oude website van Ronald Giphart 2000

Oude Websites

By hans, 9 april 2016

In 2000 had Giphart deze website:

oude website van Ronald Giphart 2000

 

 

 

 

 

 

 

 

In ca 2010 kreeg Giphart de volgende website:

Ronald-Giphart-oude-website-02

 

 

 

 

 

 

 

In 2015 kreeg Giphart de volgende website:

Ronald-Giphart-oude-website-03

 

 

 

 

 

Karnemelk
6 DEC. –

Het is 6 december 2000, ’s middags, kwart over een. Het personeel van Podium en ik hebben net geluncht ten burele van de uitgeverij en thans hangen we een beetje loom rondom de computer waarop ik dit typ. Het gaat te goed allemaal, met ons persoonlijk, met de uitgeverij, met de afname van onze boeken. Vanmorgen werd de verkoop van Ik omhels je met duizend armen aan de Duitse uitgever List bevestigd (eind volgend jaar zal Ich umtausendarme dich verschijnen, of zoiets, ich hab am Schule nur twei jahre Deutch gehabt – of zoals Herman Finkers zei: ik spreek überhaupt maar één woord Duits), daarna kwam er namens de verzamelde boekhandels voor de zoveelste keer een enorme bijbestelling, en vervolgens nam Albert Heijn een ongeloofwaardig groot aantal van IOJMDA af. Kortom, de lust om na zo’n zegetocht nog te werken is niet erg groot. Toch zijn we heel gewoon gebleven, hier bij Podium. Voor ons geen ingemaakte hertenpastrami met gepocheerde eendenlevertruffeljus, maar een bruine boterham met pindakaas (met grove stukjes pinda, dat moet ik toegeven) en een glas karnemelk. Vier weken geleden kwam Wilfried de Jong hier binnenvallen, juist toen het personeel van Podium en ik tijdens onze maandelijkse lunch over de zin van het leven praatten. Een week later zou Wilfrieds prachtige debuutverhalenbundel Aal verschijnen, maar zover was het nog niet. Wilfried was nog niet binnen, of er werd aangekondigd dat de allereerste exemplaren van IOJMDA van de drukker kwamen. Een vrachtwagen met dozen stond voor de deur, en of we die dozen even naar boven wilden slepen. Een mooi moment natuurlijk. Bijna drie jaar heb ik aan IOJMDA gewerkt, ik heb het boek vervloekt, ik heb me er erg gelukkig om gevoeld, ik ben er kwaad om geweest, ik heb me erdoor laten opwinden, ik heb geschaterd en gewanhoopt – en nu was het moment daar dat het boek in levenden lijve bestond. Terwijl de medewerkers van Podium de boeken uit de vrachtwagen haalden, maakte ik onder toeziend oog van Wilfried de eerste doos open. Ik zag Wilfried denken: zo gaat dat dus als je een boek hebt geschreven. Vijf minuten later stonden we allemaal met een exemplaar in handen. Wilfried vroeg of we niet iets moesten drinken om te vieren dat het boek bestond. Mijn uitgever, Joost N., riep: ‘Ja natuurlijk!’ en pakte van tafel het enige drinkbare dat voorhanden was. Met karnemelk hebben we geproost op mijn nieuwe boek.
‘Zo gaat dat dus…’ zei Wilfried, die monter meetoostte, maar een week later, bij het slepen van de dozen met zijn boeken, een kist champagne meebracht.

Ronald Giphart
(jrg 1/5)
Hup Cuijk (en Groenlo)!
IN DE AUTO, 23 NOV. –

Het is 23 november, 13.45 uur. Ik zit naast Emmelie M. van uitgeverij Podium die mij in deze regenachtige dagen door Nederland rijdt (bij Podium hebben ze erom geloot wie mij per toerbeurt moet chauffeuren, en Emmelie heeft het vaakst het langste strootje getrokken). We zijn op weg naar Zwolle en later vandaag veroveren we Enschede. Mensen vragen soms bezorgd of ik het niet vernederend vind om ‘overal in het land’ mijn boek te moeten promoten, maar dat is het helemaal niet, al heb ik wel soms het gevoel in een tekenfilm van Peter van Straaten te zitten. Zo was ik in een plaatsje in het westen des lands, waar het niet alleen stortregende maar waar ook het ebolavirus leek uitgebroken. Gevolg: in twee uur tijd kwamen er precies vierentwintig mensen een van mijn boeken laten signeren. Dat is twaalf per uur. Dat is iedere vijf minuten één. Nu duurt het signeren van een boek (met een beetje oprekken en een extra lange opdracht) dertig seconden, dus van de twee uur in die boekhandel heb ik honderdacht minuten positief-christelijk om me heen moeten kijken. Je moet erg van jezelf houden om geen enorme teringhekel aan jezelf te krijgen als je je zo ziet zitten: in een troosteloos winkelcentrum van een troosteloze plaats, eenzaam en vooral niet te arrogant glimla-chend naar pennen-, tijdschriften- en pornoblaadjeskopende, verregende buitenwijkers.
Gelukkig kan het ook totaal anders. Er zijn ook nog plaatsen als Cuijk (Noord-Brabant) en Groenlo (Achterhoek, welke provincie dat ook mag zijn). In die laatste stad (Groenlo heeft met zijn achtduizend inwoners stadsrechten) bleef het, volgens de plaatselijke krant Tubantia, ‘nog lang onrustig na Gipharts voorleesbeurt’ en zo was het ook. Kan iemand mij misschien even wat huizenprijzen rondom Groenlo mailen, want ik denk er serieus over te verkassen. Ook in Cuijk zou ik best willen wonen. Nu krijg ik per boek ongeveer tien procent van de verkoopprijs, mijn nieuwe roman kost 34,90, en dat betekent dat ik met deze column 17,50 ga verdienen, want de Cuijksteressen Mieke, Ilona, Kristel, Peggy en Jozefien hebben alle vijf beloofd dat ze mijn nieuwe boek zouden aanschaffen als ik hen in deze column zou noemen. Jozefien voegde daar nog aan toe dat ze haar hele familie van mijn boeken zou voorzien als ik na haar naam een hartje zou zetten en de naam Hickia. Jozefien Hickia. Zo, wat zal mijn verkoop in Cuijk stijgen!

