De Utrechtse schrijver Giphart doet live verslag vanuit de kleedkamer, waar zich de gerenommeerde Formule 1-fan Bart Chabot bevindt.

TopGear 128 Masters of LXRY – Deel 1

Het is een beetje een traditie – in de zin dat het dit jaar de eerste keer was – dat de hoofdredacteur en mijn behandelend redacteur me aan het eind van een columnseizoen meenemen voor een functioneringsgesprek in een uitspanning waar ook drank en voedsel aanwezig is.

‘We hebben bedacht dat we dit jaar het nuttige met het aangename laten invoegen: zei redacteur Dylan van Eijkeren, ‘door je mee te nemen naar de Miljonairsbeurs LXRY.Daar zijn vast ongelooflijk veel auto’s waarover je zou kunnen schrijven.’

Van Eijkeren zei het bijna triomfantelijk. En dit was het moment dat het beeld in mijn hersenpan bevroor en ik bevangen werd door wat artsen en biologen een ‘fight, flight or freeze’-response noemen. Fight door het verlangen meteen iets of iemand op zijn bek te timmeren, flight door in blinde paniek het pand te willen verlaten en freeze door aan de grond te verstijven.

‘De wat?’ stamelde ik.

Waarbij aangetekend dat ik stam uit een benepen links milieu van belastingbetalende kantinejuffrouwen, letterknechten en vakbondsbonzen en dat het woord ‘miljonair’ voor mij met mijn socialistische afkomst traditioneel eenzelfde bijklank heeft als wortelkanaalbehandeling, zwartgeldpraktijk of zedendelict. Met hoeveel vrolijke instemming lazen mijn vrienden en ik niet de Franse amokmaker Thomas Piketty, die in zijn boek Kapitaal in de 21ste eeuw met zoveel plezier inhakt op iedereen die zijn handen uit de mouwen steekt om wat graaistuivers te verdienen? Ontwaakt, verworpenen der aarde!

‘Kom kom: zei hoofdredacteur Roland van der Spek, ‘niet zo miepen, vent, ben je ook eens onder het volk. We gaan ons een beetje verlustigen aan de wereld van snelle karren en glimmende bolides. Haal je tenue de ville uit de mottenballen en vervoeg je bij ons, als je tenminste nog voor TopGear wilt blijven schrijven.’

Goed argument, maar ik besloot het feestje eerst eens even te googelen. De Masters of LXRY bleek een in de RAl gehouden beurs waarin toet rijk Nederland bij elkaar komt om zich te vergapen aan diamanten, horloges, juwelen, badkamers, schilderijen, vreemde dingen die met design te maken hebben, auto’s en vooral… elkaar. Jan des Bouvrie bleek er een stand te hebben, Gordon stuiterde er rond, er struinden profvoetballers en sporthelden, celebrity’s hingen er welgemoed aan de toog en er walmde – begreep ik – de geur van welvaart en succes.

Hoewel het eigenlijk buiten het bereik van deze autocolumn valt, ben ik daarna als voorbereiding op mijn bezoek toch even dieper in het onderwerp gedoken. Niets dat mij zo’n plezier geeft als me te verdiepen in de wereld van mensen aan de andere kant van het inkomensgat. Volgens de jaarlijkse Amerikaanse ‘Billionaire Census’ zijn er op aarde twaalf miljoen (dollar-) miljonairs, zeg maar bij elkaar opgeteld een land met zoveel inwoners als België. Dat klinkt best veel. Slechts 2.325 van deze miljonairs zijn ook miljardair, in de zin dat ze minimaal duizend miljoen op de bank hebben staan. Dat klinkt nog veel meer.

De gemiddelde miljardair bezit het schamele bedrag van drieduizend miljoen dollar. In Europa wonen de meeste miljardairs, namelijk 775, Amerika is runner-up met 571. De gemiddelde leeftijd van een miljardair is 63 jaar, het gemiddeld aantal huizen dat hij of zij bezit is vier. Eén op de dertig miljardairs bezit een sportclub. Dat klinkt dan weer weinig.

