De TILT met een column van Ronald Giphart: Hartelijk gefeliciteerd!

De TILT

By hans, 9 april 2016

Dit is waarschijnlijk niet het correcte logo van het blad. Ik heb slechts een fotokopie van de pagina’s die Giphart geschreven heeft en hier staat geen logo op…

Titel magazine: De TILT

Titel verhaal Giphart: Hartelijk gefeliciteerd!

Schrijver: Ronald Giphart

Jaar: 1993

Nummer: 2, december 1993

Foto auteur: Chris van Houts

Pagina’s Giphart: 36, 37

Laatst zei een meisje tegen me: “Ronald, een pik is toch maar een raar ding, hè? Als je hem goed beschouwd is het een bespottelijk instrument. In normale toestand is een lul al niet meer dan een aandoenlijke garnaal, maar gezwollen is-ie echt om te gillen.Een knikkebollende gevulde kattedarm met een peervormig paars gezwel erop, dat is een pik.”

Nounou, dat was nog eens flink van dat meisje.

Ze keek me guitig aan.

“NEE, EEN KUT, DAT IS EEN LEKKER BEEST, DAT ZlET ER NORMAAL UIT,” beet ik vlijmscherp terug. De ‘tederheid onder de lakens’ was helaas onmiddellijk verdwenen. Maar goed, ik vind het dan ook bijkans om je zelf helemaal van onder te schijten, zo’n kut, zo’n driehoekje bij elkaar geveegde rauwe giros. Gadverdamme. Ik wil absoluut niet schermen met mijn wetenschappelijke kennis (want ik weet hoe slecht dat soort gekokketeer kan vallen onder HBO-scholieren), maar vorig jaar las ik een onderzoek dat gehouden was onder de mannelijke eerstejaars studenten Medicijnen van de Universiteit van het Finse Fjodrhabr, of iets dergelijks. De jongens kregen een aantal gekoppelde plaatjes te zien van a) een kut en b) een etterende open wond, en ze moesten aangeven welke afbeelding wat was. Nou, mooi dat een significant groot deel van de jongens het verschil tussen een vulva en een trauma niet kon zien! (Nu begrijp ik ook beter waarom die Scandinavische meisjes op vakantie altijd zo de beest uithangen, maar dit terzijde.) (En laat als vrouw op doortocht in Finland nooit een snee in je bovenarm behandelen, want dan kunnen er de vreselijkste dingen gebeuren, maar dit wederom terzijde.)

En dan die schaamlippen! Ja, sorry hoor, maar nog nooit in mijn leven heb ik iets bespottelijkers gezien dan die functieloze vleeslapjes called shamelips. Dat drilt er maar een beetje bij, het is welbezien een schande! Laat die maandverbandfabrikanten daar eens iets op vinden: een verband met schaamoplosser. Of een maandverband dat zichzelf met kleine zuigertjes vastzet in de schaarnlip, dan krijgen die flappen tenminste eens een raison d’etre. En ook zo om te gillen: grote schaamlippen. Gróte… Poepoe, zo groot. De pink van m’n kleinste neefje is al forser dan de gemiddelde grote schaamlip die ik tegenkom. Grootheidswaanzin, zo noem ik het. En daarbij komt dat een schaamlip niet eens zijn eigen orgasme heeft, in tegenstelling tot de clitoris en de vagina.

Nu we het er toch over hebben: de clitoris, ook zo’n fuifnummer. Kijk,jongens hebben tenminste nog een eikel, dat is overzichtelijker, daar hoef je heus niet naar te zoeken. Een beetje eikel presenteert zich zo wel, wat bloed er naar toe, en plop: “Hallo, hièr ben ik! Pak me maar beet! Neem me maar tussen je snijtanden!” Maar dan de kittelaar. Dat is andere koek.

Natuurlijk, je hebt erbij die lekker fors gebouwd zijn en goed in het oog springen (rare beeldspraak, sorry): de piramidevormige pepernoten die zich als een soort mini-eikel ongegeneerd aan je opdringen. No-nonsense-kittelaars noem ik die en ik hou wel van ze, gewoon een kwestie van weinig tijdverlies en een economische inslag (moet jullie toch aanspreken). Je hebt echter ook clitores die zich helemaal niet openbaren en verscholen zitten tussen tientallen andere roodglanzende vleesvlokken. Jeumig, wat heb ik dáár een hekel aan. Van die fopbolletjes waar je eerst heel onversaagd tientallen minuten áan ligt te zuigen in de wetenschap dat je de Ultieme Vrouwelijke Liefdespunt echt te pakken hebt, tot je erachter komt dat je misschien toch voor spek en bonen leg te lurken. Dan vraag je maar eens (lekker zwoel, maar dat komt omdat je – eigenlijk heel onbeschoft – je mond vol hebt):

“Hé, is het lekker?”

En zij: “Jah hoor.”

En jij (twijfelend): “Ehm, zit ik op het goede plekje?”

En zij weer. “Nee, dat ligt iets hoger.”

Gevolgd door. “Maar dit is ook fijn, hoor.”