Ronald Giphart
(jrg 1/4)
Wenen
HOTEL HARMONIE, 13 OKT. -Deze column typ ik liggend, op het grote bed van een luxe hotelkamer in Wenen. Zo dadelijk sluit ik mijn handy aan (zoals ze hier mobieltjes noemen) op mijn laptop, en mail ik deze tekst aan Janneke S., zodat ik morgenochtend mijn column kan lezen op deze site. Wat zou Homerus hebben gevonden van al deze technische ontwikkelingen? In zijn tijd hadden ze nog niet eens braille! Overigens zag ik gisteren dat zelfs de Nederlandse Homerus een mobieltje heeft. We waren op een receptie van de Botschafter des Königreichs der Niederlande (de ambassadeur), en daar zag ik Harry Mulisch even zijn mobiele voicemail checken, heel casual. Een mooi gezicht, want onder schrijvers is het nog steeds literair gezien zeer incorrect te bellen met een gsm. Ik heb eens in het bijzijn van Jean-Pierre Rawie (Ra Wie?) onnadenkend mijn vriendin gezakbeld, waarna de Groningse bard spontaan begon te boeren en kokhalzen. Nu ik gezien heb hoe superieus en verre van ongemakkelijk Harry Mulisch zijn toestelletje hanteert, hoop ik dat ik in het bijzijn van andere schrijvers mij wat minder zal generen.
Er zijn hier in Wenen genoeg schrijvers naast wie ik zou kunnen bellen. Er vindt hier het festival Spuren im weichen Sand plaats, een presentatie van Nederlandse schrijvers voor een zeer geïnteresseerd Oostenrijks publiek van studenten en oprechte liefhebbers. Drie avonden achter elkaar verzorgen dertien schrijvers in totaal twaalf uur puur literatuurplezier. Nu is de voertaal helaas Duits en worden we ook geacht in het Duits voor te dragen. Ik kom gelukkig pas morgen aan de beurt, maar ik zit me nu al zorgen te maken over de vragen die ik in het Duits moet beantwoorden. Het voorlezen van de Duitse vertaling van Phileine zegt sorry zal nog wel lukken, maar stel nu dat ik in het inleidende gesprek een vraag krijg als ‘Herrn Giphart, was sind Ihren Themen?’, en dat ik dan dichtklap en dat ik dan alleen nog maar Duitse zinnetjes kan citeren die in mijn geheugen zijn gegrift door een bepaald, al dan niet nagesinchroniseerd filmgenre. Oh jah, weck mich. Oh jah. Ganz gut. Fick mich im Arschlog. Tiefer. Tiefer. Genau. Het probleem is namelijk dat ik, net als veel schrijvers van mijn generatie (Joost Zwagerman, Manon Uphoff – hier beiden aanwezig) maar twee jaar Duits heb gehad. Ik heb namelijk in het Post Tweede Wereldoorlog-Verzet gezeten en niet Duits leren was mijn bijdrage aan de oorlog.
Maar goed, tijd voor al teveel bange angstgedachten heb ik niet, want zo dadelijk word ik door Joost Zwagerman opgehaald voor een ter ere van hem georganiseerde borrel op zijn uitgeverij. Later is een feestje voor Nederlandse schrijvers, terwijl ik de geweldige lunch op de ambassade (zeventig kamers, waarvan er vijftig leegstaan) dan waarschijnlijk nog in mijn maag zal hebben. Wie weet belanden we na het feestje net als gisterennacht weer in een café dat Der Centimeterbar heet, waar schnitzels en glazen bier per centimeter worden afgerekend. Maf idee dat Doeschka Meijsing en ik daar tot half vier ’s ochtends met een paar literatuurfreaks hebben gediscussieerd over Lolita en de laatste roman van Coetzee.

Groet vanuit Wenen,

Ronald Giphart
(jrg 1/3)
Succes
AMSTERDAM, 2 NOV. -, ten burele van uitgeverij Podium.

Nou, de ‘lancering’ van deze zijde is een waar succes: we hebben al iets van zeven hits! Kortom, dat was die peperdure investering meer dan waard. Ik heb Janneke S. van Podium maar niet verteld dat bij die zeven hits drie bezoekjes van mij zaten, twee van mijn vriendin en twee van mijn familie, want ik wil geen spelbreker zijn. Ze zijn bij Podium zo blij met deze doorklikfolder, dat ze elkaar geregeld kleine stompjes geven van tevredenheid. Een aandoenlijk gezicht.
Afgelopen maandag werd Ik omhels je met duizend armen dan eindelijk zoals dat heet ‘uitgeleverd’ door het Centraal Boekhuis en konden boekhandelaren het boek in hun schappen leggen. Dat is vandaag, donderdag, nog niet overal gebeurd, maar er begint schot in te komen. Ik voel me overigens vaak de hoofdpersoon in een tekening van Peter van Straaten, als ik bij boekhandels check of mijn boeken er al liggen, een beetje stiekem, vanachter een opgezette kraag (bij een potlodenboekhandel in Warnsveld lag nog niet één boek, bij Athenaeum een stapeltje, bij de kleine Bruna op het CS van Utrecht niets, nop, grote leegte, bij de grote Bruna op het CS van Utrecht een stapel van een meter, en bij Scheltema Hopsema, twee pallets).
Vandaag was het overigens een masturbatoire dag: de gebonden editie van IOJMDA kwam van de drukker. Ik heb ooit bij de Bijenkorf een gebonden boekje gepubliceerd (De ontdekking van de literatuur, later opgenomen in Planeet Literatuur), maar dat zag er nogal lullug uit vergeleken met dit genaaide & gebonden prachtboek. Het papieromslag is mooi goud en glanzend, en het stofomslag voelt lekker leer-sm-merig aan. En dat voor maar ƒ 49,90!

