Suiker Werken

By hans, 29 december 2020

Lees hier het verhaal van Ronald Giphart:

Chocosuele liefde

Chocoladerepen, chocoladekoekjes, chocoladehagel, chocoladetabletten, chocolade-ijs, chocoladesaus, chocoladetoppings, chocoladebonbons, chocolademelk, chocoladekorrels, chocoladenoten, chocolademousse, chocolade-eieren, chocoladecrème, chocoladenougat, chocoladepudding, chocoladevla… Ik ben op het ongezonde af verslaafd aan chocolade, mag ik? Alleen chocoladerozijnen eet ik niet, althans de rozijnen niet, want vaak heb ik met mijn duim en wijsvinger de chocolade van de rozijn verkruimeld en opgegeten.

Er komt bij het nuttigen van chocolade in je hersenen een bepaalde stof vrij die te vergelijken valt met de neurologische stof die je aanmaakt als je verliefd bent. Ze hebben onderzocht (en dus klopt het) dat bij geliefden die elkaar door omstandigheden een tijd moeten missen de chocoladeconsumptie significant toeneemt. De aanmaak van het liefdesstofje ligt bij een vaste relatie op een redelijk constant niveau. Gaat een van de geliefden bijvoorbeeld voor een paar maanden naar Amerika dan stokt in die tijd de produktie van het liefdesstofje. De ontwenningsverschijnselen die dan volgen noemen we liefdesverdriet. Om deze afkick te verzachten proppen velen zich tijdens de afwezigheid van hun beminde vol met chocola, de morfine van de lovedrug.

Het was in de periode dat ik herstellende was van het afscheid van mijn beminde Iandra (die voor zestig jaar naar Amerika was vertrokken). Mijn inname van chocolade bereikte in die tijd werkelijk het absolute maximum. In mijn verdriet besloot ik mijn harde strijd met de liefde nuttig te maken door zelf chocolatier te worden, en aldus schreef ik mij in voor een cursus van de wereldberoemde Franse topkok Pierre LaRue.

Ik kwam aan in Lyon (het centrum van l’art de chocolat) tijdens noodweer, wat opmerkelijk correspondeerde met mijn gevoel. Slechts drie anderen bleken de lessen te volgen: een dikke Belg, een zwijgzame Italiaan en een Française met de Engelse naam Desire (die in mijn persoonlijke beleving van de geschiedenis voortleeft als de mooiste vrouw in het tijdvak 150.000 v. Chr. – 1994 n. Chr.).

De geringe opkomst voor zijn cursus stemde LaRue treurig. De populariteit van de kunst van het zelf chocolademaken was tanende, legde hij uit tijdens onze eerste les, in de enorme keuken van zijn tweesterrenrestaurant. Veertig jaar geleden waren er in Frankrijk nog vierhonderd confiseriën die volgens eigen recept cacaobonen brandden en verwerkten (in 1900 in Lyon alleen al driehonderd!), maar in 1994 bleken er in het hele land nog maar vijf echte chocograten te wonen.

LaRue hoopte dat wij de fakkel van de chocolaterie verder zouden dragen en begon ons Napoleoniaans de geheimen van het roosteren van de cacaobonen bij te brengen (let op het verwijderen van de paarse velletjes!). Hij verdeelde ons in twee teams; goddank werd ik gekoppeld aan Desire, anders had ik het denk ik niet overleefd. Desire volgde het chocolacollege van LaRue op aandringen van haar patron, een restauranthouder in Lille. Ze was ravissant overweldigend, op het onbehoorlijke af. Natuurlijk prees
ik mezelf gelukkig dat ik in tijden van mijn diepste verdriet om Iandra een indrukwekkende vrouw als Desire leerde kennen. De acceptatie dat je verloren geliefde niet de allerlaatste mooie mens op aarde was, is het eerste
stadium in de verwerking van l.d.v.d..

Ik kan niet zeggen dat Desire vijandig was; ze gedoogde me. Terwijl de regen tegen de ruiten sloeg roosterden we onze bonen en lazen we elkaar om de beurt het studiemateriaal voor. Ondertussen knabbelden we beiden van de proefmonsters die LaRue ons had gegeven. In sommige kunstzinnige films zoomt de camera erg in als iemand iets eet, een trek van een sigaret neemt of de lippen bevochtigd. Vanuit hetzelfde perspectief begon ik tijdens onze eerste cursusdag Desire’s mond te zien, vooral wanneer ze langzaam – bijna in slow motion – at van haar proefstukjes chocolade. Om de één of andere reden begon het vertrek van Iandra naar Amerika mij steeds minder te interesseren.

