Hide&Chic

By hans, 17 januari 2021

De kunst van het genieten

Nr. 7 mei-juni 2007

Geïnspireerd door de foto’s die Ellen van Unwerth maakte van model en actrice Rebecca Romijn schreef Ronald Giphart een verhaal met een
verrassende wending.

Sugar Girl

HOE LANG WAS HET GELEDEN DAT DEZE TWEE OUD beminden op het eiland hadden rondgelopen? Destijds hadden ze een onverwachte fling gehad, waarna ze als kortstondige geliefden weer terug naar het vasteland kwamen. Zij was aan het afstuderen en moest bij het inhalen van haar gemiste vakken op Schiermonnikoog een biologisch veldonderzoek met konijnen doen (wat in het honderd liep omdat haar begeleidend docent niet kwam opdagen), hij had net zijn eerste foto’s verkocht en wilde dat vieren met een vakantie. Dit was een ordinaire smoes: hij wilde gewoon met haar mee. Het was in het voorseizoen, ze sliepen in een verlaten jeugd boerderij waar ze een slaapzaal met dertig stapelbedden voor zichzelf hadden. Eerst lagen ze ver uit elkaar, maar de bedden waren zo belabberd dat zij ze tijdens hun eerste nacht allemaal wilde inspecteren en uiteindelijk op het matras naast hem belandde.

“De enige matras die een beetje behoorlijk ligt,” had ze gezegd, “op mezelf na natuurlijk.”

Hij, sukkel, nice guy, was toentertijd het meest gefascineerd door haar branie, zoals hij zich zijn leven lang aangetrokken had gevoeld tot directe vrouwen. Ze kon uitermate grof en tegelijkertijd verleidelijk subtiel zijn, ze was onbehouwen en verfijnd in één beweging. Een schreeuwmooi noemde hij haar.

In Lauwersoog, bij de wachtruimte van de veerboot, ziet hij haar weer. Tweeëntwintig was ze toen hun liefde op Schiermonnikoog begon, nu is ze ‘voorbij dertig’: geen meisje meer, maar ook duidelijk nog geen vrouw. Ze zit op een bank te lezen als hij het halletje van de firma Wagenborg binnenkomt. Twaalf jaar geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat zij op tijd op een afspraak verscheen, laat staan dat ze eerder aanwezig was dan degene met wie ze had afgesproken.

“Hé Phil”, roept hij verbaasd, want hij is ervan uitgegaan dat ze niet zou komen opdagen of in ieder geval de boot zou missen. De menselijke geest kan in een halve seconde jaren overbruggen en een compleet antecedentenonderzoek doen. Ze is ontegenzeggelijk ouder geworden. Haar haar is korter, maar nog niet afgeknipt zoals bij de meeste vrouwen die kinderen hebben gekregen. Ze heeft iets meer gewicht, en hoewel hij haar dat nooit zal zeggen, oogt dat beter dan haar toenmalige magere jonge-vrouwenlichaam. Toen hij twintig was zag hij het verschil niet tussen een vrouw van vijfendertig en een van vijfenveertig (en kwam het al helemaal niet in hem op dat een vrouw van die leeftijd aantrekkelijk zou kunnen zijn). Nu hij zelf onafwendbaar richting veertig gaat, ziet hij het verschil niet meer tussen een twintig- en een vijfentwintigjarig meisje.

“Kramer!” zegt ze verheugd, en ze legt haar boek neer. Kramer zet zijn tas naast zich neer en doet snel een paar stappen in haar richting, een handeling die onbewust zal zijn geïnspireerd door Hollywoodscènes waarin oude beminden en vrienden elkaar na een lang leven eindelijk weer terugzien (we herinneren ons een stel dat van elkaar dacht dat ze bij de aanval op Pearl Harbor waren gesneuveld, tot ze dertig jaar later op straat tegenover elkaar stonden – en ze nog lang en gelukkig leefden ever after).

Erwas een tijd dat Kramer en zij elkaar op de mond kusten, maar die intimiteit is vervlogen, want ze zoenen drie keer op de wang en daarna omhelzen ze elkaar kort. Zij zegt dat hij er echt geweldig uitziet en hij zegt dat zij er echt geweldig uitziet.

“Ja, maar bij jou is het echt zo en bij mij zeg je het alleen uit beleefdheid”, schampert ze, een veelbetekenende opmerking, want vroeger zou ze zich – tegenover hem – nooit twijfelend over haar uiterlijk hebben uitgelaten. Mannen waren bereid Trojaanse oorlogen om haar te voeren, en ze wist het (en gebruikte het).

“Nee, écht,’ gaat ze verder, “vroeger was je zo’n knulletje. Nu ben je stevig en grijs.”

