: “Laat ze maar komen, de stumpers, ze hebben geen poot om op te staan.” Tot nu heb ik me, dankzij die jongen, nog niet één keer daadwerkelijk voor een rechter hoeven verantwoorden, en zo leuk is dat helemaal niet, want er is niets zo goed voor de verkoop van je boeken als een smeuïge rechtszaak. ‘Mijn advocaat’ heet Dirk Visser, en hij is briljant. Hoewel hij nog maar vreselijk jong is(31) staat hij nu al bekend als een van de moeilijkste en best geïnformeerde juridische vechtersbazen op het gebied van auteursrecht, meningsuiting en merken. Sjok. Zoekend naar geschikte vakantielectuur vond ik afgelopen zomer in mijn boekenkast een erg prettig boekje: Een borrel met zeepsmaak, geschreven door diezelfde Dirk Visser (uitgeverij Kwadraat). Vorige maand ging mijn column over de nu al vier miljard durende strijd tussen zichzelf replicerende moleculen (genen) en de dragers van deze genen (planten, dieren). Dragers van DNA, dus ook mensen, zijn geprogrammeerd om altijd strijd te voeren, ruzie te maken en elkaar te beconcurreren. Niet alleen mensen vechten voortdurend (zonder dat daarbij per se vuisten worden gebruikt), ook de bedenksels van mensen liggen almaar met elkaar overhoop. Dirk Visser beschrijft erg aangenaam hoe bedrijven ruziën om namen, lettertjes, beeldmerken, plaatjes, kleuren, lipjes aan spijkerbroeken, de kruiling van zoutjes, enzovoort. Een van de mooiste ruzies die Visser beschrijft was het conflict tussen de chocolademelkmerken Choq en Tjolk. Tjolk zou eerst Sjolk heten, maar dat werd door het biermerk Skol via de rechter verboden, want bierdrinkers mochten eens denken dat ze zich met chocolademelk bezatten. Toen Tjolk eenmaal Tjolk was kwam een andere chocolademelkfabriek met de naam Choq. Tjolk vond dat Choq te veel op Tjolk leek, zeker omdat ‘choq’ op z’n Engelsals ‘tjok’ diende te worden uitgesproken. Choq, uitgesproken als ‘sjok’, vond dat Tjolk niet moest zeuren, omdat Tjolk niet als ‘tjolk’ wordt uitgesproken maar als ‘tsjolk’, De advocaat van Choq lichtte dit toe met het volgende briljante dicteetje: “Tjaarda Tjepkema en Tjitske Tjabbes wandelden door Tietjerksteradeel. Ze haalden hun vriend Tjerk op en gingen naar de tjalk van zijn oom Tjeerd. Ze kregen een glas tjokvol Chocomel. Tjakkes, zei Tjitske, dat is Tjolk.” Met de wet in de hand trekken bedrijven ten strijde, zoals Visserlaat zien. Stel: ik ben een concurrent van VNU (de mastodont die geld verdient aan dit tijdschrift) en ik begin een populair-wetenschappelijk blad voor adolescenten of in adolescentie-blijven-hangende volwassenen onder de titel Zie. De advocaten van VNU zouden weinig problemen hebben mij voor de rechter af te slachten. KIJK is namelijk een beschermd merk en VNU zou schaden lijden als een concurrent een soortgelijk product met een soortgelijke titel op de markt brengt. Ook als ik mijn tijdschrift Weten zou noemen, maar de layout van mijn logo en voorpagina zou laten lijken op die van KIJK(met van die maffe schuin afgesneden letters en een rood blokje rondom de eerste letter) maken ze me af. Kijkkomen. Een ander probleem met de advocaten van VNU krijg ik als ik een exemplaar van KIJK opvoer in, zeg, een pornografische film (een commercieel product). Ik laat een meisje van zestien zichzelf beroeren met een stijf opgerold nummer van KIJK, met het logo duidelijk zichtbaar. Waarschijnlijk zou mijn film door de rechter verboden kunnen worden. Het merk KIJK mag alleen door VNU worden gebruikt, en daarnaast zou KIJK schade kunnen ondervinden, omdat argeloze ‘kijkers’ van pornofilms zouden kunnen denken dat KIJK via sluikreclame mijn pornofilm sponsorde. Terzijde: zou het een interessant experiment zijn als ik een stijf opgerold exemplaar van KIJK zou opvoeren in een geschreven pornoverhaal, onder de titel ‘Kijkkomen’? Ik denk dat de advocaten van VNU in dat geval nog een zware dobber zouden hebben aan Dirk Visser.

Kijk Magazine 2000, nummer 09, Drift: De viermiljardjarige oorlog Het is toch fantastisch dat er vier miljard jaar geleden één of meerdere ingewikkelde moleculen ontstonden die zichzelf met behulp van andere, minder ingewikkelde moleculen spontaan konden reproduceren, en dat sommige van die moleculen beter hulpstoffen konden aantrekken dan andere, zodat het leek of ze strijd voerden, en dat van al die reproducerende vormen er één is geweest die het in het blinde reproductiegevecht leek te winnen, en dat de kopieën van dit molecuul de wereld wisten te veroveren en dat mutaties van deze kopieën van dit molecuul op hun beurt weer strijd met elkaar gingen leveren om hulpstoffen, en dat kopieën van dit reproduceerbare ingewikkelde molecuul steeds ingewikkelder werden, zo ingewikkeld dat kopieën van dit molecuul niet meer na enkele uren uiteenvielen, maar een systeem ontwikkelden om eiwitten te maken die allerhande machinerie in werking konden zetten (membranen, weefsel), en dat we dit levensvormpje Luca noemen, ofwel onze last universal common ancestor, omdat ook de nazaten van deze Luca in een immens gevecht verzeild raakten, ook wel de Vier miljardjarige Oorlog genoemd, en dat de kleinkleinkleinkinderen van Luca elkaar gingen opeten en zich tegen elkaar gingen wapenen, en afzonderlijk cellen gingen vormen, en dat cellen gingen klonteren, en dat er nog ingewikkelder systemen werden ontwikkeld om de reproduceerbaarheid te vergroten (sex) en nog meedogenlozer manieren van aanval en zelfverdediging, en dat er uit de reproduceerbare moleculen soorten organismes van meerdere cellen ontstonden, die zich maar bleven ontwikkelen en strijd voeren en muteren, en dat er duizendvormige creaturen ontstonden, en planten, en dieren, en je kunt het zo gek niet bedenken, en dat er heden ten dage iets als vijf miljoen verschillende soorten zijn die de strijd hebben overleefd, waaronder een soort die ongeveer driehonderdduizend jaar of langer geleden in Afrika onstond, op de steppen, en dat er uit die soort, Homo sapiens, meerdere sapiens-soorten als de Neanderthaler ontstonden, die zich verspreidden over grote delen van de wereld, tot ongeveer honderdduizend jaar geleden uit de Homo sapiens of uit een ondersoort de soort Homo sapiens sapiens ontstond, die in het zuiden van Afrika leefde en in zestig- à zeventigduizend jaar werkelijk alle uithoeken van de wereld bereikte, omdat deze soort zich om een of andere reden aan de meest uiteenlopende leefmilieus kon aanpassen, en dat deze soort dus ook in Europa aankwam, ongeveer veertigduizend jaar geleden, eerst in Oost-Europa en later in Frankrijk en West-Europa, en dus ook in ons land, en dat niet te zeggen is of deze soort de oudere soort van de Neanderthalers wist uit te roeien of dat er sprake was van vermenging (wat ik wel eens denk als ik in de spiegel kijk), maar dat in ieder geval zeker is dat Homo sapiens sapiens als soort heeft gezegevierd over de andere sapiensen, en dat er inmiddels iets als zes miljard overlevingsmachines zijn die zich Homo sapiens sapiens mogen noemen, ofwel ‘mens’, en dat al die zes miljard mensen ieder ongeveer honderd biljoen cellen bevatten met een kopie van het reproduceerbare oermolecuul, ofwel DNA, en dat een van die zakjes met honderd biljoen cellen (de schrijver van dit stuk) een ander zakje (de lezer van dit stuk) nu vriendelijk groet en hem of haar meer dan het allerbeste wenst.

Kijk Magazine 2000, nummer 08, Drift: Zelfbevlekking Het zal de vaste lezers van deze column zijn opgevallen dat ik graag en vaak citeer uit interessante leek wetenschappelijke boeken, en wees gerust: dat ga ik ook nu weer doen. Vorige week vond ik namelijk op mijn bureau het manuscript van Ik omhels je met duizend armen, de nieuwe roman van Ronald Giphart, die vanaf eind oktober voor een absolute spotprijs in de winkels ligt. Ik omhels je met duizend armen is een roman en dus fictie, maar toch zal het voor KIJK-lezers weer ongeloofwaardig veel interessant materiaal bevatten. Speciaal voor de lezers van KIJK heb ik, met welwillende toestemming van de auteur, een korte KIJK-waardige passage geselecteerd. Sterker nog, een beetje literatuurwetenschapper zou in deze scène de invloed van KIJK op het werk van Giphart zeker kunnen zien. Een van de personages in dit verrassend grappige boek over liefde & euthanasie is de Vlaamse actrice Gulpje, die ook al in Gipharts vorige fascinerend leuke boek Phileine zegt sorry een hilarische rol speelde. Tijdens een vrolijke vakantie op het Canarische eiland La Palma voerde deze Gulpje een maf gesprek met een van haar vrienden, de schrijver Giph (hoofdpersoon van Gipharts tweede bestseller Giph, en ook het hoofd personage van Ik omhels je met duizend armen). “Wist je dat de gemiddelde man per seconde duizend zaadcellen aanmaakt?” vroeg Gulpje aan Giph. Gulpje & Giph delen een voorliefde voor autistische overbodige weetjes. Ze zijn ware nutteloze-kennisfanaten. Honderden voorbeelden van leekwetenschappelijke nonsens hebben ze uitgewisseld (wat tevens het enige is wat ze hebben gedaan, want op normaal menselijk contact lijken ze minder toegelegd). Dat buidelmuizen twaalf uur achter elkaar kunnen neuken. Dat de kin iets unieks menselijks is. Dat mensen per dag drieëntwintig minuten aan oogknipperen kwijt zijn. Dat we in onze mond tienduizend smaakpunten hebben, de meeste op de tong. Dat emotietranen 21 procent meer eiwitten bevatten dan irritatietranen. Dat een valse glimlach altijd asymmetrisch is. Gulpje knipte met haar vingers. “En hup, weer duizend zaadcellen,” zei ze. Ze knipte nog een keer. “En weer duizend zaadcellen.” Ze knipte nog een keer. “En weer duizend zaadcellen. Goddomme Giph, je hebt sinds ik bij je sta al drieduizend zaadcellen aangemaakt. Vierduizend. Vijfduizend. Het gaat maar door. Niets kan deze man stoppen. Zesduizend. Zevenduizend. Geweldig! Wat een prestatie! Wat gebeurt er met al dat zaad?” Zaad moet vloeien. “Jullie zijn hier met vijf jongens,” ging ze verder, “we zijn hier nu vier dagen, dus vierduizend maal zestig seconden, maal zestig minuten, maal vierentwintig uur, maal vier dagen is ongeveer anderhalf miljard. Jullie hebben met z’n vieren al anderhalf miljard zaadcellen geproduceerd sinds we hier op La Palma rondlopen. Goed, hoor. Daar mogen jullie best trots op zijn.” Geïntrigeerd door dit weetje begon Giph te rekenen in zijn schrijfblok. Met een beetje vermenigvuldigen kwamen Gulpje & hij erachter dat de totale viriele mannelijke mensheid de afgelopen vierentwintig uur honderdtweeënzeventigbiljoenachthonderdmiljard zaadcellen heeft aangemaakt. Gulpje zei: “En geloof het of niet, Giph, er zijn pornofilms waarin vrouwen zoveel zaad over zich uitgestort krijgen.” Giph rekende verder uit dat dit neerkomt op ruim zestig biljard per jaar. Gulpje wilde weten hoeveel cellen een gemiddelde man in zijn hele leven aanmaakt, gesteld dat hij vijftig jaar in staat is z’n plicht te vervuIlen. Na een halve minuut heeft Giph het antwoord: “Om precies te zijn éénbiljardvijfhonderdzesenzeventigbiljoenachthonderdmiljard. ” “Nou, als je dan bedenkt dat een man gemiddeld twee komma drie kinderen verwekt, kun je statistisch verantwoord zeggen: geschoten is altijd mis.” “Dat komt neer op… ” nam Giph Gulpjes gedachtegang over, “op… op één op de zeshonderdvijfentachtigbiljoen zaadcellen die z’n belofte inlost. Dat is inderdaad significant verwaarloosbaar.” Giph gooide zijn blok van hem vandaan. “Toch is het een vervelende dwanggedachte,” zei Gulpje, “dat als je een jongen ziet staan, of in het café met een man praat, je nochtans onwillekeurig denkt: hij maakt op dit moment duizenden zaadcellen aan. Vind je het gek dat hij me zo krampachtig probeert te versieren? Het is gewoon een economische wet: wat wordt geproduceerd moet worden geconsumeerd. Zaad moet vloeien.” “Dus jij vindt eigenlijk dat de Europese Gemeenschap subsidie moet geven om de consumptie van zaad te stimuleren, opdat er geen zaadbergen ontstaan?” “Gaat ver, Giph, gaat hééél ver. Beetje domme opmerking, vind je ook niet?” zei ze, en iemand op honderd meter afstand zou haar asymmetrische gezichtsuitdrukking kunnen zien. Besproken: ‘Ik omhels je met duizend armen’ van RonaId Giphart, Uitgeverij Podium, verschijningsdatum oktober 2000, ISBN 90 5759 303 3.

Kijk Magazine 2000, nummer 07, Drift: Dierenliefde [Ten Liefde, 2001, Titel: Dieren Doen Het Ook] Een vriend schuine streep collega-schrijver schuine streep buurman vond mij laatst wild stuiterend door onze straat (onze wijk is ’s zomers een soort vervang-camping, waar buiten wordt gegeten, gelezen en gedronken). Van veraf riep ik schuimend van enthousiasme dat ik een geweldig boek zat te lezen, echt iets voor mijn column. Dierenliefde, geschreven door ene Michael Miersch. Ik deed nog net geen radslag, maar even dachten mijn vriend en mijn andere buurtbewoners dat ik gek was geworden, zo uitgelaten gedroeg ik me. Nu is het altijd een beetje aandoenlijk als een volwassen mens zich zo laat gaan, zeker als je het zelf bent. “Het… het gaat… het gaat over… het sexuele leven van dieren!” riep ik, van opwinding mij in mijn woorden verslikkend. Mijn buurman maande me even in een plastic tasje te ademen om mijn aanval van hyperventilatie af te slaan, en nam het boek van me over. Miersch had honderden weetjes verzameld over het copulatiegedrag van even zoveel dieren. Mijn vriends ogen vielen op een plaatje van twee aan elkaar vast geplakte vissen. In het tekstje eronder stond dat ‘zoengoerami’s’ voordat ze paren (biologentaal voor neuken) minutenlang hun lippen tegen elkaar drukken. Geïnteresseerd bladerde hij verder. “Wist je dat slakken zichzelf kunnen bevruchten als ze geen partner kunnen vinden?” vroeg ik, toen ik me had hersteld van mijn Parkinson-aanval. Hij wist dat niet. Ik vervolgde: “Dat de ballen van een mannetjespaard met 340 gram 0,27 procent van zijn lichaamsgewicht bevatten, waar de ballen van de mannetjesmens met 40 gram slechts 0,06 procent van het lichaamsgewicht zijn?” Ook dat wist hij niet. En mijn buurtgenoten ook niet. “Dat nertsen zo’n beetje de meest sexueel actieve beesten zijn. Ze doen het eigenlijk altijd en stoppen alleen om te eten of te rusten. Daarnaast komt een nertsmannetje bij iedere paring meerdere keren klaar.” “Dat is interessant, maar…” Hazen rammelen honden. “Dat kamelen hun vrouwtjes net zo lang schoppen totdat ze plassen, en dat de urine dan door de mannetjes gretig wordt opgedronken? Aan de smaak en geur van deze plas kunnen de mannetjes beoordelen of de vrouwtjes opgewonden zijn. Wist je dat niet alleen paarden met ezels levende nakomelingen kunnen krijgen, maar ook jaguars met luipaarden, en zelfs leeuwen met tijgers? Dat chimpansees zeven tot acht seconden kunnen neuken, tegen prairiewoelmuizen tot veertig uur.” “Nee, maar…” “Wist je dat een stier ongeveer dertig keer per dag kan spuiten, wat nog niets is vergeleken met een bruine rat, die tot vijfhonderd keer in zes uur kan klaarkomen. Dat een bevrucht vliegenvrouwtje in vier generaties net zoveel nakomelingen kan krijgen als er mensen in Parijs wonen: acht miljoen?” “Fascinerend, alleen … “ “Dat een kameleon geen eieren legt, maar haar kroost geheel ontwikkeld op de wereld zet. Het enige probleem is dat ze hen zonder te kijken uitpoept en maar hoopt dat ze zacht terechtkomen. Wist je dat hazen niet neuken, maar rammeien, en dat mannetjeshazen zelfs met honden willen rammelen als het zo uitkomt? Dat een mannetjesgiraf een penis heeft van één meter lang en dat hij bij het bestijgen van zijn vrouwtje zijn volle gewicht van twee ton op haar rug legt?” “Nee, dat wist ik niet, zeg… “ “Dat dolfijnen dan wel intelligent mogen heten, maar dat ze ook gevaarlijke verkrachters zijn, die bij een gebrek aan vrouwtjes ook rustig gaten zoeken in zwakkere mannetjes. Of zelfs in mensen. Of in afvoerbuizen, als het moet. Wist je dat tien procent van de cavia’s homosexueel is? Dat blauwborstjes zich bij de paring laten leiden door de ultraviolette straling van de keelvlek? Dat anale seks ook in de dierenwereld geregeld voorkomt; bij enkele aapsoorten bijvoorbeeld? Dat borsten iets typisch menselijks zijn? Dat de hersens van kanariemannetjes groter worden ten tijde van sexuele activiteit? Dat…” “Ronald?” “Dat de spermacellen van fruitvliegjes met… met zeventien millimeter zes keer zo lang zijn als de vliegjes zelf? Dat menselijk sperma vijf dagen houdbaar is in het… het vrouwelijk lichaam, wat schril afsteekt tegen de dertig dagen van het sperma van de Europese veldhaas, en de… de tweeduizendvijfhonderdvijfenvijftig dagen van het sperma van de Javaanse wratslang? Dat zwanen elkaar niet voor eeuwig trouw zijn, zoals… zoals de sprookjes ons willen doen geloven? Dat een spitsmuis zijn … zijn penis na gebruik als een zakmes kan inklappen? Dat een dat een Japanse zwaluwstaartvlinder met zijn… zijn pik licht kan zien, en dat hij dus goed zit als het overal … overal donker wordt? Dat de wolf, de wasbeer, de visotter en de neusbeer een bot hebben in hun… in hun…” “RONALD!” riep mijn vriend nu heel dwingend. Ook mijn andere straatgenoten stonden uiterst bezorgd om me heen. Ik werd door drie buurmannen stevig beetgepakt, terwijl een buurmeisje mijn voorhoofd depte en mijn vriend mij m’n dwangbuis voorhield. “O, is hij weer bezig met zijn column voor KIJK?” verzuchtte mijn vriendin toen ik schuimbekkend werd afgeleverd bij mijn voordeur.

Kijk Magazine 2000, nummer 06, Drift: Het kijkgevecht [Ten Liefde, 2001] Zo nu en dan word ik door een school uitgenodigd om te praten over mijn boeken, mijn jeugd, mijn trauma’s, mijn visies op de wereld, mijn kennis van muziek, mijn boodschappen, mijn liefdesleven en alle andere fascinerende zaken die mij bezighouden. Vaak zit ik op een podiumpje en ben ik genoodzaakt te kijken naar wandelende hormoonverzamelpunten in de zaal, naar alle leuke meisjes en jongetjes kortom, en zo leuk is dat helemaal niet. Nu is – even een waanzinnige uitwijding over iets totaal anders – een etholoog iemand die het gedrag van dieren in hun natuurlijke omgeving bekijkt en analyseert. Een balts-etholoog doet dit voor de sexuele omgang tussen dieren. De natuurlijke omgeving waarin de paringsdans van de vrije westerse mens zich voornamelijk afspeelt is de school, het uitgaansleven en de werkvloer. Met andere woorden: zet mij op zo’n plek en als goedwillende amateur-etholoog begin ik onmiddellijk het publiek te observeren op versiergedrag. Ogen zijn wapens. De meeste mensen zullen het niet weten, maar zowel mannen als vrouwen hebben duizenden bewuste en onbewuste maniertjes om signalen aan potentiële minnaars of minnaressen uit te zenden, variërend van het oppompen van de romp (bij mannen, hoewel het bij mij niet zo goed werkt), het bollen van de rug (vrouwen), het frunniken aan het kapsel (door vrouwen gebezigd om hun secundaire geslachtsdelen – eh, borsten – beter te laten uitkomen). tot het luidruchtig laten merken dat men aanwezig is (zowel mannen en vrouwen). Het is erg grappig om in het geniep te kijken naar mensen die elkaar aan het versieren zijn. Al hun zogenaamd achteloze signalen komen op hetzelfde neer en willen zoveel zeggen als: ik ben eventueel beschikbaar, ik ben leuk, ik heb sterke genen en kan dus sterk nageslacht verwekken, en ik vind jou eventueel ook leuk. De meest effectieve wapens in het overlevingsgevecht dat flirten heet zijn de ogen. Iedereen die wel eens in het buitenland op vakantie is geweest weet dat je een vreemde taal niet uitmuntend hoeft te spreken (‘Eh, shallons nous à la beach avec nous deux?’) om toch iemand het hof te kunnen maken. Goed ogenspel is meer dan het halve werk. Er zit een heel patroon in de manier waarop mensen flirten, en het gebruik van de ogen is daarin een van de belangrijkste schakels. Dit heb ik niet zelf bedacht, hierover heeft de Amerikaanse bio-sociologe Helen E. Fischer een erg duidelijk en verhelderend boek geschreven: Over de liefde – De evolutie van monogamie, overspel en scheiding (Uitgeverij Contact). Het eerste hoofdstuk gaat over flirten en er komen interessante onderzoeksresultaten aan bod. Zo blijkt in tegenstelling tot de heersende gedachte dat niet de mannen, maar de vrouwen meestal het initiatief nemen. Dit doen zij met behulp van de door ethologen zo genoemde ‘copuleerblik’. Drie seconden staren. Wat gebeurt er namelijk in veel scholen, cafés, disco’s, bejaardensociëteiten en bedrijfskantines, of tijdens lezingen van een schrijver? Twee potentiële teerbeminden ontdekken elkaar en gaan elkaar heimelijk zitten bespieden. Al vlug ontstaat er een soort van kijkgevecht, totdat na een tijdje de twee tortelmensjes elkaar aandachtig zo’n twee à drie seconden strak aanstaren (soms met wijd open pupillen). Dit is evolutionair bepaald gedrag dat een primitief deel van de menselijke hersenen in werking zet en een fundamentele emotie oproept: na deze drie seconden dient men te reageren of af te haken. Soms zit ik op het podium de leerlingen te observeren en dan zou ik ze wel willen toeschreeuwen dat veel mensen uit angst voor een afgang de copuleerblik niet zullen beantwoorden, maar dat dit onzin is. De kans dat je na een copuleerblik bruut wordt afgewezen is kleiner dan als je er nog eens rustig over gaat zitten nadenken. Tip voor leerlingen: wacht dus vooral niet te lang, maar sla toe! Alleen niet tijdens mijn lezingen.

