Wie is Jan Terlouw?

Kernfysicus, politicus en schrijver Jan Terlouw wordt bekend door zijn politiek optreden binnen de politieke partij D66 in 1970. In die zelfde tijd begint hij met het schrijven van kinderboeken, waaronder Oorlogswinter en Koning van Katoren en wint hiermee verschillende prijzen. Wie is Jan Terlouw?

Het originele stuk met alle foto’s en alle filmpjes is hier te vinden.

De wat brave maar zeer intelligente domineeszoon besluit na twaalf jaar onderzoek gedaan te hebben in de kernfysica rond zijn veertigste het roer om te gooien. Hij sluit zich aan bij D’66 — toen nog met een apostrof — en zal veel hoogte- én dieptepunten kennen in zijn politieke carrière. 

Congres in RAI Amsterdam in 2016.

In dezelfde tijd begint Terlouw ook met het schrijven van jeugdboeken. Veel verwacht hij hier niet van en hij zal zich dan ook verbazen over het enorme succes van veel van zijn boeken, waarvan twee met een Gouden Griffel zullen worden bekroond. De spannende jeugdboeken met een hoog moralistisch gehalte vallen goed in de jaren zeventig.

Terlouw wordt vicepremier en minister van Economische Zaken. Joop den Uyl echter wordt minister op Sociale Zaken, waar ook terstond Werkgelegenheid aan wordt toegevoegd. Dit leidt tot grote wrijving tussen beide ministeries en bewindslieden. Het kabinet valt en bij de verkiezingen in 1982 verliest D’66 veel zetels, Terlouw krijgt stevige kritiek en in datzelfde jaar verlaat hij gedesillusioneerd de Haagse politiek.

Terlouw zal tot op de dag van vandaag deel blijven nemen aan het maatschappelijk debat. Zo trekt hij nog steeds door het land met lezingen die vooral gaan over het milieu en de noodzaak voor de politiek om het vertrouwen terug te krijgen van zijn burgers.

Hoe is de jeugd van Jan Terlouw?

Jan Cornelis Terlouw wordt op 15 november 1931 geboren in Kamperveen. Zijn ouders zijn Jan Cornelis Terlouw en Grietje Terlouw-Stein. Zijn vader is predikant van de Gereformeerde Bond. Vader Terlouw is een erudiet man, die veel bewondering oogst binnen zijn kringen, verder is hij mild en staat hij open voor andermans mening. Grietje is huisvrouw, zeer gelovig en behulpzaam voor iedereen. Zij gaat rond met pannetjes soep voor de armen.

Jan heeft nog een ouder zusje, Etty, een jongere broer, Theo en later komt er nog de tweeling Ronald en Yvonne bij. De beide broers zijn aanvankelijk niet blij met de komst van de tweeling en besluiten hen ‘Poep en Pies’ te noemen.

De kinderen groeien op in de stijl die hoort bij een gereformeerd domineesgezin, zo gaan ze op zondag twee keer naar de kerk en mag er op die dag niet gefietst of geschaatst worden. Ook komt er geen spel kaarten binnen. De kinderen zijn niet altijd blij met deze regels maar protesteren niet. Het huis is verder een zoete inval, vriendjes en vriendinnetjes zijn welkom en blijven vaak eten, soms zit het gezin met veertien man aan tafel.

“Op zijn tiende komt hij over als een vijftienjarige.”

Al snel blijkt de kleine Jan over een scherpe intelligentie te beschikken. Hij kan al schrijven voordat hij naar school gaat en mag twee klassen overslaan. Ook geestelijk is hij zijn leeftijdsgenoten ver vooruit, op zijn tiende komt hij over als een vijftienjarige. Jan houdt ontzettend van lezen, hij voelt zich als een kind in een snoepwinkel als hij in de derde klas toegang krijgt tot een kast met wel honderd boeken die hij allemaal mag lenen.

Jan is een erg braaf kind. Regelmatig gaat hij met zijn vader mee ‘uit preken’. Ze fietsen met z’n tweeën naar dorpen in de buurt en discussiëren onderweg over de inhoud van de preken.Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt woont het gezin in Garderen. Een paar dagen later rijden Duitse motoren het dorp in. Een soldaat strandt met motorpech, nadat hij zijn handen bij het repareren van de motor heeft vies gemaakt, wil hij zijn handen wassen bij de pomp. Kleine Jan, dan acht jaar, helpt hem hierbij maar houdt er vervolgens een groot schuldgevoel aan over: hij voelt zich een verrader.

Ook worden er twee Duitse officieren bij het gezin in gekwartierd. De een is een echte nazi, en dus heel makkelijk te haten, de ander echter is een aimabele Beier. Jan wil hem wel haten maar vindt hem ondanks zijn ‘Duits zijn’ ontzettend aardig.

