Seizoensgids

De Volkskrant, 2 september 2008

In Texas ben je al een behoorlijke homo, volgens de Amerikaanse schrijver Kinky Friedman, als je meer van vrouwen houdt dan van American Football. Afgelopen weekend kwam ik met mijn gezin terug uit het moessongebied Normandië. Tijdens de autorit hadden we besproken wat we tijdens de vakantie het meest hadden gemist, behalve zonlicht. Voor mijn dochter was dat school en haar vriendinnen, mijn zoon miste zijn draken, mijn vrouw ons huis en ik Studio Voetbal. ‘O ja, voetbal heb ik ook enorm gemist,’ zei mijn vrouw, waarbij ze het woord ‘voetbal’ uitsprak alsof ze voor onze voordeur het kadaver van een middelgrote hond zag liggen.

Zondagmiddag, tijdens Langs de Lijn, stortte ik me op mijn jaarlijkse ritueel: het bestuderen van de Seizoensgids van Voetbal International. Ieder jaar lees ik die 372 pagina’s van cover tot eind, of laat ik niet overdrijven: van de cover tot waar de informatie over de eerste divisie begint. Van huis uit ben ik Feyenoorder, ieder jaar heb ik het even onverwoestbare als domme vertrouwen dat de Rotterdammers dit jaar eindelijk weer eens zullen schitteren, maar meestal heb ik na een stuk of drie speelrondes al afgehaakt. Ik heb in mijn omgeving een paar neuraalgedepriveerde voetbalkenners die alle wedstrijden die er ooit op aarde zijn gespeeld uit hun hoofd kennen, en om een beetje met ze te kunnen communiceren verdiep ik me bij iedere seizoensstart in hun belevingswereld.

Zo’n Seizoensgids is de natte droom van iedere autist: statistieken, records, feiten, trivia en bovenal de namen en foto’s van alle spelers. Er is een wet in het internationale voetbal die stelt: hoe meer medeklinkers de naam van een voetballer telt, hoe goedkoper zijn transferprijs. Het lijkt of de inkoopafdelingen van de Nederlandse clubs ook dit jaar weer gretig hebben ingekocht bij wingewesten, rampgebieden en Sahellanden. Hoe ging het er tijdens de scoutingvergaderingen aan toe? ‘Vitesse heeft net Haim Megrelishvili gekocht…’ ‘Dan slaan wij terug met Kennedy Bakircioglü!’ ‘Wacht, ik heb hier nog videobeelden van Balázs Dzsudzsák.’

Sommige namen lezen als poëzie. Wie weleens bij Poetry International is geweest weet dat het lijkt of de ingevlogen dichters declameren uit de Seizoensgids van het betaalde voetbal. Lees de volgende enumeratie langzaam luidop voor: Ayodele Adeleye, Abubakari Yakubu, Darîo Cvitanich, Tarik Elyounoussi, Jeanvion Yulu-Matondo, Miralem Sulejmani, Sherif Ekramy, Niklas Tarvajärvi, Csaba Horváth, Oluwafemi Ajilore, Radoslaw Matusiak, Cor Varkevisser, Kwame Quansah, Fouad Idabdelhay, Saidi Ntibazonkiza, Przemyslaw Tyton, Melvin Platje, Tommie van der Leegte.

Soms lijken namen betekenis te dragen. Een door Feyenoord van Supersport United gekochte Zuid-Afrikaanse aanvaller heet Erasmus, een mooie Rotterdamse speaking name die natuurlijk moet afstralen op de drager (zijn voornaam, Kermit, kan hij gelet op hooliganhumor maar beter niet gebruiken). Ook andere namen spreken voor zich. Wat moet het mooi zijn als Hiariej scoort, Holla een spurtje trekt of Beukert de bal in de linkerbovenhoek poeiert.

Voer voor sociologen en geschiedkundigen: hoe Nederland is veranderd in de afgelopen decennia. Dit zijn voornamen van Nederlandse spelers: Rydell, Qays, Rifat, Serder, Donavan, Gerson, Soufian, Shkodran, Vurnon, Vergillio, Edson, Romano, Ekrem, Mounier, Hursut, Jeremain, Resit, Andwélé, Gioginio, Purrel, Cerezo, Agil.

Ik was diep verzonken in deze materie toen ik Govert te Brakel afgelopen zondag hoorde zeggen: ‘Het gaat er somber uitzien voor de Rotterdammers, Ronald.’ Met mijn solipsistische persoonlijkheidsstoornis dacht ik even dat hij het tegen mij had en niet tegen reporter Ronald van der Geer. ‘Somber’ sloeg op de stand: een 3-1 vernedering. Zuchtend legde ik mijn gids weg. Voor mij is het seizoen alweer zo’n beetje afgelopen, vrees ik. Maar goed, ik ben volgens Texaanse begrippen dan ook eigenlijk homo.