Popmuzikanten

AD Magazine, zaterdag 4 & zondag 5 juli 2020 – Popmuzikanten

Schrijver en veellezer Ronald Giphart leidt ons door zijn boekenkast. Deze week vijf biografieën van buitenlandse muzikanten.

Ik, Elton John – Elton John

Vorig jaar huurden we Rocketman, een gefictionaliseerde film over de beginjaren van Elton Iohn, mede geproduceerd door Elton lohn zelf.
Tot dat moment was ik geen uitgesproken liefhebber van Iohns werk, al had
ik ooit een paar lp’s van hem, platen die ik in een later leven niet heb vervangen door cd’s. Johns extravagante verkleedpartijen, zijn idiote brillen en gecultiveerde wansmaak overschaduwden voor mij zijn deuntjes.

Rocketman viel bepaald niet tegen: het verhaal was aanstekelijk, het personage Elton John aandoenlijk en de muziek meer dan vermakelijk. Op Spotify luisterde ik daarna regelmatig naar Johns werk, waarin toch veel meer zat dan ik al die tijd had aangenomen.

Inmiddels was ook Ik, Elton John (in het Engels verschenen als Me) verschenen, de autobiografie van Reginald Dwight, zoals de in 1947 geboren Engelse zanger eigenlijk heet. Het boek vond ik nóg smakelijker dan de film, want John beschrijft zijn leven met aangename zelfspot, bijtende uithalen naar anderen en een fijn gevoel voor smeuïge anekdotes (overigens opgetekend door een popjournalist).

Elton John bakt geen zoete broodjes en portretteert meedogenloos de
abjecte kanten van zijn persoonlijkheid: zijn divagedrag, woede-uitbarstingen en neiging tot zelfdestructie, tot aan suïcidepogingen toe. Gelukkig kwam uiteindelijk alles goed.

Life – Keith Richards (met James Fox)

Keith Richards en Mick Jagger – het duivelsduo achter The Rolling Stones – kennen elkaar al meer dan zeventig jaar. Zij zaten op dezelfde lagere school, waarna ze ieder hun weg gingen, om elkaar als 18-jarigen op het
treinstation van hun woonplaats Dartford in Kent weer tegen het lijf te lopen. Jagger had destijds een lp van Chuck Berry bij zich, muziek die Richards dacht als enige in Engeland te kennen.
Hun muziekliefde was meteen gesmeed.

In Life vertelt Richards aan een ghostwriter over zijn vriendschap met
Jagger, de beginjaren van The Stones en de hits die ze schreven, over de chemie die ze hadden, hoe ze die in de loop der jaren kwijtraakten en weer hervonden.

Het eerste hoofdstuk begint meteen heftig, als de Britse muzikanten in 1975
in Arkansas door politiemannen aan de kant worden gezet. ‘Iedere smeris wilde ons hoe dan ook arresteren, om gepromoveerd te worden en om Amerika heel vaderlandslievend van dat stelletje rellerige Engelsen te bevrijden’, schrijft Richards.

In de rest van het boek – waarvoor hij een voorschot kreeg van ruim vijf miljoen euro – spaart hij niemand en zeker zichzelf niet. Het resultaat is een uitermate sappig verhaal over mannen die inmiddels de tachtig naderen, maar nog steeds in de bloei van hun leven zijn.

James Brown – James McBride

Op de Nederlandse editie van de biografie van James Brown staat de veelzeggende zin: ‘Say it loud – I’m black and I’m proud’. James Brown (1933-2006) was een trotse zwarte muzikant, die in zijn leven veel te verduren kreeg. Zijn biografie (in het Engels Kill ‘Em and Leave, naar de gewoonte van Brown om zijn publiek aan gort te spelen en meteen daarna te verdwijnen) verscheen in 2016 en is niet alleen een opsomming van hoogte- en dieptepunten, maar ook een verhandeling over sociale geschiedenis, discriminatie, racisme, rijkdom en armoede. Biograaf James McBride – schrijver van de bestseller The Color of Water; A Black Man’s Tribute to His White Mother – duikt diep in het leven van de omstreden en vaak onbegrepen Brown, the hardest workin’ man in show business.

