Wipkuitje

Kijk Magazine 2013, nummer 12

Een oom van mij had een vreemd gevoel voor humor. Soms zei hij, zittend op de bank, met een sigaret in zijn hand en een glas vieux op tafel: “Ik rook niet, ik drink niet en ik ga niet naar temeiers.” Wij lachen, al begreep ik pas later wat temeiers waren.

Laatst zat ik met mijn kinderen te kijken naar een programma waarin zangeres Anita Meyer optrad. Hoe belegen de grap, ik kopte hem in. Mijn oudste zoon vroeg wat een temeier was. Mijn jongste zoon had een betere vraag: waar het woord vandaan kwam. Dat had ik me dan weer nooit afgevraagd en daarom besloot ik mijn zoons ter plekke in te wijden in de wondere wereld van de etymologie, de herkomst van woorden.

Temeier komt van het Hebreeuwse woord temea, dat onrein betekent. In het Jiddisch is een temeierspiese een hoerenhuis, temeieschieppers zijn hoerenlopers. Er zijn taalkundigen die denken dat het woord oorspronkelijk uit Amsterdam komt. Een ander geschikt woord om uit te pluizen was lichtekooi. Etymologen zijn het niet helemaal eens wat de herkomst van het woord is. Het gedeelte ‘licht’ kan worden uitgelegd als lichtvaardig of losbandig, maar dat hoeft niet per se. Het hangt er vanaf wat het gedeelte ‘kooi’ betekent. Veel taalkundigen denken dat kooi een ander woord is voor ‘achterste’. Een lichtekooi zou dan iemand zijn die bij het lopen zijn of haar kont optilt. Onder prostituees zou dit een gangbare manier zijn om klanten te lokken: uitdagend wiegen met de billen.

Er zijn andere woorden voor ‘lichte meisjes’ die aan hetzelfde doen denken. Geniet even mee: draaiaars, hippelklink, kwikkebil, klikkebil, snikkebil, wappergat, wipeersken, wipgat, wipkuitje en wellicht ook het modernere huppelkut. Maar er is een andere mogelijke betekenis. In het Middelnederlands kan kooi ook slaan op een vrouwelijk geslachtsdeel. Er is een klucht bekend uit 1560 waarin een vogel een metafoor is voor een mannelijk geslachtsdeel. De vogel wordt gehouden in een kooi. Lichtekooi zou dus, volgens een van de etymologisch woordenboeken, zoiets beteken als ‘lichtzinnige vagina’. Oftewel: prostituee.

Het laatste woord dat ik met mijn kinderen opzocht, kwam uit het Amerikaans. Hooker is een woord dat iedereen kent, maar wat is de herkomst? Er zijn twee verklaringen. De leukste is dat het woord is afgeleid van een bevelhebber ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog. In het leger van generaal Joseph Hooker (1814-1879) zou het er zo wild aan toe zijn gegaan dat de prostituees die zijn soldaten volgden Hooker’s Brigade oftewel ‘Hoekers leger’ werden genoemd. Mooi verhaal, maar het is waarschijnlijker dat hookers zijn vernoemd naar een wijk in Manhattan, Corlear’s Hook, waar veel lichtekooien hun lichaam verkochten aan temeieschleppers. Die waarschijnlijk overigens ook rookten en dronken.