Wie was Harry Mulisch?

Harry Mulisch wordt door velen beschouwd als een spraakmakende, humoristische en tot de verbeelding sprekende persoonlijkheid. Zijn gekoesterde bijnaam ‘de Nederlandse Homerus’ roept bij sommigen misprijzen op. Collega Ronald Giphart zet het werk en leven van Harry Mulisch op een rij.

Het originele stuk met alle foto’s en alle filmpjes is hier te vinden.

Harry Mulisch is een van de belangrijkste schrijvers uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Hij wordt gerekend tot ‘de Grote Drie’, samen met Gerard Reve en W.F. Hermans. Zijn grootste bestseller is De aanslag (1982), met een wereldwijde oplage van ongeveer twee miljoen exemplaren. De verfilming van dit boek wint in 1987 een Oscar.

Harry Mulisch in zijn woning in Amsterdam, net voor zijn tachtigste verjaardag.

Hoe is de jeugd van Harry Mulisch?

Harry Kurt Victor Mulisch wordt in Haarlem geboren op 29 juli 1927 (precies negen maanden na de uitbarsting van de Vesuvius, iets dat volgens hem geen toeval was). Zijn vader is Kurt Mulisch, geboren in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en tijdens de Eerste Wereldoorlog officier aan het Westelijke front. Na de oorlog leert Kurt in Nederland de in Vlaanderen geboren Alice Schwarz kennen. In april 1926 trouwt het stel en een jaar later — Alice is dan achttien jaar — wordt in Haarlem Harry geboren. Hij zal enig kind blijven.

Mulisch over de bijzondere manier waarop zijn ouders elkaar ontmoetten. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

De beide echtelieden spreken in het begin Duits met elkaar, maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding met Duits als tweede taal. De opvoeding van Harry wordt voor een groot deel voor rekening genomen door de Poolse huishoudster Frieda Falk, naar wie Harry een dochter noemt.

Als Harry negen jaar is scheiden zijn ouders, zijn moeder vertrekt naar Amsterdam, waar hij haar wekelijks bezoekt. Harry blijft bij zijn vader en Frieda wonen. In de jaren dertig krijgt Harry een grote fascinatie voor chemie als hij het boek De ongelofelijke verhalen van Bram Vingerling (1927) van Leonard Roggeveen leest.

“Ik bén de Tweede Wereldoorlog.”

Harry Mulisch

Harry is twaalf jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. In de oorlog werkt Harry’s vader als directeur personeelszaken bij de bank Lippman-Rosenthal & Co. Deze bank krijgt van de nazi’s de opdracht geconfisqueerde Joodse bezittingen te ‘beheren’. De band van zijn vader met de nazi’s zorgt er ook voor dat Harry’s Joodse moeder niet naar de kampen wordt gestuurd en dat hij niet wordt opgeroepen voor de Arbeitseinsatz . Deze paradox zal er voor zorgen dat Harry later zal zeggen dat hij de Tweede Wereldoorlog wás. Mulisch: “Zowel de agressor als het slachtoffer zitten in mijn bloed.”

Presentator Pieter Jan Hagens duikt in het Nationaal Archief, waar hij documenten over het naziverleden van Kurt Mulisch vindt.

Het maakt hem bewust van de ingewikkeldheid van begrippen als ‘goed’ en ‘kwaad’ en ‘schuld’, die in zijn latere oeuvre en gedachtegoed een grote rol spelen.

Tijdens de oorlogsjaren gaat het op school niet goed met Harry. Hij behaalt slechte resultaten — naar eigen zeggen verveelt hij zich — en hij spijbelt veel. Zijn meeste tijd gaat zitten in het doen van scheikundige proeven en zijn avonturen met meisjes. Harry wordt van school gestuurd. Volgens de rector is hij “te fluwelig, enigszins onbetrouwbaar, druk, onderaards kletser, lawaaierig, luidruchtig, ruw, praatjesmaker, bankenvernieler.”

Mulisch over zijn schoolcarrière

“De leraren waren blij dat ik opgehoepeld was.” De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Wat is ‘de ontdekking van Harry’s schrijverschap’?

In de tweede helft van de jaren veertig woont Harry alleen thuis met Frieda. Zijn vader is in Amsterdam als collaborateur geïnterneerd.  Harry buigt zich thuis over chemische vraagstukken, hij bezoekt immers geen school meer en probeert toegankelijke scheikundeboeken te schrijven.

Op een dag, hij is dan achttien, rijdt hij langs een huis waar de ramen openstaan: er klinkt pianomuziek uit een kamer en Mulisch ziet wanden vol boeken. Dit beeld zorgt ervoor dat er een verhaal in zijn hoofd ontstaat dat hij thuis opschrijft. Op dat moment beseft hij dat hij schrijver is. Het verhaal ‘De kamer’ wordt een jaar later gepubliceerd in Elseviers Weekblad.

Mulisch neemt de Reina Prinsen Geerlingsprijs in ontvangst (1951).