“O, dank je wel. Je bedoelt dik en oud.”

“Ik bedoel grijs en wijs”, zegt ze, en ze draait zich om om haar spullen bij elkaar te pakken.

Een dichter zou eens moeten schrijven over het moment direct na de hereniging van twee mensen die elkaar jaren niet hebben gezien. Er is te veel gebeurd om in een paar minuten samen te vatten, maar klaarblijkelijk te weinig om een gesprek gaande te houden dat uit meer bestaat dan goedbedoelde voorspelbaarheden. Het gaat prima. Ja, het gaat echt uitstekend. Veel meegemaakt. Overal gezien, veel geweest. Goed om weer eens bij je te zijn. Lang geleden. We waren jong. Echt goed om weer bij je te zijn.

NA AANKOMST OP HET EILAND NEMEN ZE DE BUS NAAR HET DORPJE. BIJ hun eerste bezoek sliepen ze in een armoedige kampeerboerderij en gaven ze af op de stinkerds in de hotels, nu checken ze in bij de meest luxueuze gerestaureerde oude villa van het eiland alsof ze nooit anders hebben gedaan. De eigenaresse van het statige paleisje leidt hen trots rond. Er geuren verse bloemen, seizoensvruchten liggen in de fruitmand, de tuin ruikt naar pas gemaaid gras.

“Gebruiken jullie beide slaapkamers?” vraagt de vrouw luchtig, haar mensenkennis verradend, want ze heeft meteen door dat ze haar huis de komende dagen niet verhuurt aan een echtpaar dat al jaren bij elkaar is noch aan, al dan niet vreemdvrijende, opgewonden beminden voor wie het eiland niet meer is dan een bijkomstigheid.

“Jazeker”, besluit Kramer snel.

Hij wordt niet tegengesproken.

ZE DRINKEN KOFFIE OP HET TERRAS VAN HOTEL GRAAF BERNSTORFF, NAAST de kaak van een enorme walvis die als een ereboog de hotelgasten verwelkomt. Kramer kijkt naar de vrouw aan wie hij in zijn leven zo vaak heeft gedacht. Als zijn einde ooit zal naderen en de Accountant des Levens de balans opmaakt, zal blijken dat hij – op zijn moeder na – aan geen vrouw zoveel gedachten heeft gewijd als aan haar. Zij trekt nog steeds de belangstelling van veel omstanders op het terras en ook van de bezoekers van het hotel aan de overkant. Vrouwen inspecteren haar fleurige zomerjurk, mannen de vormen van haar lichaam. Destijds liet ze zich deze blikken schaamteloos en op het brutale af welgevallen, nu lijkt ze zich onbewust van de aandacht.

“Je bent nog steeds een erg mooie vrouw”, zeg t hij nogmaals, bijna achteloos, alsof hij het toevallig vaststelt terwijl hij zijn koffie roert.

“Nog steeds”, herhaalt ze, waarna ze nipt van haar cappuccino. “Dat klinkt wel erg dreigend.”

NET ALS TOEN MAKEN ZE EEN RIJTOER OVER HET STRAND EN NET ALS TOEN gaat dat in een gammele wagen, al wordt deze tegenwoordig getrokken door een tractor die meer op een tank lijkt. Op een paar dagjesgangers en vakantiebejaarden na is het gevaarte leeg; Kramer en zij nemen achterin plaats, zoals de jeugd dat doet. Hij heeft zijn foto tas bij zich, omdat hij altijd zijn fototas bij zich heeft. Zijn fototoestel is zijn kunsthart, beademingsapparaat en bloedfilter tegelijk.

“Ga je zeehondjes fotograferen?” vraagt ze, half pesterig. “Ik geloof dat ik je portretten van vrouwen interessanter vind.”

Hij kijkt haar glimlachend aan.

“Ik heb jou ooit ook gefotografeerd”, zegt hij. Zij antwoordt dat ze zich dat echt niet meer kan herinneren.

Net als hij wil uitleggen wanneer dat is geweest, komt er – op het allerlaatste moment voor vertrek – een groep pubers aangefietst. Kramer en zij kijken door de ruiten van hun Kweldermobiel hoe de jongeren met tegenzin hun fietsen parkeren, met nog grotere tegenzin naar de kar slenteren, om met absolute weerzin zo ver mogelijk achter in het voertuig plaats te nemen. Ze kijken hierbij of hun een groot onrecht wordt aangedaan dat er al twee plaatsen zijn bezet. Het is een groep van gemengde nationaliteit. Kramer en Phil zitten onverwachts tussen Kroaten, Friezen, Fransen, Italianen en paar Duitsers, en luisteren naar de onmachtige taalprobeersels. Als de tractor zich in beweging zet, volgen ze met wetenschappelijke fascinatie de omgang van de jongeren. Sommigen schreeuwen, sommigen zitten onderuit gezakt met een koptelefoon, er zijn paartjes, vrienden zitten naast elkaar, een meisje zit te huilen en wordt getroost door twee anderen. Twee Italiaanse jongens sloven zich erg uit voor twee Oost-Europese blondines. Op de bank voor deze meisjes hangen twee uit de kluiten gewassen Friese jongens die min of meer als tolk fungeren.

