Marcel Levi

Vara Gids, nr. 33, 13-19 augustus 2022

In Summerschool geeft prof. Dr. Marcel Levi college over virussen.

Internist Marcel Levi over nut, noodzaak en negatieve gevolgen van virussen.

In de nieuwe reeks Summerschool van Matthijs van Nieuwkerk geeft u een college over virussen. Is dat uw vakgebied? Van oorsprong ben ik internist en mijn hobby is ‘bloed’. Als je de medische wereld zou vragen waar ze mij van kennen dan is dat van bloed, bloedstolling, bloedstolsels en alle ziektes die daarmee samenhangen. Dus toen het idee ontstond om college te geven over virussen, moest ik daar even over nadenken, want de materie schuurt aan mijn eigen vakgebied. Uiteindelijk koos ik ervoor om het te doen, omdat het zo’n fascinerend onderwerp is en ik ervan hou lekker breed te zijn.

Wat is een virus eigenlijk? Een heel klein beetje genetisch materiaal, een tienduizendste millimeter groot met een eiwitlaagje eromheen en wat voelsprietjes. Een virus kan niet op zichzelf bestaan, alleen maar als het cellen van een ander organisme infecteert, een dier of een bacterie, kan het voortbestaan. Het is op de grens van wat wij leven noemen. Als een virus een cel infecteert gaat het naar binnen om als het ware de eiwitfabriek van die cel te kapen en die te dwingen alleen nog maar kopieën van dat virus zelf te maken.

Zijn virussen altijd slecht? Nee, nee, nee! Er zijn ontiegelijk veel verschillende virussen, in de orde van grootte van 10 tot de macht 30, maar er zijn slechts een stuk of tweehonderd virussen waarvan mensen ziek worden. De meerderheid van de virussen zijn heel nuttig, want ze infecteren bijvoorbeeld bacteriën en zorgen dat die niet de overhand krijgen. Als er geen virussen bestonden, zou de zee volledig overwoekerd worden door bacteriën, zou er geen plankton zijn en voor ons ook geen zuurstof. Er is een heel mooie balans in de natuur waarbij alles elkaar in evenwicht houdt, en virussen zijn daar een wezenlijk onderdeel van.

In 2019 werd de wereld getroffen door een uitbraak van een coronavirus. Vele wetenschappers hadden voorspeld dat zoiets zou kunnen gebeuren. Er circuleren heel veel lastige virussen. De voorspelling dat The Next Big Outbreak’ een coronavirus zou worden, was een calculated guess, maar het had ook iets anders kunnen zijn. Er zijn deskundigen die zeggen dat de volgende grote uitbraak salmonella in vissen zal zijn, al die goedkope zalm die je bij de supermarkt koopt is compleet anders dan de zalmen die in de Noorse riviertjes tegen de stroom in omhoog zwemmen. Die gekweekte vissen zijn enorm bevattelijk voor infecties. Zo kunnen we een rijtje opnoemen van potentiële gezondheidsrisico’s.

Hadden we ons kunnen wapenen tegen de uitbraak van Covid19? Coronavirussen zijn er al heel lang. Wat bijna niemand weet is dat kippen al decennialang last hebben van het coronavirus, die krijgen daar een heel nare longontsteking van. Kippenboeren sprayen al sinds 1950 met levend verzwakt coronavirus, zij vaccineren hun kippen er eigenlijk tegen. Toen ik nog in Engeland zat, had ik het idee dat sommige mensen geen corona konden krijgen, want veel oudere dokters en oudere leraren leken er immuun voor. De voorspelling is dat kippenboeren die hun hele leven al tussen die kippen wonen minder goed corona kunnen krijgen. We hebben in Londen ook gekeken naar de cellen van oude dokters en gezocht of zij een soort intrinsieke weerstand tegen corona hadden. Dat bleek zo te zijn.

In Londen gaf u leiding aan het grote universiteitsziekenhuis. Net als in ons land was er in Engeland in de maanden na de uitbraak een enorme saamhorigheid. Eerst werd er geklapt voor de gezondheidszorg, maar later kwamen de middelvingers en de protesten. Het leek wel of een groot deel van de mensen de wetenschap niet meer serieus nam. Uit enquêtes blijkt steeds dat meer dan 90 procent van de Europeanen heilig gelooft dat wetenschap hun leven verbetert. Er is een kleine, maar heel vocale groep die er niet in gelooft. Deze mensen krijgen relatief veel aandacht. Er is nog iets anders aan de hand en dan beperk ik me even tot Nederland: wij zijn enorm in de communicatie tekortgeschoten. Inderdaad was er die eerste periode een enorme saamhorigheid, maar daarna begon het te knarsen. Die hele epidemie begon te veranderen, ic-bedden en ziekenhuizen werden steeds minder belangrijk, maar we bleven hangen in die eerste emoties. Elke dag zagen we grafieken met ziekenhuisopnames. Mensen begonnen zich terecht af te vragen waarom ze niet meer naar winkels of theaters mochten. Ik vond dat dat niet altijd even goed werd uitgelegd.

