Tranenijs

De Volkskrant, 25 juni 2011

Kinderleed is hartverscheurend. Tenminste voor hen die zelf geen kinderen hebben. Iedere ouder weet dat er gradaties in kinderverdriet zijn. Als mijn zoon van 13 huilt, weet ik dat er echt iets aan de hand is. Mijn dochter van 11 is geen effecthuiler, maar ze knijpt tranen ook niet weg. En mijn 4 jarige ziet wenen als een nuttige variant op praten. Als hij zijn zin ergens niet over krijgt, kan hij boos worden, smeken of jengelen, of hij kan even bevrijdend een keel opzetten en jankend proberen zijn gelijk te halen. Wat vaak ook lukt.

Iedere ouder zal zich onbewust hebben ontwikkeld tot tranenfluisteraar. Ik hoor bij mijn jongste precies of hij een halve hersenschudding heeft omdat hij met een ijspriem in zijn hand van een kast is gevallen, of dat zijn oudere zus een sesamzaadje tegen zijn wang heeft gegooid. De ene jammer is de andere niet.

Jaren geleden had Oprah Winfrey in haar praatprogramma kindertjes die vanaf de geboorte waren besmet met hiv, een infectie die toen nog uitzichtloos was. Het grut had niet lang meer te leven. Plotseling begon een van de kinderen, een mooi zwart meisje van een jaar of 7 met guitige krullen, hartstochtelijk te schreien. Niemand van die gezonde leeftijdgenootjes mocht met de hiv-kinderen spelen, griende ze. ‘Wij weten dat we doodgaan, en toch moeten we altijd alleen spelen omdat de ouders bang zijn dat hun kinderen ook besmet raken. Het is niet eerlijk.’

Haar tranen zie ik nog voor me. Mijn voltallige studentenhuis zat te snotteren op de bank, en we hadden er niet eens bij gedronken. Dat was pas huilen wat dat meisje deed, daar vielen onze muizenissen bij in het niet.

Ik kom hierop omdat de Utrechtse ijsmaker Roberto (volgens Volkskrant-culinairoloog Mac van Dinther ‘de beste en meest innovatieve ijskunstenaar van Nederland’) gisteren in zijn winkel in de Poortstraat een bijzondere actie is begonnen. Omdat Roberto ook niet tegen kindertranen kan, heeft hij de zogenoemde ’tranenvanger’ bedacht. Dit is een klein plastic opvangbakje dat jonge kinderen mee naar huis krijgen om te bewaren op hun nachtkastje.

Op het medicinaal ogende bekertje zit een stickertje met de tekst: ‘Bewaar je tranen donker en koel. Het bakje hoeft niet helemaal vol te zijn als je het inlevert.’

Wanneer een kind huilt, is dat altijd verschrikkelijk. legt Roberto desgevraagd uit. Vandaar dat hij besloot tot een ’traneninleveractie’. Mocht een kindje moeten huilen dan kan hij of zij het bakje onder de ogen houden en zo de tranen opvangen, `Ik wil zoveel mogelijk verdriet omzetten in blijdschap. Hopelijk moeten de kinderen door die handeling alleen alweer een beetje glimlachen, En als dat toch niet werkt, helpt misschien het bolletje ijs dat de kinderen krijgen wanneer ze het bakje met hun tranen bij ons inleveren.’

In dat geval zal Roberto de bakjes bewaren. En dan gaat hij in het najaar, aan het eind van het seizoen, alle tranen van alle kinderen bij elkaar doen, om er een speciaal tranenijs van te bereiden. IJs dat de kinderen zelf bij elkaar hebben gehuild. Bevroren verdriet. Tranen om op te likken.

Ik moet bekennen dat van zo’n creatief initiatief het vocht mij in mijn ogen springt.