Kijk Magazine 2000, nummer 05, Drift: Ver(kr)achting [Ten Liefde, 2001] Een jaar of wat geleden vertelde een vriendin mij een verschrikkelijk verhaal: ze liep vlakbij het Centraal Station toen een jongeman met een brommer naast haar stilhield en vriendelijk vroeg waar hij een bepaalde straat kon vinden. Terwijl mijn kennis hem deze locatie probeerde uit te leggen, deed de jongeman een greep naar haar borsten. Mijn vriendin stond perplex. De jongen pakte haar borsten beet, kneep erin, liet ze los, en scheurde vervolgens op zijn brommer weg. Uiteraard was mijn vriendin zeer kwaad, maar meer dan de jongen machteloos naschelden kon ze niet. Tot ze hem de volgende dag toevallig weer zag, in de hal van het Centraal Station, bij de loketten. En gelukkig niet ervoor, op de plek waar zij stond, maar veilig achter het glas. Ze deed aangifte bij de spoorwegpolitie, waar ze haar naar het hoofdbureau brachten. Blijkt dat als je iemand wilt aangeven, die persoon jouw adresgegevens wel krijgt (hij heeft er recht op te weten wie hem beschuldigt), maar andersom niet. Beestachtig gedrag Aanvankelijk weerhield dat mijn vriendin ervan de jongen te laten arresteren, tot ze zich liet overhalen, omdat de aanrander waarschijnlijk meer vrouwen had betast en iemand hem toch moest stoppen. Inderdaad bekende de man na zijn arrestatie onmiddellijk dat hij (heel veel) vrouwen had aangerand. Zijn vriendin wist nergens van. Voor hem was het een obsessie:hij moest vrouwen in hun kruis en borsten tasten. Zijn arrestatie zag hij als een bevrijding: hij kreeg psychische hulp en mocht na een lichte
straf zijn baantje achter het loket behouden, de bofferd. Ongevraagd iemands borsten of genitaliën beetpakken noemen we ‘aanranding’. Wordt er bij dit aanranden gepenetreerd, dan spreken we van ‘verkrachting’. Onderzoeken spreken elkaar een beetje tegen, maar een groot deel van de vrouwen (en een klein deel van de mannen) is ooit wel eens aangerand. Als mijn vriendin met haar vriendinnen gaat stappen, gebeurt het af en toe dat een van hen ongevraagd bij kont of tieten wordt gepakt. Mijn vriendin is er zo’n geval niet vies van om klappen uit te delen, maar ook verbaal krijgt zo’n aanrander ervan langs, waarbij ze er vooral op wijst dat jongens die in konten knijpen de laagste, slijmerigste, zieligste, overbodigste en domste losers denkbaar zijn. ‘Tenzij het een leuke jongen is, natuurlijk: wil mijn vriendin dat ik eraan toevoeg. Waarom randen mannen aan? Waarom verkrachten mannen? De feministische beweging wilde de samenleving in de jaren zeventig doen geloven dat de mannetjesmens de enige diersoort was die verkrachtte en dat andere dieren hier niet aan meededen. Dit blijkt pertinent niet waar: bij erg veel diersoorten wordt er verkracht. Wetenschappers die op empirische gronden een verklaring voor het verkracht-gedrag van mannetjes proberen te geven worden vaak tegengewerkt, mogen niet overal publiceren en onderzoeksresultaten worden ontkent. Bioloog Randy Thornhill en antropoloog Craig T. Palmer publiceren deze maand een boek dat ongetwijfeld veel mensen kwaad zal maken: A natural history of rape – Biological bases of sexual coercion (‘Een natuurlijke geschiedenis van verkrachting – De biologische basis van sexuele dwang’). Aanval op de eicel Thornhill en Palmer hebben nogal wat kritiek gehad op de dingen die ze in artikelen hebben geponeerd, bijvoorbeeld de gedachte dat er voor een mannetje grofweg drie manieren zijn om een vrouwtje te bewegen haar eicel met zijn sperma te beleggen. De eerste manier is toe te geven aan de wensen van het vrouwtje, ofwel er symmetrisch uit te zien (en, volgens moderne normen, een lekker strak kontje te hebben). De tweede manier om een vrouwtje het hof te maken is door de strijd aan te gaan met al je concurrenten en het vrouwtje laten zien dat jij de sterkste, fitste, rijkste, machtigste en grappigste bent. Vrouwtjes hebben een evolutionaire voorkeur voor vechtersbazen met een hoge sociale status. De derde sexuele strategie zou zijn: met geweld doordringen tot een eicel. Uit onderzoek blijkt dat de meeste slachtoffers van verkrachting vrouwen zijn op het toppunt van hun vruchtbaarheid. In hun boek beweren Thornhill en Palmer dat zij met stelligheid geloven dat als de vlekken van een luipaard en de nek van een giraffe het gevolg zijn van natuurlijke selectie, ook verkrachting door deze selectie is bepaald. En daar ligt de boosheid van veel van hun criticasters.Want mensen zijn bang dat het bestempelen van verkrachtingen als ‘natuurlijk’ zou betekenen dat dit gedrag geoorloofd is.

Kijk Magazine 2000, nummer 04, Drift: Hamerliefde [Ten Liefde, 2001] Even de omstandigheden waaronder ik deze column schrijf: morgenochtend vroeg is de zogenoemde deadline voor deze pagina. Dan moet ik een tekstje hebben doorgemodemd. Maar ik zit in verschrikkelijke tijdnood. Dertien dagen geleden is het tweede poepproducerende genetische uitwisselingsproject van mijn vriendin & mij geboren, en na dit oerknalletje wordt mijn huis permanent geteisterd door een achtergrondruis van gehuil, niet alleen van mijn dochtertje, maar ook van mijn twee jaar oude zoontje, die monter heeft besloten dat hij qua huilen niet voor zijn zusje hoeft onder te doen. Tot overmaat van tijdnood moet ik ook nog eens om de dag met Joost Zwagerman op pad voor onze theatertoer Hamerliefde. Ik moet dus dingen combineren, ergo, ik schrijf deze column op mijn laptop tijdens een voorstelling van onze show, te weten die in Nijmegen. Live-verslag: Joost staat op de bühne het publiek te vermaken en ik zit in de coulissen hetzelfde te doen voor de lezers van KIJK. Nu zullen weinig mensen kunnen invoelen wat oor spanning het geeft om voor een volle zaal op te treden. Vooral het moment van opkomst geeft een behoorlijk holstrontverklonterend gevoel. Net, één minuut voor aanvang, hebben Joost & ik ons, als altijd, even stevig beetgepakt om elkaar kracht en verbale hoogstandjes toe te wensen. Het heeft natuurlijk iets uitgesproken homoseksuelerigs: twee volwassen mannen met kinderen die elkaar omhelzen, louter omdat ze samen moeten voorlezen. Tijdens een etentje van het voetbaltijdschrift Hard Gras heb ik me door de psychologe Anna Enquist eens laten vertellen dat er een correlatie bestaat tussen de sociale structuur van een groep mannen en de mate van homoseksueel gedrag. Natuurlijk is niemand honderd procent heteroseksueel of honderd procent homoseksueel, maar zelfs anno 2000 zijn er maar weinig mensen die dat accepteren. Het vreemde is dat hoe sterker homoseksualiteit bij groepen mannen (corpsballen, rugbyers, voetballers) wordt afgekeurd, hoe homoseksueler ze zich gedragen. Neem de voetbalwereld. Terwijl in het normale leven minimaal vier procent van de mannen homoseksuele voorkeuren heeft, is er geen enkele Nederlandse profvoetballer die er openlijk voor uitkomt een mannenlichaam te prefereren boven een vrouwenlichaam. Homo-gen. Homoseksualiteit is een taboe in die wereld, en juist daarom kunnen voetballers zich zo heerlijk homoseksueel laten gaan na een doelpunt (of tijdens het douchen). Het lijken soms wel anale gangbangs, zoals voetballers een simpel doelpunt je vieren, terwijl op de tribune voornamelijk mannen naar deze elkaar bepotelende mannen kijken. Juist als vaststaat dat mannen niet van de herenliefde zijn, mogen ze elkaar omhelzen en zoenen en wild beetpakken en lekker stoeien. Voetbal is simpelweg (ook) een prachtige uitlaatklep voor homoseksuele gevoelens. Een paar jaar geleden vroeg de BBC bij wijze van practicaI joke aan willekeurige voorbijgangers wat ze van Homo sapiens vonden. Veel Britse huisvrouwen en arbeiders meldden dat ze ‘met dat soort mensen’ niets te maken wilden hebben. Waarom homoseksualiteit heden ten dage nog zo’n taboe is, is eigenlijk onbegrijpelijk. In 1993 deed de geneticus Dean Hamer de destijds zeer omstreden ontdekking van een gen op het X chromosoom dat een krachtige invloed had op de zogenoemde seksuele oriëntatie, ofwel het ‘homo-gen’. Uit onderzoek bleek dat de liefde die Hamer onderzocht (zeg maar: Hamerliefde) een “forse erfelijke component” heeft. Ofwel: homoseksualiteit lijkt geen keuze te zijn, maar genetisch bepaald. Sterker nog: Hamer ontdekte dat als een man homoseksueel is, het meest waarschijnlijke homoseksuele familielid niet zijn vader was, maar een broer van zijn moeder. Homoseksualiteit lijkt erfelijk in de vrouwelijke lijn. Ik zou nog uren over dit onderwerp kunnen doorgaan (zo lijkt er ook een verband te bestaan tussen homoseksualiteit en de volgorde waarin kinderen worden geboren; mannen met een paar oudere broers hebben een veel grotere kans homoseksueel te zijn), maar helaas moet ik het toneel op om Joost af te lossen. Als de rust volgende maand is weergekeerd za ik dieper ingaan op het boek Het recept voor een mens van bioloog Matt Ridley, waaruit i ook het onderzoek van Dean Hamer haalde. Vooralsnog gaat Hamerliefde even voor. En straks na afloop van de voorstelling samen met Joost lekker douchen!

Kijk Magazine 2000, nummer 03, Drift: Kijkisme [Ten Liefde, 2001] Ik kwam een term tegen die ik moet delen met de lezers van KIJK: het ‘kijkisme’. Volgens de Amerikaanse wetenschapster Nancy Etcoff is dit het gedrag van mensen om elkaar te beoordelen op schoonheid. Anders dan racisme of seksime is kijkisme een grotendeels onbewust proces, waarbij we ons laten leiden door honderdduizenden jaren oude gedragspatronen en genetische voorkeuren. Etcoff schreef over ‘de wetenschap van mooi & lelijk’ een onvervalst kijkistisch boek: Het recht van de mooiste, ofwel een lijvig verslag van alles dat met lichamelijke schoonheid te maken heeft (alleen de prijs is iets minder mooi: f 69,90 en dan staan er ook nog eens allemaal ontsierende zetfouten in), Schoonheid is de motor van de evolutie, hoewel er van het begrip geen alomvattende omschrijving valt te geven. Aaron Spelling, de man achter verdebiliserende pulpseries als Baywatch, zei over schoonheid: “Definiëren kan ik het niet, maar als het de kamer binnenwandelt herken ik het.” Zeg maar wat ik met mijn vriendin heb, die uitermate mooi & lekker & intelligent is, maar als ik gedwongen was te omschrijven waaruit haar schoonheid bestaat, dan zou ik niet verder komen dan te vertellen dat ze overall mooi is, maar dat ook haar mond heel mooi is, en haar linkeroog en rechteroog, en haar gezicht vooral, en haar volle haar, en haar hals, haar armen, haar schouders, haar borsten, nou ja, enzovoorts. Keiharde baby’s. Volgens Etcoff leven we in een wereld waarin kijkisme een van de hardnekkigste, maar hardst ontkende vooroordelen is. Mensen beweren vaak dat uiterlijke schoonheid er niet toe doet en dat werkelijke schoonheid van binnen zit (wat ik ook altijd te pas en te onpas roep, bijna huilerig). Dit, met alle respect, is niet helemaal waar. Uiterlijke schoonheid doet er namelijk wel degelijk toe. Mooie mensen worden overal voorgetrokken; een gedrag dat al met jonge baby’s begint. Uit onderzoek met verborgen camera’s bleek dat mooie, baby’s (dat zijn baby’s die door heel veel mensen worden beoordeeld met een hoog cijfer) vaker worden geknuffeld en gezoend door hun moeder dan lelijke baby’s. Mooie en lelijke baby’s werden wel even goed verzorgd, maar de mooie poepfabriekjes kregen meer liefde (ofwel werden ze diep in de ogen gekeken en poezelig toegebrabbeld). Dit is kijkistisch gedrag. Op hun beurt kijken jonge baby’s langer en geconcentreerder naar foto’s van mooie mensen (zij die door heel veel anderen met een hoog cijfer worden beoordeeld) dan naar vuilnisbekken. Dat de wereld van baby’s en peuters een eerlijkere wereld zou zijn dan de harde wereld van pubers en volwassenen gaat dus niet op: baby’s zijn al net zo verzot op schoonheid als wij. Even heerlijke als ontluisterende onderzoeken zijn er gedaan naar de invloed van het uiterlijk op ons gedrag. Zo liet men mannelijke studenten foto’s van aantrekkelijke en niet zo aantrekkelijke vrouwen zien en kregen deze jongens de opdracht te bepalen voor wie ze meubels zouden willen verslepen, aan wie ze een nier zouden afstaan, wie ze uit een brandend gebouw zouden redden, enzovoort. Resultaat: alleen mooie vrouwen haalden het goede in de studenten boven. Mooi = beter. In een ander onderzoek liet men een muntstuk achter in een telefooncel en vroegen aantrekkelijke en minder aantrekkelijke vrouwen aan argeloze bellers of zij dat muntstuk terug mochten hebben. Aan 87 procent van de mooie vrouwen werd het geld teruggegeven, tegen 64 procent van de lelijkere vrouwen. Je kunt als wanhoopsgezicht dus maar beter geen geld verliezen. En trouwens ook geen woordenwisselingen aangaan, want knap ogende mensen krijgen vaker gelijk bij ruzies. Daarnaast hebben mooie mensen een persoonlijk territorium van ruim zestig centimeter of meer, waar je lelijke mensen veel dichter kunt naderen (ik had ook liever gehad dat dit andersom was). Mooie mensen hoeven minder lang te wachten op dingen, worden beter behandeld, verdienen beter, hebben een langere levensverwachting, waarschijnlijk betere sex, veroorzaken betere orgasmen bij bedpartners, enzovoort, enzovoort. Helaas moet ik deze column nu alweer beïndigen, want ik heb mijn aantal woorden bereikt. Ter promotie: Etcoff vertelt een schier onuitputtelijke hoeveelheid schoonheidsonderzoeken na, en stort daarnaast een omgevallen boekenkast aan fraaie citaten en verwijzingen over de lezer uit. Al met al is Het recht van de mooiste het aangenaamste boek dat ik deze eeuw tot nu toe heb gelezen. Of beter: het mooiste. Echt iets voor Kijkisten.

Kijk Magazine 2000, nummer 02, Drift: Drank maakt meer kapot dan je lief is [Ten Liefde, 2001] Ze noemden het een bierestafette, de studenten van de Groningse studentenvereniging Albertus Magnus. De Amsterdamse schrijver Joost Z. en ik hadden er op een avond voorgelezen en na afloop kwam een jongeman naar ons toe met de mededeling dat ze iemand te kort kwamen bij een of ander spelletje. Of een van ons hen even kon redden. Oké, ik had al een paar alcoholhoudende dranken genuttigd, dus toen het woord ‘bierestafette’ viel, begon ik als een blije eikel hijgerig naar Joost te kijken. Joost zei: “Je doet je best maar.” De regels van het spel waren niet vergelijkbaar met die van bridge of cricket. In de opstelling stonden twee groepen jongens tegenover elkaar aan een barhoge tafel. Ieder van de jongens had een vol glas bier voor zich. Eén jongen (de scheidsrechter) klom op de aangrenzende bar met een glas bier in zijn hand. Rustig dronk deze scheidsrechter zijn biertje, om daarna het glas op zijn hoofd te zetten. Zodra hij dit had gedaan had was de wedstrijd begonnen en moesten de voorsten van de twee groepen jongens zo snel mogelijk hun biertjes naar binnen klokken. Als een glas geleegd was dienden ook de jongens hun glazen vliegensvlug op het hoofd te zetten, waarna de volgende van hun team zo snel mogelijk zijn glas moest leegdrinken. Winnaar was de groep die als eerste alle biertjes ophad. Mijn team verloor de estafette-match met 7-1 (en ik kon vervolgens helaas met een taxi naar mijn hotel worden afgevoerd, terwijl mijn teamgenoten luidruchtig verder gingen). Het is vreemd met alcohol. Aan de ene kant is het pretkatalysator nummer 1 en aan de andere kant een meedogenloos gif. Engels onderzoek wees uit dat van de mensen die op een avond uitgaan bijna zeventig procent hoopt niet alleen te eindigen (zeg maar iemand te versieren). Precieze cijfers heb ik niet, maar ik ga ervan uit dat het overgrote deel van die uitgaanders een paar of meer drankjes nuttigt. Welnu: alcohol is de grootste vijand in liefdeszaken. Ten eerste veranderden een paar biertjes de perceptie van de werkelijkheid. Alcohol maakt lelijke mensen mooi. Heeft een jongen genoeg te drinken gehad, dan kan hij zelfs opgewonden raken van een knolraap met blond haar of een lieve glimlach. Slappe hap. Versieren met een slok op lukt de meeste jongens nog wel (om een of andere reden zijn er altijd wel vrouwen die naar alcohol walmende mannen interessant vinden), maar presteren is al een stuk moeilijker. En met presteren bedoel ik een stijve krijgen. Zoals Shakespeare al schreef: ‘[Drink] provokes the desire, but it takes away the perfomance.’ Natuurlijk zijn er heus mannen die nog een erectie kunnen kweken als ze zich hebben klemgezopen, maar het krijgen van een orgasme wordt al een stuk moeilijker. En weten ze klaar te komen, dan bestaat hun sperma meestal louter uit zwakzinnige zaadcelletjes die nog geen eicel ter grootte van een pakje boter kunnen bevruchten. Niet voor niets mochten de oude Grieken op hun huwelijksnacht geen alcohol drinken. Overigens kan een gemiddeld mannenlichaam het heus behappen als het af en toe dronken raakt; het wordt pas ernstig wanneer jongens regelmatig grote hoeveelheden alcohol naar binnen slaan. Het libido (zeg maar de wil om sex te hebben) van zware drinkers kan totaal verdwijnen, omdat alcohol een geniepig spelletje speelt met mannelijke hormonen. Dagelijks een stuk of wat glazen bier en het testosteron verdwijnt als sneeuw voor de zon. Mannen krijgen borsten, rondere vormen, bredere heupen, hangende lappen en een meer vrouwelijke inborst. Sterker nog: zelfs de ballen en de penis worden kleiner door regelmatig veel te drinken (om precies te zijn: meer dan vijf drankjes achter elkaar, twee of meer keer per week). Een van de oorzaken hiervan kan zijn dat veel alcoholische dranken (bier, wijn en bourbon) oestrogeenachtige stoffen bevatten die mannen vrouwelijker maken. Veel drinken levert ook nog een ander probleem op: spieren worden er door weggevroten. Wie meer dan vijftig biertjes per week drinkt, moet er rekening mee houden dat zijn spieren kleiner en slapper worden en dat deze ‘spierverspilling’ nooit volledig te herstellen is. Zo, dit waren even wat opwekkende woorden over de inname van alcohol. Ik wens iedereen die vanavond gaat stappen veel plezier en ik zou me een beetje inhouden met bierestafettes en andere drankspelletjes. Ga toch versieren, dat geeft uiteindelijk veel meer plezier. PS: Over de invloed van alcohol op vrouwen zal ik een andere keer schrijven.

