Romans over homoseksuele liefdes

AD Magazine, zaterdag 1 & zondag 2 augustus 2020

Schrijver en veellezer Ronald Giphart leidt ons door zijn boekenkast. De romans die hij deze week bespreekt zijn ook fijn leesvoer voor hetero’s.

Lieg met mij – Philippe Besson

Een paar weken geleden las mijn vrouw Lieg met mij van de Franse schrijver Philippe Besson, een roman die begin mei in het Nederlands verscheen. Ze zat in de tuin en schoot een paar keer vol en dus werd ik nieuwsgierig. De autobiografische roman is het verhaal van twee schooljongens die in de jaren 80 een verhouding krijgen, in een decor van het weerbarstige Franse platteland.

Besson beschrijft hun tragische liefde liefdevol en teder. De jongens zijn allebei 17, zitten in hun eindexamenjaar van het gymnasium en praten voor het eerst met elkaar in een louche café, waarna het verlangen naar wellust hen naar de doucheruimte van een sportzaal brengt.

De verschillen tussen hen zijn ook direct duidelijk: de een zal na de zomer
vertrekken om te gaan studeren en schrijver te worden, de ander wordt
geacht te werken op de boerderij van zijn familie. Hij is de jongen die als
voorwaarde voor hun passie stelt dat alles geheim moet blijven, want homoseksuele geaardheid wordt op het Franse platteland nog niet echt toegejuicht.

De titel Lieg met mij (oorspronkelijk Arrête avec tes mensonges, oftewel ‘Stop met je leugens’) slaat op het geheim van hun omgang, maar ook op de afspraak die een schrijver maakt met zichzelf en zijn lezers: schrijven is de werkelijkheid veranderen, en dus verraden.

Kartonnen dozen – Tom Lanoye

‘Dit is het verhaal van een banale liefde en haar verterende kracht’, luidt de eerste zin van Kartonnen dozen, de tweede roman van de Vlaamse schrijver Tom Lanoye (die inmiddels 61 is, maar 32 was toen hij dit boek publiceerde). Het verhaal dat de hoofdpersoon – toevallig ook Tom Lanoye
geheten – ons vertelt is universeel: iemand wordt verliefd op iemand anders, en deze onbegrijpelijke ongrijpbare gemoedstoestand geeft een
enorme energie en slaat lam tegelijk. Als de liefde dan ook nog eens onmogelijk blijkt te zijn, hebben we alle ingrediënten voor een tragisch, maar overweldigend mooi liefdesverhaal.

Op een christelijk vakantiekamp ontmoet Tom als 10-jarig knulletje zijn
buurtgenoot Z., die later ook bij hem op school komt. Tom raakt in de ban
van Z. als hij op de middelbare school diens gespierde torso ziet. Zoals het
gaat bij onstuimige puberverliefdheid begint Tom te fantaseren, soms onschuldig en liefdevol, soms ruig en onverzadigbaar.

Kartonnen dozen is een prachtig boek over liefde, verlangen, verliefdheid en een ontluikend schrijverschap. Hoogtepunt van het boek is een ontroerende scène waarin Tom en Z. in Griekenland tijdens wederom een kamp samen op een kamer liggen, in het donker smachtend en onmachtig tegelijk. Zoals het in de liefde vaak gaat.

Confettiregen – Splinter Chabot

Een paar Jaar geleden schreef de toenmalige JOVD-voorzitter. Splinter Chabot in de Gaykrant een prachtige column over hoe in Israël een rabiate
rabbi hem uitgelegde wat er mis was met homoseksualiteit, waarna hij later
die middag met een Joodse jongen zoende op een terras en door de straten
van Jeruzalem zwalkte.

Deze hilarische column bleek een amuse van Chabots romandebuut Confettiregen, in maart verschenen en nu al een van de best verkochte boeken van 2020 (beter dan de eveneens dit jaar verschenen roman van zijn vader Bart).

