Vredenburg Magazine

By hans, 21 januari 2020

December 2008 tot en met februari 2009

© Vredenburg Magazine is een uitgave van Vredenburg Utrecht

Postbus 550, 3500 AN Utrecht

URL: www.vredenburg.nl

Redactie: Liesbeth Houtman en Karin Beernink

Tekstbijdragen: Michiel Cleij, Robert van Eijden, Ronald Giphart, Agnes van der Horst, Annabelle van Iwaarden, Katja Reichenfeld, Saskia Törnqvist en Vrouwkje Tuinman

Grafische vormgeving: Cees van Iwaarden

Foto’s: Rob Becker, Sigrid Degener, Wouter de Heus, Keke Keukelaar, Ivar Pel, Paulo Segadàes, Remke Spijkers, Herman van der Veer, Irene Vijfwinkel, Rob Walbers en fotografen van wie wij de naam niet konden achterhalen.

Lees hier de column van Ronald Giphart:

De Rode Doos

The comeback kids

De wereld heeft aan namen niet genoeg. Zelf ben ik bijvoorbeeld een schapenkop, oftewel iemand die geboren is in Dordrecht. Het eeuwenoude verhaal achter deze titel slaat op twee dronkenlappen die ooit de oude havenstad probeerden binnen te komen met een verkleed schaap tussen hen in.

Soms zijn bijnamen een onontbeerlijk sociaal smeermiddel. In een oude volksbuurt als Wijk C, broederlijk gelegen naast het Vredenburg, waren in vroeger tijden bijnamen belangrijk om lieden met dezelfde naam te kunnen onderscheiden. De bewoners werden Gele Hendrik genoemd, Trijntje Nas, Piet Flink, Rinus Roodneus.

Ook gebouwen, criminelen, sporters en politici krijgen regelmatig een tweede naam, vaak uit genegenheid, maar ook uit minachting of gemakzucht. Het is een aangenaam spel om in gezelschap bijnamen te noemen en te raden.

De Beer van de Meer sloeg op Ajax-keeper Piet Schrijvers. Toen hij bij Zwolle ging voetballen, werd zijn naam omgedoopt tot ‘het Lek van P.E.C.’.

‘Het Afvoerputje van Europa’ slaat op Harderwijk, omdat zwervers uit alle windstreken daar vroeger konden aanmonsteren voor een tochtje als KNIL-soldaat naar de Oost.

‘De Neus’ is de bijnaam van velen. Er is een crimineel met die bijnaam, maar ook een sherryproducent (de wereldberoemde Pédro Domecq) en een schrijver (Harry Mulisch). De laatste heeft ook nog een andere benaming, die hij ooit kreeg van het tijdschrift The New Yorker: ‘de Homerus van de Lage Landen’. Een andere literaire bijnaam: ‘de prins der dichters’ voor Adriaan Roland Holst.

‘Zoetwateradmiraal’ was de naam die Franse bezetters gaven aan admiraal Tromp, omdat hij al jaren niet meer was uitgevaren voor zijn geliefde hobby: het voeren van zeeslagen.

Politicus Norbert Schmeltzer heette in Haagse wandelgangen ‘de teckel’.

Criminelen hebben namen als de Dominee, de Hakkelaar of de Stotteraar, en theatermakers heetten de Keel (Ko van Dijk, vanwege zijn dragende stemgeluid) of de Schot (Sacco van der Made, vanwege zijn legendarische zuinigheid).

Ook gebouwen hebben publieksnamen. Amsterdam heeft een Kolenkit, Den Haag een Zwarte Madonna en twee Tits, en Utrecht heeft De Rode Doos, oftewel het hightechoptrekje van Vredenburg Leidsche Rijn.

Ik moet bekennen dat ik in dat laatste gebouw nog niet ben geweest. Voor volgend jaar stonden Martin Bril, Bart Chabot en ik er geprogrammeerd met onze theatershow De Grote Liefde, maar vanwege ziekte werd onze tour helaas afgelast. Jammer, we hadden graag gezien of het tijdelijke Vredenburg zijn bijnaam waard is. Laten we afspreken dat we alsnog in De Rode Doos langskomen en daarmee ónze bijnaam eer aandoen: The comeback kids.