Wijnkelders van de geest

AD Magazine, 21 mei 2017

Om deze foto’s te kunnen gebruiken, neem contact op met Shody Careman & @careman_fotografie

Ze zeggen dat een mens leeft zolang er aan hem of haar wordt gedacht. Dat is een troostrijke gedachte. Ik denk nog dagelijks aan mijn moeder. Ze is alweer meer dan twintig jaar dood, al voelt dat eigenlijk veel korter. Wer früher stirbt, ist länger tot, zeggen de Duitsers. Wie vroeg sterft, is langer dood. Dat geldt zeker voor mijn moeder, die hopelijk nog wel een tijdje dood zal zijn. Er komt een dag dat ze langer niet dan wel in mijn leven is geweest, als ik niet tenminste zelf vroegtijdig een tuintje op mijn buik krijg.

Mijn moeder overleed op haar 56ste, na – goddank – een rijk, humorvol en strijdbaar bestaan. Als politica heeft ze altijd geprobeerd zich in te zetten voor zwakkeren en minderbedeelden.

Het rijke van haar bestaan zat dan ook niet in financiële zaken, want daarin was mijn moeder nu juist niet fortuinlijk. Ze was veel te vrijgevig en hield te veel van het organiseren van feestjes en soirees.

Goed eten was een onstuimig onderdeel van haar leven. Mijn moeder was wat tegenwoordig een foodie wordt genoemd en destijds een gourmande heette. Ze had verschillende kookcursussen voor gevorderden gedaan en haar kookdiploma’s hingen ingelijst aan de muur.

Bouillons

Ze walgde van zakjes, potjes en blikken, en daarom maakte ze haar eigen ragouts, patés en mayonaises. Ook bakte ze taarten en trok haar eigen bouillons. Als ze nog had geleefd, sluit ik niet uit dat ze zich voor Heel Holland Bakt had ingeschreven – dus dat is ons wel bespaard gebleven.
Speciaal voor Moederdag wilde ik voor deze rubriek een van mijn moeders gerechten eren: haar stoofschotel met lamsvlees bijvoorbeeld, of haar omelette nórvegienne, haar huzarensalade, haar biefstuk stroganoff of haar idioot lekkere tomatensoep.

Paperassen

Maar zoals het gaat, na mijn moeders overlijden heeft mijn zus haar recepten geconfisqueerd: een doos met aantekeningen en vergeelde papieren.

Deze paperassen kwamen terecht op zolder, en na een verhuizing in een kelder, en daarna weer op een andere plek, en na verloop van jaren kan mijn zus ze niet meer vinden.

Ach, misschien is dat maar beter ook. Een filosoof zei ooit dat herinneringen de wijnkelders van de geest zijn: we halen altijd de beste flessen naar boven.

In mijn herinnering was de kookkunst van mijn moeder ongeëvenaard en het zou zonde zijn om die nalatenschap te ruïneren.

Daarom vandaag een recept voor idioot lekkere tomatensoep van een andere moeder: mijn vrouw [Mascha Lammes].

Recept

Ingrediënten:

1,5 kilo tomaten (goed rijp)
1 teen knoflook
2 sjalotjes
2 laurierbladen
verse kruiden (peterselie, tijm, basilicum, marjolein, maggikruid)
2 tot 3 tl bloem
blokje groentebouillon
olijfolie/boter
150 g gehakt
1 ei
zout en peper
room of mascarpone

Draai balletjes van gehakt, ei en een snuf zout. Verwarm tomaten in een pan tot er een laagje vocht in staat. Deksel erop, vuur hoger. Kook tot een zachte massa is ontstaan. Druk de massa na afkoelen door een zeef. Vang tomatenvocht op in een pan (gooi de rest weg). Houd een liter sap over. Is die er niet, dan aanvullen met water en een lepel tomatenpuree. Fruit sjalotjes, daarna knoflook. Roer er bloem doorheen. Giet het tomatenvocht erbij. Goed roeren. Breng soep aan de kook, met kruiden, laurierbladen en bouillonblokje. Laat een kwartier doorkoken. Verwijder de kruiden, voeg balletjes, peper en zout toe, laat nog vijf minuten koken. Serveer met room of een moederlijke drol mascarpone.