“Koem, ziet op main loel!” roept een van de Italiaanse masturbantjes voortdurend brutaal naar de blondines, tot hilariteit van het gezelschap, die deze uitspraak blijkbaar tot strijdkreet heeft uitgeroepen. De bejaarden in de Kwelder Express (vreemde naam voor een kar die niet sneller dan tien kilometer per uur rijdt) kijken geërgerd om naar de groep. Kramer vangt de ogen van een van hen en beseft dat Phil en hij voor een T-splitsing staan: horen zij bij de luidruchtige pubers of tot de volwassen burgerij?

“Een aanlokkelijk voorstel”, zegt Phil, als de Italiaan voor de vijftigste keer “Koem, ziet op main loel!” heeft geroepen.

DE KWELDERS ZIJN UITGESPROKEN SAAI, DE TOCHT OVER HET STRAND ZO mogelijk nog saaier, maar dat geldt niet voor hun gesprek.

“Het klinkt autistisch, maar ik herinner me nog de titel van de paper die je hier op Schiermonnikoog moest schrijven”, zegt hij, en hij declameert: “Identificatie van een glucose sensing G-proteïne gekoppelde receptor in de epitheelcellen van de darm bij kleine zoogdieren.”

“Jezus!” roept ze uit. “Dat zou ik echt niet meer hebben geweten. Dat ik daar toen al mee bezig was besef ik nu pas. Want het grappige is dat ik nu eigenlijk nog steeds hetzelfde onderzoek doe als toen, alleen niet meer bij konijnen maar bij mensen. Dat je dat hebt onthouden! Waarom in godsnaam?”

“Ik was zo verliefd op je dat ik alles onthield.”

Hierop kijkt ze misprijzend.

“Ja, tuurlijk, verliefd. Je hebt me gewoon misbruikt en daarna gedumpt,” zei ze, “zoals alle mannen altijd deden. En doen.”

Hij schudt zijn hoofd.

“Nee, ik was echt verliefd. En ik heb vrij helder voor ogen dat jij mij dumpte… “

Ze kijkt hem indringend aan en knikt schuldbewust.

“Ja, ik herinner me het weer,” zegt ze, “ik was toen geloof ik in mijn niet-zo-aardige-periode.”

Haar niet-zo-aardige-periode. Klassiek verhaal, komt in duizenden Hollywoodscènes voor. Hij betrapte haar met een andere jongen. Niet dat ze hem expliciet had beloofd nooit met andere mannen het bed in te duiken, maar het voelde destijds als het grootste leed dat iemand ooit iemand anders in de geschiedenis van de mensheid had aangedaan. En het was eigenlijk geen duik die ze had gemaakt, eerder een achterwaartse achtdubbele flikflaksalto van een springplank van vijfentwintig meter. Kramer was binnengelaten door een van haar huisgenoten (en die had het moeten weten, de trut), op de gang maakte hij een praatje met een van haar andere vriendinnen (en die waarschuwde hem ook niet, de teef), bij de keuken groette hij haar hartsvriendin (en die liet hem rustig naar haar kamer wandelen, de bitch) en daarna deed hij de deur naar haar hoerige afwerkplek open. Zij en haar breedgeschouderde langgepikte minnaar hadden beiden niet door dat hij daar stond. Hij hoorde de geluiden van haar genot en dacht: ik ben verliefd op deze vrouw, ik wil dat zij een zo plezierig mogelijk leven leidt dus waarom ben ik niet blij dat zij het zo naar haar zin heeft? Of vermoedelijk dacht hij dat pas later, toen hij in zijn verdriet inmiddels had uitgedokterd dat verliefdheid niet betekent dat je het beste voor je beminde wilt, maar het beste voor jezelf. Hij heeft niet zo heel lang in die deuropening gestaan, maar lang genoeg om zijn rugtas te pakken en te schieten.

Later heeft Kramer haar – zijn ongeluk verbijtend – verteld dat hij haar had betrapt; eerst ontkende ze, vervolgens ontkrachtte ze en uiteindelijk kwam het erop neer dat ze volgens haar niet meer had gedaan dan een potje thee drinken en een kopje zoenen.