Ronald Giphart
(jrg 1/2)
AMSTERDAM, 24 OKT. – Het is dinsdag 24 oktober 2000, ik zit op de stoel van de directeur van uitgeverij Podium, Joost N., achter een computer te typen. Links voor me zie ik mijn vaste redacteur Tom H. geïrriteerd met zijn schoen schuifelen, naast me kijkt de office manager Emmelie M. heel bezorgd en achter me staat redacteur Janneke S. (die verantwoordelijk is voor deze zijde) met een pistool tegen mijn hoofd. Ik moet namelijk vandaag een inleidende tekst voor deze pagina schrijven, een klusje dat ik nu al weken heb geprobeerd uit te stellen. Waarom een zijde, heb ik al die tijd geroepen. Waarom een flikkerende peperdure kleurenfolder voor mensen die eigenlijk gewoon boeken horen te lezen? De medewerkers van Podium vonden dit achteruitstrevend-conservatieve onzin. Internet heeft de toekomst. Internet is interactief. Internet is een Rijk der Ongekende Mogelijkheden. Je móét als schrijver een zijde hebben. Niet alleen de wanhoopsscribenten die bij gewone uitgevers geen boeken gepubliceerd krijgen, kunnen op het net hun jostiband-achtige taalverspilling kwijt, maar ook de echte schrijvers moeten tegenwoordig digitaal. Harry Mulisch heeft een plek, dus jij ook.
Janneke S. drukt de loop van haar pistool nog iets fermer in mijn nek. ‘Je gaat de bezoekers van deze pagina nu welkom heten,’ bijt ze me toe. ‘Je gaat vriendelijk doen en als een marktkoopman je werk aanprijzen.’
Goed, de sfeer op uitgeverij Podium is wat gespannen. Dat komt omdat volgende week mijn nieuwe roman Ik omhels je met duizend armen verschijnt en iedereen een beetje moe wordt van mijn epileptische, allesbesmeurende angstaanvallen.
‘Maar ik ben zo bang dat mensen uren verspillen met het rondhangen op duffe zijdes, terwijl ze ook aangenaam kunnen verdwalen in boeken, mijn boeken,’ werp ik tegen, maar Janneke is onverbiddelijk.
Terwijl het koude staal bijna mijn schedel plet, typ ik: ‘Hallo lieve mensen, leuk dat jullie de moeite nemen hier even te komen kijken. Ik zie veel toekomst in dit medium. Mag ik jullie vragen dat jullie na het bezoeken van deze en tientallen andere zijdes met geweldig interessante informatie, een van mijn boeken leest en eventueel zelfs koopt? Lezen, dat is namelijk surfen in je hoofd. Veel plezier!’
Het geluid van mijn laatste punt valt samen met het geluid van de vergrendeling van Janneke S.’ moordwapen.

Ronald Giphart
(jrg 1/1)

 

DE INFORMATEURS, DEEL 3

In 2006 schreef ik samen met Dylan van Eijkeren voor Esquire vier afleveringen van wat uiteindelijk een boek moest worden over de Tweede Kamer-verkiezingen. Maar toen kreeg ik een ziek kind en viel het kabinet. Het boek werd uitgesteld en later afbesteld. Die vier afleveringen staan nog altijd verlaten op onze computers. Voor de liefhebbers van politiek de komende tijd een tweede kans. Hier deel 3.

De informateurs (3)

Ronald-Giphart-Dylan-van-Eijkeren

[Intro] Ze hadden op veel gehoopt maar op weinig gerekend. Ze kregen alles, en alles tegelijk. Hoe Esquire’s Haagse verslaggevers Dylan van Eijkeren en Ronald Giphart pardoes een kabinet zien vallen, Binnenhof-seks meemaken en een Geheel Nieuw Plan verzinnen.

door Dylan van Eijkeren & Ronald Giphart

‘We hebben nog elf maanden te gaan.’  Dit was de laatste zin van de vorige aflevering van ons politiek feuilleton. Het typeert hoe bleu we nog zijn en hoe onvoorspelbaar het politieke bedrijf is – althans, voor mensen die er echt helemaal geen kijk op hebben, zoals wij. Op een muur in perscentrum Nieuwspoort hangt het fraaie adagium van de gemiddelde parlementair journalist: ‘Hij weet het laatste nieuws het eerst en schreef daar gisteren reeds over.’ Dit slaat niet op ons. Wij horen het oude nieuws het laatst en schrijven daar reeds volgende maand pas over.

Inmiddels zal iedereen hebben vernomen dat het kabinet-Balkenende II is opgevolgd door kabinet-Balkenende III. Nu de kruitdampen rond de schermutselingen zijn opgetrokken kunnen wij slechts verbaasd constateren hoe weinig we wisten. Regeren is vooruitzien, en verslaggeven is achteromkijken. We hobbelden voortdurend achter de feiten aan en kregen de ene les na de andere. Een kort overzicht van wat we hebben geleerd, waarbij we tegelijkertijd beseffen: de elf maanden die we onszelf hadden gegeven om de lacune in onze kennis op te vullen, zijn na ‘de gebeurtenissen van 30 juni’ drastisch ingekort. Of anders: ‘We hebben nog vijf maanden te gaan.’

Cut to: Auschwitz, woensdag 28 juni 2006.

Twee maanden geleden was informateur Van Eijkeren in Athene, waar hij ten behoeve van dit project diep wilde duiken in de moederschoot der democratie. Hij had nog geen blik geworden op de Akropolis of hij werd door informateur Giphart terug naar Nederland genood, vanwege wat later de geschiedenis inging als ‘de Nacht van Ayaan’. Met de onverzettelijkheid van een peuter die probeert te leren lopen, vertrok Van Eijkeren voor deze aflevering naar Auschwitz, om te zien waar een gebrek aan democratie op kan uitlopen (en voor iedereen met een VMBO-diploma: we refereren hierbij aan ‘een bepaalde periode in de geschiedenis, 1939-1945’, oftewel de Tweede Wereldoorlog, die overigens werd gewonnen door de Geallieerden en niet door de Duitsers, zoals de meeste scholieren tegenwoordig leren).

Te Auschwitz scheen de zon op holocaust-cinematografische wijze: het was er 37 graden Celsius. Er is over Auschwitz en de gevolgen van het nazisme kilometers reisgids verschenen, maar wij volstaan hier met de simpele vaststelling: democratie is toch net een tikkie belangrijker dan je bij het aanhoren van de subcommissievergadering Huurfietsenbeleid zou kunnen vermoeden.