Als in het nabij gelegen Putten een grote razzia wordt gehouden als represaille voor een beschieting van een auto met Wehrmachtofficieren, slaat bij Jan de schrik toe. Aangezien zijn vader dominee is, loopt deze ook grotere kans om door de Duitsers als vergelding doodgeschoten te worden.

Het laatste jaar van de oorlog maakt op Jan de meeste indruk, het gezin woont dan in Wezep. Jan kan in die tijd niet meer naar school en brengt zijn dagen door met het helpen van zogenaamde ‘hongerlijders’. Dagelijks lopen er honderden mensen voorbij, gekleed in lompen, ploeterend door de sneeuw, komende uit het westen van het land op zoek naar voedsel.

“Alles was zó intens. Als nu in het dorp iemand omkomt bij een verkeersongeval dan is iedereen een week van slag. Maar toen gebeurde elke dag zoiets.”

Jan Terlouw over de laatste jaren van de oorlog.

Het is de Hongerwinter. Met het doen van klusjes bij boeren probeert Jan zijn bijdrage te leveren aan het gezin. Hij is veel van huis en hij voelt zich nuttig. Zijn ouders geven hem veel verantwoordelijkheid. Jan is snel volwassen geworden: “Alles was zó intens. Als nu in het dorp iemand omkomt bij een verkeersongeval dan is iedereen een week van slag. Maar toen gebeurde elke dag zoiets.”

Hij is dertien als de Canadezen hun dorp binnen komen rijden. Niet de Canadezen, maar het gehuppel van zijn door opluchting en blijdschap overspoelde vader maakt het meeste indruk op hem. Jan realiseert zich dan dat zijn vader al die oorlogsjaren in angst heeft gezeten zonder het te laten merken.

Na de oorlog breken dan voor Jan paradoxaal de zwaarste jaren in zijn leven aan. Heeft hij in de oorlogsjaren een grote zelfstandigheid gevoeld, nu moet hij weer naar school en zich als een kind gedragen. Aangezien hij een achterstand heeft opgelopen, behoort hij ineens niet meer tot de slimsten, en dit vindt hij heel vervelend. Pas als hij naar Utrecht gaat om te studeren, begint voor zijn gevoel ‘het echte leven’ weer.

Hoe verzeilt de wetenschapper Terlouw in de politiek?

In 1948 start Terlouw met studie wis- en natuurkunde aan de Universiteit van Utrecht. Tijdens de studie ontmoet hij Alexandra van Hulst. Het is liefde op het eerste gezicht en ze zullen vijfenzestig jaar, op een korte ‘huwelijksvakantie’ na, samen zijn. Ze krijgen drie dochters en een zoon.

Jan Terlouw met zijn vrouw Alexandra Verhulst in 1982.

Terlouw gaat als wetenschappelijk onderzoeker werken aan verschillende internationale prestigieuze instellingen. In 1964 promoveert hij op onderzoek naar kernfusie. Na twaalf jaar onderzoek gaat het kriebelen bij Terlouw, als kernfysicus is hij bezig met een heel gespecialiseerd vakgebied, terwijl zijn belangstelling veel verder gaat. Hij voelt zich aangetrokken tot de nieuwe politieke partij Democraten 66 en wordt lid.

Jan Terlouw tijdens het partijcongres in 1982.

 In 1970 komt hij in de gemeenteraad van Utrecht. Terlouw krijgt zoveel lol in de politiek dat hij besluit een punt te zetten achter zijn wetenschappelijke carrière. In 1971 wordt hij gekozen in de Tweede Kamer. Hij krijgt vanwege zijn achtergrond de onderwerpen economie, milieu en energie toegeschoven. Hij houdt zich onder andere bezig met het beleid rond olie- en gaswinning.

In 1973 besluit fractievoorzitter Hans van Mierlo terug te treden en Terlouw wordt gekozen als zijn opvolger. Het zijn geen beste tijden voor de partij en er wordt zelfs gestemd over opheffing.

Fractievoorzitter Hans van Mierlo tijdens de persconferentie waarin hij aftreedt en zijn opvolger, Jan Terlouw, aankondigt (1975).

Het tij lijkt te keren in 1981. Er wordt een grote mediacampagne rond Terlouw op poten gezet voor de Tweede Kamerverkiezingen waarin hij wordt neergezet als de ideale schoonzoon. D’66 boekt een grote winst en komt in een regering met de PVDA en het CDA onder leiding van Dries van Agt.

Jan Terlouw samen met verslaggever op de motor tijdens een interview over Terlouws samenwerking met Joop den Uyl en Dries van Agt. 

Wanneer begint Jan Terlouw met schrijven?