“Kramer… tsss”, had ze sussend gezegd, maar ze voegde hier geen excuses of beloftes aan toe – en dus wist hij dat hun korte Schiermonnikoogse affaire voorbij was. Niet lang daarna raakte hij haar definitief kwijt. Vlak na haar afstuderen ging ze voor promotieonderzoek naar Leuven, de wetenschap bracht haar naar New York, de liefde een paar jaar later naar Italië en een baan weer terug naar de Verenigde Staten.

Anderhalf jaar geleden kreeg Kramer via de site van zijn agent een vrij lange mail van haar; ze had werk van hem gezien in een Canadese glossy en feliciteerde hem ermee ‘dat het hem toch allemaal was gelukt’. Het woord ‘toch’ bevreemdde hem. Hij googelde haar naam en was onder de indruk van haar curriculum. Ze had publicaties en zelfs enkele wetenschappelijke werken op haar naam, die allemaal te maken hadden met glucose sensing – een term die hij niet kon thuisbrengen. Hij moest voor zichzelf bekennen dat hij dit destijds niet achter haar had gezocht. Een wetenschappelijke internetpagina had een groot interview met haar en noemde haar in de kop the Dutch sugar girl. Onder haar biografie draaiden ze een nummer van The Cure: ‘Sugar girl’ (waarvan de tekst wonderwel aansloot bij hoe hij zich voelde toen ze uit zijn leven verdween: oh I wish I could find it funny, you laughing like that, when you never came back, but I don’t suppose I’ll ever know, how to keep you – goodbye sugar girl).

Een paar maanden geleden mailde ze hem dat ze voor een symposium in Groningen moest zijn en of hij zin had om haar daar te treffen. Hij mailde terug dat hij die week toevallig op Schiermonnikoog moest fotograferen en vroeg haar of ze geen zin had om hem een dag te vergezellen (een ordinaire smoes, die in vroeger tijden ook had gewerkt). Wat hij niet had verwacht: ze zegde toe en schreef dat ze had gehoopt dat hij zoiets zou vragen.

SAMEN KIJKEN ZE NAAR DE ZEE, DE KWELDERS, DE DUINEN EN DE PUBERS, waarvan een deel slaapt en een ander deel steeds uitbundiger wordt. Een van de Kroatische blondines weet de aandacht goed op zich te vestigen. De ene keer schreeuwt ze dat het een aard heeft, de andere keer pruilt ze, dan is ze vrolijk en dan weer boos.

Helemaal op de punt van het eiland – op een enorme zandvlakte met uitzicht op een zo mogelijk nog grotere zandbank – houdt de wagen eindelijk stil. Ze hebben dan al een uur gereden. Tien minuten tussen de opgeschoten jongeren is vermakelijk geweest, een halfuur ergerniswekkend, een uur ondraaglijk. Als de bestuurder zijn tractor uitzet, is de stilte overweldigend. Iedereen stapt uit (de pubers met zuchtende tegenzin) om te turen naar de zee en de zandplaat. Ergens in de verte is de plek waar regelmatig zeehonden foerageren, en daar blijkt het allemaal om te doen. Kramer pakt een van zijn camera’s om een paar portretten van Phil te maken.

“Wanneer heb je die eerdere foto’s dan van me geschoten?” vraagt ze. Op dat moment kijkt hij door zijn lens naar het water achter haar.

“Een zeehond”, zegt hij, en hij wijst op een zwarte vlek in zee. Alleen de bejaarden reageren verrukt.

ZE BLIJVEN EEN GODVERGETEN UUR OP DE PLAAT. DIE ENE ZEEHOND MOET zich goed vermaken met de ronddrentelende grote zoogdieren op de kust, die van verveling niet meer weten wat ze moeten zeggen of doen. Als het Italiaanse jongetje voor de duizendste keer “Koem, ziet op main loel!” heeft geroepen naar de Kroatische meisjes (die niet eens meer flauw glimlachen, maar hem met louter minachting aankijken), draait Kramer zich naar de jongen.

Please stop“, zegt hij, en tegen haar: “Ik kan er nier meer tegen.” Hierop draait Phil zich naar het rukkertje en legt hem in zijn eigen taal uit dat er de komende jaren niemand maar dan ook niemand nessuno uit vrije wil op zijn zielige loel zal gaan zitten. Verbijsterd houdt de jongen anderhalve minuut zijn mond.

Iedereen zit allang weer in de coupé als de bestuurder eindelijk aanstalten maakt om te vertrekken. Hij start zijn tractor en de Kwelder Express zet zich langzaam in beweging. Plotseling klinkt er een luide knal en slaat subiet de motor af. Het gezelschap ziet een rookwolkje opstijgen en onmiddellijk trekt er een geur van benzine door de cabine. Iedereen kijkt geschrokken naar de bestuurder, die in het zand springt en om zijn motor loopt.