De daaropvolgende twee jaar wijdt hij zich aan zijn eerste roman Archibald Strohalm. De jongen Archibald doet hierin een jammerlijke poging een alomvattende filosofie te ontwerpen. In dit boek is een belangrijke rol weg gelegd voor een ‘mythisch-magisch element’. Volgens Mulisch is het de taak van een schrijver om de diepere betekenis van de werkelijkheid te laten zien. Dit kan onder andere door mythen en symbolen in deze werkelijkheid te herkennen en zo het alledaagse aan het mysterieuze en het goddelijke te verbinden. Mulisch wint met zijn debuutroman de Reina Prinsen Geerlingsprijs, een prestigieuze onderscheiding.

Fragment uit het Polygoonjournaal, waarin schrijvers zichzelf aanprijzen op de boekenmarkt.

Hoe bouwt Mulisch verder aan zijn literaire universum?

In de daaropvolgende jaren schrijft Mulisch veel en altijd speelt het mythische een grote rol. In 1959 publiceert hij Het stenen bruidsbed, over het bombardement op de Duitse stad Dresden in februari 1945. Het verhaal wordt verteld vanuit de Amerikaanse boordschutter in een van de bommenwerpers. De compositie van de roman is gedeeltelijk gebaseerd op de Ilias van Homerus.

Het decennium dat volgt staat voor Mulisch in het teken van politieke gebeurtenissen en het daarmee gepaard gaande engagement. Mulisch wordt een boegbeeld van links. Hij schrijft in deze jaren geen fictie, want het is volgens hem ‘oorlog’. En in oorlogstijd moet men zich niet bezighouden met het schrijven van romans. Mulisch: “Dan zijn er echt belangrijker dingen te doen.”

“Een schrijver ben je, dat kun je niet worden. Je bent het of je bent het niet. Daar is geen leerschool voor.”

Harry Mulisch

In 1961 verschijnt De zaak 40/61, een bundeling van zijn verslagen voor Elsevierwaarin hij het proces van Adolf Eichmann in Jeruzalem verslaat. Hij raakt gedeprimeerd door wat hij daar aanschouwt. Mulisch is ontsteld door de alledaagsheid van Eichmann, volgens Mulisch was hij geen slecht mens, maar iemand zonder overtuigingen en die slechts bevelen van anderen uitvoerde.

Mulisch zal verder in deze jaren nog flirten met de provo -beweging en een grote sympathie koesteren voor Fidel Castro, die hij ook ontmoet. Hij ziet het communisme als de overwinnaar van het nationaal-socialisme, in zijn ogen het ultieme kwaad. Zijn omarming van Castro komt hem op veel kritiek te staan, zeker in de jaren waarin blijkt dat Cuba niet de idylle is die het in de ogen van Mulisch zou zijn. Hij zal echter, ook op latere leeftijd, dit foute standpunt nooit toegeven. Mulisch zegt hierover dat de liefde over is “maar dat je nog altijd genegenheid koestert voor de warme gevoelens van weleer”.

“Je moet dan nu gaan zeggen dat je je vergist hebt. Daar heb ik geen zin in.”

In de jaren zeventig neemt zijn politieke engagement af en wijdt hij zich onder andere aan poëzie, verhalen en toneelstukken. Zijn werk bevat veel filosofische en psychologische elementen. Er is ook nog steeds een plaats voor de mythologie. In 1975 komt de succesvolle roman Twee vrouwen uit. In het boek wordt het verhaal verteld van een lesbische relatie tegen een mythologische achtergrond.

In 1980 verschijnt het filosofische De compositie van de wereld. Een boekwerk dat maar voor weinigen te doorgronden is. Volgens collega-schrijver W.F. Hermans is de filosoof Mulisch een clown. Hermans: “Wie schrijft er nu een boek van duizend pagina’s over filosofie, als hij er geen bal verstand van heeft?”

Mulisch’ succes bij het grote publiek komt met de roman De aanslag in 1982. Hoofdpersoon van het boek is Anton Steenwijk, de enige overlevende van een Duitse represaille-actie. In de loop van zijn leven probeert hij de ware toedracht van het drama in kaart te brengen. Het draait in het boek om de begrippen schuld en verantwoordelijkheid en om goed en kwaad.

De aanslag is niet alleen commercieel een groot succes, ook de critici zijn lovend, vanwege Mulisch’ stilistische helderheid. Mulisch krijgt in de literaire wereld een bijna goddelijke status, iets waarin hij zelf met ogenschijnlijk groot plezier zijn eigen rol in speelt. Hij is een graag geziene gast op de televisie, niet in de minste plaats om zijn vermeende arrogantie, pedanterie en ijdelheid. Mulisch: “Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertje lief aan.”

“Een beetje gek moet je als schrijver wel zijn?” “Absoluut.”

Mulisch heeft het uiterlijk van een dandy, met gesoigneerd krulhaar, piekfijn op elkaar afgestemde kleding, een pijp binnen handbereik. Er ontstaan twee kampen: zij die deze ijdelheid voor waar aannemen en zij die er steeds de ironie van in blijven zien. Mulisch geniet van dit spel. “De meeste mensen ergeren zich aan mijn arrogantie, doordat ze zelf een superioriteitscomplex hebben, dat ze voor zichzelf verbergen, zodat ze het mij kwalijk kunnen nemen.”