Kijk Magazine 2000, nummer 01, Drift: Lekker vies! [Ten Liefde, 2001] Geachte meneer of mevrouw Tapperwijn, Twee nummers terug noemde u mij in een ingezonden brief een aperte smeerlap en een immense verschrikking. Sterker nog: wanneer men mij tot veevoer vermaalde, zouden de koeien niet meer willen eten, zo weerzinwekkend zou mijn verprakte lichaam smaken (iets aan deze fijnzinnige beeldspraak zegt mij dat u in de agrarische sector werkzaam bent, maar ik kan me natuurlijk vergissen). Ik heb eerlijk gezegd, en met alle respect, nooit begrepen wat er smerig zou zijn aan sex. Plassers, liefde, sex, procreatieve ontspanning, olijke spermacellen, rondstuiterende endorfinen, voortplanting bij dieren. Voor de een is dit alles een modderpoel van normloosheid, voor de ander een wetenschappelijk mer à boire. Stelt u zich eens voor dat u een wetenschapper was: zou u dan alles willen onderzoeken en van alles de techniek willen weten, behalve van de mechanica van een erectie of de fascinerende chemische processen in een uterus na een ejaculatie (of fascinerender nog: een paar ejaculaties van verschillende mannen)? Of wilt u er om wat voor reden dan ook liever niet aan worden herinnerd dat u, net als triljoenen dieren en planten, een sexueel wezen bent en dat er in het leven van ieder mens momenten zijn waarin onderbuiken het winnen van hersens (al was het maar tijdens natte dromen). Nu zult u roepen: maar waarom moet er over al deze onderbuikperikelen worden geschreven in een wetenschappelijk blad voor jonge lezers? En dan is mijn antwoord: omdat er KIJK-technisch zoveel leuke dingen over dit onderwerp te vertellen zijn, zeker voor jongeren. Het is mogelijk om van de schoonheid van een regenboog te genieten, zonder te willen weten welke optische effecten deze lichtval veroorzaken. Toch zijn er wetenschappers die een regenboog wel tot op de druppel nauwkeurig willen onderzoeken, zonder dat dit hun waardering voor de kleurenpracht tenietdoet. Zo is het mijns inziens met sexualiteit ook. Wij mensen hebben, net als veel andere diersoorten, een uitermate complex systeem om ei- en zaadcelletjes samen te brengen. Er zijn lieden die dit voor kennisgeving aannemen, en anderen willen hiervan graag het zaadje van de kous weten (waar weer andere viezeriken vervolgens columns over schrijven). Zaadfabriekjes. Ik zal u een afsluitend smerig voorbeeld geven. De bioloog en viezerik Desmond Morris heeft zich eens gebogen over de vraag waarom de testikels van de mannetjesmens buiten het lichaam hangen. U bent er vast absoluut niet in geïnteresseerd, maar volgens sommigen is dit een geslachtssignaal, vergelijkbaar met de felgekleurde toges van een verwant van de mannetjesmens, de mannetjesaap. Enkele zoölogen dachten dat de mannetjesmens zijn ballen gebruikte om aan willekeurige vrouwtjesmensen duidelijk te maken: ‘Loop niet verder, I’m your man, honey!’ Andere biologen waren het hier niet mee eens en zochten een fysiologische achtergrond van onze hangende zak. Zij ontdekten dat koelere testikels vruchtbaarder sperma produceren en dat het dus een evolutionair voordeel oplevert om een uitwendig scrotum te ontwikkelen. Deze theorie is jarenlang op scholen onderwezen. Toch knaagde er iets aan de redenatie. Men vond zoogdieren zonder uitwendige testikels en uitwendige testikels die niet automatisch koeler waren. Recent onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de plek van de ballen te maken heeft met de leefwijze van de diersoort. Dieren die zich vloeiend bewegen hebben hun zaadfabriekjes veilig in het lichaam opgesloten; dieren die daarentegen rennen, springen, schokken en stoten (om van andere vieze lichaamsbeweging maar te zwijgen) hebben er goed aan gedaan hun testikels buiten het lichaam te brengen. Omdat het voortplantingskanaal geen sluitspier heeft, zouden bij iedere ram of stoot de twee ballen op elkaar klappen en sperma verliezen. “Door de testikels buiten het lichaam te plaatsen,” schrijft Morris in De andere sekse, “heeft de evolutie de druk weggenomen, en het voordeel is kennelijk zo groot dat het opweegt tegen de kwetsbaarheid van de blootgestelde testikels.” Dit voorbeeld ging inderdaad over kloten, maar toch kan ik me niet voorstellen dat iemand dit normvervagend of onbetamelijk vindt. Als u zich hieraan toch hebt gestoord, stel ik voor dat u mijn columns maar niet meer leest. Met vermaalde groet, Ronald Giphart

1999

Kijk Magazine 1999, nummer 12, Drift: Allemaal leugens! [Ten Liefde, 2001, Titel: Vrouwen 2] Voor de lezers die denken dat deze column over vrouwen zal gaan: jullie zitten ernaast. Soms zijn de dingen niet zoals je ze verwacht. Tijdens mijn ziekbed vorige maand (toen ik pathetisch & ijlerig aankondigde dat ik alleen nog maar over drie miljard exemplaren van de mensheid ging schrijven) kreeg ik van mijn vriendin het Nieuw lexicon van hardnekkige misverstanden, een verzameling van vijfhonderd kapitale blunders, vooroordelen en denkfouten, opgesteld door twee Duitse hoogleraren statistiek. Ik las het en sindsdien is mijn leven veranderd. Wat blijkt? Je kunt nog zo overtuigd zijn van de wereld, je kunt nog zo vaak een bepaalde wetenschap ingepeperd hebben gekregen: uiteindelijk blijkt niets vast te staan. “Het is echt ongelooflijk!” riep ik om de halve minuut of zo tegen mijn vriendin, omdat dit & dit weer eens niet waar bleek te zijn, of dat & dat niet slecht voor je of voor het milieu. Hoe kan het dat we ons en masse zo hebben kunnen laten voorliegen? Zo heb ik bijvoorbeeld, net als zo’n beetje iedereen die ik ken, aan velen verteld dat tijdens de opnamen van de James Bond-film Goldfinger de Bond-girl daadwerkelijk stierf als gevolg van zuurstofgebrek. Alle huidporiën zouden door goudverf dichtgemetseld zijn, waardoor de dame in kwestie niet meer kon ademen. Blijkt: onzin. Je ademt met je longen en niet met je huid (klinkt zo logisch dat ik me voor m’n kop kan slaan dat ik dat andere verhaal geloofd heb). La e laster. Ook vertelde ik vaak dat de mens slecht tien procent van zijn hersenen gebruikt. Blijkt: puur gelul. Iedere hersencel wordt actief gebruikt, niet een op de tien. Op z’n hoogst kun je zeggen dat een mens op een bepaald moment slechts tien procent van zijn herseninhoud gebruikt. Dat ingeblikte groenten minder vitamines bevatten dan verse groenten, mocht ik ook graag beweren. Blijkt: nonsens. Ik heb ook eens gehoord dat sommige mensen via hun vullingen radiozenders kunnen ontvangen. Blijkt: uitgesloten. Vullingen zouden als antenne kunnen dienen, maar om radiogolven in de mond te veranderen in akoestische signalen is meer nodig dan een stukje amalgaam. En wie dacht er dat beren een winterslaap hielden? Ouwehoer rustig verder. Mooie winterslaap als tijdens je tuk je kinderen worden geboren en gezoogd moeten worden. Dat bij harde wind wolkenkrabbers enkele meters heen en weer slingeren. Blijkt: klinkklare larie. Zelfs bij heftige storm schudden hoge gebouwen slechts enkele centimeters uit het lood. Ik dacht dat Duitsers een ongastvrij volk waren, buitenlanders zijn er niet gewenst. Blijkt: valse laster. Door de eeuwen heen was Duitsland toevluchtsoord voor bannelingen, en heden ten dage wonen er meer buitenlanders dan in Engeland, Frankrijk en Italië samen. Ik ging er ook vanuit dat alle cellen piepklein zijn. Blijkt: niet helemaal waar. Er zijn cellen van wel een meter lang. In ons eigen lichaam bijvoorbeeld zitten zenuwcellen van de hersenen tot aan de billen. Het blijkt ook dat grijs haar niet bestaat. Wat? Dat grijs haar niet bestaat. Maar, maar: als ik in de spiegel kijk, zie ik toch werkelijk een grijze haar. Blijkt: domme zinsbegoocheling. Mensen hebben blond, bruin, donkerblond, rood, rossig, zwart of geen haar (of paars dan wel groen haar, als het oma’s dan wel punkers betreft), maar grijs haar komt niet voor. Haren lijken grijs. Want wit haar komt namelijk wel voor. En zwart/bruin gemengd met wit levert grijs op. Van veraf kan haar dus grijs zijn, van dichtbij is het dubbelvla. Ik had ook begrepen dat soldaten een brug kunnen laten instorten door er overheen te marcheren en dat ze om die reden op bruggen altijd uit de maat lopen. Blijkt: fantasie. In werkelijkheid is het nog nooit voorgekomen dat de resonantie van voetstappen een brug verwoestte. Gereutel & gebabbel. En wat ik ook altijd heb gedacht: dat je niet moet zoenen met verkouden meisjes, omdat je dan geheid ook gaat snotteren. Blijkt: onzinnig gereutel. Virussen die verkoudheid veroorzaken houden niet van tongen, wangen, tanden en lippen. De neus, dat is hun thing in life. Dus tenzij je tijdens het zoenen neusgaten uitzuigt, kun je rustig tongdraaien met een verkouden meisje (of jongen). Wat ook niet waar is: dat Hollywood het filmcentrum van de wereld is. Blijkt: gebabbel. In de totale Verenigde Staten worden jaarlijks zo’n vierhonderd films gemaakt. In India negenhonderd. Bijna tweeënhalf per dag. En deze mogen de nog jonge KIJK-lezers aan hun ouders laten zien, want welke ouder heeft er nooit beweerd dat te veel snoepen ongezond is voor kinderen. Blijkt: opvoedkundige zottenklap. Sterker nog: Engels onderzoek toonde aan dat overmatig snoepende kinderen gezonder zijn, over het algemeen slanker zijn en dat ze minder vet eten. Nogmaals: ik heb dit niet bedacht, het staat in het Nieuw lexicon van hardnekkige misverstanden, dus als ik lieg, lieg ik in commissie. Ik kan, tot besluit, me niet voorstellen dat niet iedereen dit werk aanschaft, leent of tijdelijk ontvreemdt om te controleren of het waar is wat ik allemaal heb naverteld en te zien welke hardnekkige misverstanden er nog meer heersen. Eén ding is zeker: volgende maand ga ik het echt weer over vrouwen hebben. Walter Krämer/Götz Trenkler/Denis Krämer: Nieuw lexicon van hardnekkige misverstanden; Uitgeverij Bert Bakker; ISBN 90 35120582

Kijk Magazine 1999, nummer 11, Drift: Vrouwen (1) [Ten Liefde, 2001, Titel: Vrouwen 1] Ik had me voorgenomen om eens een paar columns achtereen te schrijven over het meest fascinerende wetenschappelijke onderwerp denkbaar: de vrouw. Middenin het creatieve proces besloot ik drie dagen geleden met een paar vrienden de probleemstellingen rondom dit onderwerp nog eens door te nemen en aldus belandden we in een nachtcafé te U. Daar nuttigde ik een voor dat café kenmerkende ‘platte bal’ (de echte uitgaans-diehards van U. weten nu om welk etablissement het gaat), waarna ik goedgemutst en lichtelijk geïntoxiceerd met alcohol een paar uur later weer naast mijn vriendin ging liggen (de vrouw der vrouwen). “Masj! We hgebbe hut onderwrpph vor mu columhn uitgchewerrekt!” pruttelde ik haar wakker, wat ze erg prettig vond. Ze mompelde iets als ‘bek houwen’ en tevreden stuiterde ik in slaap. Deze slaap duurde slechts een uur, want net zo snel als ik was weggedoezeld, schoot ik plotseling overeind. Talking to God with the big phone, zoals een Engelse uitdrukking luidt, zat ik een moment later met mijn hoofd in de toiletpot te kijken naar een platte bal die in een niet meer zo heel erg platte staat verkeerde. Ik voelde me niet bepaald goed. “Voedselvergiftiging,” stelde mijn vriendin nuchter vast, en nadat deze anamnese eenmaal was gemaakt, sloeg de platte bal pas echt toe. Geijld heb ik, gezweet, gebibberd, urenlang gewoeld en gejammerd, ja, zelfs gehuild. Mijn vriendin (zwanger en jonge moeder) nam onmiddellijk maatregelen. Ik kreeg bed-arrest en een rantsoen van slappe thee en crackers. Sterke doch zeikerige man Inmiddels lig ik al drie dagen in bed met koorts en een maag die om de zoveel uur een inwendige bungee-jump organiseert. Trillend zit ik met m’n laptop op schoot, wanhopig proberend de deadline van deze column te halen. Natuurlijk is de steekproef een beetje klein (n=2, ofwel één man ligt darmreutelend op een bed en één vrouw verzorgt hem), maar ik ben toch verheugd dat mijn vriendin en ik de theorie bevestigen dat het vooral mannen zijn die aan kleine pijntjes en fysieke ongemakjes lijden. Hoewel mannen gemiddeld tien procent langer zijn, twintig procent zwaarder en dertig procent sterker, hebben vrouwen een beter uithoudingsvermogen en kunnen ze pijn beter verdragen. Vrouwen hebben namelijk meer immunoglobuline in hun bloed, ofwel deeltjes die nuttig zijn voor de weerstand. Mannen hebben daarentegen meer hemoglobine, dat de spierkracht bevordert. Het verschil tussen mannen & vrouwen is overigens geen eeuwig vaststaand verschil. Vrouwen rennen, zwemmen en schaatsen heden ten dagen sneller dan mannen enkele decennia terug deden. Sinds de jaren zestig bijvoorbeeld zijn vrouwen de marathon dertig procent sneller gaan lopen, terwijl mannen er slechts een lullige vier procent op vooruitgingen. Wanneer je deze cijfers omzet in een diagram, dan kun je de voorspelling doen dat begin volgende eeuw een vrouw de marathon van Rotterdam wint en halverwege de volgende eeuw de Tour de France. Dit zal (waarschijnlijk) niet gebeuren doordat de groei van de vrouwelijke vermogens op een gegeven moment ook zal afnemen (net als de mannelijke curve in het vooruitgangsdiagram zal de vrouwelijke curve op den duur gaan afbuigen). Lichamelijk verschil tussen mannen en vrouwen zal er altijd zijn, maar dat dit verschil op en neer springt, leert moderne biologen iets over de oorsprong ervan. Jarenlang heeft men de sterke doch zeikerige man versus de slappere doch minder kleinzerige vrouw sociobiologisch geprobeerd te verklaren met een mooi verhaal over jagende mannen versus in het kamp achterblijvende vrouwen. De meeste KIJK-lezers zullen dit op school hebben geleerd: in prehistorische tijden trokken mannen er in groepen op uit om argeloze gnoes en andere wandelende biefstukken te vangen, terwijl vrouwen achterbleven om de kinderen te verzorgen, vruchten te verzamelen en met elkaar te ouwehoeren over de onderwerpen die in onze tijd Margriet en Viva behandelen. Er zijn tientallen verschillen tussen de seksen die door deze theorie worden verklaard: waarom mannen sterker zijn, waarom vrouwen (veel) beter hun taal beheersen, waarom mannen onderlinge problemen uitvechten of wegdrinken tijdens een pot voetbal, waarom vrouwen problemen pratend proberen op te lossen, waarom in mannelijke groepen altijd hiërarchie ontstaat, waarom vrouwen zich prostitueren, waarom vrouwen bij niet-echtelijke mannen heftiger klaarkomen (en aldus vreemd sperma eerder bij de eicel zuigen dan vertrouwd sperma). waarom mannen in niet-echtelijke vrouwen meer zaad spuiten, waarom mannen zich als patsers gedragen, waarom mannen heersen over vrouwen, waarom mannen zeiken over kleine kwaaltjes en vrouwen zich vaker depressief voelen, enzovoort. Je kunt het zo gek niet bedenken of deze theorie verklaart het. Vrouw op jacht Maar de laatste jaren ligt de mannelijke jager/vrouwelijke achterblijfster-theorie nogal onder vuur. Niet toevallig waren het vrouwelijke wetenschappers die de vermeende mannelijke dominantie ter discussie stelden. Bio-antropologen ontdekten dat in sommige huidige jager/verzamelaar-culturen vrouwen zeventig procent van het dagelijkse aantal calorieën bij elkaar weten te zoeken en dat het dus eigenlijk logischer zou zijn wanneer vrouwen in deze cultuur de dominante sekse uithingen. Ook werden er stammen gevonden waar de vrouwen net zo goed meejaagden als de mannen. Twee jaar geleden verscheen er zelfs een boek van de paleontoloog Mary Zeiss Stange met de titel Woman the hunter, over jagende vrouwen door de eeuwen en volkeren heen. Maar goed, inmiddels heeft de steekproef genaamd Mijn Vriendin & Ik de theorie natuurlijk wel een beetje in praktijk gebracht. Terwijl ik in het kamp liefdevol verzorgd ben, heb ik ondanks mijn kleinzerigheid toch kans gezien te jagen op een klein column-gnoetje. Het beestje is gevangen, waardoor mijn gezin en ik weer een week of wat verder kunnen. Volgende maand meer over vrouwen, als mijn gezondheid het toelaat natuurlijk.

Kijk Magazine 1999, nummer 10, Drift: O.A.W.V.G.P.M. [Ten Liefde, 2001] Vorige maand schreef ik hoe de redactie van KIJK mij soms een beetje probeert te sturen. Niet alleen houdt het blad zich hiermee bezig, ook de lezers doen steeds vaker pogingen mij in een bepaalde richting te duwen. Een atleet van de atletiekvereniging Unitas uit Geleen vroeg me bijvoorbeeld eens dieper te duiken in de fascinerende wereld die atletiek heet, en dan vooral de gunstige werking die deze sport zou hebben op het functioneren van het vrouwelijk geslachtsdeel (omdat ik al eerder melding maakte van de gunstige invloed van atletiek op de grote van het mannelijk geslachtsdeel, vergeleken met de piemels van zwemmers, die overigens wel gouden medailles winnen, wat van atleten weer niet kan worden gezegd). Ik vrees dat ik voor het antwoord op de vraag naar de correlatie atletiek schuine streep vagina’s nog wat participerend proefondervindelijk bewijsmateriaal zal moeten zoeken, ware het niet dat mijn vriendin daar anders over denkt. Jammer dus, David Moonen. Een andere lezer, Flip Lysen, emaileerde me een ‘misschien interessante link over allemaal feiten en rariteiten rondom sex’: http://ccwf.cc. utexas.edu/~jmeans/WSR.html, waarvoor mijn dank, want mijn leven is blijvend veranderd. Ik ben namelijk nogal verzot op O.A.W.V.G.P.M. (oftewel: Overbodige Autistische Weetjes Voor Gedegenereerde Puberale Malloten). Ik kan iedereen aanraden eens een kijkje op die site te nemen, want zelden heb ik zo’n grote verzameling O.A.W.V.G.P.M. bij elkaar gezien, heerlijk. Inmiddels heb ik, tegen de conventies van Internet in, de gehele site uitgeprint en uit mijn hoofd geleerd. Me dunkt dat ik binnenkort op familiefeestjes en begrafenissen de blits zal maken met mijn kennis. Wisten jullie bijvoorbeeld … (op dit moment heb ik nu al drie alinea’s gewacht) dat een volwassen lintworm van alle dieren de meeste geslachtsdelen heeft? Een lintworm heeft namelijk een hoofd (of scolex), waaraan haakjes zitten waarmee de worm zich in zijn gast heer (m/v) vastzet. Uit dat hoofd groeien dan nieuwe stukjes lintworm, die alle zijn uitgerust met zowel een mannelijk als een vrouwelijk voortplantingsorgaan. Zo kan de worm steeds langer worden, variërend van een millimeter tot negen meter. De grootste lintworm ooit gevonden (volgens de samensteller J. Means) was zeventig meter lang en bestond uit elfduizend stukjes, ofwel tweeëntwintigduizend plassers (m/v). Slangen doen het lang. Wisten jullie bijvoorbeeld ook dat het landdier met het grootste geslachtsdeel (absoluut gezien) de Afrikaanse olifant is? Zijn penis varieert tussen de 1.50 tot 1.80 meter lang (met mijn 1.84 meter vind ik het een geruststellend idee dat ik iets langer ben dan de langste olifantenlul). Walvissen zijn de ‘winnaars’ onder de mannetjesdieren: hun penissen zijn om en nabij de drie meter, met een diameter van dertig centimeter. Ter vergelijking: een beetje mensenpiemel haalt gemiddeld toch nog een diameter van zo’n 3,2 centimeter. Wisten jullie (ik ga als een echte autist nog even verder) dat sex bij muskieten slechts twee seconden duurt, maar dat slangen wereldrecordhouders lang neuken zijn? Dat heeft ermee te maken dat mannetjesslangen pikken met weerhaken hebben, waardoor ze zeer moeilijk kunnen ontsnappen uit hun gevangenisje van gelaagd epitheel. Gemiddeld duurt een avondje geslachtelijke feestvieren voor slangen zes tot twaalf uur, maar er is een paar ratelslangen bekend dat bijna drieëntwintig uur in voortplantingsverstrengeling bleef (de viezeriken). Ik sla helaas even de langste vagina, de langste spermatozoïde, de grootste hoeveelheid sperma, de langst stijve stijve, de jongste weduwe, het meest effectieve condoom, het langste condoom, het oudste condoom, de oudste kuisheidsgordel, de oudste zwangerschapstest, de grootste melkproducente, de jongste grootvader, de jongste grootmoeder, de oudste vader, de oudste moeder, de jongste moeder, de jongste vader, de oudste erotische film, de oudste borstimplantatie, de eerste vibrator, de grootste dildo en nog tientallen O.A.W.V.G.P.M. over, om nog even stil te staan bij het onderwerp van vorige maand: orgasmen. Wisten jullie bijvoorbeeld dat het gemiddelde mannelijke orgasme 3 tot 8 seconden duurt, hoewel het volgens J. Means met een beetje oefenen en adem inhouden tot 10seconden op te rekken is. Is jullie ook bekend dat een Amerikaanse onderzoeker eens 751 vrijwilligers in een afgesloten ruimte heeft laten masturberen, terwijl ze van boven tot onder vastgeketend zaten aan draadjes, elektroden en impulsmeters? Van deze proefkonijnen was er één vrouw bij die in precies één uur 143orgasmen kreeg. De hoogste score van een mannelijke proefpersoon was een zielige 16 keer per uur (waarbij ik overigens aanteken dat mijn alf time high daar ver onder ligt, per etmaal). De serie-ontmaagder. Wisten jullie verder dat de achttiende-eeuwse koning Fatafehi Paulah van het koninkrijk Tu’i Tonga maar liefst 37.800 jonge meisjes heeft ontmaagd en dat hij daarmee wereldrecordhouder bij de mannen is? Helaas voor hem wordt Fatafehi totaal weggespeeld door zijn vrouwelijke concurrente Julia de Oudere (39 v.C. tot 14 n.C.), die zich zo ongeremd gedroeg dat ze werd verbannen naar een eenzaam eiland. Tot die tijd heeft de dochter van keizer Augustus niet stil gelegen: rond de 80.000 mannen heeft ze in haar schoot mogen ontvangen. Dit getal is al eeuwenlang het wereldrecord. Alleen deze eeuw heeft Brigitte Bardot een aanvalletje gedaan, maar bij haar bleef de teller steken op een bijna te verwaarlozen 4980 mannen. Tot zover de lezerspost. Voor andere O.A.W.V.G.P.M. hou ik me gaarne aanbevolen.

Kijk Magazine 1999, nummer 09, Drift: Prrrrrt! [Ten Liefde, 2001] De redactie van KIJK probeert mij af en toe een beetje in mijn onderwerpkeuze te sturen, door me een leuk cadeautje te geven. Zo kreeg ik over de post het boekje Klaar is Kees van de Haagse neuropsychiater dr. Marcel Waldinger. De ondertitel van het boekje luidt ‘Een nieuwe visie op vroegtijdige zaadlozing’ en eerlijk gezegd kom ik dan al klaar, als ik zoiets lees. Op het omslag staan een wat lullig lachende man en een mooie vrouw die over zijn schouder veel te liefdevol lachend naar het (onzichtbare) kruis van de man kijkt. En prrrrt! daar ga ik weer, bij zo’n foto. De achterflap van het boekje meldt dat de vroegtijdige zaadlozing een van de belangrijkste sexuele stoornissen is en dat het tevens een onderwerp is waarover mannen niet graag praten. Tijd om er in ons blad eens aandacht aan te besteden, moet de redactie hebben gedacht. Maar, maar, meneer Giphart, wat is dat eigenlijk: vroegtijdig zaadlozen? Leuke vraag. Stel: je bent met een geweldig meisje at her or your place, je zet een cd op die zij echt fantastisch vindt, je geeft haar in alles gelijk en denkt mee over al haar fascinerende meisjesproblemen, je snijdt nog wat stukjes Franse kaas af en schenkt de wijn nog eens bij, en als je dan een condoom omrolt en jullie eindelijk met elkaar naar bed gaan, kom je – Prrrrt! – al na vier seconden klaar. En dan maar doen alsof er niets aan de hand is en ze niets merkt (‘Wat is er, Ronaid?’ ‘Niets, ik wil alleen maar dat jij het naar je zin hebt, truffel. ..’). Natte plekken. De wetenschappelijk naam voor dit verschijnsel is ejaculatio praecox en het overkomt iedere man wel eens (ook de vaders van KIJK-lezers, vraag het voor de grap maar een keer na). Pas wanneer je bij sex iedere keer zo’n valse start hebt, kun je spreken van een probleem. Grofweg tien procent van de mannen komt al dertig seconden na penetratie van de vrouw klaar (meestal tegen beider zin). Ook zijn er mannen die al pruttelen als ze met een meisje zoenen. Sommige wordt het al teveel wanneer een vrouw een hand op hun schouder of knie legt en in de echt extreme gevallen loost een man zijn zaad als een vrouw alleen maar naar hem kijkt (wat in een stadsbus nogal vervelend is, qua natte plekken en zo). Veel mannen die dit overkomt generen zich kapot en gaan lijden aan faalangst of krijgen andere sociale afwijkingen. Nu heeft de wetenschap ejaculatio praecox jarenlang gezien als een ziekte. De vroegtijdige zaadlozing zat ‘tussen de oren’: het had met religie & schuldgevoel te maken (want van God mag je niet met je piemel spelen en stoute jongetjes deden het toch, snel tussen twee kerkbezoeken door), het was het gevolg van onbewuste psychische conflicten, of van gewenning (omdat mannen met hun broer op één kamer sliepen en geen privacy hadden), of van simpelweg te weinig sexuele activiteit. Zeg maar: ze zouden te weinig neuken (O, prrrrrt!, daar ga ik weer). Om de ‘ziekte’ te genezen zette men psychoanalytische praatsessies in, gedragstherapieën, stop-startmethodes, speciale knijptechnieken … Je kunt het zo gek niet bedenken. Pas sinds dit decennium hebben onderzoekers eindelijk ontdekt dat het inderdaad ‘tussen de oren’ zit, maar dan letterlijk: een vroegtijdige zaadlozing heeft een neurologische oorzaak. In Klaar is Kees beschrijft dr. Marcel Waldinger heel duidelijk hoe het werkt. Als ik het even in mijn eigen woorden samenvat: stel je een kamertje in je hersens voor die we synaps noemen. De synaps heeft twee deuren waaraan twee zenuwen zitten, zenuw A en zenuw B. Uit zenuw A komt een drugsrunner met een koffertje serotonine (een zogenaamde neurotransmitter). Kenmerk van dit serotonine is dat het een boodschap bevat (bijvoorbeeld een opdracht om een spier te gebruiken, of om spermatozoïden zich te laten opstellen in rijen van tien miljoen). Uit zenuw B komt nu ook een drugsrunner in de synaps. Deze neemt het koffertje serotonine van de andere drugsrunner over, leest de informatie en geeft dit door aan zijn zenuw. De serotonine overhandigt hij terug aan de runner van zenuw A. Roomkaas. Tenminste, onder normale omstandigheden. Bij mannen die vroegtijdig zaadlozen maakt de dealer van zenuw B er een ripdeal van, en leest hij niet alleen de informatie, maar houdt hij ook de serotonine. Hierdoor kan zenuw A zenuw B geen verdere informatie meer geven (bijvoorbeeld de opdracht: ‘Zaadcellen, nog niet aanvallen! ‘). Neurofarmacologische wetenschappers hebben nu ontdekt dat het vrij simpel is om een extra stofje die synaps binnen te smokkelen (bijvoorbeeld prozac) dat ervoor zorgt dat de runner van zenuw B zijn serotonine gewoon netjes teruggeeft. Vanaf nu is een vroegtijdige zaadlozing in heel veel gevallen gewoon te verhelpen met een goed medicijn. Jongens die dus met een kwartonsje verse roomkaas in hun broek zitten, louter omdat een meisje hen aankijkt of aanraakt, of jongens die vaak na enkele seconden ejaculeren na het binnengaan van hun beminde: schroom niet, ga even naar je dokter en klaar is Kees. (Durf je dat niet omdat de dokter een bekende van je ouders is, kun je ook langs bij de polikliniek Neuroseksuologie van Ziekenhuis Leyenburg in Den Haag, telefoonnummer 070 – 3592086.)