“Ik ben bang dat het er slecht uitziet!” roept hij naar zijn passagiers, een mededeling die onmiddellijk in vijf talen wordt vertaald. Ze zien dat de bestuurder met zijn mobiele telefoon probeert te bellen, maar hij heeft op dit godverlaten punt geen bereik, net als de anderen. Ze zitten gevangen, al wordt er lacherig op dit besef gereageerd.

Buiten de wagen bespreekt een deel van de groep de situatie. Teruglopen naar de bewoonde wereld is een wandeling van zeker drie uur, en dan moet je goed de weg weten om niet te worden overvallen door het water. Er wordt besloten dat twee kranige bejaarden en de begeleiders van het puberklasje deze tocht gaan ondernemen, in de hoop onderweg binnen het bereik van een telefoonantenne te raken en een hulpdienst te waarschuwen. De rest van het gezelschap blijft achter bij de cabine.

Het wachten duurt lang. Het gezelschap is nu bijna drie uur weg van het dorp. De ouden van dagen proberen de moed er aanvankelijk nog in te houden door liedjes te zingen, maar dit ontlokt bij de groep pubers zoveel walging dat ze ermee stoppen. De jongeren worden steeds minder uitgelaten, zelfs de Italiaanse grappenmaker roept bijna niets meer.

En dan gebeurt het, vlak voor het bankje van Kramer en Phil (die ligt te doezelen). De Kroatische blondine valt onverwachts zeer agressief uit tegen een van de puberjongens die voortdurend haar aandacht trekken. Er wordt hard gelachen om deze uitval, tot het meisje vreemd met haar lichaam begint te schudden. Haar gezicht trekt samen en ze maakt grimassen. Haar Kroatisch klinkt niet meer als Kroatisch, ze wordt bleek en lijkt te duizelen, maar valt niet flauw. Sommige jongeren roepen geschrokken naar de rest van het gezelschap dat er wat aan de hand is, de toeristen in de wagen hebben echter al zo veel puberale ongein moeten ondergaan dat niemand reageert. Het is Phil die de ernst van de situatie begrijpt, en toeschiet. Zonder het te vragen rukt ze een flesje frisdrank uit de hand van een Duitse jongen die hoofdschuddend naar zijn mp3-speler ligt te luisteren, om deze fles aan de mond van de Kroatische te zetten.

“Ik heb zoetigheid nodig!” roept ze, waarop Kramer opstaat en in drie talen om snoeprepen en blikjes cola begint te roepen. Een bejaarde mevrouw komt aansnellen met gespaarde suikerzakjes, waarna Phil de inhoud in het flesje cola giet en dat aan de mond van het Kroatische meisje zet. Het duurt niet lang of het meisje overwint haar gevaarlijke hypoglykernie, zoals Phil aan Kramer uitlegt. Phil laat haar nog wat drinken, terwijl ze de pols van het meisje neemt en aan haar voorhoofd voelt. Langzaam keert de rust terug. Het meisje zal het zeker halen. Kramer stelt met een bonkend hart vast dat hij het voorval heeft ervaren als een scène uit een film. Iemand redt iemand anders leven – het komt vaker voor.

TERUG IN DE VILLA, UREN LATER. KRAMER HEEFT ZIJN FOTOTOESTEL IN ZIJN hand en fotografeert Phil, die in de keuken fruit schilt op het aanrecht. Ze heeft door dat hij zijn lens op haar richt en laat hem begaan, zonder de stroom van gekke bekken die ze twaalf jaar geleden zeker zou hebben getrokken. Later volgt Kramer haar naar de veranda, waar ze in de namiddagzon gaat zitten op een schommelstoel. Ze vindt het niet erg dat hij haar portretteert – en als ze er beter over zou nadenken zou ze toegeven dat ze het had gehoopt en wellicht zelfs verwacht.

“Ben ik een goed model?” vraagt ze, niet om een gemakkelijk compliment te krijgen, maar omdat ze oprecht wil weten of ze de juiste poses aanneemt. Kramer werkt tegenwoordig met de imposantste vrouwen denkbaar en hij wéét hoe je hen moet fotograferen, stelt ze zich voor. Hij knikt vanachter zijn zoeker en de houding waarmee hij om haar heen beweegt lijkt op die waarmee een roofvogel een gevonden ei onderzoekt op de zwakste plek. Af en toe maakt Kramer een kort gebaar met zijn hand of mompelt hij een bevestigend woord. Als hij zijn toestel na een minuut of wat laat zakken, loopt Phil de tuin in, om uitdagend op een baal hooi te liggen. Deze is hier neergelegd voor de kunst, dat kan niet anders. Kramer volgt Phil en begint weer te schieten. Dan trekt ze lachend haar zomerjurk uit om zich halfnaakt te laten fotograferen bij een oude wastobbe. Kramer kan zich niet herinneren dat hun intimiteit in vroeger jaren zo vanzelfsprekend was.