Enfin. Van Eijkeren wandelde ter hoogte van Barak 17 (een beetje plamuur, een verfje, een golfslagbad en we hebben zo weer een Hennie van der Most Pretpark), toen zijn Nokia 6230i rinkelde. Op het schermpje: Giphart belt…

‘Kom maar weer terug, Verdonk wankelt,’ zei Giphart, waarop Van Eijkeren zuchtend riposteerde: ‘Dat zei je de vorige keer ook.’ ‘Ja, maar nu schijnt het menens te zijn.’

Les 1. Timing is belangrijk

Alles begint met het idee dat lijsttrekkers tegenwoordig gekózen moeten worden. In Haags jargon: interne partijdemocratie. In vroeger tijden trok een stuk wat mannen zich terug in een rooksalon om onder het genot van een Hennessy X.O en een Corona van P.G.C. Hajenius in een stief kwartiertje op de meest autocratische wijze denkbaar een hunner als nieuwe leider aan te wijzen. Tegenwoordig gaan kandidaat-lijsttrekkers elkaar in alle openbaarheid te lijf als viswijven en dat heet dan ‘nieuwe politiek’.

In de vorige aflevering zagen we hoe dit in praktijk werd gebracht bij de VVD, waar delegaties van de Verenigde Naties als onafhankelijke waarnemers moesten toezien dat de interne partijverkiezing eerlijk verliep. Toen wisten we nog niet wat ons te wachten stond bij D66, waar maar liefst acht kandidaten zich meldden voor het lijsttrekkerschap: een fantast, een zwerver, nog een fantast, een pathologische leugenaar, een randdebiel, een aandachtverslaafde, een kindermoordenaar en Lousewies van der Laan.

De kandidatuur van Lousewies had nogal wat voeten in aarde. Aanvankelijk stond haar bekendmaking gepland op 16 mei, de avond van de Nacht van Ayaan. Dit bleek strategisch niet zo’n goede keus. De volgende dag was er voetbal op de televisie, dus ook die gelegenheid viel af en zo week Lousewies uit naar dinsdag 23 mei. Locatie: café Wildschut te Amsterdam.

Wildschut is een typisch ‘wij-zijn-vrijgezellen-in-een-slechtzittend-pak-en-het-is-vrijdagmiddag-dus-laten-we-eens-kijken-of-er-nog-wat-te-neuken-valt’-café. Het is een proletentent eerste klasse en daarom niet direct de plek waar je verwacht de intellectuele bijwagen van de PvdA een nieuwe start te zien maken.

Hoe het die avond afliep met Lousewies was geen verrassing. Ze kandideerde zich, al was ze in hectiek nauwelijks te verstaan. Ten overvloede riep ze: 1. ‘Ik ben best eigenaardig’; 2. ‘Ik wil álles ter discussie stellen’; en 3. ‘Ik wil een deltaplan voor de publieke ruimte’ (waarmee ze rolstoelafritten op de stoep bleek te bedoelen). Daarna vluchtten de journalisten fluks naar huis; Wildschut was te vol, niemand bleef er voor zijn lol.

Les 2. Doseren is belangrijk – I

Een veel gehoorde, paradoxale mening luidde de afgelopen maand: de democratie heeft geleden onder de partijdemocratie. Als binnen de VVD Rutte en Verdonk niet… dan zou Ayaan niet… dan zou D66 niet… dan was onze nachtrust niet… en als Lousewies en Pechtold bij D66 niet… dan zou Balkenende niet… en was Verdonk niet… en zouden ‘burgerinformateurs’ Van Eijkeren en Giphart een half jaar langer de tijd hebben gehad zich in te werken. Vermoedelijk heeft niemand rekening gehouden met de felheid van de lijsttrekkersgevechten. Politici horen te zeggen ‘dat ze het debat zo verschrikkelijk leuk vinden’ en ‘dat niets hen zoveel bevrediging geeft als een verkiezingsstrijd.’ Als dit waar is (en waarom zouden politici liegen?) dan lijden de meeste politici aan ziekelijke zelfoverschatting.

De afgelopen lijsttrekkersdebatten onderscheidden zich van Amerikaanse of Engelse debatten doordat er afgrijselijk slecht werd gedebatteerd. Vooral de verbale strijd tussen Verdonk, Rutte en eh… nog iemand was van een dermate belabberd niveau dat het bijna satire werd. Jan Marijnissen of Wouter Bos zullen niet bibberend van angst in hun bed hebben gelegen bij de gedachte aan de strijd die ze met Verdonk of Rutte zouden moeten voeren.

Rita Verdonk luisterde niet naar haar opponenten, ze had een veel te simplistische verdedigingsstrategie, ze wist geen aanval te pareren en bovenal wist ze op geen enkele manier een betoog op te bouwen, ze doseerde niet, ze sprak zichzelf voortdurend tegen, ze stotterde aandoenlijk, kortom: ze kon nog geen deuk in een pakje boter praten (hoe Kay van der Linden haar ook probeerde te coachen).

Rutte deed het ogenschijnlijk iets beter, in de zin dat hij de suggestie wekte dat er wel een soort van een begin van een poging tot aanzet van een lijn in zijn verhaal zat, maar wie beter luisterde viel al snel op dat Ruttes stijl van debatteren viel terug te brengen tot het toepassen van een paar vergeelde trucjes uit het Nederlandsch handboek voor welsprekendheid (Baarn, 1923).
In de dagen voor de bekendmaking gonsde het van geruchten. Als Rita Popurita zou winnen, zou ze zo snel mogelijk een kabinetscrisis forceren? Volgens dat scenario zouden we nog dit najaar verkiezingen hebben. En als partijbons Rutte onverhoeds mocht winnen, zou Rita zich dan afsplitsen, zoals velen vermoeden? Zou zij de stoffelijke resten van Pim en ander reactionair grut aan zich weten te binden?

Met deze vragen vertrok Van Eijkeren richting het Amsterdamse Okura Hotel, waar de VVD de uitslag bekend zou maken, een evenement dat live zou worden uitgezonden op Nederland 2, want als er even geen voetbal op televisie was, bleek politiek ineens weer hot. Even vormde het Okura het epicentrum van het land. Commentatoren (met voorop RTL’s Frits Wester) spraken van een on-Nederlandse strijd, eraan voorbijgaand dat er geen Nederlandser woord is dan ‘on-Nederlands’.