Kijk Magazine 1999, nummer 08, Drift: It’s war! [Ten Liefde, 2001, Titel: De Baarmoederoorlog] Als twee mensen verliefd op elkaar worden dan beginnen de vogels onbedaarlijk te fluiten, kleurt de hemel roze & indigo & violet, bloeien overal veldbloemen, stromen de heerlijkste geuren over het land en komt Robert ten Brink of Ron Brandsteder om er een lullig filmpje over te maken. De beide geliefden zeggen ja tegen een ambtenaar en vanaf dat moment willen zij louter nog het beste voor elkaar: ze zullen elkaar verdedigen tot de dood erop volgt en de rest van hun leven zullen ze één zijn, samen met hun lieve, mooie kinderen. Not! Vanaf het moment dat een vrouw zwanger is ontstaat er een vreselijk gemeen onderhuids gevecht: de oorlog om de baarmoeder. Terwijl er overal strijd om land en nationalistische idealen werd gevoerd, publiceerde de Engelse journalist Robert Sapolsky van het blad Discover onlangs een hele special over het ontluisterende gevecht op een ander niveau: tussen geliefden. Horrorfilm-achtig ding. Even terug naar de schoolbanken. Mendel … (Wie?) De monnik Gregor Mendel (1822-1884) ontdekte dat bij voortplanting een dier (zeg een mens) van beide ouders een set bouwstenen genaamd genen krijgt, die leep aan elkaar gekoppeld worden tot een nieuwe set. Het maakt op zich niet uit welke genen een baby krijgt van welke ouder, als de steentjes hun werk maar doen. Nu hebben wetenschappers ontdekt dat er een paar honderd genen zijn waarbij het wel degelijk uitmaakt of ze van de vader of de moeder komen, genen die keiharde NAVO-bombardementen op elkaar uitvoeren. De evolutie-bioloog David Haig noemde ze imprinted genes (zoiets als ‘ingeprente genen’) en het verschijnsel genomic imprinting (genetische inprenting). Wat gebeurt er? Wanneer vrouwen zwanger zijn, groeit hun baarmoeder om de foetus te verwennen met een lekker slaapzakje annex viersterren-restaurant. Nu hoort een baarmoeder vreemd genoeg maar ten dele tot de moeder, want op zich is een baarmoeder een orgaan met een eigen willetje, een beetje een horrorfilm-achtig ding. Na de bevruchting begint de placenta uit zichzelf te groeien en schieten er inktvisachtige tentakels naar de aders van de vrouw, met als doel ze af te tappen. Kostbare energie en voedingsstoffen zal deze parasiet van de vrouw proberen te ontfutselen. En waar onderzoekers nu achter zijn gekomen is dat mannelijke genen de foetus zullen instrueren zich zo vet en vol te vreten als mogelijk is, zelfs als dit ten koste gaat van de gezondheid van de moeder. Ook geven genen van vaderskant baarmoeders de opdracht te groeien, groeien, groeien, wederom zonder zich druk te maken of een vrouw dit wel aankan. De vrouwelijke genen daarentegen geven foetus en baarmoeder heel andere instructies: groei gerust, maar het liefst zo min mogelijk! De ontdekking van de strijdende genen werd gedaan toen men enkele zeldzame ziektes analyseerde. Wanneer bij de groei van de placenta om wat voor reden dan ook de invloed van de vader-genen is uitgeschakeld en de moederkant het voor het zeggen krijgt, zal de placenta niet mogen groeien en maakt een foetus geen enkele kans. De vrouw is in dit geval onvruchtbaar. Wanneer het andersom is en de vader-genen de groei van de baarmoeder dicteren, zal de placenta uitdijen tot een super-bloedzak. Ofwel in een agressief kankergezwel genaamd choriocarcinoma. De vraag is waarom mannelijke genen blijkbaar willen dat een baby zo vet & sterk mogelijk wordt en vrouwelijke genen niet. Volgens Robert Sapolsky heeft dat te maken met verschillende evolutionaire doelen. Organismen willen zo veel mogelijk kopieën van hun genenparen de wereld in sturen. Wanneer een man een bevruchting tot stand heeft gebracht bij een vrouw kan hij er zeker van zijn dat zijn genen (tijdelijk) zullen voortleven. Die bevruchting moet dus alle kans krijgen zo sterk mogelijk te worden, ook al gaat dit ten koste van de moeder. Op zich wil de vrouw bij wie een bevruchting tot stand is gebracht ook wel dat dit genenhuwelijkje kans maakt, maar niet als dit haar gezondheid dermate verzwakt dat ze in de toekomst geen andere bevruchtingen meer kan krijgen. Mannen weten nooit of toekomstige foetussen ook van hen zullen zijn, vrouwen kunnen daar zeker van zijn (het zijn tenslotte hun eitjes).

Giftig sperma Sapolsky wijst hierbij op een interessante parallel met fruitvliegjes, die meerdere partners hebben en bij wie de verliefdheid nooit langer duurt dan een one-night stand (ik heb me ook tijden lang een fruitvliegje gevoeld). Omdat een fruitvliegmannetje graag wil dat zijn zaad door een fruitvliegvrouwtje wordt uitgebroed en hij niet wil dat ze zich met andermans zaad bezighoudt, bevat zijn sperma een beetje gif dat vreemd zaad probeert te doden. Helaas voor het vrouwtje is dit ook giftig voor haar en verkleint het de kans dat ze later nog nageslacht zal krijgen. Dit zal het mannetje een rotzorg zijn, want hij ziet haar toch nooit meer. Als ze zijn kind maar draagt, vindt hij alles best. De reden dat ik er in deze column wat uitgebreider op in ben gegaan is simpel: niet alleen wordt er overal op aarde ruziegemaakt, ook de ingeprente genen van mijn vriendin en mij zijn stevig aan het vechten. De uitslag van deze oorlog volgt, over een maand of vijf.

 

Kijk Magazine 1999, nummer 07, Drift: Sex & drugs & wetenschap [Ten Liefde, 2001, Titel: Willen En Lekker Vinden] Neem het beste orgasme dat je ooit hebt gehad, vermenigvuldig dat met duizend, en dan nog ben je niet in de buurt van de kick die heroïne geeft,” vertelt de verslaafde Mark Renton, hoofdpersoon van de succesvolle cultfilm Trainspotting (naar een roman van Irvine Welsh). Terwijl Mark de loftrompet over heroïne schalt geeft hij een shot aan een meisje, waarna zij heftig kreunend met haar ogen begint te draaien en, even later, volkomen verzadigd achterover valt op het tapijt. Heroïne is klaarblijkelijk een aangenaam stofje. Alleen al het op een groot scherm verbeelden van deze bewering leverde de makers van Trainspotting een Mount Everest aan kritiek op. Toegegeven, Trainspotting liet wel degelijk de harde kanten van het drugsleven zien (loodzwaar afkicken, criminaliteit, bloederige ruzies, aids, dood), maar tevens zou het plezier van drugs te veel opgehemeld worden. Een black comedy over zo’n beladen onderwerp als verslaving zou jonge mensen alleen maar een stap dichterbij de vernieling helpen, was de kritiek. Verneukte toekomst. Dat laatste geloof ik in het geheel niet, en daarnaast vond ik het erg knap van de makers dat het hen lukte de kijkers te laten invoelen wat voor een geweldige roesheroïne moet geven. Want wie zou zijn gezondheid op het spel zetten, zijn toekomst verneuken, zijn vrienden & familie willen kwijtraken, wie zou werkloos willen worden, willen vervuilen, wie zou op straat willen leven en fietsen of autoradio’s moeten stelen, wie zou voortdurend in elkaar geslagen willen worden en in de bak willen zitten en wie zou zich door vieze omstandigheden willen laten besmetten met een dodelijk virus als daar niet een heel, heel, heel erg fantastische kick tegenover stond? Over de vraag waarom mensenverslaafd raken zijn al meer dan ontelbare wetenschappelijke studies geschreven, die elkaar op zo ongeveer alle punten tegenspreken. Het enige dat we zeker weten is dat als je verslaafd bent, je daar niet zelf schuldig aan bent, maar je hoofd. Een van de drugsonderzoekers onderzocht jarenlang het heftige verlangen van drugsgebruikers naar hun snuifje of spuitje. Omdat veel onderzochte verslaafden het verlangen naar drugs vergeleken met het verlangen naar bijvoorbeeld seks (maar dan duizend keer heftiger), probeerde deze onderzoekster uit te vinden of drugs soms ‘inbreken’ bij hersenfuncties die een mens normaliter laten warmlopen voor andere verleidingen (klaarkomen, lekker eten, KIJK lezen). Ze liet collega’s en proefpersonen naar genitaal-romantische films kijken en scande ondertussen hun hersenactiviteit. Deze scans werden vergeleken met de scans van verslaafden die niet naar porno keken maar naar homemade-beelden van mensen die drugs kochten en gebruikten. Opvallend was dat het verlangen naar het verdovende middel duidelijk huisde in het zogenaamde limbisch systeem(het zeer oude gedeelte van onze hersens dat onze basisemoties regelt), en dat er tijdens het verlangen naar een kick geen enkele hersenactiviteit was waar te nemen in de zogenaamde cerebrale cortex (de flap waar wordt nagedacht en die over wilskracht beschikt). Kortom: het verlangen naar drugs onttrekt zich aan de typisch menselijke eigenschap na te denken over de gevolgen van handelingen. De onderzoekster ontdekte ook dat seks video’s dezelfde gebieden in het limbisch systeem stimuleren als drugs. Je zou kunnen beweren dat de verlangens naar seks en drugs op elkaar lijken. Andere onderzoekers ontdekten dat er een verschil zit in ‘willen’ en ‘lekker vinden’. Wanneer bij ratten het gebiedje verdoofd wordt dat de informatie van het limbisch systeem doorgeeft aan rest van de hersens, zullen ze niet langer op zoek gaan naar voedsel, maar ogenschijnlijk genieten ze wel van een snackwanneer onderzoekers ze dwingen te eten. Bij drugsverslaafden zou het volgens deze wetenschappers precies andersom zijn: de impulsen van de hersengebieden die ‘willen’ worden om een of andere reden zo sterk dat ze een eigen leven gaan leiden. Te lekker Het zou allemaal te maken hebben met dopamine, ofwel de stof (neurotransmitter) die informatie van het limbisch systeemdoor de rest van de hersenen pompt. Iedere keer dat we foie gras eten, cocaïne gebruiken, een lekker potje vrijen of KIJK lezen, maakt de apotheek in ons hoofd deze dopamine aan. Bij chronisch verslaafden zou er iets misgegaan kunnen zijn en voert deze apotheek de dosis te hoog op. En tot welke verschrikkelijke gevolgen dat kan leiden laat Trainspotting zien. Zo krijgt het meisje dat in het begin van de film zo’n lekker shot kreeg verderop in het verhaal de klap van haar leven: ze had zich zo laten leven door de lokroep van de dopamine dat ze haar anderhalf jaar oude baby had verwaarloosd. Schrijnend is de scène waarin het kind levenloos en onmenselijk bleekjes in haar box ligt te verstijven. Om het tot besluit van deze column eindelijk eens over mezelf te hebben: ik ben geen principieel tegenstander van drugs, hoewel ik ook geen principieel voorstander ben. Van de keren dat ik drugs heb gebruikt weet ik: als ik het te lekker begon te vinden en te graag wilde gebruiken, was het tijd om te stoppen.

Kijk Magazine 1999, nummer 06, Drift: Dood door sex [Ten Liefde, 2001, Titel: Het leuke van neuke] In de jaren zeventig kondigde een uitgeverij het boek Het leuke van neuke aan. Een grote hoeveelheid exemplaren werd door de boekhandel besteld, wat niet de bedoeling was, want de uitgeverij had een grapje gemaakt: Het leuke van neuke bestond helemaal niet. Blijkbaar sprak de titel zo tot de verbeelding dat mensen het boek bij voorbaat wilden lezen. Vorig jaar verscheen Why is seks fun? van de Amerikaanse fysioloog Jared Diamond (een fysioloog is een bioloog die fysioloog heet). Van dit boek kwam de Nederlandse vertaling uit, onder de titel Het leuke van seks. Op de achterflap van dit boek staat een blurb (zoals uitgevers dat noemen; een lovend citaatje uit een recensie)waarmee ik het helemaal eens ben: “Fascinerend leesvoer voor iedereen die wil weten waarom minnaars doen wat ze doen.” Er zijn sommige diersoorten, zoals de zalm en de inktvis, die aan ‘big-bang-reproductie’ doen, ofwel aan semelpariteit. Eén keer in hun leven mogen ze het leuke van voortplanten ervaren, waarna ze onverbiddelijk zullen sterven (zalmen bijvoorbeeld doordat ze volledig uitgeput zijn na een martelzwemtocht stroomopwaarts). Kannibalistische zelfmoord. Ook zijn er enkele spin- en sprinkhaansoorten waarvan het mannetje zich, soms zelfs nog tijdens de geslachtsdaad, laat opeten door zijn minnares. Diamond vraagt zich of af deze kannibalistische zelfmoord wel steekhoudend is in het licht van de ‘natuurlijke selectie’ (voor iedereen die geen biologie heeft: dat is het door bijna niemand volledig te doorgronden mechanisme van de strijd tussen individuele genen; lees het fantastische boek De zelfzuchtige genen van Richard Dawkins). Hoe zou het geëvolueerd kunnen zijn dat een mannetje zich tijdens een al te stevige geslachtsdelenmassagelaat opeten? Diamond geeft het antwoord. Mannetjes willen (net als vrouwtjes overigens) dat hun genen worden doorgegeven. Stel nu eens dat de spin of de sprinkhaan in een gebied woont waar bijna geen soortgenoten zijn. De kans op voortplanting is dan heel klein. Stel nou eens dat de kans dat de eitjes voortleven ook nog eens afhangt van de kwaliteit van het voedsel van de draagster van die eitjes. De beste manier is in zo’n geval het vrouwtje na afloop van het vrijen niet een sigaretje aan te bieden, maar een fraai pakketje eiwitten en calorieën: het eigen lichaam. Hiermee verhoogt de spin de overlevingskansen van zijn zaad. Sterker nog: hij zal het vrouwtje aanmoedigen hem nog tijdens het neuken op te eten. Terwijl zij hiermee noest in de weer gaat, vergeet ze als het ware dat het mannetje met haar bezig is, waardoor diens penis ongestoord zijn gang kan gaan en nog meer sperma in het vrouwtje spuit, om nog meer eitjes te bevruchten. Een mooie, nuttige dood. De mannelijke mens hoeft hier godzijdank niet bang voor te zijn, want wij doen niet aan big bang-reproductie of semelpariteit: wij paren ruim zesduizend keer per mensenleven (dit getal staat niet in het boek van Diamond; ik ben uitgegaan van vijftig actieve sexjaren, maal vijftig weken, maal gemiddeld tweeënhalve keer per week; dat zou betekenen dat ik nog vierduizendzeshonderdvierentwintig keer te gaan heb). Ook geeft Diamond geen antwoord op de vraag hoe lang de gemiddelde paring van de mens duurt, al vermeldt hij wel dat gemeten naar tijd buidelmuizen een veel beter sexleven hebben dan wij: buidelmuizen neuken gemiddeld zo’n twaalf uur. Ik geloof dat mijn ‘record’ ver onder de gemiddelde marathontijd zat, maar toen was ik nog wel in topconditie en werd er nog niet op doping gecontroleerd. Maar is seks eigenlijk wel zo leuk? Diamond geeft een aantal punten waarom seks energie & tijd kost, ja zelfs dodelijk kan zijn. Een reden om bijvoorbeeld niet onnodig veel te vrijen is dat de productie van zaad de levensverwachting verlaagt (als je een worm bent bijvoorbeeld, want wormen die door een mutatie minder zaad aanmaken, leven langer dan normale wormen). Ook verbruikt seks tijd die anders besteed had kunnen worden aan het vinden van voedsel (of het lezen van KIJK). Daarnaast lopen koppels die seks hebben een groter risico overmeesterd te worden door een roofdier of een vijand (zeker als je het lekker opwindend in het Ouwehands Dierenpark gaat doen). Vuurrode kont Sowieso sterft een gedeelte van de mannelijke dieren tijdens de daad (waarover veel prostitueeskunnen meepraten). Vervolgens leiden de gevechten die mannetjesdieren om de vrouwtjes voeren vaak tot ernstig letsel of de dood. En ook vaak dodelijk kan de buitenechtelijke seks zijn, zeker als het de diersoort mens betreft. Over deze en nog honderden andere zaken gaat Het leuke van seks. Over het ongesteld zijn van vrouwen en hun ovulatie (de eisprong, ofwel de korte maandelijkse periode dat een vrouw vruchtbaar is).Deze ovulatie is bij mensen niet merkbaar, wat vrij uitzonderlijk is, want bij veel diersoorten is dit moment wel duidelijk zichtbaar. Bij veel apensoorten krijgen de vrouwtjes bijvoorbeeld vuurrode konten, waarmee ze het signaal afgeven ‘als je slim bent, probeer je me nu te versieren’ (er zijn biologen die beweren dat lippenstift eenzelfde functie heeft). Diamond beschrijft zeer uitgebreid de verschillende theorieën over de verholen ovulatie van de vrouwtjesmens, variërend van de ‘pappa-thuistheorie’ tot de ‘vele-vaderstheorie’ . Ik ga die theorieën hier nu niet uitleggen, maar ik hoop jullie warm te hebben gemaakt voor dit fraaie boek. Nog één Amerikaanse blurb op de achterflap tot besluit: ‘Het leuke van seks is het beste boek over seks dat ik ooit heb gelezen.’ Mijn enige kritiek is dat het wat mij betreft dikker had mogen zijn.

Kijk Magazine 1999, nummer 05, Drift: Gezicht vol strepen [Ten Liefde, 2001, Titel: Het Gezicht] Sinds ik voor KIJK columneer, ben ik een verwoede streepjeszetter. Wanneer ik een interessant artikel of een leek-wetenschappelijk boek lees, vermink ik de pagina’s door in de kantlijn streepjes te zetten bij KijK-waardige weetjes, mooie statistieken of fraaie anekdotes. Het gezicht bijvoorbeeld, van de Engelse wetenschapsjournalist Daniel McNeili (uitgeverij Anthos). Het is een beetje zielig zoals ik hierin heb zitten krassen; het lijkt na mijn al te gretige lezing eerder een 350 bladzijden dikke streepjescode. Nooit geweten dat zoiets voor-de-hands als ‘het gezicht’ zo fascinerend en zelfs verslavend kan zijn. McNeili gaat op ontelbare facetten van ‘het gezicht’ in en stort een erg vermakelijke potpourri van historische feiten, mysterieuze theorieën, anatomische lessen, antropologische gegevens, literaire verwijzingen, biologische kennis en andere aanstekelijke kanten van de ogen, neus, mond, lippen, kin, wangen, voorhoofd en oren over zijn lezers uit. Een kleine, zeer beknopte en zeer onvolledige, willekeurige Top 12van streepjes die ik heb gezet, in de hoop dat vele KIJK-ers zich uitgedaagd voelen dit maffe boek ook te lezen. Streepje 1. Er nooit bij stilgestaan dat een van de meest unieke eigenschappen van de mens is dat wij, in tegenstelling tot vrijwel alle gewervelde dieren, geen snoet hebben, maar een plat gezicht (de voetballer Luc Nilis daargelaten, natuurlijk). De naar voren stekende mond (snoet) is voor de mens blijkbaar geen essentieel stuk gereedschap om te verschalken, knagen of bijten. Streepje 2. Volgens McNeili is het vaststellen van de richting waarin mensen kijken een vitaal vermogen. Wanneer we ons in een groep bevinden, stellen we onbewust onmiddellijk vast wie er op welke manier naar wie kijkt, waardoor we een zogenaamde ‘sociale kaart’ schetsen van de groep, ofwel de hiërarchieën. Zeg maar wie er de baas is en wie er beschikbaar is voor een eventuele voorplantingsdaad. Streepje 3. De pupillen van mannen worden groter bij het bekijken van foto’s van haaien en naakte vrouwen. Vrouwen krijgen grotere pupillen van baby’s, moeders met baby’s, en naakte mannen. Mensen vinden over het algemeen onbewust andere mensen met grote pupillen aardiger en/of aantrekkelijker. Adolescenten hebben gemiddeld de grootste pupillen (als wapen bij het versieren). De gemiddelde pupil stopt met slinken tot de tijd dat iemand z’n 60+-pas mag afhalen. Streepje 4. McNeili stelt vast dat het niet uitmaakt of je zittenblijver, werkloze, columnist of directeur bent: iedereen verspilt elke dag ongeveer 23 minuten met bleek-outs. Per dag hebben we namelijk 14.000 momenten waarop de visuele waarneming van je hersenen even stokt. Tijdens oog knipperingen namelijk. Een oogknippering duurt ongeveer een derde seconde, waarna we een zesde seconde blind zijn. Dit is lang, want een mens is in staat een flikkering van een driehonderdste seconde vast te stellen. Overigens duurt een opzettelijke oogknipper langer dan een onopzettelijke, maar het is niet duidelijk waarom. Autorijden en columns lezen vermindert de gemiddelde hoeveelheid knippers, spreken voert het tempo op. Streepje 5. Alleen al in Midden-Amerika hebben ‘gebits-antropologen’ (een officieel beroep) 59 verschillende manieren van tandmutilaties ontdekt, ofwel het opzettelijk verminken, bijvijlen of beitelen van het gebit. Een rage die in Nederland nog niet is doorgedrongen. Streepje 6. De gemiddelde mond bevat 10.000 ‘smaakpunten’, ofwel informatie-registratieplekken naar de hersens toe. Er wonen overigens miljarden bacteriën in onze mond, waarvan de meeste op de tong. Deze half beestjes vormen een verdedigingslinie voor kwaadwillende ziekmakers. Streepje 7. De kin is een uniek kenmerk van de mens, aldus McNeili. Zelfs Neanderthalers hadden er geen. De kin verscheen pak ‘m beet 130.000 jaar geleden, maar ‘Het Grote Waarom van de Kin’ stelt de wetenschap nog voor raadsels. Volgens een van de theorieën vanwege. sexuele teeltkeuze. Vrouwen zouden vallen op mannen met grote kinnen, zeg maar type wandelende deegrol Ridge uit The Bold & The Beautiful. Streepje 8. Lippen bestaan voor een gedeelte uit het zogenaamde endodarm, waaruit ook de binnenkant van je darmen bestaat. Kussen is dus eigenlijk een soort likken aan iemands spijsverteringsorgaan, al noemt McNeili dat ‘het elkaar raken van onze innerlijke zelf’. Overigens beschrijft hij ook hoe kussen kunnen klinken, waarbij hij besluit met een Duitse uitdrukking, waarin heel romantisch een smakzoen wordt vergeleken met een koe die zijn poot uit de klei trekt. Streepje 9. Een mens heeft gemiddeld 100.000 haren op zijn hoofd. Ongeveer 85 procent groeit, een à twee procent groeit nauwelijks, en dertien procent wacht op uitval (in de serie ‘Leuke, Totaal Overbodige Kennis Voor Autisten’). Streepje 10. De moderne mens is altijd in staat geweest om zich te scheren. Het is niet waar dat afgesneden haren sneller gaan groeien. In theorie (die ik hier helaas niet kan herhalen) zouden mannen met baarden beter kunnen liegen en onderhandelen en politieke praatjes verkondingen en daardoor meer rijkdom, status en leuke vrouwen kunnen vergaren dan mannen zonder baarden. Maar in de praktijk niet (in Nederland althans). Streepje 11. Baby’s van anderhalve dag oud kunnen al het gezicht van hun moeder onderscheiden van een vrouw die erg op hun moeder lijkt. Een hele prestatie, omdat de mens (streepje 12) genetisch gezien tenminste 10tot de 200ste mogelijke menselijke gezichten kan vormen (een 1 met 200 nullen). Al met al 100.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 redenen om Het gezicht te lezen.