Later, op de veranda, drinken ze wijn. Kramer laat op een schermpje van zijn toestel de vele opnamen zien die hij van haar heeft gemaakt. Phil reageert uitgelaten; nog nooit heeft iemand haar zo geportretteerd. Half gemeend vraagt ze of ze nu ook op een van Kramers exposities komt te hangen.

“Hoe weet jij dat ik exposeer?” vraagt hij, een naïeve opmerking, want zoals haar hele carrière digitaal is vastgelegd, is ook zijn leven met één muisklik op te vragen.

“Je hebt al eens ergens gehangen”, antwoordt hij voorzichtig, een gesprekswending die hij in zijn hoofd heeft gerepeteerd vanaf het moment dat ze toezegde naar dit eiland te komen.

“Ik kan me niet herinneren dat je me toen al eens… zeg maar artistiek hebt gefotografeerd”, zegt ze.

Kramer staat op, loopt naar zijn reistas en komt terug met een catalogus van een tentoonstelling in een Antwerps museum. De paginaranden glijden langs zijn vingers.

“Hier”, zegt hij, en hij toont haar een zwart-witfoto die voornamelijk bestaat uit een bed in een studentikoze meisjeskamer, met in een hoek een knap meisje en een ontblote jongeman, klaarblijkelijk in flagrante delicto, zonder dat de afbeelding ordinair of pornografisch is (de Gazet schreef over deze foto: “We zien lust en zelfverlies, en ervaren een slopend gevoel van eenzaamheid en ontluistering”). Een vreemde zou haar niet hebben herkend en zelf heeft Phil ook moeite met het beeld. De omgeving, de achtergrond, het interieur komen haar bekend voor, maar ze kan zichzelf niet plaatsen. Sterker nog: ze heeft de foto al op internet bekeken, maar zichzelf er niet in gezien.

“Dat ben ik?” vraagt ze. “En wie is…”

Kramer antwoordt niet.

“Wanneer heb je die dan… ”, begint ze, maar ze maakt haar vraag niet af. Kramer zegt nog steeds niets. Hij is bang voor haar reactie. Phil probeert zich te hernemen.

“Ik moet hier even… “

TERUG IN DE VILIA VERWIJT ZE KRAMER DAT HIJ WRAAK OP HAAR HEEFT WILLEN nemen door het snapshot van haar ontrouw tentoon te stellen, maar hij bezweert haar dat dit niet waar is. Hij had er destijds een afdruk van gemaakt om zichzelf te kwellen, sukkel die hij zich voelde, om zich ervan te vergewissen dat Phil zijn liefde niet waard was. Grasduinend in zijn archief vond zijn assistente de afdruk jaren later terug – en ze was verrukt. Het was een van de bijzonderste foto’s die Kramer ooit had genomen, zei ze, en zijn agent was het hiermee eens. Nadat Kramer hem het verhaal erachter had verteld, gaf zijn agent de afbeelding de titel ‘Nice guys don’t get laid‘; inmiddels is het een van zijn best verkochte prenten en, achteraf gezien, een van zijn dierbaarste werken. Voor Phil was haar uitglijder niet meer dan een futiel lichtzinnig vergrijp, legt hij haar uit, maar voor hem als fotograaf bleek het een bepalend moment in zijn leven.

Twee uur later wandelen Kramer en Phil over het strand. In de verte boven zee plakt het schemerviolet aan de uitgestrekte wolken, een beeld dat Kramer ongefotografeerd laat. Bij een verlaten strandtent staat een verweerde bank, waarop ze desondanks gaan zitten. Er is nog veel niet gezegd, maar nu is het tijd om te zwijgen. Phil zucht, kijkt Kramer in zijn ogen en legt langzaam haar hoofd op zijn schouder. Twaalf jaar geleden hadden ze op hetzelfde eiland op hetzelfde strand op hetzelfde bankje gekeken naar dezelfde zee met dezelfde zandvlakte – en was alles anders.

Eind.

