Wie was Hella Haasse?

Hella Haasse was de grande dame van de Nederlandse literatuur. Ze is bekend geworden met haar novelle Oeroeg uit 1948, maar vooral de in heldere stijl geschreven historische romans hebben haar enorm geliefd gemaakt bij een breed lezerspubliek. Ze is Nederlands meest uitgegeven schrijver in het buitenland en heeft tal van indrukwekkende literaire prijzen op haar naam, waaronder de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren voor haar gehele oeuvre.

Het originele stuk met alle foto’s en alle filmpjes is hier te vinden.

Als ‘Indisch meisje’ is ze in eerste instantie lastig onder te brengen in de verschillende literaire stromingen die na de Tweede Wereldoorlog in Nederland ontstaan, maar Hella Haasse heeft zich uiteindelijk met haar omvangrijke en erudiete  oeuvre boven alle partijen geplaatst.

Hella Haasse neemt de Prijs der Nederlandse Letteren in ontvangst. 

Hoe is de jeugd van Hella Haasse?

Hella Serafia Haasse wordt geboren op 2 februari 1918 in Batavia (Jakarta) in Nederlands-Indië. Haar tweede naam komt van haar Duitse grootmoeder van moeders kant. Haar vader is Willem Hendrik Haasse, een financieel inspecteur die belastingontduiking moet tegengaan in Nederlands-Indië. Haar moeder is Katharina Diehm Winzenhohler, van beroep concertpianiste. Hella heeft een jongere broer, Willem Hendrik Johannes.

Een jonge Hella Haasse zet een handtekening in haar roman Oeroeg (1948).

Hella brengt bijna haar hele jeugd door in Nederlands-Indië. Twee keer verblijft ze in Nederland, de eerste keer is tijdens een tweejarig verlof van haar vader in 1920-1921, de tweede keer van haar zesde tot negende levensjaar. Deze tweede periode ervaart Hella als zeer ongelukkig. Haar moeder, die een zwakke gezondheid heeft, kuurt in het Zwitserse Davos en Hella verblijft lange tijd in een kinderpensionaat in Baarn. De jonge Hella wordt daar weinig liefdevol opgevangen. Als zij aangeeft dat zij niet van melk houdt, krijgt zij vanaf dat moment elke ochtend alle melkvellen van de andere kinderen voorgeschoteld. Pas als zij die opheeft mag ze van tafel.

Een ongelukkige jeugd zou een goudmijn zijn voor een schrijver. Ondanks dat ze over het algemeen een gelukkige jeugd had, vertelt Haasse over de lastige momenten uit haar jonge jaren. 

In deze jaren mist zij de nabijheid en de liefde van ouders. Naar eigen zeggen heeft deze scheiding in haar kinderjaren ervoor gezorgd dat er daarna weinig intimiteit in het gezin was. Desondanks noemt Hella Haasse haar jeugd ontzettend gelukkig. Ze geniet van de prachtige Indische natuur en duikt, soms alleen, soms met haar speelkameraadjes weg in haar grote fantasie. Ze schrijft al jong toneelstukjes, al dan niet in haar hoofd. Ze koestert een enorme liefde voor alles wat met de Middeleeuwen te maken heeft en verzamelt artikelen, afbeeldingen en andere parafernalia .

Hella bezoekt het Lyceum in Batavia, waar haar reeds sluimerende interesse in literatuur verder gevoed en gestimuleerd wordt. Ze is een erg mooi meisje, maar zelf ziet ze haar uiterlijk niet als een verdienste. Haar schoonheid ervaart ze zelfs als last, want ze groeit op in een tijd waarin schoonheid volgens velen niet samen kan gaan met een goed verstand. Dat laatste ziet zij als een veel grotere kwaliteit dan haar wonderschone uiterlijk. Na haar eindexamen vertrekt Hella in 1938 naar Nederland om Scandinavische Talen en Letteren te studeren.

“Het moet toch ook wel eens gebeurd zijn dat mannen ineens heel erg verliefd op je werden?”

Hoe beleeft Hella Haasse de oorlogsjaren?

Als Haasse naar Nederland vertrekt is het bedoeling dat het gezin zich in 1940 weer zal herenigen in Nederland. De Tweede Wereldoorlog doorbreekt dit plan. Haar ouders worden tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië geïnterneerd en er zal jaren geen contact zijn tussen Hella, haar broer (die bij de Marine zit en ‘ergens op zee verblijft’) en hun ouders. Jaren blijft onduidelijk of haar ouders überhaupt nog leven. Pas in 1946 zal het contact worden hersteld.

Haasse leidt de eerste jaren in Nederland een vrij eenzaam bestaan. De overgang van de weelderige Tropen naar Nederland in oorlogsjaren kan niet groter zijn. Zij ervaart dit als een cesuur in haar leven, niets zal ooit meer hetzelfde zijn.

