Ronald Giphart schreef een nieuw boek dat hem opnieuw naar zijn eigen weggedrag liet kijken. Maar rijdt Giphart nou wel of niet beter dan gemiddeld?

TopGear 136 Diashow

In mijn jeugd had ik een oom – niet eens een echte die ons na iedere zomer uitnodigde om naar zijn vakantiedia’s te komen kijken. Dan verduisterde hij zijn huiskamer en trakteerde hij ons een uur of tien lang op zijn belevenissen in den vreemde. Zijn vrouw en kinderen zaten er glunderend bij en lardeerden zijn verhalen met vrolijke aanvullingen. Ik herinner me vooral dat er op tafel bloemkoolroosjes en selderijstengels stonden, om te dippen in een blauwschimmelkaassaus. Hoe jong ik nog maar was: ik zwoer op dat moment dat ik nooit en te nimmer mensen met mijn vakantiebelevenissen zou vervelen. Daar heb ik me vervolgens aan gehouden. Althans, tot afgelopen zomer. En dat heeft met auto’s te maken.

Op deze dia zie je de schattige berg in de buurt van het Zuid Franse plaatsje Sare, of Sara, zoals de Basken het noemen. Sara ligt midden in de Pyreneeën, het groene weerbarstige regenachtige berggebied waar de inwoners een taal spreken die geen enkele verwantschap heeft met andere talen op aarde. Er is door sommige wetenschappers geopperd dat de Basken rechtstreekse afstammelingen zijn van Neanderthalers, de menssoort die door de Homo Sapiens vakkundig uit Europa is verjaagd. Van alle Europese volken zouden de Basken het grootste aantal op Neanderthalers terug te voeren genen in hun dna hebben. Toch mag en kan niemand beweren dat de huidige inwoners van Baskenland primitiever of onbeschaafder zouden zijn dan mensen met een mindere hoeveelheid genetisch Neanderthalererfmateriaal. Integendeel. De Basken hebben een zeer verfijnde cultuur als het gaat om kunst, literatuur, gastronomie en sport. En om autorijden.

Op deze dia is heel duidelijk ons vakantiehuisje te zien, mooi gelegen bovenaan die hoge berg. Xabi, de eigenaar, vertelde ons voorafgaand aan ons bezoek dat de oude berghut in vroeger tijden dienst had gedaan als bergplaats voor smokkelaars. Hij had het huisje gerenoveerd en aangepast aan de huidige eisen (er was zonne-energie, een gasfornuis en stromend bergbeek-water).

Kijk, en hier zie je heel duidelijk de weg ernaartoe. Of beter: het pad. De steile rotsstenen. Xabi had me vooraf duidelijk gevraagd of ik toevallig een 4×4 reed of ik niet een auto bezat met een nogal lage ligging. Ik zei dat ik met een Volvo V70 kwam. Xabi antwoordde dat hij dacht dat mijn auto het wel moest redden, maar ik kon er ook voor kiezen hem bij aankomst even te bellen, want hij had aan de voet van de berg nog een oude Renault Kangoo staan die de helling makkelijk kon nemen.

Oh, dit is ook een fijne dia. Hier heb ik net geprobeerd om dat laatste stuk van de berg – dat nogal steile stuk dus – gewoon met mijn eigen auto te nemen. Hoezo zou een V70 iets niet kunnen dat een Kangoo wel kan? Waarschijnlijk – reconstrueerde ik achteraf – heb ik te veel gas gegeven en zijn mijn wielen gaan spinnen. Ik had natuurlijk mijn auto rustig in zijn eerste versnelling langzaam die rothelling moeten optrekken, maar dacht dat een goeie trap op mijn gaspedaal alles zou oplossen.

Hier, dit zijn de greppels langs het berg pad. Omdat het zo vaak regent in Baskenland hebben de weggetjes er diepe geulen om het water ordentelijk te laten weglopen. Diep, als in 80 centimeter diep. En dit is de foto waar je ziet hoe ik achteruit ben gereden en pontificaal in zo’n greppel ben geraakt. Grappig hè, hoe schuin een auto kan staan? Je ziet heel goed hoe de linkerzijkant tegen de bergwand is ge apt en hoe mijn beide rechterwielen zweven in de lucht.

Dit is de blik van Xabi, als hij ziet hoe ik mijn auto tegen zijn berg heb geparkeerd. Meer nog dan de kreukels in de linkerzijkant van mijn auto, ligt mijn ego in kreukels. zie je dat? ‘Wat is dat voor een gedegenereerd stadsmens?’ verraden de ogen van Xabi.

Op deze dia loop ik ijsberend te bellen met de ANWB. Goddank was er bereik op die verlaten berg, zo ontwikkeld is dat land gewoon. En laten we even ook vooropstellen: lang leve de ANWB! Eerst spraken ze met mij. daarna met Xabi, die weer belde met een lokale ‘garagist’, die op zijn beurt sprak met de ANWB, die daarna mij weer belde om me te troosten en gerust te stèllen.

Dit is dus de enorme takel-vorkheftruck die de volgende middag met pijn en moeite het kleine bergweggetje op kwam gereden. Het kostte twee mannen een uur om met behulp van houtblokken en sleepkabels mijn auto uit de greppel te hijsen. Goddank was mijn auto op het oog niet verder beschadigd dan de deuk in de voorkant. We zouden gewoon verder kunnen reizen naar Spanje, het doel van onze vakantie.

Hier zie je een foto van Xabi’s Kangoo die we van hem alsnog mochten gebruiken. ‘Laat je Volvo beneden staan en rijd met mijn auto de berg op en neer’, zei hij. Je moet er alleen even een paar liter gazole ingooien.’

En op deze dia zie je hoe plotseling ook de Kangoo stilvalt, midden op de berg. Ook na twintig keer opnieuw starten en hellingproeven krijg ik geen enkel geluid meer uit de motor. Nadat moet ik erbij zeggen – ik een jerrycan met tien liter in Spanje getankte gasolina in de tank heb gegoten.

Dit, dit hier, is mijn blik als ik er via mijn mobiele telefoon achterkom dat gazole in het Frans diesel betekent en niet gasolina (benzine). En dat ik dus net een sloot benzine in een vrijwel lege dieselmotor heb gestopt. En hier zie je me googlen wat ik nu moet doen en hoeveel dit foutje me gaat kosten. Ik lees bedragen tussen de negenhonderd en negenduizend euro. En hier bel ik met Xabi. Ik zie zijn blik aan de andere kant van de verbinding niet, maar ik hoor hem zuchten en in het Baskisch vloeken. Ik versta er geen woord van, maar soms is taal behoorlijk universeel.

Dit is een foto van Xabi en een vriend van hem, die twee dagen later – op hun vrije zondagochtend – langskomen met slangen en een nog veel grotere jerrycan. Het kost hen anderhalf uur, maar dan krijgen ze de door mij verneukte motor weer aan de praat. Ze rijden er vier keer de berg mee op en af.

Uiteraard vraag ik Xabi wat ik hem verschuldigd ben, maar zowel hij als zijn vriend zijn bijna beledigd dat ik hen wil betalen voor het oplossen van mijn blunder. Uiteindelijk – wat je niet op de dia’s ziet – heeft mijn bezoek aan Baskenland me twee dingen geleerd. Mijn eigen domheid is een kracht die groter is dan ik had kunnen vermoeden, en soms is niet alles zo slecht en voos als we denken. Leve de ANWB. Leve de Baskische volksaard.

 

Leer meer TopGear columns van Ronald Giphart.