Olympia 10, 1213 NP Hilversum
Postbus 369, 1200 AJ Hilversum
035-6899956
redactie@hidechic.com
Voor alle vragen over abonnementen:
0161-459562
HOOFDREDACTEUR: Rupert van Woerkom
ARTDIRECTOR: Jacob Mulder
EINDREDACTEUR: Annemique de Kroon
REDACTEUR: Mirjam van den Broeke
COSMETICA & BEAUTY: Elly van Zutphen
REDACTIEASSISTENT: Hester van Mourik
MEDEWERKERS: André Kuipers, Andrew Müller/IFA, Annejet van der Zijl, Anneke Bisschops/Rediscript, Antoine Hamers, Barbara Stoeltie, Bernhard Edmaier, Bibi Gex, Binnert de Beaufort, Dylan van Eijkeren, Ellen von Unwerth, Gerbrand Bakker, Giandomenico Frassi/HH, Guy Hervais, Helen Conijn, Inge Meijer, Ivo Weyel, Jaco Klamer/HH, Jean Michel Voge/HH, Jimmy Nelson, Joanne Bay Christensen, Karen Jochems, Klaas Jan Woudsma, Maarten Noordijk, Marc Heidens, Mark Seelen, Nausicaa Marbe, Ronald Giphart, William Abranowicz/HH, Ymke van Zwoll
BLADMANAGER: Floor Cartigny, Ria van Kempen, Evelien Remmelts (stagiair)
PRODUCTIECOÖRDINATIE: Corrine van Geerhem
ADVERTENTIES: Fred van Gelder (sales & marketing director), Lisene de Boer (accountmanager), Enk-jan Sanders (accountmanager), Casper Sollie (accountmanager), Floor de Graaf (sales support en advertentiemateriaal), 0356899906
LITHOGRAFIE: Veronica Litho
DRUK: Habo DaCosta
UITGEVER: Wilfred Mons
CREATIVE DIRECTOR: Rupert van Woerkom

VERKOOPINFORMATIE
Sugar Girl
Ascension, www.ascensionclothing.co.uk
Christian Louboutin, christianlouboutin.fr
Jimmy Choo, www.jimmychoo.com
Leigh Bantivoglio, www.Jeighbantivoglio.com
Mdody NYC, www.melodynyc.com
Roberto Cavalli, www.robertocavalli.net
Shoshanna, www.shoshanna.com
Zac Posen, www.zacposen.com

Inhoud:

Hide&Chic Ontdekkingen

  • De ene ontdekking na de andere in Ecuador. Het land op de evenaar herbergt een fascinerende mix van kust, Andesgebergte en regenwoud en van mestiezen en indianen.
  • Al woont acteur Huub Stapel sinds jaar en dag in Amsterdam, zijn liefde voor Maastricht is er niet minder om geworden. In Hide&Chic laat Stapel zijn favoriete adressen in ‘Mesrreech’ zien.
  • Authenticiteit, originaliteit en gemeenschapszin worden steeds belangrijker, niet alleen voor individuen, maar ook in de politiek en het bedrijfsleven. Een nieuw bewustzijn is aangebroken.
  • Geïnspireerd door de foto’s die Ellen von Unwerth maakte van Rebecca Romijn schreef Ronald Giphart een verhaal met een verrassende wending.
  • Máxima is niet alleen de vrouw van onze kroonprins, maar ook een Nederlands symbool dat onze harten heeft gestolen. Hoe deed ze dat? En wat is haar invloed op Nederland? Het Máxima-effect.
  • Hij wilde de machtigste man van Amerika worden, maar is nu hard op weg een wereldwijde revolutie teweeg te brengen. De waarheid van Al Gore.
  • Dertig jaar na haar dood: nooit gepubliceerde foto’s van Mathilde Willink en persoonlijke herinneringen van Barbara Stoeltie.
  • Astronaut André Kuipers bij de gorilla’s in Oeganda.
  • Parfumeur Mona di Orio en haar neus van goud.

Hide&Chic Living

  • Een verborgen verrassing in Toscane: Fattoria San Martino van Karin en Antonio.
  • De verborgen tuinen van kasteel Gourdon in Zuid-Frankrijk.
  • Ieder menu verklikt iets over zijn samensteller, elk gerecht onthult een persoonlijk verhaal. Dat geldt eens te meer op de dag der dagen: de trouwdag.

Hide&Chic Columns

  • Nieuw! My secend life Annejet van der Zijl

Hide&Chic Rubrieken

  • BED NEWS – Berlijn, Florence, Milaan, Rotterdam
  • DESIRE – Alles voor op reis: koffer, zonnebril, sleutelhanger en een boodschappentas van Louis Vuitton
  • COFFEE TABLE – Het hondje Aapje
  • BACK HOME – Tord Boontje, behaard behang en een ‘volière-kroonluchter’
  • ON THE MOVE – Fraaie fietsen en de nieuwe Fiat 500
  • PERFECT PLACES – Privacy in de Indische Oceaan, Belize, Egypte en Kenia
  • TAKE CARE – Blozende wangen en droomdijen
  • STYLE – Mooie-meisjesmerken, trenchcoats en slippertjes
  • TONGUE IN CHIC – De beste Italianen in Amsterdam en Rotterdam
  • SHORTLIST – Cultuur uit Frankrijk, Korea en India
  • PICTURE STORY – Gerbrand Bakker schreef een novelle voor Hide&Chic
  • ESCAPES – Peter Faber geeft zijn inspiratiebronnen prijs