Laten we voorzichtig aannemen dat álle twaalf miljoen miljonairs en álle miljardairs een auto hebben en dat – zuinig gegokt – de helft van hen een auto heeft waaraan een blad als TopGear zich zou kunnen verlustigen. Dat is een conservatieve schatting, maar extreem rijke mensen zijn vaak ook extreem zuinig, want anders waren ze niet zo rijk(er zullen ongetwijfeld miljonairs zijn die rondrijden in een Toyota Crematorium of een Fiat Multipla). Dan hebben we het dus over een geschat aantal van ruim zes miljoen luxe auto’s. Dat lijkt me een behoorlijke markt.

Omdat ik toch bezig was googelde ik nog een paar cijfers: alle miljardairs in de wereld hebben bij elkaar 7,3 biljoen in hun portemonnee, oftewel twee keer het Bruto Nationaal Product van een land als Duitsland, oftewel 4 procent van de totale rijkdom in de wereld. De 1 procent meest welvarende mensen op aarde bezitten gezamenlijk 40 procent van de welvaart. Me dunkt dat die zich best een paar leuke vervoersmiddelen kunnen veroorloven.

En met dit in gedachten kwam ik aan in Amsterdam, meegenomen in de lichtblauwe Jaguar XK van de hoofdredacteur (een zo mooie bak dat ik mijn taks luxewagens van die dag al bijna had bereikt). We werden bij de hoofdingang opgewacht oor de redacteur, die zich doorgaans als een vis in het water voelt tussen de upperclass. Wij kennen elkaar nu vijfentwintig jaar – ik heb hem nooit zo op zijn gemak gezien dan als hij zich in Manhattan onderhoudt met de jetset, in Kaapstad opgaat in de beau monde en in Tilburg aan de toog hangt van café Weemoed, waar een biertje nog gewoon 1,70 euro kost.

‘Dit noem jij tenue de ville?’ zei hij, misprijzend kijkend naar mijn bruine schrijversjasje met elleboogstukken. ‘Bruin, Ronald? Als tenue de ville iets niet is, is het bruin. Zoek maar na op Google.’

Zelf was hij onberispelijk gekleed in een spencer van Missoni en een blauw pak van Carolina Herrera. Hij droeg daarbij vrolijke stappers van Crockett & Jones, die behoorlijk afstaken bij mijn afgedragen, bruine woestijnschoenen. Bruin, ook dat nog.

‘Ik kom hier voor de auto’s,’ antwoordde ik, met mijn opschrijfboekje al in de hand, ‘niet om complimenten te krijgen voor mijn outfit.’

Ik zal niet zeggen dat beide heren en Van der Spek zich voor mijn aanwezigheid schaamden, maar het was opvallend dat ze altijd of vijf meter voor of vijf meter achter mij liepen. Soms probeerde ik een gesprek met ze beginnen, en dan bleek vaak dat ik mij onverhoeds had gericht tot iemand met een bak oesters om zijn nek of een meisje met een schaal luxe designbitterballen.

We deden wat hallen aan met horloges, tuinmeubels, zeilboten en voorwerpen waarvan het ons niet duidelijk was of het badkamerkranen, erotisch hulpmateriaal of kunstwerken betrof, tot we eindelijk in een hal arriveerden waar de firma Louwman Exclusive Cars een gedeelte had omheind.

‘Zo’, zei de hoofdredacteur. ‘We zijn waar we willen zijn.’

En toen gebeurde het. Fight. Flight. Freeze. Even leek het of er roze spots werden ontstoken. Plotseling klonk er vanuit alle hoeken zachte vioolmuziek. De geur van bloemen waaide door de hal. Een mozaïek van lichten daalde op ons neer. Morgans, Maserati’s, l.arnborqhinl’s, McLarens. Van Eijkeren,,Yan der Spek en ik stonden bij de ingang van wat ik,overweldigd door emoties, in mijn opschrijfboekje noteerde als: ‘Het auto paradijs’.

Wordt vervolgd.

De Utrechtse schrijver Giphart doet live verslag vanuit de kleedkamer, waar zich de gerenommeerde Formule 1-fan Bart Chabot bevindt.