StuckUp!

De Volkskrant, 22 december 2011

Jarenlang werkte ik als nachtportier in een ziekenhuis in Utrecht, waar ik de meeste nachten geen reet te doen had. Lekker woord: reet. Mag ik gaarne laten rollen. Rrrreet. Kwam al in het Nederlands in 1281. Rete. Nauwe opening. Steek het maar in je rete. Wat heb ik nou aan mijn reet hangen? Geen reet te doen dus.

Waar die laatste uitdrukking op slaat is mij niet helemaal duidelijk. Op je luie reet zitten kan ik duiden, maar hoezo zou je geen reet hebben om te doen? Jongens, ik heb hier een reet om te doen. Ja, laten we een reet doen. We zaten ons te vervelen, maar iemand nam een reet mee om te doen.

Enfin, ik had in mijn jaren als nachtportier bijna nooit een flikker te doen, behalve bij spoedgevallen en een hoogst enkele keer dat er zich bij mijn balie iemand meldde die niet wilde vertellen wat hem was overkomen.

Ik heb in Ik omhels je met duizend armen uitgebreid geschreven over de verhalen die ik ’s nachts in het ziekenhuis hoorde. Inmiddels heb ik gemerkt dat deze passages bij voorlees beurten enige consternatie oproepen. Altijd, en dan ook echt altijd, melden zich na afloop van mijn lezing mensen met vergelijkbare anekdotes. Ik heb het over de ongelukkigen die dingen in hun rectum hadden gestopt die er niet meer uit wilden.

In het ziekenhuis waar ik werkte, mochten artsassistenten in de nachtelijke uren nergens voor gestoord worden, behalve voor mannen – vrijwel altijd mannen – met vastzittende objecten in hun lichaam. Vibrators kwamen vaak voor, maar ook bierflesjes, sigarenkokers en een keer een gloeilamp (peervormig). Dienstdoende artsen konden vaak zeer smakelijk navertellen met welke smoezen mensen aankwamen om uit te leggen hoe het kon dat een deodorantstick was terechtgekomen op een plek waar deodorant weinig meer uithaalt.

Vaak werd een medewerker van de röntgenafdeling naar de Spoedeisende Hulp gehaald voor een zogenaamd buikoverzicht, een foto die niet eens echt nodig was, maar die de overdracht een beetje sjeu gaf. Mijn ziekenhuis had zelfs een trofeewand, met röntgenfoto’s waarop diverse voorwerpen duidelijk waren te zien.

Het detail van de trofeemuur, het anale moodboard, werd door verschillende toeschouwers na afloop van lezingen bevestigd. Blijkbaar hebben meerdere – misschien wel álle – ziekenhuizen een wand waar dit soort afbeeldingen worden opgehangen.

Vorige week kocht ik in Amerika een boek waarvan ik me hoofdschuddend afvroeg waarom ik niet op dit idee was gekomen. Stuck Up! heet het werk, een door drie dokters samengestelde bundel met een verzameling foto’s van dingen die mensen bij zichzelf hebben binnengebracht. 100 Objects Inserted And Ingested In Places They Shouldn’t Be luidt de ondertitel. In de stukjes die deze afbeeldingen vergezellen, wordt iets uitgelegd over het desbetreffende zoekgeraakte voorwerp, hoe het terechtkwam op de plek des onheiIs en de medische achtergrond.

Het overzicht leest als een verlanglijst voor Kerst: een zaklantaarn, een schoen, mobiele telefoons, een wortel, een horloge, tandenborstels, een kleerhanger, een telefoonoplader (altijd handig om die bij je te hebben), een schelp, munten, een garde, een peperbus, een zoutvaatje, een pistool, Buzz Lightyear, et cetera. Een boek bedoeld voor artsen, verplegers en andere geïnteresseerden in rrrrete-interessante voorwerpen. Kersttip.