Over zijn opvoeding in het bordeel van zijn tante, zijn criminele carrière,
zijn sport- en zijn muziekcarrière. Soul Brother Number One was als muzikant erg populair, maar kreeg daarnaast veel tegenwerking. Bijvoorbeeld toen hij in 1964 moest optreden op een festival in Californië waar ook The Rolling Stones speelden, die veel beter werden behandeld dan hij. Uit wraak hierover speelde Brown de Britse band volledig van het
podium. Kill ‘Em and Leave is het meeslepende en ontluisterende verhaal van de ongrijpbare bruisende godfather of soul.

Johnny Cash – Robert Hilburn

In pre-coronatijd reed ik vaak na afloop van een lezing of voorstelling terug naar mijn woonplaats, met het verzamelalbum The Legend of Johnny Cash hard over mijn speakers. Het is goed over de snelweg scheuren begeleid
door slepende countrymuziek en een rauwe mannenstem.

Johnny Cash (1932-2003) is een van de grootste muzikanten van zijn generatie, een man die een immense invloed had op giganten als Bob Dylan, U2 en Nick Cave. Zijn meeslepende songs en de mooie zwart-witfoto’s die er gedurende zijn leven van hem zijn geschoten hebben stuk voor stuk iconische waarde. Cash is de verzinnebeelding van iemand die was begiftigd met een groot talent, zowel het talent om toehoorders in vervoering te brengen als het talent voor zelfdestructie.

In 2013 verscheen Johnny Cash, The Life, een vuistdikke biografie van de
Amerikaanse popcriticus Robert Hilburn, een man die in 1968 ooit als enige
journalist aanwezig was bij een van de legendarische concerten die Johnny
Cash gaf in de beruchte gevangenis van Folsom in Californië.

Het leven van the man in black was zelf ook een countrysong, een zich
voortslepend lied over buitenissige passie, doorleefde rebellie, vernederend
liefdesverdriet, gefnuikte verlangens, wurgende eenzaamheid, vernietigende verslaving, een geloof dat steeds op de proef wordt gesteld en een aandoenlijke kwetsbaarheid.

The Beatles, de biografie – Bob Spitz

Mijn vrienden-appgroep bestaat uit zelfverklaarde Beatles-kenners die
voortdurend over hen discussiëren. The Beatles zijn veel meer dan vier Liverpoolse knullen die aardig konden pingelen: tegenwoordig zijn zij het smeermiddel van menige (mannen)vriendschap.

Voordat ik dit stukje schreef postte ik in mijn appgroep: ‘Vraag voor mijn
leesrubriek. Het klinkt schofterig, maar je mag uitsluitend één antwoord geven: wat is het beste Beatles-nummer ooit?’

Mijn eigen kennis van The Beatles strekt namelijk niet zo ver als dat van mijn vrienden, al heb ik natuurlijk The Beatles, de biografie van de Amerikaanse journalist Bob Spitz gelezen, een boek van 992 bladzijden dat leest als een historische thriller. Over de achtergrond van de bandleden, hun ontmoeting, hun waanzinnige successen en het belachelijke idee dat het vooral The Rolling Stones waren die zich te buiten gingen aan uitspattingen, drugs, drank en seks.

Bob Spitz werkte zeven jaar aan het boek, sprak met 650 mensen en las alles wat er over The Beatles viel te lezen, zo’n vijfhonderd boeken. Het resultaat is een idioot goede biografie over een band, van wie het beste nummer ooit – volgens mijn vrienden – A Day In The Life is. Of For No One. Of In My Life. Of Revolution. Of I’m So Tired. Er wordt nog over gediscussieerd.