Confettiregen is ‘autobio-fictie’: Splinter schrijft over zijn eigen leven, maar fictionaliseert gebeurtenissen en personen. Een jongen, Wobie genaamd, worstelt ondanks het liberale milieu waaruit hij afkomstig is met zijn seksualiteit en vooral ook met de interesse van de buitenwereld in dit onderwerp.

Wobie voelt zich anders dan de meeste mensen en dat wordt de lezer steeds duidelijker. Als hij heftig verliefd wordt op ene Daniël begint zijn gevoel te schuren, wat Chabot grappig en indringend weet te verwoorden.

Als jonge jongen had Splinter veel aan cabaretier Marc-Marie Huijbrechts, die tobbende pubers bij De Wereld Draait Door een hart onder de riem stak. Ik hoop dat Confettiregen voor veel met zichzelf worstelende jongens en meisjes hetzelfde kan betekenen.

Over de liefde – Doeschka Meijsing

In de literaire wereld kwam ik schrijfster Doeschka Meijsing (1947-2012)
weleens tegen. Zij was cynisch maar vrolijk, scherp maar ontspannen, humoristisch maar ernstig, Pas nadat ze overleed, las ik een van haar romans: Over de liefde uit 2008, een boek dat werd bekroond met drie belangrijke prijzen.

Het was Doeschka’ s twaalfde roman en voor het eerst schreef ze echt autobiografisch; tot dan toe had ze zich over dat genre boeken denigrerend uitgelaten. Meijsing was lesbisch en had in de loop van haar leven verschillende relaties met vrouwen. Langdurig was ze de vrouw van Xandra Schutte, hoofdredacteur van Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer, totdat die Meijsing verliet voor een man van wie ze een kind wilde.

Het verdriet en de jaloezie hierover was voor Meijsing aanjager bij het schrijven. De hoofdpersoon van Over de liefde is de 50-jarige Pip, die een getroebleerde relatie heeft met de veel jongere Jula. Vol zelfmedelijden raakt ze in een depressie, waarbij ze welbespraakt maar hard oordeelt over de wereld en over de liefde, die volgens Pip maar beter niet homoseksueel kan zijn. Omdat homoseksuele liefde niet is gericht op voortplanting, hebben homo’s en lesbiennes andere ‘taken’; volgens Pip moeten zij ‘de versiering van de schepping’ zijn en woord geven aan ‘het broodnodig overbodige’. Bijvoorbeeld door mooie boeken te schrijven.

Maak me blij – Karin Giphart

Struinend door mijn boekenkast op zoek naar romans over homoseksuele liefde stuitte ik op Maak me blij van de Amsterdamse singer-songwriter Karin Giphart. En dat is – ik kan het niet ontkennen – mijn jongere zus. Er zijn goede redenen een boek van een familielid niet te bespreken, maar aan
de andere kant zou het ook unfair zijn tegenover het boek en de schrijfster.

Maak me blij is een schelmenroman. Dat is een literair genre dat in de 16de
eeuw ontstond als tegenreactie op hooggestemde boeken. In schelmenromans gaat het om lieden die om wat voor reden dan ook sociaal buiten de boot vallen en daardoor steeds in de penarie komen. (Phileine uit Phileine zegt sorry is een ander voorbeeld, om het nog even in de familie te houden).

De schelm uit Maak me blij heet Ziggy, een lesbische bijna-dertiger met een voorliefde voor M&M’s, oftewel ‘meeneemmeisjes’, Ze verliest zich regelmatig in het verzinnen van verhalen voor bestaande personages uit series als Star Trek, Buffy The Vampire Slayer en Xena, Warrior Princesss. Er zijn twee vrouwen in haar leven: haar grote liefde Adisa en haar ernstig zieke moeder.

Maak me blij is een vlotte humoristische inkijk in de wereld van onstuimige
meisjesseks, maar ook een verslag van de dood van een moeder (waarvoor
dan weer mijn eigen moeder en die van Karin model stond).