In 1939 debuteert Haasse met gedichten en in hetzelfde jaar zal zij door Jan van Lelyveld gevraagd worden toe te treden tot de redactie van studentenorgaan Propria Cures. Ze zal hier slechts een jaar blijven. Haar relatie met Jan van Lelyveld is een langer leven beschoren. Zij zullen in 1944 trouwen en tot de dood van Jan in 2008 in harmonie bij elkaar blijven. Het echtpaar krijgt drie dochters, waarvan de oudste in 1947 zal sterven aan niet goed behandelde difterie.

Haasse over haar diamanten huwelijk.

Haasse breekt haar studie Scandinavische Talen en Letteren af omdat de juist door haar zo geliefde ‘Germaanse’ sagen misbruikt worden voor Duitse propaganda. Ze kan met goed fatsoen haar studie niet voortzetten en daarom besluit ze naar de toneelschool te gaan. Na haar eindexamen gaat ze bij het Centraal Tooneel onder leiding van Cees Laseur. Ook het toneelspelen bevalt haar niet, het spelen van opgewekte rollen wringt met de realiteit van de oorlog. Verder lukt het haar ook niet om zichzelf, inclusief haar eigen fantasie en ideeën, volledig weg te cijferen ten behoeve van een rol. Haasse stopt in haar trouwjaar 1944 met toneelspelen, maar zal nog wel schrijven voor het gezelschap en voor andere artiesten onder wie Wim Sonneveld.

Cabaratier, zanger en acteur Wim Sonneveld (1964).

Vanaf nu zal ze zich richten op ‘innerlijk toneel’. In de Hongerwinter (van 1944-1945) begint zij met het schrijven van Het woud der verwachting, een historische roman over de vijftiende-eeuwse Franse dichter Charles d’Orleans. Deze roman zal zij in 1949 voltooien.

Uitgaves van Haasse’s doorbraakroman: Oeroeg.

Hoe vestigt Hella Haasse zich als schrijver?

Na de oorlog breekt Haasse in 1948 door met de novelle Oeroeg. Zij stuurt dit verhaal anoniem in naar een door het CPNB georganiseerde wedstrijd voor het Boekenweekgeschenk. Oeroeg speelt zich af in Nederlands-Indië en gaat over de vriendschap tussen een Nederlandse planterszoon en een inlandse jongen. De jongens komen tegenover elkaar te staan als koloniaal heerser en Indonesische vrijheidsstrijder. Het boek wordt een groot succes en staat tot op de dag van vandaag op de boekenlijst, mede vanwege zijn geringe omvang.

In 1949 komt Het woud der verwachting uit, de eerste historische roman in een rij van vele. De roman spreekt een groot lezerspubliek aan, mede door de heldere stijl. Is dit boek nog te lezen als een negentiende-eeuwse roman, de volgende verhalen zullen meer in een documentaire-stijl worden geschreven. Haasse voegt echte brieven en documenten toe en geeft tussendoor verbindend commentaar.

De belangrijkste historische romans zijn De scharlaken stad (1952), dat zich afspeelt in Rome gedurende de Renaissance, Een nieuwer testament uit 1966, waarin het Romeinse keizerrijk van de vijfde eeuw als decor dient (Haasse beschouwt dit als een van haar beste boeken) en het tweeluik Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (1978) en De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck (1981).

Een voordracht van Heren van de thee met beelden van Nederlands-Indië. 

In 1992 schrijft ze de succesvolle Indische roman Heren van de thee, dat gaat over een theeplanter die begaan is met de inlandse bevolking. Haasse schrijft ook enkele contemporaine romans zoals De verborgen bron uit 1950, Huurders en onderhuurders (1971) en Wegen der verbeelding (1983). Naast fictie schrijft ze ook veel non-fictie. Enige biografische werken zijn Zelfportret als legkaart (1954) en een Handvol achtergrond (1993).

Haar literair-kritische essays, waaronder beschouwingen over Vestdijk en Hermans, worden zeer gewaardeerd. In al haar werk, fictie en non-fictie staat een zoektocht centraal: de zoektocht naar een grotere samenhang achter de chaotisch aandoende alledaagse realiteit.

“Als ik met vakantie voor mijn plezier boeken meeneem en er daar een van u bij is, lees ik dat altijd het eerst,” zei Beatrix toen ze de Prijs der Nederlandse Letteren uitreikte. 

Hoe verhoudt Hella Haasse zich tot ‘de literatuur’?

Het omvangrijke oeuvre van Haasse vraagt een enorme toewijding. Het echtpaar Haasse leidt een vrij teruggetrokken bestaan. Jan Lelyveld heeft een drukke baan als rechter en Haasse brengt haar dagen door in de bibliotheek en thuis in haar werkkamer. In de begintijd van het gezin combineert zij met liefde de rol van moeder met de rol van schrijver. Haasse roert zich na de oorlog niet in het literaire debat, waar ReveMulisch en Hermans wel aan deelnemen. Volgens sommige critici heeft deze bescheiden houding, in een tijd waar van vooraanstaande culturele denkers werd verwacht dat ze over van alles en nog wat een standpunt innemen, ertoe geleid dat het lang heeft geduurd eer Haasse serieus wordt genomen als schrijver.