Terwijl er toch ook grote wetenschappelijke successen waren, zeker toen er vaccins kwamen. Een heel grote groep mensen wilde heel graag dat vaccin, maar een significante groep in de samenleving had er vragen over. Zij waren onzeker en vonden het idee van zo’n prik maar niets. Ik chargeer, maar in plaats van dat wij die vragen gingen beantwoorden, zeiden we dat de zorgen om het vaccin onzinnig waren. Toen mensen nog steeds twijfelden, zeiden we nog harder dat vaccins goed waren en vervolgens kwamen we op het punt dat belangrijke personen gingen zeggen dat mensen die twijfelden dom waren. We gingen ze pesten met ingewikkelde toegangsbewijzen en wat niet al. Het verzet tegen de vaccins is door onszelf gekweekt.

Vroeger waren er mensen die niet in elektriciteit geloofden en dat konden ze volhouden totdat ze zichzelf elektrocuteerden. Bijna iedereen is in zijn jeugd gevaccineerd tegen verschrikkelijke ziekten, waarom was het juist de coronavaccinatie die zoveel weerstand opriep? Omdat we niet bleven uitleggen waarom het belangrijk was. Het is ook vaak de context die meespeelt. De herpesvaccinatie was in eerste instantie ook geen succes, omdat het virus in verband werd gebracht met geslachtsziektes. Met name voor traditionele ouders van meisjes van buitenlandse afkomst was dat een reden om te zeggen: hallo, daar doet mijn dochter niet aan. Dan moet je gaan uitleggen en nog een keer uitleggen. In tweede instantie is de herpesvaccinatie een succes, we zien dat baarmoederhalskanker langzaamaan begint te verdwijnen. We zijn nu zelfs zover dat jongens zich laten prikken. Soms heb je tijd nodig en soms een ander verhaal.

Een ander verhaal? Maar we hebben het toch over de waarheid? Is de waarheid een verhaal? Je moet mensen aanspreken in een taal die ze snappen, dat is ook wat de populisten in ons parlement goed begrijpen. Je kunt altijd ingaan op incidenten en daar een verhaal omheen bouwen. Bij mij als arts begint het altijd met de feiten, met de waarheid. Maar je kunt de waarheid ook op een bepaalde manier uitleggen, in een context plaatsen, je kunt wat nuances weghalen, want heel veel mensen hebben moeite met nuances. Je moet beginnen met de boodschap en als die is aangekomen kun je altijd uitweiden.

U zit nu een espresso te drinken. Uit onderzoek blijkt dat er een minieme kans is dat sommige stofjes in koffie kanker verwekken. Dat is ook een waarheid. En dat zal ik niet ontkennen, maar ik kan wel aantonen dat de kans om kanker op te lopen na het drinken van een kop koffie heel, heel, heel erg klein is. Ik ga dan niet zeggen 1 op de zoveel miljoen, want dat zegt mensen niks, maar wel dat de kans meer dan duizenden keren zo klein is als de kans om op weg naar de bakker te worden geschept door een vrachtwagen. Goed communiceren is zorgen dat problemen voor mensen gaan leven. Koffiedrinken geeft mij veel voldoening en de kans dat ik er een ziekte van oploop is onvoorstelbaar klein. Vice versa geldt dit voor vaccinaties.

Er waren op het hoogtepunt van de verharding ook influencers, die – volgespoten met botox en met een sigaret in hun mond – publiekelijk riepen dat vaccinaties gif waren. Je kunt die mensen een spiegel voorhouden en hopen dat ze zelf tot een conclusie komen, maar je moet ze niet belachelijk gaan maken, want dan gaan ze in de verdediging en heb je je doel gemist. Ik leg het liever nog een keer uit, en nog een keer, en beter, en nog beter, dan dat ik de draak steek met iemands angsten.