Kijk Magazine 1999, nummer 04, Drift: Klaar.com [Ten Liefde, 2001] Bij KIJK worden ze een beetje moe van me, een beetje heel erg moe. Al twee weken geleden was de zogenaamde deadline voor dit stukje, maar inmiddels heeft de redactie het stadium van pure wanhoop bereikt omdat ik (tot zojuist dus) nog almaar niets had ingeleverd. De reden hiervoor was dat ik te diep ben gedoken in het onderwerp van de column van deze maand: webtechnische geslachtsgymnastiek, ofwel cybersex. Een maand of wat geleden heb ik een aansluiting op het wereldwijde informatie web genomen (gaudo@xs4all.nl) en waar ik aanvankelijk slechts heel braaf mijn post ophaalde & verzond en soms onschuldig zeilde naar quasi-literaire baggerverhalenzijdes, heb ik sinds kort ontdekt hoeveel smut er allemaal te zien is, en vooral: hoe gemakkelijk. Een paar simpele woorden intypen en de plassers en aanverwante fysieke kenmerken vliegen je om de oren (nou ja, vliegen is misschien een beetje overdreven, als je merkt hoe langzaam sommige jpg’s beneden laden). Eerst een anekdote: toen ik vroeger als nachtportier in een ziekenhuis werkte, was het mijn taak om op de computer gegevens in te typen voor ponsplaatjes. Als je dan broe invoerde, verschenen alle namen in het bestand die met broe begonnen (Vande Broek, Broekhuizen, enzovoort). Uiteraard vond ik het leuk om een keer een vaderlands woord voor vrouwelijk geslachtsdeel in te typen, maar op dat moment sloeg de computer op tilt en bleef het scherm steken op een pagina met H.M. Kutlil, P.Kuttdreier, M. Kutsuli, enzovoort. Uiteindelijk moest ik om vier uur ’s nachts de systeembeheerder bellen om de computer weer aan de gang te brengen, en deze man was niet blij. Een erectie va trots. Maar goed, op eenzelfde manier heb ik dus die enorme beerput hormonale vrolijke viezigheid op het Internet aangeboord. Op een gegeven moment had ik in een narcistische aanval het woord Giphart ingetypt bij de zoekmachine Infoseek. Maar liefst 217 pagina’s refereerden aan deze naam, waardoor ik al bijna een erectie van trots kreeg. Wat een aantal! Toen, en waarom weet ik niet, typte ik achteloos het woord fuck in, zo maar, ik weet ook niet waarom. Meteen was mijn trotse gevoel verdwenen: maar liefst 1.313.835 referenties telde Infoseek voor dit werkwoord. Dat was nog eens andere koek. Voor de interessante lichaambeweging suck gaf Infoseek 1.666.285 verwijzingen, cunt deed het af met 537.450 sites, gangbang met slechts 50.173,het Nederlandstalige kut met toch nog een goede 5912, neuken met een aandoenlijke 1802, en dakpan ten slotte met 52 (onder andere de Nederlandse homepage van het spelletje Tombraider). Nu ken ik het profiel van de KIJK-lezer niet, maar ik vermoed dat hij of zij een meer dan gemiddelde Internetgebruiker is. Wat ik me afvraag is of ik de enige onder de KIJK-lezers ben die wel eens een site met sexueel beeldmateriaal ‘per ongeluk’ tevoorschijn heeft gerateld? Gelet op de (geschatte) statistieken zou dit niet kloppen. Bij Websitestory, een bedrijf dat zich met het tellen van hits en Internetverkeer bezighoudt, is slechts dertig procent van de cliënten ‘volwassen-georiënteerd’ (een eufemisme voor pornografisch), maar deze dertig procent vertegenwoordigt wel de overgrote meerderheid van het dataverkeer. De gebruikers van Internet zouden gemiddeld tussen de 18en 25jaar zijn en 80 tot 90 procent van de gebruikers is mannelijk. Niet vreemd dus dat seks de grote motor achter de groei van de elektronische snelweg is. Toen in de jaren zeventig Philips en Sony elkaar beconcurreerden met twee verschillende videosystemen (Video 2000en VHS),weigerde het chique Philips banden op de markt te brengen met films waarin mensen niet al te stijlvol met elkaar de liefde bedreven. Sony had geen moeite om porno toe te laten en daarmee won het bedrijf de strijd van zijn Nederlandse concurrent. Dom van Philips, want Video 2000 was technisch gezien veel beter, en Philips had Sony zeker verslagen als ze niet moeilijk hadden gedaan over een paar plassers. Inclusief huisdieren. ‘Vieze plaatjes’ op het Web zijn allang niet meer een schimmige achteraf-gedoetje; het is een volwassen-georiënteerde industrie waarin miljoenen guldens omgaan. Sterker nog: seks is de enige handelswaar waarmee op het Net wat te verdienen valt, want vrijwel alle andere niet-sexuele sites kosten vooralsnog alleen maar geld (ook die van KIJK op www.kijk.nf). En het is wederom juist de seks die een technische explosie veroorzaakt. Waar een paar jaar geleden (heb ik me laten vertellen, heb ik me laten vertellen) slechts een paar schimmige providers een beperkt aantal zielige jarenzeventig-sexplaatjes in de aanbieding hadden, kan het tegenwoordig bijna niet op, zoals ik inmiddels speciaal voor KIJK heb mogen vaststellen (vervelend werk, maar het moest gebeuren): live video feed, tientallen webcams, interactieve chats, free-pics, thumbs (of zoiets), magazijnen met miljoenen foto’s, geluid, abberaties in alle denkbare soorten en maten, strippers, voorwerpen, commerciëlen, free-ones, vrijwilligers, amateurs, parenclubs, swingers, date-sites, afspreekplekken, advertenties, discussie-sites, gratis emailplaatjes, je kunt het zo gek niet bedenken; zelfs echtparen die hun hele hebben & houwen op het Net zetten, inclusief hun huisdieren, hun tuin en de binnenkant van hun genitaliën (zie: web.inter.nl.net/users/F.D.Alink/n/sex.htm). Al met al een gigantisch grote hoeveelheid studiemateriaal, die me een paar weken kostte om, speciaal voor de lezers van KIJK, onder de knie te krijgen. Vandaar dat ik KIJK mijn verontschuldigingen aanbied dat ze zo lang op deze column moesten wachten. Volgende maand zal ik het hebben over dakpannen. Ook heel verslavend.

Kijk Magazine 1999, nummer 03, Drift: Dr. L. Ullerstam [Ten Liefde, 2001] Mijn zoontje is nu zeven maanden en kan visueel gezien nog geen aardappelschilmesje onderscheiden van een geinig speelgoedje, maar toch heb ik al met mijn vriendin gepraat over onze grote verzameling erotica. We hebben namelijk veel vieze plaatjesboeken, pornografische literatuur, expliciete kunstwerken en andere vunzig heden verzameld, en de vraag is of we die de komende jaren moeten verstoppen of juist niet. Mijn ouders hebben (godzijdank) nooit enige moeite gedaan om hun verzameling nudistische hoogtepunten weg te moffelen. Alles was open & bloot voor het hele gezin te bezichtigen (neem ik maar even aan). Ook mijn ouders’ boekenkast was niet gecensureerd, en ik kan me niet herinneren dat ze er ooit een probleem van maakten wanneer ik zat te bladeren in Mieke Maaike’s obscene jeugd van Louis Paul Boon, Turks fruit van Jan Wolkers of Sexus van Henry Milier. Zo had mijn moeder het boek De sexuele minderheden van dr. Lars Ullerstam in haar kast staan, dat mij om de titel wel aantrok, maar waarin geen enkel plaatje stond en wat dus niet bijster interessant was. Toen mijn moeder twee jaar geleden stierf, vond ik het boek terug en pikte ik het vlug in voor mijn zusje ermee vandoor kon gaan. Vreemd genoeg heb ik het werk pasvorige maand gelezen en daar heb ik spijt van, want het is een geweldig boek. Het verscheen in 1965 in Zweden en daarna in tien talen en overal was het even spraakmakend (in Nederland werd het boek een enorme bestseller). De schrijver van het boek was de toen dertigjarige Zweedse psychiater Lars Ullerstam (de Nederlandse uitgever was zo slim om zijn voornaam op de kaft voluit te schrijven). Voor het eerst schreef iemand over sexuele afwijkingen en perversiteiten, zonder bij voorbaat mensen te veroordelen (een beetje zoals in Seks voor de Buch dus, maar dan honderdduizend procent beter, eerlijker en smaakvoller). Genot en pijn. Een paar van de termen uit De sexuele minderheden moet ik even met mijn KIJK-vrienden doornemen, om te schetsen hoe men over sexualiteit schreef ver voordat jullie geboren waren. En ook om jullie munitie te geven om het vervelende leraren biologie lastig te maken. En daarbij is de kans groot dat jullie ouders en grootouders deze of een andere bestseller van dr. L. Ullerstam hebben gelezen. Op alfabetische volgorde: Algolagnie is het sexuele genot dat met pijn en vernedering samengaat (waarbij de sadist iemand is die de masochist pijn doet). Anilingus is hetzelfde als cunnilingus, maar dan met een andere lichaamsopening. Overigens wordt deze daad vaak genoemd in een bekend gezegde. Bigotterie is de hypocrisie rondom liefde en sex. Cunnilingus is het likken van geslachtsdelen van een vrouw. Een tijdverdrijf dat in 1966 in Californië zelfs nog verboden was voor getrouwde liefdesparen. Een defloratiemaan wil heel erg graag meisjes ontmaagden of jongetjes ontknapen. Een driftprofiel is iemands persoonlijke sexuele gedragspatroon. De vraag welke handelingen of stimuli iemand bevredigen. Een exhibitionist is iemand die zijn (naakte) lichaam graag aan anderen wil laten zien. Een sexueel gedrag dat ook bij chimpansees voorkomt. Fellatio is het likken van de geslachtsdelen van een man. Een tijdverdrijf dat in Washington voor ophef zorgde omdat de Amerikaanse president zich had laten afzuigen door een stagiaire. Fetisjisme is het opgewonden raken van bepaalde voorwerpen, schoenen, gevlochten vrouwenhaar, een column in KIJK, enzovoort. Een flagellant is iemand die graag geslagen wil worden met een zweepje. Een gerontofiel vrijt het liefst met een ouder iemand. Een narcist is iemand die geilt op zichzelf. Dit wordt ook auto-erotisme genoemd. Een necrofiel wordt opgewonden raken van lijken (een ziekte, lijkt me). Pedicatio is niet de naam van een Japanse discoband, maar van de zogenaamde anale coïtus. Dit wordt ook buggery genoemd. Een pygmalionist wordt er opgewonden van beelden kapot te maken. Saliromanie betekent opgewonden raken van ‘viezigheid’. Dat zijn bijvoorbeeld mannen die met ordinaire vrouwen willen vrijen. Mensen die vieze woorden opzoeken in het woordenboek doen ook aan saliromanie. Net als modder worstelende vrouwen. Sodomie is de sexuele daad van twee mannen met elkaar (zie ook pedicatio). Een troilist wil het liefst met z’n drieën vrijen. Een voyeur of scoptofiel verlustigt zich aan naakte lichamen van anderen. Of aan het kijken naar mensen die vrijen. Zoöfilie is de sexuele aantrekkingskracht voor dieren (Midas Dekkers heeft hier een mooi boek over geschreven onder de titel Lief dier). Doe-opdracht: ga na welke van deze begrippen drieëndertig jaar na publicatie nog steeds aanstootgevend zijn .

Kijk Magazine 1999, nummer 02, Drift: Let’s talk about scent Jaren geleden werkte ik als ‘spoelie’ in een Argentijns grill-restaurant. Ik heb eerder beschreven (om precies te zijn in mijn laatste boek) hoe het in de spoelkeuken mijn taak was om geregeld mijn blote arm in een monstrueus apparaat genaamd ‘de vetput’ te steken n de dikke prop die de afvoer verstopt hield te verwijderen. Het vervelende was dat ik altijd degene was die met zijn vingers in het gestolde vet mocht peuren en ook was vervelend dat dit vet naar bedorven kots rook. E n geur die nog uren aan mijn arm bleef kleven, hoe vaak ik die ook waste. Gelukkig gebeurde het niet iedere avond dat de vetput overstroomde. Nu had ik in die tijd een relatie met het prachtige meisje S., met wie ik (we waren nog studenten, dus we konden op kosten van de hardwerkende samenleving iedere dag uitslapen) vaak afsprak om na het werk nog ergens iets tel drinken (zeg maar een redelijk behoorlijk tamelijk opmerkelijke aanzienlijke hoeveelheid bier of wijn Omdat ik natuurlijk niet als een zichzelf onderschijtende zwerver wilde ruiken, verzorgde ik me altijd goed voordat we een nicotine-zwanger en ademklam café betraden. Het werk in de spoelkeuken was zwaar en dus zweette ik hevig, maar na me te hebben gewassen, besprenkelde ik me meestal met een dure aftershave. Toen S. een keer bij me zat in ons personeelshok (dat zo mogelijk nog meer stonk dan de vetput) en zag dat ik me weer wilde bepotelen met Anthaeus, Davidoff Cool Water of Hugo Boss, zei ze: “Doe dat maar niet. Ik vind aftershave niet zo prettig.” “Maar dan ruik ik naar zweet…” riep ik, waarop S. me totaal wist te verbluffen door te antwoorden: “Ja, lekker. Ik hou erg van een beetje zweetlucht bij een jongen. Dat vind ik echt opwindend.” Ze maakte hierbij het hetzelfde geluidje dat Famke Jansen maakt in Goldeneye, wanneer ze een ma tussen haar getrainde benen heeft verbrijzeld. Uiteraard heb ik in he bijzijn van S. nooit meer een geur opgespoten, al vond ik haar eigenlijk een beetje een viezerik. Wie houdt er nu van zweet? Nooit meer barbecuen. Alle vrouwen, heb ik inmiddels begrepen uit het boek Verborgen verleider (geschreven door onder anderen de helaas vorig jaar overleden Piet Vroon). In mannenzweet zitten feromonen en deze stoffen hebben invloed op de stemming van vrouwen. Verborgen verleider geeft een aantal mooie anekdotes over zweet en erotische opwinding. Over mannen bijvoorbeeld die tijdens het dansen een zakdoek tussen hun oksels klemmen, om deze druipende doek later te kunnen aanbieden aan de vrouw van hun keuze (die zich dan helemaal bedwelmd aan die mannen overgeeft). Sinds ik voor KIJK werk, krijg ik geregeld geinige artikelen opgestuurd met leuke onderzoeken uit de hele wereld. Zo stond er in het Engelse blad Focus een berichtje over een onderzoek van de Amerikaanse wetenschapper Alan Hirsch die verbonden is aan het Geur & Smaak Behandelings- en Onderzoeksinstituut te Chicago. Hirsch legde een aantal vrouwen In een stoel, liet hen een aantal geuren ruiken en mat ondertussen de doorbloeding van hun vagina’s (wat ze al niet verzinnen om vagina’s te kunnen onderzoeken, die wetenschappers). Wat bleek? Vrouwen krijgen geen opgewonden gevoel van de aftershaves van mannen (al vinden ze die volgens Verborgen verleider wel lekker ruiken). Heb ik me daar jarenlang ongans voor geschoren? Ook wonden vrouwen niet opgewonden van kersen, noch van op houtskool geroosterd vlees (hoe je erop komt om te meten of vrouwen hier geil van worden vind ik op zich al een afwijking, maar goed). Nooit meer zal ik de barbecue bedienen, ik zweer het. Maar waar krijgen vrouwen wel een natte plasser van? Ik zal de antwoorden maar meteen geven, want raden heeft weinig zin. Vrouwen worden opgewonden van komkommer (van de geur van komkommers dus, hè, al brengt de vorm van de komkommer misschien een conditioneringsreactie teweeg), vrouwen vallen op babypoeder en een bepaald snoepje met zoete likeur. Deze geurstoffen zorgen ervoor dat de vagina, aldus Hirsch, dertien procent meer doorbloed raakt. Ook lavendel doet bloeden. Babypoeder: succes verzekerd. Volgens de wetenschapper is het mogelijk dat sommige geuren bij vrouwen beelden oproepen die de aanvankelijke argwaan voor een man doen afnemen en haar meer ontvankelijk maken voor sex. Ook zouden sommige geuren een link leggen tussen twee hersendelen die verantwoordelijk zijn voor geilheid. Mannen werden trouwens ook door Hirsch onderzocht, maar de resultaten waren compleet anders. De zwellichamen in de penis van zijn proefpersonen (drie per man om precies te zijn) raakten nog het meest gevuld van… schrik niet: pompoentaart. Dus afsluitend een tip-voor iedereen die binnenkort op liefdesoorlogspad gaat: spuit geen deodorant, parfum of afterbalsem op, maar smeer je in met pompoentaart als je een meisje bent, of besprenkel je met babypoeder of het sap van een komkommer als je een jongen bent (homosuele voorkeuren overigens even terzijde gelaten). Succesverzekerd, al moet je beminde natuurlijk niet verkouden zijn, hoewel een chronische verkoudheid zou kunnen duiden op grote sexuele verlangens, aldus Verborgen verleider, maar dit moeten jullie zelf maar nalezen.

Kijk Magazine 1999, nummer 01, Drift: Schuiftrompetten [Ten Liefde, 2001, Titel: De Purpergekopte Liefdespaling] Voor wie is dit boek bestemd?” vraagt de Groningse uroloog Mels van Driel zich af in de inleiding van zijn boek Het geheime deel- Mannelijke onmacht door de eeuwen heen (De Arbeiderspers, 1997). Zijn antwoord luidt: “Inderdaad, vooral voor heren die minstens de veertig zijn gepasseerd. Om ’s avonds bij de open haard te mijmeren over vroege veroveringen en aangename seksuele ervaringen (‘Ie cinéma erotique intérieure’), over hun falen en over de dood. Het boek is echter ook bedoeld voor vrouwen, al dan niet teleurgesteld in het voorbijgegane seksuele leven.” Nu ga ik er even vanuit dat de gemiddelde KIJK lezer(m/v) de veertig nog lang niet is gepasseerd en dat zijn boek volgens Van Driel dus eigenlijk niet voor hem (m/v) is bedoeld. Hoe onwaar! Luister niet naar Van Driel! Het geheime deel is namelijk een erg grappig, ontroerend, leerzaam en leesbaar werk over een ernstig-hilarisch onderwerp: de penis die niet stijf wil worden. Ik mag en wil er hier natuurlijk geen Ster-spot van maken, maar ik denk dat de reclamecode-commissie het vast niet erg vindt als ik achteloos vermeld dat Het geheime deel in iedere goede boekhandel te verkrijgen is. Pas op: breekbaar! Van Driel verzamelde voor zijn boek honderden geinige wetenswaardigheden, antropologische gegevens, fraaie anekdotes en verrassende statistische feiten over het reilen en zeilen van het benedenbuikse lubbertuitje van de man (de lul dus).Ook citeert Van Drielveelvuldig uit de top van de wereldliteratuur, en omdat hij een paar passages uit twee van mijn boeken plukt (uit Giph en Het feest der liefde, om wederom geen reclame te maken), heb ik er geen moei e mee om in deze column een kort resumé te geven van enkele hoogtepunten uit Het geheime deel. Zo was ik bijvoorbeeld nogal verbaasd te lezen dat een penis, ondanks het feit dat er geen bot in het lichaamsdeel zit, wel degelijk kan breken. Of liever scheuren. Er is een bepaald standje waarbij de vrouw de man achterstevoren berijdt (don’t try this at home en waarbij de penistegen het schaambeen van de vrouw kan dubbelklappen. Dit klappen gaat met een knappend geluid gepaard, weet Van Driel heel beeldend te melden. Vervolgens geeft hij als tip aan vrouwen die verkracht dreigen te worden om te proberen de pik van de aanrander met de hand te breken. De lengte van de ‘purpergekopte liefdespaling’ (Van Driel geeft een grote opsomming van benamingen voor de penis door de eeuwen heen) levert ander opzienbarend feitenmateriaal op. Inderdaad zouden volgens onderzoek van een Franse legerarts donkere mannen gemiddeld groter zijn geschapen dan lichterkleurige mannen. Ook zou er een “statisch significante relatie” zijn tussen iemands schoenmaat en de lengte van zijn lul (zelf heb ik maat 44, maar nogmaals: ik wil geen reclame maken). Helemaal dol wordt het te lezen dat jongens die aan atletiek doen niet alleen gemiddeld langere plassers hebben, maar ook dikkere. “Bij zwemmers daarentegen,” schrijft Van Driel, “was de penis bij meer dan tachtig procent klein uitgevallen.” Echtongeloofwaardig is de wetenschap dat er verband is tussen de lengte van je pik en je politieke voorkeur. De Amerikaanse geleerde Havelock Elliott publiceerde in zijn boek On penises het resultaat van een onderzoek waaruit bleek dat Republikeinen opvallend groter zijn geschapen dan Democraten (met uitzondering van Bill Clinton natuurlijk). Ook binnen de Republikeinse Partij hadden de conservatieven weer fermere schuiftrompetten dan hun gematigde partijgenoten. De hypothese dat mannen met linkse overtuigingen vaker onder de maat zijn, qua penis, bleek in 69,8 procent van de gevallen op waarheid te berusten. Scheve pik. En wat te denken van het gegeven dat het hoeveelheid zaad die een man loost niet meer dan een zielige twee à vier milliliter bedraagt, mits na 24 tot 36 uur seksuele onthouding? Dit aandoenlijke vingerhoedje is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de prestaties van een mannelijk varken: een ‘beer’ weet per keer zo’n halve liter zaad op te hoesten. Ook is het interessant te lezen dat sperma voor een groot gedeelte uit fructose (vruchtensuiker) bestaat, waardoor het een beetje stroperig is(vrouwen met suikerziekte of vrouwen die heftig lijnen zijn bij dezen gewaarschuwd). De ‘stand’ van de penis is ook zo’n bron van plezier. Slechts tien procent van de erecties staan volkomen verticaal, dus iedere jongen die zich zorgen heeft gemaakt over zijn scheve pik (zoals ik) heeft er onmiddellijk een zorg minder bij: scheve pikken zijn veel normaler dan rechte pikken. Ook leuk: bij ongeveer vijftien tot twintig procent van de jongens is hun erectiehoek 45 graden boven horizontaal (doe-opdracht: pakje geodriehoek!).