Als kind is Terlouw dol op lezen, in schrijven echter heeft hij geen plezier, naar eigen zeggen omdat hij als linkshandige gedwongen wordt rechts te schrijven. Het talent voor het verzinnen van verhalen komt eigenlijk pas naar boven tijdens zijn vaderschap. Als zijn oudste twee jaar is, begint Terlouw met het vertellen van spannende verhalen voor het slapengaan. De verhalen zijn zo’n succes dat zijn vrouw Alexandra hem aanspoort om ze op te schrijven. Zij stuurt ze naar een uitgever die hem de opdracht geven een langer verhaal te schrijven. Terlouw had net een verblijf in Rusland achter de rug en zo ontstaat Pjotr, over een Russisch jongetje dat zijn vader achterna reist. Het boek komt uit in 1970.

Hierna schrijft hij het boek Koning van Katoren, over de zeventienjarige Stach die zeven opdrachten moet vervullen om de koning van Katoren te worden. Het boek wordt door zijn uitgever als te politiek gezien, velen zullen er het partijprogramma van D’66 in lezen. Terlouw vertrekt naar uitgeverij Lemniscaat, die het boek wel wil uitgeven. Het boek wordt een enorm succes en wordt in 1972 bekroond met de Gouden Griffel.

Jan Terlouw (rechts) krijgt een Gouden Griffel voor het beste jeugdboek in 1972, voor de titel Koning van Katoren.

In datzelfde jaar komt Oorlogswinter uit, gebaseerd op Terlouws eigen ervaringen. De hoofdpersoon is de vijftienjarige Michiel die betrokken raakt bij het verzet. Ook dit boek wordt een enorm succes en wordt met een Gouden Griffel bekroond. Terlouw staat zelf versteld van dit succes, hij denkt dat het ligt aan de authenticiteit van het verhaal, maar verder is het hem een raadsel: “Ik weet niet hoe het werkt, schrijven. Ik doe maar wat.” In 2008 wordt het boek zeer succesvol verfilmd en opnieuw uitgegeven in 2016 met een oplage van 260.000 exemplaren, bedoeld om de jeugd te stimuleren om te lezen.

“Ik weet niet hoe het werkt, schrijven. Ik doe maar wat. “

Hoe gaat het verder met Jan Terlouw?

Na zijn vertrek uit Den Haag verhuist hij in 1983 naar Parijs, waar hij werkzaam is als secretaris-generaal van de Conferentie van Europese transportministers. In 1991 wordt hij Commissaris van de Koningin in Gelderland en hij krijgt veel lof voor de manier waarop hij dit ambt invult. In 1996 gaat hij met pensioen maar hij blijft op maatschappelijk vlak tot op de dag van vandaag actief.

Jan Terlouw tijdens een publieksdebat in Utrecht over voltooid leven, de term die gebruikt wordt voor mensen die veelal op leeftijd en een actieve doodswens hebben ontwikkeld.

In 1999 komt hij voor D66 — inmiddels zonder apostrof — in de Eerste Kamer en hij reist het land door met lezingen over zijn favoriete thema’s zoals het gemis aan ‘broederschap’ en de daarmee gepaard gaande vereenzaming in onze huidige maatschappij, het wantrouwen van de burgers voor elkaar en de politiek en de problemen met de klimaatverandering.

Jan Terlouw signeert zijn roman ‘De Derde Kamer’.

Een voorlopig hoogtepunt bereikt Terlouw op vijfentachtigjarige leeftijd met een korte bevlogen rede in De Wereld Draait Door. Vooral zijn ‘verdwenen touwtje uit de brievenbus’ als teken van het verloren gegane vertrouwen in elkaar, raakt bij vele kijkers een snaar.

“Ik zeg tegen alle politici: mensen, wees integer.”

Terlouw ziet zichzelf als een zondagskind, hij heeft veel geluk in zijn leven gekend en veel kansen gekregen, al is hij ook van mening dat er soms lef voor nodig is om die kansen te grijpen.

In het kort

  • Jan Terlouw is kernfysicus, politicus en (kinder)boekenschrijver. Hij wordt geboren op 15 november 1931 in Kamperveen.
  • In 1948 gaat Terlouw wis- en natuurkunde studeren en bouwt zijn kennis flink. In 1964 promoveert hij op een onderzoek naar kernfusie.
  • In 1970 komt Terlouw in de gemeenteraad van Utrecht. Hij zet een punt achter zijn wetenschappelijke carrière.
  • In 1971 wordt hij gekozen in de Tweede Kamer en in 1973 wordt hij de opvolger van D’66 fractievoorzitter Hans van Mierlo.
  • Jan Terlouw wint twee Gouden Griffels voor zijn boeken Koning van Katoren en Oorlogswinter.
  • In 1996 gaat hij met pensioen, maar blijft tot op heden maatschappelijk actief.