Op een gegeven moment zat er bij het verwoorden van hun angsten toch ook wel erg veel kwaadaardigheid. Heeft u veel gemerkt van de verharding en alle bedreigingen? Persoonlijk niet zoveel, maar misschien ben ik er wel blind voor. Bij wat iemand als Marion Koopmans heeft ervaren, kom ik niet in de buurt. Ik probeer me ook af te sluiten van plekken waar wordt gescholden, ik onthoud me van al te veel social media. Soms zet ik mijn columns online en als die dan veel worden gedownload besef ik dat ik blijkbaar iets heb geschreven dat een bepaald gevoel verwoordt. Meestal wordt dat heel positief ontvangen. Natuurlijk zijn mensen dan ook weleens heel negatief, maar mensen mogen best negatief zijn.

Hoe zien in uw optiek de komende maanden eruit, qua corona en de wereld? Het echte antwoord is: vraag dit niet aan mij, want ik heb het al zo vaak fout gehad. Waar het nu op lijkt, en dat wordt ook bevestigd door mensen die er echt verstand van hebben, is dat het coronavirus onder ons blijft en verder muteert. Af en toe zullen er nog piekjes zijn, of golfjes, we hebben er bijvoorbeeld net een achter de rug waarvan we eigenlijk niet zoveel hebben gemerkt. Dat voorspelt hoe het eruit kan gaan zien, net zoals met sommige nare vormen van influenza. Soms waait de griep rond, soms niet, zo zal het denk ik ook gaan met corona. Onze medische capaciteit is toereikend om deze problemen te lijf te gaan, al hebben velen nog het idee dat dit niet zo is. Ik vermoed dat we niet nog een lockdown krijgen, maar wel dat we zullen kampen met niet genoeg buschauffeurs om de bussen te laten rijden, of te veel zieke leraren zodat scholen dicht moeten. Mijn voorspelling is dat dat de problemen worden.

Zullen we moeten blijven vaccineren? De vaccins van nu zijn eigenlijk gericht op het allereerste coronavirus, maar werken nog steeds erg goed tegen de varianten van zes mutaties verder, met name beschermen ze tegen ernstige ziekte. Er zullen heus nog boosters nodig zijn, maar die hebben we voor griep ook. Niemand weet of we op termijn immuniteit zullen opbouwen, maar dat corona de samenleving niet meer op z’n kop gaat zetten lijkt me een scenario waarmee we rekening kunnen houden.

U noemde net al even salmonella. Welke grote uitbraken staan er nog meer op de menukaart van de toekomst? Alles is mogelijk, salmonella is een kandidaat, maar ook virussen uit Afrika die nu nog niet zo bedreigend zijn, zoals apenpokken, kunnen na een mutatie ernstig en veel besmettelijker worden. Nieuwe virussen kunnen ons morgen plagen, al kan het voor hetzelfde geld ook dertig jaar duren voordat er weer iets vergelijkbaars gebeurt. Mensen die denken dat ze zich daarop kunnen voorbereiden zitten ernaast. Vanwege ons trauma met mondkapjes hebben we er opeens belachelijk veel, maar misschien krijgen we bij de volgende pandemie allemaal wel diarree. Zitten we dan met onze mondkapjes. Je kunt niet alle risico’s in het leven op nul zetten en dat moet je ook niet willen. Overigens vind ik de risico’s van klimaatverandering veel bedreigender dan een volgende pandemie. Er zullen veel mensen gaan sterven door hitte of overstromingen, maar goed, ook daarin kan ik het natuurlijk fout hebben.

CV

1964 Geboren in Amsterdam op 25 september

1975 Vossius Gymnasium Amsterdam

1982 Studie geneeskunde UvA

1991 Cum laude gepromoveerd op het onderwerp ‘bloedstolling’

1997 Internist AMC

1998 Postdoc aan de Universiteit van Leuven

2000 Hoogleraar en hoofd afdeling Interne geneeskunde

2010 Voorzitter Raad van Bestuur AMC

2016 CEO University College London Hospitals

2017 Geeft leiding aan 14 ziekenhuizen in Londen en is internist

2021 Voorzitter Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderwijs

2021 Columnist Trouw

TV

‘Ik volg het Journaal en het nieuws van RTL. Ik kijk al tientallen jaren GTST, een soort pratend behang, maar ik beleef er veel plezier aan. Als het slecht weer is zoek ik een zender die James Bond, Indiana Jones of The kings’ man uitzendt. Podcasts – meestal over wetenschap – luister ik op de fiets, met een plug in één oor, want met mijn andere wil ik horen of er een vrachtwagen aankomt. Radio luisterde ik in de auto, maar die rijd ik niet meer. Qua muziek ben ik ruim: makkelijk of klassiek.’