1998

Kijk Magazine 1998, nummer 12, Drift: Masturberen kun je (af)leren [Ten Liefde, 2001] Vandaag ga ik het hebben over een crimineel onderwerp: masturbatie. Masturbatie komt van de Latijnse samentrekking manus (hand) en stupare (wat zoiets als verkrachten betekent). Masturberen betekent dus letterlijk: ‘jezelf verkrachten met je hand.’ Met andere woorden: er lopen op aarde heel wat verkrachters rond. In vroeger tijden vond men dit zelfverkrachten een gruwel (en dan voornamelijk dat van jongens, want meisjeszijn op dit punt wat moeilijker te betrappen, qua plakkerige lakens en ander bewijsmateriaal). Jongens die de hand aan zichzelf sloegen, zouden week en slap worden, hun zaad zou rechtstreeks uit hun ruggenmerg worden gezogen, met als gevolg dat ze zouden degeneren tot aandoenlijke, impotente creaturen. Tot aan de vorige eeuw dacht men dit werkelijk en werd het zelfs wetenschappelijk onderbouwd. Om jongens te behoeden voor deze zonde werden er om hun slappe piemels ringen geschoven met gemene ijzeren pinnen. Kreeg een jongen de drang met zijn plasser te wapperen, dan priemden deze pinnen in zijn vlees en zou hij zich wel twintig keer bedenken (men wist toen nog niet dat jongens op geheel natuurlijke wijze per nacht tientallen erecties krijgen tijdens hun REM-slaap). Vers sperma. In deze eeuw kwam men gelukkig tot de conclusie dat masturbatie eigenlijk weinig kwaad kan. Sterker nog: dat het voor de ontwikkeling van een man juist goed is als hij in zijn jeugd wat droogoefent op zijn hand en/of kussen. Dit zou de kwaliteit van zijn zaad juist ten goede komen (en hem dus een genetische voorsprong geven op jongens die altijd met hun handen boven de dekens hebben geslapen). En daarbij zit er aan sperma ook een ‘uiterste houdbaarheidsdatum’ . Masturbatie is de perfecte manier om de sperma-schappen te ruimen en altijd te zorgen voor vers genetisch erfmateriaal Ge weet namelijk maar nooit wanneer dat van pas komt). Nu ontdekken de meeste jongens uit zichzelf dat er onder hun buik een lubberdingetje hangt waarmee hele geinige fysiologische experimenten te doen zijn. Veel meisjes daarentegen hebben wat meer problemen met het sologezelschapspel ‘ontdek je plekje’, en het zijn vaak moeders, vriendinnen of bladen als Yes die hen erop attent maken dat er geen enkel kwaad in schuilt om zo nu en dan te vingercirkelen. Ook voor hen geldt dat meisjes die in hun puberteit de juiste knopjes en gaatjes hebben weten te vinden, later over het algemeen sneller een bevredigend sexleven krijgen. En voor de voortplanting is het ook goed als vrouwen weten hoe ze moeten klaarkomen, want het vrouwelijk orgasme is een handig biologisch hulpmiddel. Tijdens een hoogtepunt maakt de vagina van de vrouw namelijk samentrekkende bewegingen, waardoor het mannelijk zaad als het ware naar de eicel wordt gezogen (in een volgende column zal ik eens ingaan op de consequenties die dit heeft voor overspel). Uiteraard masturberen niet alle pubers. Over de precieze cijfers spreken de verschillende wetenschappers elkaar tegen, maar grofweg kun je stellen dat in westerse landen tussen de 80 en 90 procent van de jongens voor hun twintigste de handenarbeid ontdekt en tussen de 40 en 60 procent van de meisjes (waarbij de beginleeftijd varieert van elf tot achttien jaar; zelf was ik bijvoorbeeld paszestien toen ik last begon te krijgen van benedenbuikse aandrang). Wees niet eenzaam. Gelukkig zijn er nog steeds groepen mensen die denken dat masturbatie verkeerd is. Religieuze stromingen bijvoorbeeld! Via internet vond ik zeker elf sites waar strenge kerken jongeren ‘stappenplannen’ aanbieden om niet in de verleidingen van de masturbatie te trappen. Zo staat er op www.nowscape.com/mormon/mormast.htm een heuse Gids Voor Zelfbeheersing Bij Zelfbevrediging. Een paar tips (en heus, ik heb dit niet verzonnen): bid dagelijks tot God om te vragen of hij je wil helpen je niet af te trekken (of als je een meisje bent te middelvingerdraaien). Doe aan krachttraining (zodat je te moe bent om aan iets anders te denken). Zing een psalm als de aandrang te groot wordt (prettig voor je ouders of je buren). Wees aardig tegen andere mensen en dwing jezelf plezierig met anderen om te gaan. Zie in dat als je je eenzaam voelt de kans groter is dat je aan je piemeltje gaat zitten en dus: wees niet eenzaam. Denk aan een badkuip vol wormen als je masturbeert, sterker nog: denk eraan dat je die wormen moet opeten! Laat de deur van het toilet of de douche op een kier staan (leuk voor je familieleden). Neem koude douches. Sta ’s ochtends onmiddellijk op en laat je o.d.o.l. met rust. Drink niet te veel voor je gaat slapen en eet zo licht mogelijk (anders word je ’s nachts wakker en God behoedde je ervoor wat er dan kan gebeuren). Draag pyjama’s die moeilijk te openen zijn (zonder dat ze strak om je plasser zitten). Bind één hand aan je bed en verstop de andere onder een berg dekens. En wordt het je allemaal toch te veel: sta dan op en maak in de keuken een lekkere snack voor jezelf klaar, zelfs al is het middenin de nacht, zelfs al heb je geen honger, zelfs al word je dik en vet en lelijk. Liever jezelf te blubber eten dan masturbatie. Zullen jullie hier goed aan denken, voortaan? Vannacht bijvoorbeeld?

Kijk Magazine 1998, nummer 11, Drift: Pikhouweel [Ten Liefde, 2001, Titel: De Weetjesquiz] Om de twee maanden krijg ik een erg leuk pakketje van KIJK in mijn bus, en ik kan wel zeggen: dan gaat de vlag uit bij huize Giphart. De redactie verzamelt namelijk speciaal voor mij allerhande kleine, leuke, stoute, spannende, maffe, rare en totaal geschifte wetenschappelijke berichtjes over liefde & sexualiteit. Als inspiratie voor mijn column (en ook gewoon omdat het leuk is om stoute, spannende, maffe, rare en totaal geschifte wetenschappelijke berichtjes over liefde & sexualiteit te verzamelen). Nu zijn veel van deze geinige weetjes te klein om er een heel stuk aan te wijden, maar aan de andere kant zou het ook kostelijke zonde zijn om zoveel heerlijks ongebruikt te laten. Dit is het plan voor vanavond: mijn gordijnen gesloten, voordeur op slot, een paar lekkere Franse kaasjes op tafel, een fruitig flesje rosé aan het chambreren, sfeervolle muziek uit mijn boxen, mijn vriendin en ik makkelijke kleren aan en hopla, daar gaan we: lezen! “Wist jij dat bijlen en steekwapens uit het Stenen Tijdperk waarschijnlijk niet bedoeld waren om te gebruiken, maar om vrouwen te imponeren?” vraag ik, mijn eerste berichtje voorlezend. Mijn vriendin zegt “Hmmm?” en ik leg uit dat wetenschappers zich er altijd over verbaasd hebben dat bijlen uit die tijd zo perfect symmetrisch en verfijnd waren, terwijl je voor het open hakken van een dood beest aan één scherp randje genoeg hebt. Mooie wapens, is nu het antwoord, zouden een voorbeeld kunnen zijn van sexual display, ofwel het laten zien wat je in huis hebt. Zoals pauwen met hun veren pronken, zo zou de prehistorische man met zijn fraaie pikhouweel vrouwen proberen te verleiden. De beste steenbewerker kreeg wellicht het mooiste meisje. Urenlang spijkerhard. “En wist jij dat als je uitgaat en je zin hebt om iemand te versieren, de kans dat dit lukt groter is wanneer je geen deodorant onder je oksels hebt gespoten?” brengt mijn vriendin de stand op 1-1. Ze vertelt dat onder je oksels een stof wordt aangemaakt die androstenone heet en die opwindend is voor de andere sexe. Mocht je ondanks deze androstenone toch onverrichterzake thuiskomen, dan kun je altijd nog chocolade eten, gaat mijn vriendin verder, want daar zit phenylethylamine in, een stofje dat een sexplekje in de hersenen stimuleert. En de echte die-hards kunnen zich te buiten gaan aan het stofje yohimbine, dat gevonden wordt in de stam van een Afrikaanse boom. Tien miligram is genoeg om urenlang een spijkerharde erectie te krijgen. “Overigens wel een waarschuwing,” besluit mijn vriendin, “want een man die 10 mg een beetje karig vond en zich met 1800 mg injecteerde, ligt nu in een coma. Neem dus niet te veel“ Vijf heerlijke kwartieren later staat het 15-14 voor mijn vriendin; we hebben het gehad over hermafrodieten (mannen met een spleetje of vrouwen met een plasser),over versieren door middel van hypnose, over de invloed van zonlicht op verliefde stellen, over een vis die van geslacht kan veranderen als het hem/haar zo uitkomt, enzovoort. Ik sta klaar om weer gelijk te maken, als mijn vriendin een verpletterend punt scoort. Ze resumeert kortademig een berichtje uit het Engelse blad Focus. “Weet jij hoe vaak een man kan klaarkomen per nacht?” vraagt ze dreigend en bijna verwijtend. Ik gok op vijf keer, omdat ik dat aantal ergens in de Steentijd een keer heb gehaald (waar ik nog steeds astmatisch van ben). “Fout!” roept mijn vriendin. “Jongens tussen de zestien en twintig jaar kunnen gemiddeld vijf keer per uur klaarkomen en, als ze het volhouden, moet het ze lukken per nacht twintig orgasmes te halen!” Ze glimlacht er gemeen bij, mijn vriendin. “Twintig keer?” vraag ik aarzelend. Onbeperkt klaarkomen. Mijn vriendin legt uit dat er die twintigste keer niet heel veel zaad meer tevoorschijn komt. Overigens kunnen jongens van die leeftijd per dag zo’n tien keer masturberen, als ze zouden willen (waarbij ik me afvraag wanneer ze dan de KIJK lezen). Mannen van mijn extreem jonge leeftijd (32) kunnen gemiddeld heus echt nog wel een paar keer per nacht klaarkomen (ik word al moe van de gedachte), maar mannen ouder dan vijftig moeten na ieder orgasme gemiddeld achtenveertig uur wachten. “En vrouwen?” wil ik weten. Wederom lacht mijn vriendin gemeen. “In principe kunnen vrouwen onbeperkt klaarkomen, zo vaak en zoveel als ze zichzelf toestaan, maar onderzoek heeft uitgewezen dat twintig tot vijfentwintig keer per nacht toch wel het maximum is. Dus, Ronald…” “Je moet niet allesgeloven wat de wetenschap beweert,” zeg ik. “En daarbij: wetenschap betekent dat onderzoeksresultaten herhaalbaar zijn.” “We zouden dat onderzoek uit Focus dus eigenlijk moeten verifiëren?” stelt mijn vriendin voor. En bij een stand van 15-14 staken we onze KIJK-Weetjesquiz en gaan we over op een andere wedstrijd. Mijn vriendin wint uiteindelijk met 4-1.

Kijk Magazine 1998, nummer 10, Drift: De vereniging [Ten Liefde, 2001, Titel: NVSH] De kans is groot dat de ouders of in ieder geval de grootouders van veel KIJK-lezers lid zijn geweest van de NVSH (Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming). Het is nu wellicht moeilijk voor te stellen, maar in de jaren zestig en zeventig was deze organisatie met honderdduizenden leden bijna even groot als de ANWB (waarvan heden ten dage nog steeds iedereen lid is). De NVSH werd opgericht in 1946 en hield zich bezig met geboorteregeling, anticonceptie-middelen en seksuele voorlichting in een tijd dat Nederland zich, net als de rest van de wereld, aan het ontdoen was van schaamte en preutsheid. Het is vandaag de dag moeilijk voor te stellen (opa vertelt), maar er is een tijd geweest dat seks een mysterieuze en onbespreekbare vorm van lichaamsbeweging was. Waar tegenwoordig de borsten en fysieke liefdesscènes van het scherm af stuiteren, gaf dertig jaar geleden zelfs een onschuldig tepeltje op televisie aanleiding tot een politiek debat in de Tweede Kamer (vraag maar eens of je ouders nog weten wie Phil Bloom was, de eerste blote mevrouw op de Nederlandse buis). Onder aanvoering van de NVSH wurmde Nederland (ook de families van veel KIJK-lezers) zich massaal los van het wurgende, beklemmende klimaat, om zich met overgave te storten op seksuele revoluties, lichamelijke bevrijding, make love not war, en de vrolijke gekke maffe geslachtsdelenkermis die Nederland sindsdien beheerst. Natte vinger. De NVSH was een opvolger van de Nieuw-Malthusiaanse Bond, vernoemd naar de beroemde Engelse dominee/wetenschapper Thomas Robert Malthus (1766-1834), die bedacht dat de mensheid ten dode was opgeschreven als zij bleef eten en voortplanten tegelijkertijd. Malthus bestudeerde bevolkingsstatistieken van zijn tijd en concludeerde dat er in het jaar 2000 alleen al in Europa meer dan vijftig miljard mensen zouden wonen, wanneer men een beetje redelijk zou doorfokken. Al deze mensen moesten natuurlijk eten, en daar lag volgens Malthus het probleem. Hij berekende, met een behoorlijke natte vinger, dat Europa voor nog geen twee miljard mensenvoedsel kon produceren. Ofwel: achtenveertig miljard mensen zouden hongerlijden in het Europa van onze tijd (even voor de duidelijkheid: de huidige wereldbevolking ligt rond de 5,5 miljard, waarvan een vijfde permanent honger heeft, dus Malthus zat er goed naast). Dominee Malthus’ recept voor het probleem van de honger en de overbevolking bleek simpel: arme mensen mochten niet meer met elkaar in één bed gaan liggen en vieze dingen doen, want dan kwamen er ook geen kindertjes meer. Jammer voor de steenrijke Malthus (die wel gewoon mocht n**ken) was dat niemand van die arme mensen zich aan dit voorschrift wilde houden. Hoe ondervoed de arbeiders ook waren, hoe zwaar ze zich in de fabrieken of de mijnen ook hadden uitgesloofd voor een schamel loon, wanneer ze na twaalf uur geestslopende arbeid doodmoe thuiskwamen vonden ze toch nog een piemelbeetje energie om hun genenimplanteerorgaan in moeder de vrouws fibromusculaire buis met gelaagd epitheel te steken. Al snel kwamen er volgelingen van Malthus die het strenge anti-seksverbod terzijde schoven en inzagen dat mensen altijd met elkaar naar bed zouden gaan, omdat mensen nu eenmaal genetisch geprogrammeerd zijn om met elkaar naar bed te gaan (er zijn zelfs biologen als Richard Dawkins die beweren dat de mens net als alle levende dingen een apparaat is dat door het DNA gebruikt wordt om nieuw DNA te maken). De neo-malthusianen wilden niet de seksuele drift van de arbeiders onderdrukken, maar wel een einde maken aan de geboortegolf. In hun ogen waren seksueledrift en voortplantingsdrang niet hetzelfde en daarom zou men de arme mensen helpen door hun voorbehoedsmiddelen te geven. Uiteindelijk leidde dit tot miljoenen kilo’s zaadopvangzakjes (condooms), eicelbeschermingsveren (spiraaltjes)en, tientallen decennia later, tot de uitvinding van De Anticonceptie-pil. Hoor ze uit! Volgens sommigen is de uitvinding van De Pil een van de belangrijkste gebeurtenissen in de westerse wereld. Na de invoering ervan kreeg het feminisme pas echt voet aan de grond, nam de bevolkingsgroei af, ging het abortuscijfer uiteindelijk omlaag, lieten veel meer echtparen zich van elkaar scheiden en steeg het gemiddelde aantal partners per persoon per leven. Nu heel veel doelen die de NVSH zich gesteld heeft, bereikt zijn (minder taboes, meer vrijheid, overal voorbehoedsmiddelen, abortus gelegaliseerd), is de vereniging steeds kleiner geworden. Tweejaar geleden vierde de NVSH haar vijftigjarige bestaan, maar het eens zo hoge ledenaantal is gemarginaliseerd. En dat terwijl de club in mijn ogen toch nog steeds erg nuttig is. Jongeren tussen de 12 en 20 jaar weten namelijk vaak opvallend weinig feitelijks over seksualiteit en de NVSH geeft daarom voorlichting op scholen en clubhuizen (telefonische hulpdienst 0900-9212, op werkdagen tussen 11.00 en 22.00 uur). In tijden van aids niet onbelangrijk. Misschien moet je met je ouders of grootouders maar eens een goed gesprek voeren over de NVSH. Hoor ze uit! Waren ze lid? Vraag waar ze in dat geval al die jaargangen Sekstant (de KIJK voor NVSH-leden) hebben gelaten! Vraag sowieso naar vroeger, naar die koddige, geweldige, opmerkelijke, spannende, spetterende jaren zestig en zeventig!

Kijk Magazine 1998, nummer 09, Drift: L*llen over n**ken [Ten Liefde, 2001, Titel: Etymologiseren Kun Je Leren] Er is een beroemd verhaal van een Amerikaanse woordenboek-schrijver die een brief kreeg van een deftige mevrouw. De man had net een nieuw woordenboek uit en de mevrouw schreef: “Wat een eerbiedwaardig werk heeft u gepubliceerd! Er staat geen onvertogen woord in!” De woordenboekschrijver schreef terug: “Maar mevrouw, u wilt toch niet zeggen dat u allemaal vieze woorden heeft opgezocht om te constateren dat ze niet in mijn boek voorkomen?” Exit de hypocriete deftige mevrouw. De waarheid is dat iedereen ooit wel eens zogenaamde ‘vieze woorden’ in het woordenboek heeft opgezocht. Toen ik nog een beginnende puber was, hield ik het persoonlijk bij woorden als d**l (kaboutertje, stukje drek, lastig karweitje, ongewaardeerd iemand of lekker meisje), s****t (wind, vuiltje van vlieg, vuiltje in je ogen of een lekker meisje) en p*** *n (winden laten, ontlasten, bevallen, vrijen of ejaculeren). Toen ik eenmaal in een verder gevorderde staat van puberteit raakte, verlegde ik mijn aandacht naar de wat meer pikantere ‘vieze woorden’. Het begon nog beschaafd met v****n (liefdesbetuiging doen, verkeringen hebben of minnekozen), maar al snel zocht mijn verdorven geest p****I (urine, vent of kleinigheid) om meteen daarna door te stomen naar p*k (pek, iets te eten, deukje, vlekje door vlooienbeet, houweel, kleine zeis, vent, persoonlijke onmin, rijke lui of – hèhè – penis). Hierna zocht ik de woorden waar werkelijk mijn aandacht lag: t**t (portefeuille, slappe vent, kuiken, nijdig wijf, achtergebleven kind, tepel of de gehele vrouwenborst) en het onvermijdelijke k*t (vrouwelijk geslachtsdeel, scheldnaam). Ja, ik heb heerlijke uren met het woordenboek meegemaakt. Maar na een paar natte jaren driftig zoeken was de lol er een beetje vanaf. Er waren nog de buitenlandstalig/Nederlandstalige woordenboeken, maar die bleken toch een stuk kuiser van de Dikke Van Dale. Tot ik in de boekenkast van mijn vader een Etymologisch Woordenboek ontdekte. Etymologie, dat is nu een tak van wetenschap waarover je niet zo vaak leest in de populair-wetenschappelijke bladen. En dat is jammer, want de etymologie houdt zich bezig met de herkomst en de geschiedenis van onze woordenschat. Zo kun je uit een etymologisch woordenboek ontdekken dat p****n zijn oorsprong vindt in een klanknabootsing van de geluiden die bij het werkwoord p****n horen. Dat noemen we een onomatopee. Door het woord p****n uit te spreken, imiteert je mond je kont en zo is het woord ontstaan. De andere betekenis van p****n, namelijk n****n, is een nevenvorm van het woord poppen. Poppen betekent: ‘met poppen spelen’, later werd dat ‘spelen’ en nog later ‘het minnespel bedrijven’. Zieke geesten zoals ik gebruiken een etymologisch woordenboek onmiddellijk om er de herkomst van vunzigheid in op te zoeken. De geschiedenis van het woord /*/ voert mij langs de doedelzak (lulpijpe) naar het werkwoord lollen. Lollen was een klanknabootsend woord dat ‘binnensmonds zingen’ betekende. Het woord k*t figureert in het Nederlands vanaf circa 1570. In het Nederduits kende men in die tijd bijvoorbeeld de vorm kutte en in het Zweeds spreekt men van kutta. De herkomst is niet helemaal duidelijk, maar men vermoedt dat het woord verbonden is met het Gotische woord voor moederschoot en het Oudengelse woord cwia, dat ook moederschoot betekent. Ook is het mogelijk dat het een, wat ze noemen, gedenasaleerde vorm van kont is (zeg maar ‘zonder neusklank’). Het Engelse woord cunt zou hierop kunnen duiden. En voor de liefhebbers tenslotte nog de achtergrond van het woord n****n: dat komt van het Nederduitse woord nöken (stoten), het Oudnoorse woord hnykkja (rukken). In betekenis is n****n gelijk aan het Middelnederlandse woord fieken of fikken (slaan, treffen), het Oostmiddelnederlandse woord ficken (slaan, beuken). Net als fieken en klooien heeft het woord n****n een betekenisovergang gemaakt van slaan & beuken naar het bedrijven van sex. Vergelijk het Engelse woord to fuck en het huidige Duitse ficken. Doe-opdracht: zoek zelf de betekenis en de etymologische achtergrond van de woorden: ketsen, vozen, kezen, figuurzagen, vogelen, knarren, knagen, flensen, bibberen, emmeren, rampetampen en literatuur. O ja. Op Internet (http://www.kijk.nl), dat toch al een poel van verderf is, kun je als je dat wilt de versie zonder sterretjes lezen.