De volgende dag moesten we ons van LaRue bezighouden met het malen, de pastarisering en het mengen. Doel van al deze handelingen was het verkrijgen van een couverture, de basis van iedere chocolade. Om dit mengsel smeuïg te krijgen moest het twee dagen machinaal worden geroerd. In deze dagen mochten we met enkele couvertures van LaRue aan de slag, die subtiel van elkaar verschilden. Een assistent had tientallen ingrediënten uitgestald, waarop wij onze creativiteit mochten botvieren. Als een componist in trance deed LaRue voor hoe we noten, gedroogde vruchten, likeur, crèmes, gember of peper van een chocolade-omhulsel konden voorzien. Toen hij ons overliet aan onszelf en onze eigen pathetische pogingen, bleek hoe moeilijk de kunst van de chocostilering was. Onze, na drie uur verkregen, vormeloze kliederbrokjes leken nog het meest op de nageboortes van een roede cavia’s. Desire glimlachte om deze formulering. Ze schudde haar hoofd en zei dat ik gek was.

Twee dagen (en bijna een kilo chocolade) later, waren onze eigen couvertures klaar, een wondermooi moment. Een couverture is een zeer persoonlijk stempel, een chocolade-afdruk, een eigen stijl. Aan de couverture herkent men de persoonlijkheid van de chocolatier, zijn stemming, zijn engagement met de wereld en vooral zijn beheersing van het vak. Toegeven: ik heb feitelijk gezien geregeld lekkerder chocolade gegeten dan mijn eigen couverture, maar ik ben niet vaak zo intens gelukkig geweest met een tienkilo-brok geronnen cacaobonen pasta. Ook LaRue was tevreden over onze prestaties, al gaf hij mij het advies niet mijn hele couverture zelf op te eten.

Door het dolle heen wisselden de cursisten gevieren stukjes van hun couverture uit. Die van de Belg was veel te zoet, die van de Italiaan penetrant, maar die van Desire gaf ons allen een klap in het gezicht. De chocola die zij had gecomponeerd, was chocola zoals God het bedoeld had; een rechtstreekse weergave van de chocola die Plato ‘de idee chocola’ zou hebben genoemd; het Lekkere als manifestatie van het Goede.

Ook LaRue was verrukt van Desire’s couverture. Aan het eind van de middag kwam hij met het verzoek van één van zijn klanten, een beroemde Franse chocofiel. Deze man had LaRue gevraagd om de werkelijk bijzondere couvertures. Mocht de meesterkok onder de indruk zijn van een chocoladeprobeersel van een cursist, dan zou hij de maker verzoeken de helft van de proeve af te staan aan de ware liefhebber (die in ruil de cursuskosten zou betalen). Het was in drie jaar niet voorgekomen dat LaRue een couverture van een leerling zozeer de moeite waard had geacht, maar die van Desire had hem in vervoering gebracht.

Hij vroeg Desire haar mengsel te scheiden en een paar kilo op een zilveren schaal te brengen naar een bepaald adres in Lyon. Uiteraard waren wij, de andere cursisten, jaloers op Desire’s chocolade, maar mijn afgunst verdween stante pede toen Desire me vroeg met haar mee te rijden naar de
chocosueel.

Door de agressief stromende regen reden we een half uur later in een bestelbus van het restaurant naar het huis van de kenner. Het donderde en in de lucht boven de heuvels rondom Lyon zagen we een schermgevecht van bliksemslagen. De liefhebber woonde in een grote villa, afgeschermd door cypressen. We reden de oprijlaan over in de richting van het voorportaal. Toen ging het een beetje snel allemaal. Terwijl ik in de auto bleef wachten, rende Desire door het verticale zwembad naar het huis. Een minuut later stoof ze weer de auto in. Haar vijf kilo chocolade wierp ze in de laadruimte.

‘Meneer is er niet!’ riep ze waterblazend.

Er brandden bij het huis inderdaad geen lichten, zag ik nu. LaRue vervloekend overlegden we wat ons te doen stond.

‘Ik heb nog gekeken naar een plek om de couverture achter te laten, maar de regen spat echt overal op,’ zei Desire.

We besloten terug naar het restaurant te rijden en ik startte de wagen. Althans: ik deed een poging de wagen te starten. Na nog een aantal pogingen gaf ik het op, waarschijnlijk had ik de startmotor verzopen. Toen ik de sleutel uit het contact haalde, lichtte de hemel zeker vijf seconden fel schichtend op. Angstig zocht Desire houvast aan mijn schouder.

‘Is het niet gevaarlijk om in de wagen te blijven zitten?’ vroeg ze angstig. Ze was nog mooier als ze angstig keek.

Bij het huis schuilden we onder het voorportaalafdak. Het was eigenlijk niet mogelijk, maar de regendruppels werden steeds groter en kwamen in een steeds moordender tempo uit de lucht vallen. We renden terug naar de wagen, waarna ik de situatie overzag. Deur? Op slot. Contactsleutels? In het contact. Deur op slot, hoe kon dat? Totaal verzopen schreeuwde ik tegen Desire dat we de auto niet meer inkonden.

Een uur later waren we in het huis. Het was overmacht, zouden we aan de politie uitleggen. We moesten wel inbreken, want de regen, de hagel, de sneeuw en de bliksemflitsen werden ons te gevaarlijk. Na het intikken van een ruitje in de keuken waren we binnengekomen, zenuwachtig en beschaamd en in de hoop dat de eigenaar niet boos zou zijn.

Die man liet op zich wachten. We probeerden het restaurant van LaRue te bellen, maar net als in horrorfilm en thrillers was de telefoonlijn dood. Elektriciteit hadden we nog wel, al haperde het licht geregeld.