Terwijl Van Eijkeren zich zonder veel moeite het Okura binnenpraatte, meldde Verdonk via het NOS Journaal dat de VVD ‘een eenheid’ is en dat ze ‘ervoor gaat.’ Tegen zevenen deed Van Eijkeren telefonisch live verslag vanuit een uitpuilend Okura. Hij had iemand horen zeggen dat iemand anders zei dat hij Verdonk had horen zeggen dat zij twéé speeches had voorbereid. ‘En er wordt hier ontzettend veel goede wijn gezopen,’ meldde hij pesterig aan collega Giphart (‘drankorgeltje tingelingeling’ voor intimi).

Wat de televisie niet uitzond, was dat Rutte geen applaus kreeg toen hij de zaal betrad maar Verdonk des te meer. Het leek wel de binnenkomst van Cruijff na een kampioenschap of Jezus na het op zijn schouders nemen van onze zonden. Van Eijkeren: ‘Nou, mij lijkt duidelijk wie er gaat winnen.’

Ondertussen zag Giphart (om 19.23 uur, voor wie het precies weten wil) de voormalige VVD-leider Hans Dijkstal zitten bij Lingo. Giphart knipperde eens goed. Jazeker, daar zat Dijkstal, monter tussen het plebs dat zo gretig op Verdonk wilde gaan stemmen.

Nog geen tien minuten later was de spanning in de zaal opgelopen tot het punt dat atomen uiteenspatten in quarks en yoghurts. Van Eijkeren bestudeerde op datzelfde moment juist het voorkomen van de bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijd, zodat hij aanvankelijk weinig meekreeg van de uitslag, maar toen duidelijk was dat Rutte (‘Wie?’ ‘Márk Rutte’) had gewonnen, sloeg het ongeloof toe. Ondertussen hoorde Giphart op televisie Verdonk zeggen: ‘De VVD mag trots zijn, op mij kun je rekenen.’ Even later meldde Van Eijkeren dat Rita’s campagneleider Kay van der Linde in een hoekje stond te huilen.

Les 3. Een geintje is leuk

Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) is een van onze lievelingskamerleden. We interviewden haar uitgebreid in Robert Kranenborgs restaurant Le Cirque – waarover in de volgende aflevering van dit feuilleton meer – en we vroegen haar toen specifiek, onderwijl van ‘een zwezerik op houtskool geroosterd met spekschuim en ananas’ etend, naar de briefjes die door de bodes in de Kamer worden rondgebracht. We zagen telkens bodes heen en weder snellen tussen bijvoorbeeld Femke Halsema (GroenLinks) en minister Piet-Hein Donner (CDA), waarop die elkaar steeds schalks toelachten. Hoe zulks, vroegen we Dezentjé. ‘Ach,’ zei ze, ‘ja, iedereen stuurt elkaar briefjes.’

Flirten jullie dan, vroeg Van Eijkeren, die zelf ook beregraag briefjes zou sturen naar bijvoorbeeld Femke Halsema, Fatma Koser Kaya (D66) of Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink.

Fatma Koser Kaya (D66)

‘Nee joh,’ zei Dezentjé, ‘dat is geen flirten. In die briefjes staat: doe je mee met mijn amendement? Als je dat flirten noemen, ben je niet veel gewend.’

Van Eijkeren zeurde er nog wat over door – Giphart werd het droef te moede: wilde Van Eijkeren nou burgerinformateur worden of tongen met een Kamerlid? – toen Dezentjé zei: ‘Ik zal Mark Rutte uit de kabinetsbank naar jullie laten zwaaien, via een briefje.’

Dat hadden we verkeerd verstaan. Namen we aan. Maar de dinsdag na ons etentje met Dezentjé begon deze laatste vanuit haar blauwe Kamerzetel wild naar Giphart en Van Eijkeren te gesticuleren. Giphart haalde zijn schouders op: ‘En nu gaat Rutte vanuit Vak K naar ons zwaaien? Yeah, right.’ Maar het gebeurde: op een van zijn laatste dagen als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zwaaide Mark Rutte naar de toen nog aanstaande burgerinformateurs. We zaten erbij en keken ernaar – te verbouwereerd om terug te zwaaien.

Les 4. Doseren is belangrijk – II

Kort de feiten. Ayaan Met De Vele Achternamen bleek te hebben gelogen dat ze had gelogen bij haar komst naar Nederland. Volgens het Somalische geboorterecht had ze de naam Ali namelijk wel degelijk mogen voeren, en daarom behield ze haar Nederlands paspoort: ze was al die tijd een gewone Hollandse meid geweest en had dus niet haar Tweede-Kamerlidmaatschap hoeven opzeggen. Hierover hadden Ayaans advocate Britta Böhler en ambtenaren van minister Verdonk urenlang vergaderd, met als uitkomst een brief alsmede een schuldverklaring van Ayaan aan het adres van Verdonk. De inkt van deze brief was nog niet droog of Ayaan verklaarde bij NOVA dat deze schuldverklaring voor haar persoonlijk geen enkele waarde had. Aldus de voorgeschiedenis van wellicht het onbegrijpelijkste en ridicuulste debat uit de historie van de Tweede Kamer.

Was het op 28 juni voor iedereen duidelijk dat het Kabinet ging vallen? Terwijl Van Eijkeren in zuid-Polen zijn terugreis zo snel mogelijk trachtte te regelen, belde Giphart in Nederland met politieke ingewijden. Martin Bril had gesproken met zijn collega’s van de Volkskrant en die waren niet onder de indruk. ‘Het is allemaal een storm in een glas water,’ zei Bril, ‘ik zeg het jullie: het debat zal als een nachtkaars uitgaan. Zullen we weer een wedje maken?’ De volgende ochtend had de Volkskrant inderdaad op de voorpagina de scoop ‘Verdonk overleeft weer harde kritiek Kamer.’

Ook Sandra van Steen, onze stuurvrouw bij Met het oog op morgen, dacht niet dat er grote consequenties aan het debat zouden vastzitten, al was ze daar niet zo zeker van als Bril. ‘Je weet het nooit, want de rekbaarheid van IJzeren Rita is legendarisch.’ Eerder stelde Giphart zijn vraag al aan een politieke insider. Agnes Kant (SP) had niet het vermoeden dat er die 28ste juni spannende dingen zouden gebeuren: ‘Ik loop hier niet meer rond met een gevoel van opwinding. Dit zal wel weer met een sisser aflopen.’