Die nepkittelaars zitten er gewoon om je voor lul te zetten, als je het mij vraagt. Ook leuk: een clitoris, die naarmate de opwinding groter wordt, zomaar verdwijnt in het niets, dáár krijg ik zo de zenuwen van. Je gelooft het niet, maar het bestaat! Dan lig je als een bezetene te lebberen, gaat je tong als een drilboor op en neer, voel je dat de spanning toeneemt, voel je de spieren in de bovenbenen van het meisje harder worden, hoor je een steeds harder gekreun en gezucht, schroef je de trilcoëfficiënt van je tong nog wat op, en plotseling: floeps! Weg kittelaar! ‘Waarzittie? Waarzittie?’, vraag je je wanhopig af, waarop je als een waanzinnige op zoek gaat naar dat koleireding en tegelijk hoort dat het meisje minder kreunt, ja zelfs geïrriteerd begint te zuchten. ‘Oh Heer, laat me niet inde steek, hier met die bobbel. Waarzittie?’ smeek je vervolgens, maar je vindt het plekje niet meer terug. Nergens… Verdwenen… Weggezakt… Volkomen ten einde raad begin je dan maar van die hele grote halen te maken, van die natte hondelikken, in de hoop dat je de kittelaar op die manier mee beroert, maar dan blijkt het meisje natuurlijk net weer zo iemand te zijn die op haar hoogtepunt nu juist behoefte heeft aan een spijkerharde stimulatie van louter één klein gedetailleerd plekje op haar clitoris ergens ten zuidwesten van het midden, vierenvijftig graden westerlengte. Radeloos heb ik me gevoeld met al die verschillende kuttelaars. Waarom hebben vrouwen niet de beschaafdheid om even op een A-viertje een klein situatieschetsje te maken met enkele eenvoudige aanwijzingen voor optimale bevrediging? Waren vrouwen maar mannen,verzucht ik wel eens, niet dat het wat uitmaakt.

Nee, dan de kut zelf: die gáát dan nog, moet ik schoorvoetend toegeven. Ik wil helemaal niet onbetamelijk overkomen, maar een kut is een gat, een stopcontact met slechts één opening, en zij voldoet als zodanig terdege. Sterker nog: de kut heeft de eenvoud van de lul, daar komt het wel op neer. Op het eerste gezicht dan, hè, want van binnen kon de kut het toch weer niet laten om er iets gecompliceerd-vrouwelijks aan toe te voegen: de G-plek. Je gelooft je oren niet, hè? Een G-plek is, tenminste als je de Cosmopolitan moet geloven, een bepaald gevoelig plekje achterin de kutbuis in de buurt van de baarmoedermond. Als een G-plek door een penis (of een zelfbewegende kunstkomkommer of wat ze er allemaal nog meer in schuiven, die viezeriken) gestimuleerd wordt, kan dit leiden tot een hoogtepunt, het vaginale orgasme. Toen ik dit voor het eerst hoorde, dacht ik: ja hoor, tuurlijk, toettoet, en mijn zusje kan in kringetjes van de Euromast pissen. Nu heeft er zich (Opa vertelt hier even uit zijn fascinerende leven) in een straal van een meter binnen mijn bijzijn nog nooit een vaginaal orgasme plaatsgevonden, maar dat zal wel weer liggen aan mijn Overweldigende Apparaat Fantastische Liefdestechnieken.

Goed. Hoe kom ik er overigens bij om al deze vunzigheid op te schrijven? Interessante vraag. Een paar weken geleden werd ik gebeld door een Tilt-redacteur of ik niet een bijdrage wilde leveren voor een of ander jubileumnummer. Voor ik er goddomme erg in had, zei ik gedachteloos: “Jah hoor.”

“Het wordt een speciale Tilt”, zei de redacteur, “we laten Eric Scheurs een voorkant maken, en we vonden dat u er ook in moest.”

“Maar waarover moet ik dan in godsnaam schrijven?”, vroeg ik, balend dat ik me er weer in had laten luizen.

“Over seks natuurlijk”, zei de jongen verbaasd.

“En het mag best wel goor, hoor”, voegde hij eraan toe.

Welnu, van gore dingen houd ik niet, daar doe ik niet aan mee! Vandaar dat ik gekozen heb voor het bovenstaande essay over de werking van de genitaliën. Het is een bewerking van een stuk uit ‘ mijn eind ’94 te verschijnen roman Hart. Zo, en daar die Eric Scheurs voor zijn tekening vast een enorm bedrag krijgt en ik voor deze bijdrage helemaal niets ontvang (één bewijsexemplaar, als ik geluk heb), stel ik voor dat jullie allemaal mijn boeken Ik ook van jou en Giph kopen. Mooie gevoelige warme tedere boeken over liefde.

Hoewel het me niet precies duidelijk is om hoeveel jaar het gaat, wens ik jullie evengoed veel proficiat met jullie jubileum.

Dahag, HBO-rakkertjes.

Ronald Giphart, 27 jaar, is auteur van ‘Ik ook van jou’, (Nijgh & van Ditmar, ’92) en ‘Giph’, (Nijgh &van Ditmar, ’93). Hij studeerde Nederlands maar is daar na drie jaar mee gestopt. Nu werkt hij als nachtportier bij Ziekenhuis Overvecht in Utrecht alwaar hij druk bezig is met zijn volgend jaar te verschijnen roman ‘Hart’. “Een jonge kunstenaar die wanneer bijna alle mensen op één oor liggen, hartstochtelijk de literatuur probeert te verrijken; dat beeld heeft wel iets eeuwigs, vind je niet?” Hij heeft een hekel aan mensen die zich serieus nemen, maar neemt zichzelf daarentegen heel serieus. “Ieder mens is in wezen hypocriet en meet zichzelf andere maatstaven aan dan waarop hij zijn omgeving beoordeelt.” Hij noemt zichzelf een ‘sikkeneurige zeikerd met een klein hartje en een lieve glimlach’.

Ronald Giphart werkte mee aan ‘Kwadraat’s groot literair lees kijk knutsel en doe vakantieboek’ (‘Het eerste vaderlandse blad waarbij je een T-shirt kreeg”). Onlangs was hij gastredacteur van Propria Cures, thans te bewonderen in de Tilt.