I love Angie

VARAGids nr. 26, 27 juni – 3 juli 2026

Dit speelt zich bijna vijftig jaar geleden af, dus de gebeurtenissen van die specifieke avond zijn voor het grootste gedeelte weggezakt in het moeras van mijn geheugen. Gelukkig hebben we de foto’s nog of althans één foto.

Die avond hadden we de slotvoorstelling van de zesde klas van de Eddington School in Dordrecht. Het was nogal een moment: met dit toneelstuk zouden we definitief afscheid nemen van de acht jaren die we als klas op de kleuter- en basisschool hadden doorgebracht. We woonden dicht bij elkaar en jarenlang hadden we lief en leed gedeeld. Terwijl wij ons hadden beziggehouden met de drie V’s (verstoppertje, verkering en voetbal), was Nederland onder leiding van premier Joop den Uyl definitief veranderd. Bijna wonnen we de Wereldcup) we fietsen op snelwegen tijdens de oliecrisis en leefden mee met treinkapingen.

De generale repetitie van onze afscheidsshow speelde in ons schoolgebouw in de kinderrijke nieuwbouwwijk, maar de uiteindelijke voorstelling zelf stond geboekt in de grote zaal van Stadsschouwburg Kunstmin, waar we voor de hele school en al onze opa’s & oma’s mochten optreden.

Van het verhaal herinner ik me niet veel meer, behalve dat er een professor was – gespeeld door mij – die een soort bus had uitgevonden waarmee een schoolklas door de tijd kon reizen. Omdat die professor nogal sullig was transformeerde hij in de laatste scène tot een coole punker die wel populair was bij de meisjes (ik neem aan dat het feitelijke verhaal anders was, maar zo herinner ik het mij).

Ik weet nog de gretigheid waarmee de make-up-moeders mijn klasgenoten en mij in de pauze van het stuk omtoverden. Op de foto die bewaard is gebleven sta ik samen met Lex en een Rod Stewart-achtige jongen wiens naam ik ben vergeten. Lex ziet eruit als een doodgraver en de jongen die op Rod Stewart leek lijkt op Rod Stewart.

Voor het gedeelte na de pauze werd ik omgevormd tot ‘punker’, hoewel ik op de foto meer oogde als een hippie met een identiteitsprobleem. Het leren jasje dat ik aanhad was van mijn zus, verder droeg ik een witte broek met de riem van een cowboy. Op mijn ielige jongensborst had een van de moeders de tekst ‘I love Angie’ getekend, zogenaamd als tatoeage. Dat was meen ik gedaan door de moeder van Angelique, et meisje met wie het op dat moment ‘aan’ was. Verder had Angeliques moeder mijn gezicht geschminkt volgens een punkmode die nooit mode is geweest. Ik herinner me nog hoe ongemakkelijk ik me voelde als stoere dude.

Maar vooral herinner ik me het sombere gevoel na afloop van de voorstelling. Hoe groot het slotapplaus van de opa’s en oma’s ook was geweest, hoe uitgelaten de sfeer in de klas en hoe warm het afscheid bij de artiestenuitgang: het was duidelijk dat onze onbezorgde jaren definitief voorbij waren. De klas zou hierna worden opgebroken. In plukjes hadden we ons ingeschreven bij verschillende middelbare scholen en iedereen wist dat alles anders zou worden. Ook met Angelique werd het uiteindelijk niets, ondanks de tekst op mijn borst.