Toen Giphart zijn bevindingen telefonisch meldde aan Van Eijkeren had deze net zijn terugvlucht voor 29 juni bevestigd gekregen. Ze maakten een afspraak om elkaar de volgende dag in Den Haag te ontmoeten om een al veel eerder gepland interview met Lousewies van der Laan voor te bespreken, ongewis van de wetenschap dat ze beiden ‘de lange nacht van Lousewies’ zouden missen.

Die nacht kwam Giphart (‘drankorgeltje tingelingeling’ voor intimi) terug uit het café, na een avond met een oude vriend. Hij zag een herhaling van het NOS Journaal, dacht hij, om tevreden vast te stellen dat hij inderdaad niets had gemist. Het duurde even voor hij doorhad dat hij niet naar een herhaling zat te kijken, maar naar een live-debat. Wat daar gebeurde, zag er niet bepaald als een sisser uit. Misschien was het Gipharts eigen dronkenschap, maar ook in Den Haag leek iedereen aangeschoten. Hij zag minister Gerrit Zalm (VVD) staan, die om half een ’s nachts door de Kamer naar Den Haag was genood om mee te debatteren. Hij had die avond net als de Utrechtse burgerinformateur duidelijk geen ranja gedronken, en geef hem eens ongelijk (de volgende dag schreven de kranten dat Zalm ‘jolig’ achter het spreekgestoelte had gestaan; jolig is klaarblijkelijk het Haags eufemisme voor bezopen).
Het is bekend: het plenaire debat duurde tot 05.38 uur en was een van de langste uit de historie van onze Staten-Generaal. Tegen half zes werd er gestemd over een motie van Afkeuring tegen minister Verdonk, ingediend door Femke Halsema (GroenLinks). De motie werd verworpen met 79 tegen 64 stemmen, met als detail het feit dat regeringspartij D66 met Halsema had meegestemd. Het laatste woord werd daarom gesproken door voorzitter Weisglas: ‘Vanwege Veteranendag zal vandaag de Plein-parkeergarage tussen 11.30 uur en 16.00 uur zeer moeilijk bereikbaar zijn.’

Van Eijkeren en Halsema, in gelukkiger tijden.

Les 5. Eten is onbelangrijk

Op donderdag 29 mei, Veteranendag, keerde Van Eijkeren terug in Den Haag. Hij parkeerde zijn blauwe BMW in de Nieuwe Schoolstraat, bezijden de Denneweg, en wandelde op zijn gemakje naar sociëteit Nieuwspoort aan de Lange Poten. Daar liet hij aan twee enorme uitsmijters zijn uitnodiging zien, en zodoende bevond hij zich op de parlementaire barbecue. Die bijeenkomst wordt de Kamerleden elk jaar aangeboden door de Productschappen Vee, Vlees en Eieren, en wordt doorgaans enorm druk bezocht. Maar omdat iedereen die ochtend pas om een uur of zeven in bed lag, noteerde Van Eijkeren om 12.15 uur in zijn Hermès-opschrijfboekje: ‘Hier is niemand. Op de bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijd na. Dan met haar maar een praatje aanknopen.’

Toen Van Eijkeren net heel geëngageerd kond deed van zijn avonturen te Auschwitz, mengde Raymond Knops (CDA) zich in het gesprek (dat helemaal geen gesprek was, maar een opzichtige versierpoging van Van Eijkeren, die daar wonderwel mee weg leek te komen). De bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijd vroeg het minst geciteerde Kamerlid van 2005 naar zijn bevindingen van afgelopen nacht, waarop Knops zei: ‘Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. En ik ben niet de enige, bijna niemand in de Kamer heeft zoiets ooit meegemaakt.’

Raymond Knops (CDA)

Giphart arriveerde enige uren later in gezelschap van zijn kater, waarna de bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijd de informateurs op zorgzame wijze voorzag van sappige lamskarbonaadjes. Nog steeds viel er amper een Kamerlid te bekennen.

Les 6. Wachten is belangrijk

Om kwart voor drie ’s middags op diezelfde dag behaalden Van Eijkeren en Giphart een Haagse overwinning. Parlementair journalisten krijgen van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) geregeld sms’jes over persconferenties of andere journalistiek interessante zaken, maar om een of andere reden mogen wij ons daar niet voor inschrijven. Toch gaf Fridy van Hapert van de RVD ons zonder probleem de middag van de 29ste mei toegang tot het persgebiedje voor de ingang van het ministerie van Algemene Zaken. Rond drieën verzamelde zich daar een zestigtal journalisten in afwachting van… eh… een verklaring van Balkenende? Dat was een duidelijk teken. Een premier die op weg is naar journalisten en niet naar Koningin, dat is geen demissionaire premier.

Terwijl het hoi polloi vanachter roodwitte linten naar de meute journalisten staarde, luisterden wij naar de meningen van ervaren collega’s. Volgens de een zou D66 ‘buigen.’ De ander voorspelde dat Verdonk hooguit een andere ministerspost zou krijgen. Een derde zag een schisma binnen het toch al zo goed als verdwenen D66. Slechts weinigen hielden rekening met het ondenkbare: een kabinetscrisis, net nu Balkenende II haar economisch beleid ging cashen.

Om 15.38 uur kwam Balkenende naar buiten voor zijn korte verklaring. Na het beraad van het kabinet, vertelde hij, waren zij unaniem tot de conclusie gekomen dat de niet-aanvaarde motie geen gevolgen had voor het functioneren van het kabinet. Balkenendes verklaring duurde op de kop af 49 seconden, en daarna verdween hij weer richting elders.

‘Zo doen we dat hier,’ zei een journalist, nadat Balkenende zich had omgedraaid. ‘Had dat niet via een sms’je gekund?’ vroegen wij ons af.

