Spijt

De Volkskrant, 28 februari 2012

Afgelopen week maakte ik vanaf een zijlijn in mijn leven een sterfgeval mee. Iemand die ik hierover vertelde, attendeerde me op het boek The Top Five Regrets of the Dying (2011) van Bronnie Ware. Deze Australische verpleegster deed jarenlang palliatieve zorg voor patiënten die naar huis waren gestuurd om te sterven.

Mensen die de dood in ogen kijken maken, volgens Ware, enorme veranderingen door. Alle stervenden die zij bijstond ervoeren in hun laatste weken een opeenvolging van emoties (angst, ontkenning, boosheid, zelfmedelijden, acceptatie), tot uiteindelijk iedereen zijn eigen vrede vond.

In een blog hield de schrijvende verpleegster ’the dying epiphanies’ van haar patiënten bij (een epifanie is een moment van diep inzicht). In de dagen voordat mensen sterven hebben zij revelaties, oftewel verhelderende ontdekkingen over zichzelf. Als je alleen maar kunt terugkijken ziet de wereld er blijkbaar anders uit. Het viel de zorgzuster verder op dat veel patiënten op de vraag of zij ergens berouw over voelden of dingen achteraf liever anders zouden hebben gedaan, altijd dezelfde thema’s aansneden.

Daar zaten sommige van the usual suspects niet bij. Met het naderende einde veranderen de dingen waarover we berouw hebben. Stervenden voelen over andere dingen spijt dan mensen die nog in het levense leven staan. Gevraagd naar spijtgevoelens wordt bijvoorbeeld door gezonde Amerikaanse veertigers en vijftigers het thema ‘liefde en seks’ regelmatig genoemd, waarbij er dan overigens een groot verschil is tussen mannen en vrouwen. Terugkijkend op hun jonge jaren hebben mannen vooral spijt van de reële sekskansen die ze niet hebben verzilverd, terwijl vrouwen juist spijt hebben van de keren dat ze wel met kerels in bed zijn beland. Dit onderwerp komt in de top-5 niet voor. Kennelijk was met de laatste miljoen kloppen van het hart het genitale gefrunnik toch niet meer zo belangrijk.

Wat bovenaan de lijst van doodspijt staat is volgens een telling van Ware de verzuchting: ‘Ik wou dat ik de moed had gehad mijn eigen leven te leiden en niet het leven dat anderen mij probeerden op te leggen.’ Dit is het meest voorkomende gevoel van berouw. Pas als mensen op hun sterfbed liggen, trekken ze zich eindelijk niets meer aan wat anderen van hen zouden kunnen vinden.

De rest van de top van de Eredivisie Spijtgevoelens van Stervenden: ‘Ik wou dat ik minder hard had gewerkt’ (op 2, en verzucht door alle mannelijke en zo’n beetje alle vrouwelijke patiënten van Ware). ‘Ik wou dat ik de moed had mijn gevoelens te uiten’ (op 3). ‘Ik wou dat ik contact had gehouden met mijn vrienden’ (op 4). En de laatste: ‘Ik wou dat ik mezelf had toegestaan gelukkiger te zijn.’

Of de man wiens overlijden ik op afstand meemaakte – een vijftiger die wellicht te goed heeft geleefd – op zijn sterfbed deze uitingen van berouw over zijn leven heeft gehad weet ik niet, maar wel hoorde ik dat hij een paar uur voor zijn dood aan een zorgzuster vertelde dat hij zich er volkomen bij had neergelegd: ‘Ik heb er vrede mee. En het vreemde is: ik voel me gelukkig.’ Er werd mij verteld dat hij dit met een verlichte glimlach had gezegd.