Na een halve avond in bange afwachting tegen over elkaar op een vreemde bank te hebben gezeten, nam onze onrust af. Het was alsof Desire en ik ons er bij neerlegden dat we hier in deze vreemde villa zaten te wachten op een man die we niet kenden. We kregen honger, die zo sterk werd dat we de keuken van onze gastheer bekeken.

Ik denk dat dit de vreemdste keuken is die ik ooit heb gezien, de voorraadkasten bestonden louter uit: chocoladerepen, chocoladekoekjes, chocoladehagel, chocoladetablenen. chocolade-ijs, chocoladesaus, chocoladetoppings, chocoladebonbons, chocolademelk, chocoladekorrels, chocoladenoten, chocolademousse, chocoladeeieren, chocoladecrème, chocoladenougat, chocoladepudding en chocoladevla. We hadden honger dus wie zou het ons kwalijk nemen dat we hieruit een avondmaal samenstelden?

De nacht was vreemd. We lagen op de banken, Desire sliep en ik luisterde naar het noodweer. Bij het ontbijt gutste het nog steeds, we begonnen eraan gewend te raken. Vermoedelijk zou er snel een politiewagen komen, bedachten we, omdat LaRue nu zo langzamerhand alarm moest hebben geslagen. Dit was een verkeerde veronderstelling, want die morgen kwam niemand opdagen. Die middag ook nier. Ik deed een poging de bestelwagen binnen te komen, maar dit mislukte geheel. In de keuken begon de chocoladevoorraad inmiddels te slinken.

Het klinkt ongeloofwaardig, maar ook de volgende dag zagen we geen politie en regende het nog almaar katten en honden, ja zelfs de dag daarop kwam er geen redding. Desire en ik hadden ons er bijna bij neergelegd, dat we tot het einde der dagen in deze villa zouden verblijven, ons voedend met chocolade.

Voordeel van dit ultieme chocola-shot was wel dat de eerdergenoemde liefdesstof enorm toenam en dat ik Iandra nu zo goed als vergeten was. Mijn liefde voor Desire groeide ondertussen danig, maar zij gaf geen sjoege (ik durfde niet te vragen of ze een vriend had).

Aan het eind van de vierde dag was het gehele chocoladebezit van de kenner verdwenen. Omdat de honger bleef knagen, moesten we ons toen wel storten op de couverture van Desire. We bedachten dat onze redding misschien nog dagen op zich zou laten wachten en dat we dus zuinig aan moesten doen, maar in praktijk bleek dit voornemen niet te werken. Desire’s chocola was zo intens indringend, zo puur, zo melk, zo zinnenstrelend dat we de brok in een halve dag verorberden.

Stel je voor hoe we ons voelden. De liefdesstof in onze hersenen pompte als een waanzinnige rond, althans bij mij. Ook Desire voelde zich perfect gelukkig, want ze zong dansend in het midden van de kamer. Ik bedoel: voor twee mensen die verlaten in een verre villa een nimmer stoppend noodweer afwachtten, maakten we een gelukkige indruk. Ik vermoed dat het een overdosis chocoladeliefde was. Hoger had de spiegel van de natuurlijke drug niet kunnen zijn.

Een paar uur later kwam dan ook de cold rurkey, De chocolade was nu definitief op, maar onze lichamen waren inmiddels gewend geraakt aan de
enorme hoeveelheden endorfinen.

‘Ik heb een enorme behoefte aan chocola,’ riep Desire weer een paar uur later. Ze zat bibberend met haar armen om haar knieën op de bank. Ik vertelde van het stofje in chocola dat te vergelijken was met het stofje van de liefde. Desire leefde op toen ik dit gezegd had.

‘Is dat werkelijk waar?’ vroeg ze. ‘Zou het dan andersom ook gelden?’ Ik vroeg wat ze bedoelde.

‘Als mensen chocola eten om hun liefdesverdriet te compenseren, dan kunnen mensen ook liefde hebben om chocoladeverdriet te niet te doen!’

Ik knikte weifelend.

Voordat ik een antwoord kon geven, lag Desire plotseling naast me. Ze zoende me heftig en ik zoende terug. Ze drukte zich tegen me aan, kuste mijn hals, en hoe wonderbaarlijk het ook klinkt: mijn verlangen naar chocola verdween naarmate onze vrijage langer duurde. Die nacht maakten we samen een liefdescouverture.

EIND

Auteurs van Suiker Werken: Maaike de Boer & Izaira Kersten

Art director: Joram Helmer

Eindredactie: Ilse de Heer, Devid Ilievski, Peter Smolders, Margot Nicolaes

Research: Maaike de Boer, Ilse de Heer, Izaira Kersten, Hilde Tromp

Fotografie: Netty Geferts, Joram Helmer

Dit boek wordt uitgegeven door: PS Media Producties

Mede mogelijk gemaakt door: Diabetes Fonds

Eerste druk: 2006

ISBN-10: 9078611014

ISBN-13: 9789078611011

Drukker: Habo Da Costa

Oplage: 3000