Les 7. Doseren is belangrijk – III

15.45 uur. Nog geen tien minuten na zijn verklaring kwam Balkenende naar de Tweede Kamer. De gevechtshandelingen voltrokken zich aanvankelijk in een tergend traag tempo. Aan niets was te merken dat men tot half zes ’s ochtends had vergaderd, of het moest de uitval van Weisglas zijn, die bijna zijn voorzittershamer in de richting van Kamerlid Van As smeet om hem nou eindelijk eens zijn bek te laten houden.

1. Balkenende las als toelichting op zijn per brief verstuurde verklaring… zijn verklaring voor (in gedachten hoorden we de journalist van zo-even verzuchten: zo doen we dat hier).

2. Van As wilde meteen in debat, maar Weisglas snoerde hem de mond. Er moest eerst over procedures worden gepraat. Wat is Den Haag zonder procedures?

3. Lousewies vroeg een schorsing aan omdat ze een debat wilde aanvragen (je had als argeloze toeschouwer kunnen denken: waarom schorsen als je toch al zeker weet dat je het gaat doen?).

4. Na de schorsing besprak de Kamer een verzoek van het lid Van As. Hij wilde Pechtold en Brinkhorst ook bij het debat hebben. En ja hoor: er werd weer geschorst.

5. 16.45 uur, en was nog niets wezenlijks gezegd. Toen kwam Lousewies aan het woord: ‘Ik voel mij genoodzaakt vandaag de politieke steun aan het kabinet in te trekken.’ Dit bracht eindelijk enige versnelling. Maxime Verhagen (CDA) wilde weten waarom de D66-bewindslieden zelf geen consequenties trokken. Femke Halsema waarschuwde haar CDA-confrère dat Pechtold natuurlijk hoopte te blijven zitten als lid van een demissionair kabinet, wat een beter podium is voor een lijsttrekker dan het loket bij de sociale dienst.

6. Er volgde een langdradig staatsrechtelijke discussie over de status van het kabinet, waaruit je als buitenstaander alleen maar kon concluderen: zo te horen snappen ze er zelf ook de ballen van.

7. Verhagen wilde niet wachten tot zijn collega-fractievoorzitters het woord hadden gevoerd, maar vroeg de vergadering eerst te luisteren naar Balkenende. Dit leverde procedureel geharrewar op. Wouter Bos (PvdA) vond het niet verstandig. André Rouvoet (ChristenUnie) leek het wel ‘dienstig’ eerst de reacties uit Vak K te horen, net als Bas van der Vlies (SGP) en Rutte (de versbenoemde fractievoorzitter van de VVD).

8. Balkenende, aanvoerder van Vak K, antwoordde dat hij geen zin had om op Lousewies in te gaan, omdat hij eerst wilde horen wat de andere fractievoorzitters te zeggen hadden. Zo waren we weer tien doelloze minuten verder.

9. Bos mocht praten, en meestal kan iedereen dan gerust even achterover leunen om zijn nagels bij te vijlen of een tienduizendstukjespuzzel te leggen, maar deze keer had Bos niet zo erg veel tijd nodig. Hij stelde voor dat de D66-ministers hun consequenties trokken en opzoutten (al zei Bos het netter).

10. Na Bos volgde een trits andere woordvoerders die allemaal min of meer hetzelfde betoogden. Verhagen wilde niet dat er zonder de tussenkomst van de kiezer een andere coalitie kwam, maar een minderheid van alleen CDA en VVD was volgens hem helemaal geen wezenlijk andere coalitie. Met een geinige mix van Limburgse diftongen en onbestemde carnavaleske gorgelklanken voegde hij daaraan toe: ‘Binne de staotsrechtelijke traditiez zoeals waij die kennen.’

11. Toen iedereen zijn zegje had gedaan (nooit-nooit-nooit zul je een woordvoerder horen zeggen dat hij het met de vorige spreker eens is en dat hij daarom zijn mond maar houdt) vroeg Balkenende om een schorsing omdat hij tijd nodig had om zijn antwoord voor te bereiden. ‘Mocht om 19.30 uur blijken dat het Kabinet nog meer tijd nodig heeft, dan zien we verder,’ zei Weisglas, en als Weisglas zoiets zegt weet je zeker dat Balkenende meer tijd zal nodig hebben.

Les 8. Seks is belangrijk, en macaroni ook

Met deze schorsing werd het informateur in spe Van Eijkeren plots te bar. Tegen de bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijd zei hij: ‘We gaan wat eten.’ Die reageerde daar niet onwelwillend op, al vroeg ze zich af of het niet belangrijk zou zijn een Kabinet te zien vallen. ‘Welnee,’ zei Van Eijkeren, ‘mijn timing is mijn alles. Let maar op.’

Het Des Indesoverleg

Maar tot eten kwam Van Eijkeren nog een paar uur niet. Ter hoogte van de fameuze politieke pleisterplaats Le Bistroquet besloten de bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijd en de aanstaande informateur kamer 133 in het nabije Hotel Des Indes te betrekken.

Ondertussen at Giphart kaasmacaroni en dronk een flesje appelsap in het Statenrestaurant met de bijna voltallige parlementaire redacties van bijna alle andere nieuwsmedia.

Les 9. Doorakkeren is belangrijk

De vraag is wat er uiteindelijk voor je levensgeluk belangrijker kan zijn: neuken in Des Indes of aanwezig zijn bij de val van een kabinet? Terwijl Van Eijkeren met de bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijdop orale en genitale wijze de toestand in Den Haag doornam, zat Giphart op de perstribune van de Plenaire Vergaderzaal moederziel alleen tussen honderdvijftig Kamerleden, vijftig journalisten en een stampvolle publieke tribune in afwachting van de minister-president en zijn gevolg. De avond ervoor was het in deze zaal half zes ’s morgens geworden, er was niets dat deed vermoeden dat men deze avond vroeger klaar zou zijn.

‘Wordt het een latertje?’ vroeg Giphart aan een verslaggeefster van De Groene Amsterdammer (dezelfde vrouw die door de bijna voltallige parlementaire redactie van HP/De Tijd eerder die middag werd gevraagd wat er nu ging gebeuren ‘want jij zit hier al honderd jaar en je weet dus dat soort dingen’). De vrouw antwoordde dat ze geen flauw idee had en ze voegde eraan toe: ‘Ondanks het feit dat ik al meer dan honderd jaar ben.’