Extra’s

  • Woord vooraf
  • WINNING MOOD – Maak kans op mooie prijzen via www.hidechic.com
  • Colofon, adverteerders en verkoopadressen

Medewerkers:

Ronald Giphart: Bestsellerauteur Ronald Giphart schreef een verhaal voor Hide&Chic. Ons verzoek kwam als geroepen: “Donkere dagen, zure regen slaat tegen het vieze raam, moedeloosheid is al jaren troef. Mijn onbeduidende leven klotst voort in een eindeloze deining van abjecte nutteloosheid. Maar dan is daar onverwachts een bevrijdend bericht van de redactie van Hide&Chic. Of ik een verhaal wil schrijven bij foto’s van Rebecca. De regen stopt plotsklaps met regenen, de wolken weigeren verder te wolken, de zon breekt door en alles krijgt nieuwe betekenis. Werken voor Hide&Chic is een droom die uitkomt. Wat deed ik, in godsnaam, voor ik voor Hide&Chic mocht schrijven?”

Dylan van Eijkeren: Dylan van Eijkeren (1967) is journalist en schrijver. Zijn eerste boek, De enige gast. Een ontdekkingsreis door Duitsland, werd genomineerd als beste reisboek van 2005. Zijn tweede boek verscheen recent en heet Witboi (uitgeverij De Geus). Voor dit boek reisde Van Eijkeren aan de hand van W.F. Hermans’ reisboek De laatste resten tropisch Nederland door Suriname en over de Antillen. In Witboi werpt hij een nieuw licht op de moeizame relatie tussen Nederland en zijn voormalige koloniën. Voor Hide&Chic bleef Van Eijkeren dichter bij huis, met een beschouwing over prinses Máxima.

André Kuipers en Helen Conijn: Naast hun liefde voor elkaar delen ruimtereiziger André Kuipers en reisjournalist Helen Conijn nóg een passie: mooie plekken ontdekken. Zo’n plek kan hen niet ver, hoog, warm, koud of afgelegen genoeg zijn, als het maar bijzonder is. Bovenaan Andrès lange wensenlijst stond een bezoek aan de berggorilla’s, die ernstig met uitsterven worden bedreigd. André en Helen reisden naar Oeganda om de gorilla’s in het wild te zien. André: “Ik voelde mijn tranen opwellen, zo schitterend was het.” In Hide&Chic de belevenissen uit hun reisdagboek.

Annejet van der Zijl: Ze werd journaliste omdat het haar zo’n mooie manier leek om de wereld te ontdekken, maar merkte al snel dat ze niet in de wieg was gelegd voor het ‘harde’ nieuws. Dus specialiseerde Annejet van der Zijl zich in reconstructies en portretten, tot ze een onderwerp trof dat ze zo mooi vond, dat alleen een boek het recht kon doen. Jagtlust leidde tot Anna, de biografie van Annie M.G. Schmidt, die weer leidde tot Sonny Boy en daarbij het grote succes. Niet in ’t minst tot haar eigen verbazing kon ze zich opeens ‘schrijver’ noemen. Nu werkt ze aan een biografie van prins Bernhard en duikt daarbij weer in een heel nieuwe, onbekende wereld. “Dat is juist het prettige”, zegt ze zelf, “voor mij blijft schrijven bovenal een spannende ontdekkingstocht, zoals lezen dat ook altijd geweest is.” Met ingang van dit nummer schrijft Annejet van der Zijl een column over de beslommeringen van het schrijverschap.

Maarten Noordijk: Freelance fotograaf Maarten Noordijk (1972) heeft als
thuisbasis Amsterdam, maar is regelmatig op reportage in het buitenland. Met zijn fotografencollectief ondertussen in is hij altijd op zoek naar gebieden waar het verleden doorsijpelt in het heden. Na Tsjernobyl en Polen gaat de volgende reis naar het communistische China en Noord-Korea. Voor Hide&Chic mocht hij dichter bij huis blijven, in het Maastricht van Huub Stapel. Op pad met de acteur was een inspirerende gebeurtenis voor Noordijk. “Naast dat hij erg van mooie spullen zoals kleding en horloges houdt, is hij ook goed op de hoogte van wat er in de maatschappij gebeurt. Een man met passie”, aldus Noordijk. Hij kijkt nu in elk geval met andere ogen naar Maastricht. “War ze daar heel goed doen is het oude met het nieuwe verenigen.”