“Alsnog toetreden tot de Grote Vier? Daar wil ze niets van weten.”

De literaire waardering is er zeker gekomen, Haasse heeft vooraanstaande literaire prijzen zoals De P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren voor haar hele oeuvre mogen ontvangen en heeft een aanzienlijk lezerspubliek in binnen- en buitenland gegenereerd. In Frankrijk, het land waar ze enige jaren met haar man heeft gewoond is zij zelfs gelauwerd.

(Buitenlandse) uitgevers over de boeken van Haasse. 

De laatste jaren van haar leven brengt zij door in Amsterdam. Tot op hoge leeftijd blijft zij schrijven, onder andere publiceert zij het Boekenweekgeschenk 1994. Haasse overlijdt na een kort ziekbed in 2011, op haar 93ste.

Wat is de betekenis van Nederlands-Indië in het leven van Hella Haasse?

Haasse brengt bijna haar hele jeugd door in Nederlands-Indië. Ondanks de weinig innige band met haar ouders, kijkt Haasse met veel warmte terug op haar jeugd, juist doordat deze zich in Nederlands-Indië afspeelde. De weelderige en rijkgeschakeerde natuur met bossen, bergen en waterpartijen maakt een onuitwisbare indruk op haar: “Zo waren er talloze stroompjes en rivieren in de Preanger in de bergen, en niets was heerlijker dan om tijdens een wandeltocht daarin af te dalen en er dan in te gaan plonzen.”

De bergachtige regio Parahyangan (Preanger). 

Met haar vriendjes trekt ze verkleed door de Indische natuur, vol overgave duiken ze weg in hun eigen fantasiewereld. Haasse zal verknocht blijven aan het landschap van haar jeugd, hoewel ze later nog maar zelden terugkeert. Wel zal ze met haar man naar Frankrijk verhuizen omdat ze daar iets terugvindt in de glooiing van het landschap dat haar op een natuurlijke manier omsluit en waar ze de fysieke en mentale ruimte kan ervaren die ze in Nederland mist.

De verscheidenheid en weelderigheid van de Indische natuur heeft er naar eigen zeggen voor gezorgd dat Haasse in haar werk een voorkeur heeft voor kleurrijke uitwijdingen. Ook vergelijkt ze de opbouw van sommige van haar boeken met de invulling van de bonte Indische batikdoeken.

Hoewel de kleine Hella wel met inlandse kinderen speelt, groeit ze op in een beschermde Hollandse omgeving. Haar ouders zien hun verblijf als iets tijdelijks en men verdiept zich niet in de inlandse bevolking en hun problematiek. Haasse zal later zeggen dat ze als kind in Nederlands-Indië een groot gevoel van harmonie heeft ervaren, maar met de kennis van later geeft ze toe dat dat een bedrieglijke harmonie is geweest.

Haasse vertelt over de bediendes die zij in Nederlands-Indië hadden. 

Haasse beschouwt zich als een Indische Nederlander, maar zeker in het begin van haar carrière schrijft ze weinig over Nederlands-Indië, op haar debuutroman Oeroeg na. Dat boek zal in sommige kringen stof doen opwaaien. Men vindt dat Haasse geen recht van spreken heeft als het gaat om de koloniale problematiek: omdat ze in een beschermde omgeving is opgegroeid en nergens weet van heeft gehad is ze in de ogen van criticasters geen ‘echt Indisch meisje’.

In latere autobiografische werken zal Haasse terugkijken op haar jeugd en constateren dat hoewel ze in Nederlands-Indië is opgegroeid, er een onoverbrugbare afstand tussen haar en het land is. Ze heeft verlangd naar het echte ‘Indische leven’ maar beseft met enig schuldgevoel dat het land slechts een decor voor haar jeugd is geweest:

“Ik werd geen deel van die wereld, ik smolt niet samen met het grote geheel.”

Hella Haasse

In het kort:

  • Hella Haasse is geboren in Nederlands-Indië. Nadat ze in Nederland haar studie Scandinavische Talen en Letteren afbreekt, gaat zij naar de toneelschool. Tegen het einde van de oorlog stopt ze met acteren en gaat ze schrijven.  
  • In 1948 breekt Haasse door met de roman Oeroeg, een verhaal over een vriendschap tussen een Nederlandse planterszoon en een inlandse jongen. Naast Indische romans zal Haasse ook veel historische romans schrijven.
  • Haasse is met Reve, Mulisch en Hermans een van de grote naoorlogse auteurs. Ze wint de PC Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren, en heeft een aanzienlijk lezerspubliek in binnen- en buitenland.
  • In latere autobiografische werken blikt Haasse terug op haar jeugd en constateert ze dat hoewel ze in Nederlands-Indië is opgegroeid, er een onoverbrugbare afstand tussen haar en het land is.