Giphart hoorde een journalist bellen met diens vrouw. ‘Ik kan er ook niets aan doen, maar ik moet hier echt bij zijn. Nee liefje, ik weet niet hoe laat het wordt.’ Deze scène doet denken aan een grap van de katholieke cabaretier Fons Jansen (1925-1991) over een vrouw die klaagt dat haar man altijd zo laat thuis is. ‘Dan kwam hij de volgende ochtend met smoesjes over drankgelagen en wilde jonge meisjes,’ zegt de vrouw, ‘maar toen keek ik op een avond naar Den Haag Vandaag en zag ik hem zitten op de publieke tribune, bij de oudehoeren.’

Een uur na de geplande tijd begon de vergadering met een korte verklaring van Bulletje en Bonestaak, de twee bewindslieden van D66. Bonestaak Brinkhorst stond achter het spreekgestoelte te glunderen, terwijl Bulletje Pechtold zich dicht achter de vice-premier opstelde, in een houding die binnen homoseksuele kringen alle stoppen doet doorslaan.Letterlijk zei Brinkhorst: ‘Dat was een afweging van onze appreciatie van het gebeurde tijdens het nachtelijk debat met mevrouw Verdonk en het belang van voortzetting van het Kabinet.’ (Lees deze zin gerust nog een keer.)

En toen kwam Lousewies met haar opzegging van het vertrouwen in het kabinet als geheel. Brinkhorst verklaarde hierover: ‘Het is ons oordeel dat het staatsrechtelijk gebruik vereist dat wanneer een fractie waarop het kabinet steunt, deze steun opzegt, de bewindslieden van die kleur hun ontslag aanbieden.’ In het Nederlands betekent dit: omdat het gebruikelijk is moeten we er nu mee kappen. De onderliggende betekenis was: aan ons heeft het niet gelegen, maar het moet nu eenmaal van Lousewies.

Brinkhorst en Pechtold have left the building, voorzitter Weisglas gaf het woord aan Balkenende, en plots ging het snel. Balkenende vatte kort samen wat er de afgelopen vierentwintig uur was gebeurd, waarna hij meldde dat niet alleen de D66-bewindslieden hun ontslag bij de Koningin zouden gaan aanbieden, ook de overige ministers en staatssecretarissen zouden dat doen.

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Giphart aan zijn buurvrouw, toen Weisglas de vergadering plotseling afhamerde.

‘Volgens mij is het kabinet gevallen,’ zei de vrouw, die zo te zien in honderd jaar nog niet zoiets had meegemaakt.

Les 10. Dansen is belangrijk

Op het Haagse plein dat Plaats heet, zat op vrijdag 30 juni om drie uur Lousewies op het terras van koffiecafé Bagels & Beans. Ze dronk een ijsthee, toen nog een, en deelde onderwijl haar gedachten over de afgelopen avonden en nachten met de aanstaande informateurs. We hadden onze telefoons niet uitgezet, want elk moment kon het telefoontje van de Koningin komen.

Maar voor het zover was, vroegen we Lousewies, die haar bijnaam Losseblouse vanmiddag meer dan waar maakte in een opwaaiend zomerjurkje, hoe ze persoonlijk verwerkte dat ze het Kabinet had laten vallen. Mythologiseringen zijn er genoeg tenslotte, rondom de voormalige femme fatale du parlement européen.

We praatten een hele poos met deze walkure van het Binnenhof; ruiterlijk vertelde ze tot vijf uur ’s nachts op tafel te hebben gedanst in sociëteit Nieuwspoort. ‘Ik kon me niet anders afreageren, want mijn gym was dicht,’ verklaarde ze even eenduidig als jaloersmakend. En toen moest Lousewies ons verlaten, ze werd verwacht bij de Koningin. We roken de geur van macht en coalitievorming om ons heen, en heel aanstonds, dat leed geen twijfel, zouden we die lucht zelf ook verspreiden.

Les 11. Eten is wel belangrijk

Robert Kranenborg nodigde ons uit bij hem te komen eten zodat we alle Binnenhofse consternatie zouden kunnen verwerken. Na ons gesprek met Lousewies reden we meteen door; in Scheveningen ontvingen de topkok en zijn maître Maikel Ginsheumer ons met open armen. ‘Worden jullie vanavond al gebeld door Bea?’ vroeg Ginsheumer, en wij haalden onze schouders op. ‘We laten onze telefoons maar aan,’ antwoordden we, hoopvol.

Halverwege een gelakt Baambrugs speenvarkenschoudertje kwam Kranenborgs sommelier Jos van Hunen naar onze tafel gesneld. ‘De beaujolais primeur is gearriveerd?’ grapten we nog. ‘Informateurs die vragen worden overgeslagen?’ repliceerde Van Hunen nogal ad rem, een smalende grijns amper onderdrukkend. ‘Ruud Lubbers gaat naar de Koningin, ik zag het net op Teletekst,’ vervolgde hij. ‘Hij wordt informateur.’

Nou kennen Giphart en Van Eijkeren elkaar al wat langer dan 30 juni 2006 (voor wie het precies weten wil: sedert 12 april 1992). We hebben elkaar gemonsterd op momenten van liefdeszwakte, boosaardige dronkenschap, en vernederingen door New-Yorkse politieagenten. Maar de ontreddering die we op deze avond in elkaars ogen zagen, herkenden we niet. Wat te doen?

Terwijl we gekonfijte kersen met romige vanillerijst en ijs van bittere amandelen aten, bespraken we onze hoedanigheid in Den Haag. Natuurlijk: we blijven verslaggevers – maar we waren verslaggevers met een ambitie. Nu deze ambitie is verpulverd door het oud-politieke een-tweetje tussen Lubbers en Beatrix, is wellicht de tijd gekomen ons van onze meest nieuw-politieke kant te laten zien. Niet linksom, dan rechtsom; niet buitenom, dan binnendoor; niet als informateurs, dan als politieke partij.

We gaan ervoor, zo proosten we met een Rivesaltes van Gérard Bertrand van 1983, want ons volk rekent op ons. Het eerste punt van ons partijprogramma, besluiten we bij kazen van l’Amuse uit Haarlem: Nederland moet beter eten en drinken. We hebben nog vijf maanden te gaan.