Kijk Magazine 1998, nummer 08, Drift: Hup borsten! [Ten Liefde, 2001] Deze column schrijf ik vanaf mijn vakantieadres deep down in Putten, onze vaderlandse bible belt. Het half uurtje dat de zon zojuist volslagen onverwacht door de wolken brak, wilde mijn vriendin onmiddellijk benutten (‘anders kan niemand zien dat we op vakantie zijn geweest’). Ze trok letterlijk al haar kleren uit en stoof naar een van onze hangmatten in de zon. Nu staat ons vakantiehuisje middenin een stuk ‘eigen grond’-bos, maar ik voelde me toch een beetje ongemakkelijk. Stel dat wandelaars in het aanpalende woud de verboden toegang bordjes zouden missen en zouden zien dat mijn vriendin naakt was. “Dan…dan zien ze…dan zien ze dat je borsten hebt…” riep ik, “en daar houden ze hier in Putten niet van.” Mijn vriendin wapperde mijn bezwaren weg, waarna ik mij maar weer in mijn lectuur verdiepte. Mijn vakantieboek heet De geschiedenis van de borst van de Amerikaanse wetenschapster Marilyn Yalom. Toen ik het lekkere dikke naslagwerk in de boekhandel zag liggen, slaakte ik bijna een juichkreet van opwinding. Yes! Daar ga ik voor de KIJK-lezers eens een column over schrijven, besloot ik. Borsten! Die ongrijpbare dingen die bij meisjes onder hun t-shirts opbollen. Die ‘twee reeën in velden vol bloemen’ zoals de bijbel hen heel toepasselijk noemt in het Hooglied. Ik bladerde De geschiedenis van de borst vluchtig (het was erg prettig geïllustreerd) door en rekende het verdoofd van voorpret snel af. Wat zouden mijn KIJK vrienden me dankbaar zijn! Ik stopte het boek bij mijn vakantiespullen, in de volle overtuiging dat ik er een column vol leuke feitjes en geinige wetenswaardigheden over borsten uit kon peuren, ter leringe ende vermaeck. Dat een baby de borst van zijn moeder waarschijnlijk ziet als een lichaamsdeel van hem of haarzelf. Dat de beha in de Verenigde Staten een industrie is met een omzet van 3 miljard gulden. Dat vrouwen de gewoonte hebben om bij zeer indrukwekkende gebeurtenissen hun borsten aan de massa te tonen (bijvoorbeeld bij de bevrijding van Parijs, of het ten strijde trekken van Engelse soldaten in de Falklandoorlog). Nou ja, dat soort dingen wilde ik dus verzamelen, maar tegelijkertijd kwam ik voor een dilemma te staan. De schrijfster van het boek, Marilyn Yalom, doceert namelijk een vak dat aan Nederlandse universiteiten ‘vrouwenstudies’ heet. Ik mag van mijn vriendin geen onaardige opmerkingen over vrouwenstudies maken, omdat zij er ook enkele colleges volgt (als ik het toch doe, mag ik als sanctie nooit meer aan haar borsten zitten), maar vrouwenstudies is een tak van wetenschap waarover je kunt twijfelen of het wel zo wetenschappelijk is. Wandelende tieten. Vrouwenstudies is een studie met een moraal, en die moraal luidt: we leven in een mannenwereld, mannen zijn de schuld van bijna alles. Deze gedachte hangt als een spin bij iedere alinea uit De geschiedenis van de borst op de loer. Iedere keer als Yalom een interessant feit over borsten vertelt (dat de grootte van de borsten in het modebeeld door de eeuwen heen een golfbeweging vertoont, dat de politiek graag gebruikmaakt van borsten bij propaganda, dat al in de middeleeuwen sommige vrouwen bijna-topless over straat gingen), voegt ze eraan toe dat mannen over het algemeen wellustige sadisten zijn die vrouwen louter zien als wandelende tieten, ofwel sexobjecten die ze hopen te onderdrukken (even ter verdediging; mijn vriendin vindt het altijd heerlijk als ik haar als sexobject zie, en ook roept ze voortdurend: “onderdruk me nu eens!”). Het feit dat mannen zo graag naar de borsten van vrouwen kijken, maakt dat vrouwen zich onzeker voelen en miljarden guldens aan borstverzorging uitgeven, variërend van bustehouders tot siliconen-implantaties. Typische vrouwenziekten als anorexia (niet willen eten) en boulimia (jezelf extreem volproppen) zijn een gevolg van deze bovenmatige mannelijke aandacht voor het vrouwelijk lichaam en vooral de bovenbuikse vleesballetjes. Zelf heb ik ooit een vriendin gehad die vond dat ze veel te kleine borstjes had (wat absolute onzin was, want ze waren klein, maar mooi en puur en overweldigend). Omdat het meisje haar onvrede over haar lichaam niet in de hand had, heeft ze op een dag met een scheermesje meer dan veertig sneeën in haar borsten gekerft. De psychologie noemt dat automutilatie (zelfverminking) en er is een rechtstreeks verband tussen dit gedrag en het beeld dat voortdurend van vrouwen geschetst wordt in de media: volle borsten, slanke benen, jonge lijven, strakke koppen. Deze wetenschap wordt in De geschiedenis van de borst pijnlijk duidelijk. En hier ligt mijn dilemma, want hoezeer ik ook geloof dat mannen de schuld zijn van alles, moet ik bekennen dat ik net als mijn broeders-in-de-zonde erg van borsten houd. Jeumig, borsten! En dan vooral die van mijn vriendin! Zoals ze daar ligt in een hangmat tussentwee bedauwde bomen in een zo langzamerhand dampend bos, met haar borsten in dit licht alsof ze met goudverf zijn beschilderd. Weten jullie? Jullie kunnen me wat met die column. Bible belt of niet, ik heb wat beters te doen.

Kijk Magazine 1998, nummer 07, Drift: Slim zaad [Ten Liefde, 2001, Titel: Vrouwen- En Mannenhersenen] Ronald Dahl heeft een van de leukste boeken geschreven die er volgens mij ooit zijn geschreven: Oom Oswald (tip: in een goedkope editie verkrijgbaar bij de betere boekhandel). De hoofdpersonen in dit boek verzamelen, bijgestaan door een mysterieus middeltje dat penissen in opperste liefdesoorlogssterkte brengt, het sperma van geniale mannen. Met dit sperma hopen de hoofdpersonen goed geld te verdienen, omdat er altijd wel vrouwen te vinden zijn die een kind willen van een belangrijke wetenschapper of staatsman. Nu is Oom Oswald uiteraard fictie, maar er circuleert daadwerkelijk de hardnekkige ‘moderne mythe’ dat er een spermabank bestaat die voorziet in zaad van Nobelprijswinnaars en andere wonderboys. Mocht zo’n spermawarenhuis inderdaad te vinden zijn (mij hebben ze eerlijk gezegd nog niet gevraagd een donatie te doen), dan zou het wel eens kunnen zijn dat vrouwen die zich door de prutjes van grote denkers laten bevruchten, bedrogen uitkomen. In Cambridge hebben ze namelijk ontdekt dat juist de genen van moeders kant verantwoordelijk zijn voor de vorming van hersengedeelten die ervoor zorgen dat wij mensennadenken, redeneren, plannen en afwegen. De vaderlijke genen helpen de meer primitieve hersengedeeltes opbouwen en zorgen dus dat de mens vecht, eet en vrijt. Met andere woorden: een moeder die zich door het zaad van een Nobelprijswinnaar laat bezwangeren, mag erop rekenen dat haar kind haar verstandelijke vermogens erft, en de sexuele driften, de eetlust en de agressie van het genie in kwestie (en grote geesten zijn nu eenmaal altijd beesten). Albert & Marilyn. Overigens zijn ze in Cambridge tot deze conclusie gekomen na onderzoek van muizen, maar men gaat er voorzichtig van uit dat het voor mensen ook geldt. De grap die Albert Einstein gemaakt schijnt te hebben tegen Marylin Monroe zou dan ook een beetje kunnen kloppen. Marylin ontmoette Einstein naar verluidt en fantaseerde: “Stelt u zich eens voor dat wij samen een kind zouden krijgen, met uw intelligentie en mijn lichaam…” Waarop Einstein grapte: “Maar als het nu mijn lichaam heeft en uw intelligentie?” Niet alleen zijn gedeelten van de hersenen beïnvloed door vaderlijke dan wel moederlijke genen, ook hebben mannen en vrouwen een verschillende hersenstructuur (waarbij ik er, om niet door militante feministische wetenschappers te worden gecastreerd, onmiddellijk bij vermeld dat niet alle biologen dit onderschrijven). Ontelbare studies en hersenscans tonen aan dat mannen en vrouwen verschillend werkende hersenen hebben en volgens sommigen zou dit ook het verschil in vrouwelijk en mannelijk gedrag verklaren; dat jongens & meisjes zich verschillend gedragen brengen mijn vriendin en ik overigens dagelijks in praktijk. Er bestaat het sterke vermoeden dat het m/v verschil niet alleen aan sociale factoren te danken is(ingewikkelde taal voor het feit dat jongens pistolen krijgen om mee te spelen en meisjes Barbiepoppen), maar dat dit ook te maken kan hebben met de organisatie van die paar kilo hersencellen. Het blijkt namelijk dat, simpel gezegd, bij jongens hersenactiviteit zich vaak aan één kant van het brein afspeelt en dat meisjes eerder beide kanten gebruiken. Jongens zouden hierdoor op veel punten ‘gespecialiseerder’ zijn en meisjes ‘breder georiënteerd’. Vrouwen zouden veel flexibeler zijn, omdat ze een veel dikkere verbinding tussen hun hersenhelften hebben (als je dit verhaal navertelt en je wilt indruk maken, gebruik dan de term corpus callosum). Oude emoties. Daarnaast gebruiken meisjes ook vaker dan mannen de ‘nieuwere’ gedeelten van de hersenen (nadenken, spreken, gevoelens analyseren), waar jongens vaker activiteit hebben in de ‘oudere’ hersengebieden (primitievere emoties, eten, vechten, vrijen enzovoort). Hierdoor reageren mannen en vrouwen soms verschillend. Als je boos bent op iemand kun je die persoon bijvoorbeeld in elkaar slaan (een bezigheid die de oudere hersengebieden toejuichen) of je kunt zeggen: ‘Ik vind het niet leuk dat je dat doet en ik ben daar best boos over’ (zoals de nieuwere grijze cellen dicteren). Nu zijn er enkele statistische verschillen tussen mannen en vrouwen die dit zouden kunnen onderstrepen. Jongens hebben met hun specialiseerde breinen inderdaad een grotere kans topschaker, gelauwerd schrijver, computerfreak of KIJK-lezer te worden dan meisjes met hun ‘bredere hersenen’. Maar voor de jongens die zich nu onmiddellijk op de borst kloppen: mannen hebben daarnaast ook een veel grotere kans hersenbeschadigingen op te lopen bij de geboorte, moorden te plegen, autist te zijn, alcoholist te worden, nageslacht te verlaten, kinderen sexueel te misbruiken, doelloos te vechten, te drop-outen, te zwerven en jong te sterven. Echt iets om trots op te zijn dus!

Kijk Magazine 1998, nummer 06, Drift: De gulden snede Dit wordt een beetje een rare column. Tot nu toe gingen mijn bijdragen over genen, baltsgedrag en de mechanica van tongzoenen; in dit stukje wil ik eens anders uitpakken. Ik ga proberen een link te leggen tussen meetkunde, hangborsten en een God die in ontelbaar stukjes uiteen is gespat. Een paar jaar geleden had ik in mijn kennissenkring een nogal grote afvaardiging gnostici. Gnostici zijn een soort christenen, maar dan totaal anders. De religieuze stroming die de gnosis heet bestaat al een paar duizend jaar en is een westerse tegenhanger van het christendom (de oosterse tegenhangers van het christendom zijn het boeddhisme en de islam). Tot de gnosis horen genootschappen als vrijmetselaars, Katharen en Rozenkruisers. De gnostici geloven dat vroeger alles God was en dat die God alleen maar in een niet-stoffelijke wereld bestond, of zoiets. Op een verkeerde dag spatte de God van de gnostici uit elkaar en ‘viel’ hij in het materiële (dat daarvoor nog niet bestond). En nu geloven de gnostici dat ieder mensen ieder ding op aarde een scherfje van die God in zich heeft gekregen en dat op den duur alle goddelijke atoompjes weer bij elkaar moeten komen. Dit klinkt misschien als prietpraat, maar op zich is deze gedachte niet vreemder dan het scheppingsverhaal van de bijbel, de islam of het boeddhisme. Buikenparade. Ik zat eens op een zondag met enkele van mijn gnostische kennissen heerlijk in de zon op het strand van Bergen aan Zee. Ik ben niet iemand die gaat liggen zonnen of om me heen gaat kijken naar de parade van dikke mannenbuiken en al dan niet verschrompelde, naakte hangborsten van bemake-upte mevrouwen. Kijk, dat vrouwen topless willen zonnen, prima natuurlijk, maar dat ze ook topless ijsjes gaan halen of strandwandelingen maken gaat er bij mij niet in. Dat heeft met esthetiek te maken, vind ik, en daar wil ik het in deze column over hebben. Om mezelf te onttrekken aan de lelijke secundaire-geslachtdelenkermis, had ik die dag een vermakelijk en leerzaam boekje bij me: De gulden snede van ir. C.J. Snijders. Vijfenzeventig jaar geleden had bijna niemand van de Gulden Snede(vanaf nu G.S.) gehoord. De G.S. is een verhouding. Even voor de liefhebbers: als een lijn wordt verdeeld in twee stukken, waarbij het kleinste stuk zich verhoudt tot het grootste stuk als het grootste stuk tot de gehele lijn, dan zeggen we dat die lijn verdeeld is volgens de G.S. Als bijvoorbeeld een lijn van precies een meter wordt verdeeld in twee stukken, waarvan het kleinste stuk 38,2cm bedraagt en het grootste stuk 61,8cm, dan verhoudt 38,2 : 61,8 zich tot 61,8 : 100,namelijk als 0,618 : 1. Deze verhouding is even merkwaardig als tot de verbeelding sprekend. Waarom zou een willekeurig getal als 0,618 belangrijk zijn? Het simpele feit is dat het inderdaad belangrijk is. De verhouding 0,618 : 1 komt namelijk voor in de natuur, de natuurkunde, de kosmologie, de biologie, de wiskunde, de schone kunsten en vele andere wetenschappen en kundes. Waar je ook zoekt en kijkt: steeds lijkt de G.S. een rol te spelen. Bepaalde getallenreeksen in de wiskunde hebben als verband de G.S., in de meetkunde is de G.S. bij vele figuren aan te wijzen, in de plant- en dierkunde zien we het fenomeen veelvuldig in maten en lichaamsverhoudingen, in de muziek komt de G.S. voor bij zowel toon leer, instrumenten als afzonderlijke composities, en ook in de architectuur en de schilderkunst zijn vele kunstwerken en gebouwen met behulp van de G.S. geconcipieerd. Goddelijke hangtieten. De G.S. is zo’n overweldigend vaak voorkomende verhouding dat velen denken dat de G.S. een fundamentele rol speelt bij alles in de natuur en in de kosmos. Er zijn ook mensen die veel verder gaan, die in de G.S. een manifestatie van God zien, of iets dergelijks. Als de mens bij het maken van schoonheid gebruikmaakt van hetzelfde principe als waarmee in de natuur bloemen, zeekrabben en schelpen geschapen zijn, dan moet dat erop wijzen dat de mens ‘de hand van de Meester’ probeert te imiteren. Gnostici bijvoorbeeld zien de G.S. als een stukje goddelijkheid. Op het strand was deze gedachte een uitkomst! Eenmaal ingewijd in de wereld van de G.S. ben ik wild enthousiast gaan uitrekenen hoe ik van al die hangtieten en blubberbuiken om me heen toch nog iets goddelijks kon maken. Welnu, een blubberbuik met een omvang van 40 cm in de rondte, waarbij de navel 4,72 cm onder het middelpunt bungelt, verhoudt zich precies volgens de G.S.! En ook twee verschrompelde hangborsten van 12cm in het ovaal met twee tepels op 4,584 cm van de onderkant, zijn eigenlijk een manifestatie van de Schepper. Jammer dat een mannelijk geslachtdeel in erectie niet naar de G.S. geschapen is, tenzij de eikel 6,494cm groot is (bij een totale lengte van 17cm). Ook de vrouwelijke snede is (met mijn gebrekkige wiskundige kennis) niet tot een G.S. te herleiden. Een slappe lul daarentegen (met een lengte van zeg 8 cm) benadert de G.S. weer redelijk. Tip: zoek zelf naar de G.S. in de dingen om je heen.

Kijk Magazine 1998, nummer 05, Drift: Het P.I.G.-pasje [Ten Liefde, 2001] Waarom planten wij ons voort? We doen dit in de onbewuste hoop dat onze genen zullen overleven. Het zijn niet wij die willen voortleven; het zijn onze genen, ons DNA, onze chromosomen – de viezeriken. Omdat bij de voortplanting van jouw genen de genen van een ander individu onontbeerlijk zijn, is enige zorgvuldigheid bij de keuze van de sexpartner geboden. Het geeft (vooral wanneer je een vrouw bent) geen pas om je te vermenigvuldigen met iemand die slechte genen heeft, ofwel genen die bij jouw nageslacht ziektes, verschrikkelijke mondgeuratomen of vroege dood veroorzaken. Je hebt in principe keuze uit een paar miljard potentiële genen-leveranciers, dus je hoeft geen genoegen te nemen met inferieure zaad-, dan wel eicellen (nogmaals: mannen maken zich hier over het algemeen iets minder druk om dan vrouwen; mannen willen het liefst zoveel mogelijk nageslacht bij zoveel mogelijk verschillende vrouwen). Nu zijn er enkele methoden om iemand te beoordelen op de stand van diens DNA. Iemands uiterlijk bijvoorbeeld is het reclamebord bij uitstek van de stand van zijn of haar chromosomen. Wetenschappers zijn er inmiddels achter dat je als man of vrouw nog zo’n interessante babbel kunt hebben, maar dat je potentiële teerbeminde binnen negentig (90) seconden bepaalt of jij aantrekkelijk genoeg bent. Of beter: dat de drie miljard lettercombinaties van jouw DNA een beetje geinig gerangschikt zijn. Waarom we iemand sexueel aantrekkelijker vinden dan een ander heeft te maken met het vermoeden dat die aantrekkelijke betere genen heeft. Dat noemen we fenotypen. De delen van het lichaam die door genen worden beïnvloed (bijna alle om precies te zijn), zeggen iets over die genen. Iemand met een brede (en dus sterke) borstkas heeft daar hoogstwaarschijnlijk genetische aanleg voor. Hoe aantrekkelijker we iemand vinden, hoe groter ons vermoeden dat die iemand sterk nageslacht zal krijgen. Neem mij, dames! Symmetrie is ook belangrijk in onze beoordeling van het andere geslacht. Symmetrie duidt op evolutionair betrouwbare ‘gulden midden-weg’-genen. Dit geldt voor gezichten, maar ook voor lichamen. Zo ontdekte de geneticus Steve Jones dat mannen een culturele voorkeur hebben voor grote borsten, maar dat dit niet betekent dat ze grotere borsten altijd aantrekkelijker vinden dan kleinere. Wanneer mannen foto’s van borsten wordt getoond, blijkt namelijk dat ze (die mannen) symmetrische borsten het meest waarderen, ongeacht hun grootte. Geur is ook een methode om het DNA van een eventuele sexpartner te checken. De chromosomen van mensen die elkaar lekker vinden ruiken, kunnen sterker nageslacht produceren dan de chromosomen van mensen die elkaar vinden stinken. Met andere woorden: deel nooit je liefde met iemand die je niet aantrekkelijk vindt of die je vindt stinken, want je verdoet je kostbare energie. Een derde manier om mensen te toetsen op de vitaliteit van hun chromosomen is te kijken naar hun gedrag. In mijn verrassend leuke roman Phileine zegt sorry (spotprijs: f 29,90!) noem ik de opvallende overeenkomst tussen James Dean en menig roodborstje. James Dean rookte, dronk, teisterde zijn lichaam, vocht, racete en speelde met de dood. Dit was een manier van de genen van James Dean om aan de buitenwereld te laten zien: oké, ik rook, drink en vecht, maar mijn lichaam kan dat hebben omdat ik sterk DNA heb. Neem mij, dames, en jullie nageslacht zal net zulke sterke chromosomen krijgen! Voor roodborstjes geldt hetzelfde. Vrouwtjesroodborstjes prefereren mannetjes-roodborstjes die mooi kunnen zingen boven mannetjesroodborstjes die minder mooi kunnen zingen, met als gevolg dat de mannetjes-roodborstjes verbeten en om het hardst laten zien dat ze de genen hebben om mooi te zingen. De mannetjes besteden derhalve riskante hoeveelheden tijd en energie aan hun vrolijk gefluit, waarbij vele roodborstjes op jammerlijke wijze het leven laten, net als James Dean. Sterker nog: ‘dood door fluituitputting’ is hoofdoorzaak nummer één bij roodborstjes-mannen. Mag ik je genen even zien? Voor een bekend internationaal masturbatie-tijdschrift heb ik een paar jaar geleden eens een fictioneel verhaal geschreven rond het fascinerend onopwindende thema ‘sex in de volgende eeuw’ (met de opbrengst heb ik mijn uitgehongerde familie drie maanden in leven kunnen houden). In dat verhaal voorspelde ik dat biologen in de toekomst, wellicht al zelfs halverwege de volgende eeuw, een nieuwe manier van DNA-toetsing zullen ontwikkelen. Iedereen zal bij een chromosomenbank zijn eigen genen in kaart kunnen brengen, om daaruit een eisenpakket voor de Persoonlijk Ideale Genen (het P.I.G.-pakket) samen te stellen. Ofwel: alvorens men zich overgeeft aan geslachtelijke feestpartijtjes zal men eerst inzage willen in de genetische compatibiliteit van de eventuele bedpartner. Mijn voorspelling was dat mensen in de volgende eeuw in cafés hun elektronische chromosomen-paspoort bij zich hebben. Door deze pasjes even langs de scanner van een zakcomputers of een in het café aanwezige machine te halen, zouden liefdesduiven kunnen bepalen of het überhaupt de moeite waard is om een gesprek te beginnen. Matchen de genen volgens hun pasjes op voorhand al niet, dan is het zonde om tijd en energie te verspillen. Een paar weken geleden kreeg ik de kans dit P.I.G.-pasje voor te leggen aan een hoogleraar in de genetica. Hij vond mijn verhaal erg amusant, maar complete nonsens. “Het beste genenpaspoort blijft het gezicht,” verzekerde hij me. “Daarna de geur, daarna het lichaam en daarna de eventuele aanwezigheid van hersens. Dat zal in de toekomst echt niet anders worden.”. Nou ja, het was maar een idee.