Hoe succesvol is Mulisch?

Mulisch zal zo’n beetje elke Nederlandse literaire prijs bemachtigen. Zelf hoopt hij ook nog de Nobelprijs voor Literatuur te bemachtigen, maar deze hoop blijkt ijdel. Zijn boeken worden in 38 talen vertaald. In 2006 wordt er een planetoïde naar hem vernoemd.

In 1992 schrijft Mulisch zijn magnum opus , het 65 hoofdstukken tellende De ontdekking van de hemel. In dit boek komen alle thema’s uit zijn oeuvre samen tegen het decor van de kosmos. In 2007 wordt het boek gekozen tot ‘Het beste Nederlandse boek aller tijden’. Ook in het buitenland is het boek een enorm succes.

In 2000 schrijft Mulisch het boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid, met een oplage van 760.000 exemplaren.

Schrijf-ster

Zijn werk is van een andere planeet,
Zoveel heeft hij zijn lezersvolk te bieden;
Vandaar dat voortaan een planetoïde
Ver in de Melkweg Harry Mulisch heet.

Het is terecht om hem zo te belonen
Als hij tenminste zelf daar ook gaat wonen.

Driek van Wissen

Gerard Reve laat tijdens een persconferentie weten wat hij van De ontdekking van de hemel vindt.

Wat is de relatie van Mulisch met vrouwen?

Mulisch is van jongs af aan zeer geïnteresseerd in het andere geslacht. In seksueel opzicht dan. Om mee te praten vindt hij vrouwen naar eigen zeggen minder geschikt: “Het is zelden voorgekomen dat ik van een vrouw iets leerde — ik heb wél van vrouwen geleerd hoe ze iets dóen, hoe ze zijn, hoe ze in het leven staan, dat wel; maar niets geleerd van wat ze reflecterend discursief daarover denken, vertellen.”

Mulisch vindt de zucht naar veroveringen gezond: je wordt er niet dik van en je eindigt er niet mee in de goot zoals met heroïne. Het verhaal gaat dat Mulisch met tweeduizend vrouwen heeft geslapen. Dit zou in een Amerikaanse krant hebben gestaan. Zelf zegt hij daarover dat hij niet begrijpt waar dat bericht vandaan komt, alsof hij zijn veroveringen zou turven. Het zouden er ook zo maar drieduizend hebben kunnen zijn. Waarschijnlijk heeft hij het krantenbericht zelf verzonnen, want ondanks grondig onderzoek is de bewuste passage nooit gevonden.

Volgens Connie Palmen, schrijfster en goede vriendin van Mulisch, is hij “altijd omringd door vrouwen”.

Mulisch heeft een lange relatie met Ineke Verwayen. Zij zegt: “Of hij echt van vrouwen heeft gehouden, betwijfel ik. Tot diepe liefdesgevoelens was hij niet goed in staat… Vrouwen waren toch vooral bedoeld om mee naar bed te gaan, of als huishoudster.”

Harry Mulisch en echtgenote Sjoerdje Woudenberg tijdens het boekenbal in 1975.

Vanaf 1969 is Harry Mulisch samen met Sjoerdje Woudenberg, zijn latere echtgenote en moeder van zijn twee dochters, Anna en Frieda. In de jaren negentig loopt het huwelijk stuk. Woudenberg: “Harry wilde eigenlijk een negentiende–eeuwse vrouw… Hij was niet in staat tot een echte, op gelijkwaardigheid gebaseerde liefdesverhouding.”

Op zijn 69ste wordt Mulisch verliefd op Kitty Saal, die de moeder zal worden van zijn enige zoon, Menzo, en die tot zijn dood bij hem zal blijven.

De kinderen van Mulisch: Menzo, Frieda en Anna.

Hoe denkt Mulisch over de dood?

Volgens Mulisch is een vroege dood ‘een gebrek aan talent’. “Doodgaan, nee, dat is niks voor mij,” zegt hij over zijn eigen sterven. Toch overlijdt Mulisch op 30 oktober 2010, op 83-jarige leeftijd. Aan zijn talent heeft het niet gelegen.

“Dood ben je alleen voor de omstanders.” De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Conclusie

  • Harry Mulisch wordt geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zijn vader is een Oostenrijkse officier en zijn moeder is een Joodse uit België.
  • Mulisch wordt tijdens de oorlogsjaren van de middelbare school gestuurd vanwege slecht gedrag. Op zijn achttiende raakt hij gefascineerd door het schrijverschap. Een jaar later wordt zijn eerste verhaal, ‘De kamer’, gepubliceerd.
  • Mulisch is de eerste jaren erg politiek geëngageerd. Hij vindt dat het schrijven van romans niet gepast is in tijden van oorlog. Vanaf de jaren zeventig gaat hij toch steeds meer romans en poëzie schrijven.
  • Een aantal van grootste successen van Mulisch zijn Twee vrouwen, De aanslag en De ontdekking van de hemel.
  • Harry Mulisch heeft altijd veel vrouwen om zich heen gehad en zou er ook velen ‘veroverd’ hebben. Hij krijgt twee dochters en een zoon.