Kijk Magazine 1998, nummer 04, Drift: De sexomaat [Ten Liefde, 2001] De mens heeft (net als alles wat leeft) maar één drift: overleven. Daartoe eet en drinkt hij, ademt hij, vecht hij en plant hij zich voort. Nu de menselijke samenleving op alle fronten vermechani- en verdigitaliseert, is het niet vreemd dat ook bij die laatste overlevingsdrift de techniek een steeds grotere rol gaat spelen. Alleen al bij bevallingen staan er in ziekenhuizen peperdure machines klaar om baby’s op aarde te zuigen, knippen of snijden, maar ook in de aanlooproute naar een zwangerschap (zeg maar de nuttige sex) gaan de technologische ontwikkelingen erg snel (IVF-bevruchting, impotentie-pil, klonen, enzovoort). Daar wil ik het in deze column niet over hebben, maar wel over de fysiek-mechanische kant van de voortplanting: de vertechnisering van nutteloze seks (seks die in de verte te maken heeft met de drift om te overleven, maar ook niet meer dan dat). Sexen techniek hebben nooit erg veel met elkaar te maken gehad. Goed, er komen enkele mechanische wetten kijken bij het laten trillen van een vibrator, enkele scheikundige wetten bij het vervaardigen van glijmiddel en condooms, maar daar bleef het lange tijd bij. De laatste decennia is dit veranderd. Naast de opkomst van ‘vieze communicatie-technieken’ als de ‘vieze video’ en het ‘vieze telefoongesprek’ is er de onmiskenbare hegemonie van de ‘vieze computer’. Dat Internet zo aanslaat is bijvoorbeeld uitsluitend en alleen maar te danken aan het enorme aanbod ‘vieze pies'(meer dan 60 procent van de data traffic, naar ik me heb laten vertellen). De computer en seks beginnen elkaar steeds beter te kennen. Een dik aantal jaar geleden verscheen de film Weird Science, waarin twee techno-nerds die geen meisje konden krijgen er zelf eentje ontwikkelden. Via ingenieuze computerprogramma’s, ingewikkelde berekeningen en nogal absurde nieuwe technologieën lukte het hen een Ideaal Meisje te scheppen. Uiteraard liep dit sprookje verkeerd af, want toen het prachtige geestje eenmaal uit de computerfles vloog, bleek ze inderdaad net zo betoverend, geil, perfect en fataal als de jongens haar hadden gecreëerd. Een bitch kortom, een vrouw die voor de kneuterige techneutjes echt geen partij was. De jongens zochten hierop twee minder vampachtige leeftijdgenoten en eeuwige liefde was hun deel. De moraal van deze film luidde dan ook dat echte liefde niet iets is tussen mensen en machines, maar tussen mensen onderling, en dat mensen hun fouten mogen hebben (of zoiets, ik verzin ook maar wat). Weird Science was een grappige vorm van weird science-fiction, maar dat er via de computer verleidelijke vrouwen en mannen geschapen kunnen worden is inmiddels realiteit. Dat noemen we ‘teledildonics’, een erotische vorm van ‘silicon simulation’. In mijn boek Het feest der liefde beschrijf ik hoe het werkt: een man en een vrouw (of ieder apart) worden in een soort elektronisch data-duikerspak gehesen dat volgebouwd is met kleine motoren en vibrerende elementen en natfluwelen sluisjes. De man en/of vrouw dragen cybergloves waardoor een computer al hun bewegingen registreert. Via hun fiber-optie helmets zien ze een digitale weergave van een wereld, en na installatie kunnen ze bij elkaar lichaamsdelen bewegen en elkaar liefkozen. Met dit systeem is het bijvoorbeeld mogelijk via twee computers en een telefoonlijn de liefde te bedrijven op grote afstand. Ook kan men zich overgeven aan de meest wilde fantasieën, want de digitale representatie valt natuurlijk makkelijk te manipuleren. Zo is het erg simpel te programmeren dat de partner op het driedimensionale scherm niet de eigen partner is, maar een havenarbeider, Hans van der Togt of vijf Spice Girls tegelijk. Kreunen en vuilbekken In Japan hebben ze onlangs het prototype van een sexbot ontwikkeld, een mensvormige robot die lekker zacht, warm en buigzaam is. Op de juiste plaatsen heeft deze machine gaten en geërecteerde uitstulpingen en daarnaast is een digitaal geluidssysteem ingebouwd om natuurgetrouw erotisch te kreunen en vuilbekken. Het is slechts een prototype, maar in het wetenschappelijke tijdschrift The Futurist is zelfs al nagedacht over de gevolgen die de invoering van deze sexomaat zou kunnen hebben. Dat dit niet overbodig is bewijst het feit dat in Japan een virtueel meisje nummer 1-hits scoort en huwelijksaanzoeken krijgt. Wat als dit virtuele meisje verandert in een daadwerkelijke sexmachine, die altijd aanwezig is, altijd opgewonden (tenzij er een stroomstoring is natuurlijk), altijd trouwen altijd veilig? Zullen huwelijken niet kapotgaan omdat mannen liever de liefde bedrijven met hun sexbot dan met hun vrouw? Zullen mensen niet verslaafd raken aan de omgang met hun robot, en zo ja: zullen ze zich verenigen in de A.S. (Anonieme sexbotverslaafden)? Zal seks met de computer zo lekker zijn dat mensen zich liever op deze manier diverteren (een dure manier om ‘sex hebben’ te zeggen) dan met elkaar? Zal het geboortecijfer teruglopen? Zullen er minder prostituées komen? Zal een ‘tamagotchi-sexbot’ een uitkomst zijn voor pedofielen? Zullen er mensen zijn die nooit intermenselijke sex hebben gekend? Binnen tien jaar krijgen jullie antwoord op deze vragen.

 

Kijk Magazine 1998, nummer 03, Drift: Muilen, bekken, zuigen, zoenen [Ten Liefde, 2001] Laatst gaf ik een voorleesbeurt op een school in Noord-Holland, toen een bibliotheekmoeder na afloop een gesprek met me eiste. “Mijn twee zoons lezen allebei KIJK,” zei de mevrouw aanvallend. “En nu heb ik gezien dat u daar sinds kort columns voor schrijft. Het is me opgevallen dat die tot nu toe louter over sex gingen. Dat vind ik prima, hoor, maar ik weet zeker dat mijn zoons daar nog niet aan toe zijn. Moet u nu werkelijk over dat onderwerp schrijven? Zijn er voor die leeftijdsgroep niet veel interessantere thema’s? Waarom moet je jongeren die hooguit zoenen met sex vervelen?” Ik krijg deze kritiek vaak. Een paar jaar geleden was ik op een lezing van Adain Chambers, een Engelse schrijver die zich heeft toegelegd op jongerenboeken. Liefde, verliefdheden en sex spelen in zijn jeugdromans een grote rol. Chambers werd dezelfde vraag gesteld: of sexualiteit nu wel zo’n geschikt onderwerp was voor jonge mensen. Zijn antwoord was helderder en beter onderbouwd dan ik het nu kan navertellen. Zijn verweer kwam erop neer dat jonge mensen voor tachtig procent van hun tijd met sex bezig zijn. En dan geen sex puur in de zin van geslachtsdelen in en uit elkaar, maar sex op alle niveaus. Wat voor kleren heb ik aan? Wat durf ik in het openbaar te zeggen? Wat voor muziek vind ik goed? Zoenen = seks. Chambers vertelde verder van een mooi onderzoek naar baltsgedrag bij de mens (zeg maar de paringsdans). Zet een meisje gedurende twee uur alleen in een kamer en ze zit twee uur niet één keer aan haar haar. Zet een jongen alleen in een kamer en meet de verhouding tussen zijn buik en zijn borstomvang. Zet vervolgens dat meisje en die jongen bij elkaar (ze kennen elkaar niet) en dat meisje zal in tien minuten tijd talloze malen aan haar haar zitten (dit is opmerkelijk, want die voorgaande twee uren zat het goed). De jongen zal binnen enkele seconden zijn borst oppompen (hoewel hij dat de voorgaande twee uur niet nodig had). Volgens Chambers is dit sexueel gedrag. Het meisje dat haar haar wappert zou bijvoorbeeld kunnen uitbeelden: kijk, ik maak me mooi en dat doe ik voor jou. Anderen zouden kunnen stellen dat het meisje aan haar haar zit om aandacht op haar borsten te vestigen. Het oppompen van de borst van de jongen is duidelijker: hij laat zien hoe breed hij is, en dus hoe sterk, en dus hoe sterk zijn genen. Het gedrag van de jongen en het meisje werd overigens later heftig door hen ontkend. Dit verhaal en het verweer van Chambers vertelde ik niet aan de bibliotheekmoeder. In plaats daarvan kwam ik haar tegemoet en vroeg ik of zij het goed vond dat ik een column zou schrijven over ‘onschuldig zoenen’ (zoals ze het noemde). Dat vond ze geen probleem. Zoenen moest kunnen. Welnu: zoenen heeft alles met sex te maken. Zoenen is sex. John Cleese heeft dat ooit erg grappig toegelicht, toen hij als leraar een klasje schooljongens sexuele voorlichting gaf. ‘Wat is de beste manier om een vagina te laten doorbloeden en vochtig te laten worden?’ vroeg hij bij wijze van overhoring. Zijn klasje pubers wist het niet, waarna hij hen inpeperde: ‘A kiss, boy! A simple kiss!’ Nu is kussen (tongzoenen, smoelzuigen, muilen, bekken) op het oog een rare bezigheid, die eigenlijk alleen bij de mens wordt gezien (veel apensoorten wrijven hun konten tegen elkaar, dat is ook weer vreemd). Volgens de beroemde bioloog Desmond Morris staat zoenen in verband met het prettige gevoel dat we als baby’s hadden toen we werden gezoogd (jammer voor degenen die geflest zijn). Daarnaast is zoenen een eerste fase van penetratie. Wanneer twee tongen ritmisch in twee monden beginnen te pierewaaien, is het niet heel vergezocht om dit te zien als opmaat voor andere lichaamsdelen. Wat marihuana is voor harddrugs, is zoenen voor genitale sex. Weinigen gebruiken heroïne zonder eerst softdrugs te hebben gerookt, weinigen vrijen zonder eerst te hebben gezoend. Zoenen is een filter voor mensen om te bepalen of ze de hele sexuele achtbaan afgaan, of onderweg uitstappen. En goed voor de lijn! Een paar korte feitjes over zoenen. Zoenen is niet alleen lekker en opwindend, het is goed voor de lijn. Wie een beetje goed doorlebbert, beweegt negenentwintig verschillende gezichtspieren en verbrandt 6,4 calorie per minuut. Weg Montignac dus. Hup, zoenen. Wanneer je zoent met een gezond persoon kan dit een desinfecterend effect hebben, maar zoen je de verkeerde, dan kun je bij één tonglikje 250 verschillende bacteriën en virussen cadeau krijgen (daar zit het HIV-virus overigens niet bij, dus maak je daar geen zorgen over). Tot slot enkele zoen-hoogtepunten. Het record zoenen ligt in handen van de Amerikaan Alfred A. E. Wolfram uit Minnesota, die in acht uur 10.504 mensen zoende (wat neerkomt op tongvluggertjes van 2,7 seconden). Ook las ik in een tijdschrift dat de langste zoen ter wereld 417 uur zou hebben geduurd (dit steekt af bij tijd van de gemiddelde zoen, die minder dan een minuut bedraagt). Het grootste aantal mensen dat tegelijkertijd aan elkaars tongen likte (op 14 februari 1996 aan de universiteit van Maine) bedroeg maar liefst 1420. Het lijkt me dat dit aantal door de verzamelde lezers van KIJK moet zijn in te halen. Zullen we met z’n allen een dag afspreken dat we dit record gaan verbreken? En dan beloof ik voor de bibliotheekmevrouw dat het alleen bij zoenen blijft.

Kijk Magazine 1998, nummer 02, Drift: Waarom hebben mannen cup A-min? [Ten Liefde, 2001] (Ronald Giphart buigt zich over de mannelijke tepel. Wanneer jongens in de leeftijd van de gemiddelde KIJK-lezer de ‘waondchere weeheid vechkennen’ (zoals Chriet Titulaer het noemt) ontdekken ze bijna altijd ook hun eigen lichaam. Niet alleen vinden ze onder hun buik een lubbertuitje waaruit na enig getrek en gedraai vreemd wit spul schiet, sommige jongens realiseren zich plotseling ook dat ze net als vrouwen twee tepels hebben. Twee tepels? Daar kun je leuke spelletjes mee doen! Sommige van die sommige jongens zullen vervolgens als ware onderzoekers hun tepels aan experimentele proefjes onderwerpen door er bijvoorbeeld aan te zuigen of erin te knijpen. Sommige van die sommige van die sommige jongens zal hierna echter de schrik om de borst slaan, omdat er – net als uit hun benedenbuikselubbertuitje – wit spul uit hun tepels komt druppelen. Een melkachtig drankje, om precies te zijn. Als mannen in principe in staat zijn melk te produceren, is het vreemd dat baby’s alleen door hun moeder worden gezoogd en niet door hun vader (laat de moeder van mijn kind deze column in godsnaam niet lezen). Mannen hebben geen borsten, althans: de meeste mannen hebben geen borsten. Sommige mannelijke alcoholisten hebben wel borsten, maar dat is omdat hun leverde strijd niet meer aan kan gaan tegen de dosisvrouwelijk hormonen in hun lichaam. Het resultaat is dat hun borsten groeien (tip voor KIJK-lezers: heeft je vader één grote en daarboven twee kleine opbollingen onder zijn T-shirt, dan drinkt hij te veel). Zaad of melk? De meeste mannen hebben geen borsten, en de vraag luidt waarom dat zo is. Voor veel diersoorten zou het vanuit het standpunt van de mannetjes onlogisch zijn wanneer ze na de bevruchting bleven hangen om hun nazaat te zogen. Waarom blijven hangen als je ook op zoek kunt naar andere te bevruchten vrouwtjes? (Ja! Waarom eigenlijk niet?) Biologische gezien is het voor hen lucratiever te investeren in zaad dan in melk, en een meerderheid van de mannetjes van andere diersoorten heeft dan ook voor deze mogelijkheid gekozen. Borsten zouden voor hen totaal onnodig zijn. Het edele mensenmannetje is met een aantal mannetjes van andere soorten (noodgedwongen) een andere richting ingeslagen; zij kozen ervoor na de conceptie bij hun partners te blijven om te helpen bij het grootbrengen van hun kroost. In het geval van de mens had dit ermee te maken dat mensenkinderen bij hun geboorte slechts vier dingen kunnen: huilen, drinken, slapen en groeien. Dit zijn er een stuk of honderd te weinig om voor zichzelf te kunnen zorgen. Aangezien de moeder tijdens haar zwangerschap al een enorme krachtsinspanning heeft geleverd, is het onlogisch dat zij haar kinderen na de bevalling aan hun lot zal overlaten. Dat ook de vader zich zal uitsloven om zijn vrouwen kinderen te voeden en te beschermen tegen gevaar is evolutionair gegroeid. Vaders die dat namelijk niet deden hebben op de lange termijn veel minder nageslacht verwekt. Maar waarom kunnen vaders dan niet zogen, als zeer potentieel wel toe in staat zijn? Een verklaring zou kunnen liggen in wat de beroemde bioloog Desmond Morris ooit beweerde: omdat het mensenmannetje het mensenvrouwtje moet bijstaan in het grootbrengen van hun kinderen is er paarvorming nodig. Voor die paarvorming is het belangrijk dat individuen elkaar in de ogen kunnen kijken om zodoende een band te scheppen. Omdat sex een enorme band schept is sex een belangrijke motor voor relaties. Normaal sexen diersoorten ‘op zijn hondjes’ (waarbij men elkaar niet in de ogen kan kijken), maar de mens heeft er op een gegeven moment voor gekozen om ‘op zijn ‘missionarisjes’ te sexen. Om te stimuleren dat mensen elkaar ‘frontaal’ zouden benaderen diende de mens van voren een paar aantrekkelijk pretknoppen te hebben. Bij de vrouw zouden deze pretknoppen, volgens Morris, haar borsten zijn en bij de man zijn grote penis. Natuurlijk kunnen mannen in deze theorie zelf geen borsten hebben, want waarom zou je bij het andere geslacht naar iets verlangen wat je zelf al hebt? Plop! Daar zijn ze! Even over die grote penis. Mensenmannetjes hebben inderdaad in vergelijking met andere primaten en zoogdieren een buitengewoon groot geslachtsdeel (stijf dan, hè, want slap stellen we nauwelijks iets voor). De bioloog Jared Diamond maakt in zijn boek Why is seks fun? een vergelijking tussen de grote penis van de mensenman en de staart van de mannetjespauw. Om een nu niet terzake doende reden gaven vrouwtjespauwen tijden geleden de voorkeur aan mannetjes met grote, mooi kleurige staarten, wat uiteindelijk bizarre staarten tot gevolg had. Zo zou het volgens Diamond ook met de mensenpenis gegaan kunnen zijn. Dat mensenmannen hun nageslacht niet zogen kan Diamond overigens ook niet verklaren, maar hij stelt in zijn boek wel dat het in deze technische tijden een gemakkelijk kunstje moet zijn om mannen borsten te geven: een paar hormooninjecties en – plop! plop! – daar zijn ze! Als mannen dat inderdaad zullen doen, hoeven er in de toekomst geen SIRE-spotjes meer gemaakt te worden over vreemden die op zondag het vlees snijden. Kinderen zouden een veel betere band met hun vader krijgen en vrouwen meer tijd voor hun carrière. Misschien komen mannen in de toekomst wel af van dat hinderlijke maatje A-min. En een bijkomend voordeel is dat alle mannen ongemerkt alcoholist kunnen worden.

Kijk Magazine 1998, nummer 01, Drift: Doe de Hanky-Panky [Ten Liefde, 2001, Titel: Mijn Liefdesbaby] (Deze maand voor het eerst: Ronald Gipharts column over de wetenschap van ‘de liefde’. Toen ik begon met schrijven had ik één grote droom: dat er een dag zou komen waarop ik door KIJK werd gevraagd een vaste column te schrijven. Die droom is in vervulling gegaan, ik ben gelukkig, nu kan ik sterven. In de komende twaalf columns mag ik schrijven over ‘de wetenschap van de liefde’, zeg maar de mechanica van het genitale bungee-jumpen, de chemie van de sexuele opwinding, de evolutie van trouwen overspel, de twaalf miljoen verschillende vormen van baltsgedrag en nog veel meer. Nu hebben mijn vriendin en ik vlak voordat ik deze column schreef samen puur uit gekkigheid (en om te vieren dat ik voor KIJK mag schrijven) een bescheiden retourtje Venus genomen, waardoor mijn hoofd nog natolt van de endorfinen, hormonen en neuraal gezien bijna niet te traceren lustfantasieën. De laatste tijd is het bedrijven van fysieke liefde in huize Giphart nogal een operatie: hoewel mevrouw Giphart volhoudt dat het echt geen kwaad kan, ben ik toch erg bang dat ik onze liefdesbaby in mevrouw Gipharts buik platdruk, beknel of traumatiseer voor de rest van zijn/haar leven. Spermaoorlog. Ik schreef “onze liefdesbaby”, hoewel ik mij er natuurlijk van bewust ben dat die kans slechts negen op de tien is. De Engelse bioloog Robin Baker heeft het duidelijk aangetoond (en naast hem nog vele anderen): van iedere tien kinderen is er gemiddeld één niet het kind van de man die zij hun biologische vader noemen. Dat zou dus in Nederland om anderhalf miljoen mensen gaan. Een cijfer om van te schrikken, als je tenminste gelooft in liefdestrouw, all you need is love en dat soort utopieën. Even terzijde: wanneer je wilt controleren of je vader je echte vader is, kun je bij wijze van erg onbetrouwbare test jouw uiterlijk vergelijken met jeugdfoto’s van je vader. Iets minder onbetrouwbaar zijn de kleuren van jullie ogen: heb jij bruine ogen en je ouders blauwe, dan is de kans redelijk groot dat je moeder wilder was dan je nu denkt. Dit komt doordat het gen voor bruine ogen dominant is: wie blauwe ogen heeft, mist het gen voor bruine ogen (de test is overigens niet honderd procent betrouwbaar, dus wacht even met het veroorzaken van een echtscheiding of crime passionnen. Robin Baker (leestip: De sperma oorlog, uitgeverij De Arbeiders pers) kwam er verder achter dat één op de vijfentwintig kinderen geconcipieerd is terwijl de moeder het vruchtbare sperma van meerdere mannen in haar baarmoederhals droeg. Deze moeder zou sex hebben gehad met tenminste twee mannen in een tijdsspanne van ongeveer vijf dagen rondom haar ovulatie. Alleen al in ons land zouden zeshonderdduizend mama’s zich daar schuldig aan hebben gemaakt (daar zitten zeker ook KIJK moeders tussen). Nou ja, ‘schuldig’ is natuurlijk het goede woord niet – hoewel de moraalridders ons liever anders doen geloven. Hoe vervelend het ook klinkt: genetisch is de mens geprogrammeerd tot vreemdvrijen, omdat zowel mannen als vrouwen voordeel hebben van overspelig gedrag. Voor mannen ligt het simpeler dan voor vrouwen: mannen die vrolijk in het rond hupsen, krijgen meer nazaat dan mannen die dat niet doen of deden. Voor vrouwen is het iets ingewikkelder: waarom zou een vrouw een kind willen van een ander dan haar man? Ja! Waarom? Het antwoord hierop luidt: risicospreiding. Als een vrouw vier kinderen van één en dezelfde man krijgt en deze man blijkt een genetische afwijking te hebben die hij op zijn kinderen overdraagt, dan zijn alle biologische inspanningen van de vrouw nutteloos geweest. Heeft zij het risico gespreid, dan is die kans veel kleiner. Op de lange, lange, lange termijn zal een overspelige vrouw zich in groteren getale voortplanten (vreemde term is dat toch) dan haar trouwe sexegenoot. Met andere woorden: via natuurlijke selectie is ontrouw zowel bij mannen als vrouwen genetisch stevig verankerd. Overspel-voorspellers. Een leuke gedachte voor iemand die vader wordt. Of ouders heeft. Wie overigens erg geplaagd wordt door dit gegeven zou De spermaoorlog helemaal moeten lezen. Eenhandig hulpmiddel bij het lokaliseren van overspelige familieleden is de zogenaamde Hanky-Panky Test, enkele simpele punten waarop even gelet moet worden. Ten eerste hebben mannen met grotere zaadballen een grotere hoeveelheid erfmateriaal te verschieten. Een vrouw die een man heeft met twee ballen die ieder groter dan 20 cc zijn, zou hem (de man) stevig aan de ketting moeten leggen. Vervolgens is symmetrie een belangrijke overspel-voorspeller. Mannen en vrouwen die erg symmetrisch gebouwd zijn (twee even grote vingers, twee even grote oren, gezicht en lichaam geschapen volgens de gulden snede) hebben een grote aantrekkingskracht op eventuele sexpartners. Onderzoek heeft uitgewezen dat zij vaker diverteren met vreemden dan scheefbekken en wanhoopshoofden, ergo, houd hen dus in de gaten. En als laatste zouden mannen met uitgesproken dikke geslachtsdelen over het algemeen vaker van hun voortplantingsgereedschap gebruik willen maken dan de bezitters van pinkeitjes en pindasticks. Doe-opdracht: ga voor jezelf, je vrienden enje familie na hoe jullie scoren in deze Hanky-Panky Test. Meet! Weeg! Bereken! Doe eens iets leuks met techniek!