Wachtbiertje

De Volkskrant, 16 februari 2012

Het overkomt me meerdere malen per uur. De tekst op een verpakking kindersnoep, de lichtval van de laaghangende zon door berijpte bomen, de levensvragen van mijn jongste zoon (‘waarom lijk ik op mezelf?’), de schoenen van een vrouw op straat, de geur van oude bananen, de missende wijzer van een klok. Regelmatig wordt mijn stream of consciousness onderbroken door een mannetje dat astmatisch in een innerlijke microfoon begint te hijgen: ‘Opletten! Er zit hier een column in! Opletten!’

Gisteren deed ik een bestelling bij een oosters afhaalrestaurant. De serveerster achter de balie vroeg of ik een wachtbiertje wilde. Een wat? Met een zweem van ongeduld zei ze: ‘Een biertje voor bij het wachten.’

Wachtbiertje. Mooi woord, nooit van gehoord. Ik keek om me heen. Er stonden meerdere mannen met een biertje in hun hand. De hoeveelheid vocht in hun glas was een indicatie voor de resterende aflevertijd van de bestelling. Zwijgend werd er gedronken.

Ik ging zitten op een stoel in de hoek, met uitzicht op de ruimte. Er lagen tijdschriften uit de leesmap en een beduimelde Telegraaf waarvan bouillon kon worden getrokken. Nippend aan mijn wachtbiertje keek ik om me heen. Er zaten en stonden voornamelijk mannen. Eten afhalen is blijkbaar een mannenklus. Zal met vroeger te maken hebben, toen jagers hun groep verlieten om gnoes te vangen voor hun stam. Als mannen destijds een wachtbiertje hadden gehad, zouden ze die zeker hebben genuttigd, spiedend op hun prooi.

Een tijdje terug schreef ik een stukje over de toenemende gewoonte van mensen om elkaar in liften niet meer te groeten (waarvoor ik een persoonlijk Tilburgiaans onderzoek had gedaan met in beide handen een mechanische teller). [Red.: Groeten, de Volkskrant, 16 juni 2011] Zoekend naar materiaal over dit onderwerp stuitte ik op vele artikelen over de psychologie van mensen in liften. Of er ook veel onderzoek is gedaan naar het gedrag van mensen in de wachtruimte bij een Chinees of Indonesisch restaurant kan ik niet vinden, maar het zou me niet verbazen. Zo’n afhaalbalie lijkt me een uitstekend ‘veld’ voor psychologisch en antropologisch onderzoek.

Bij de tweede slok van mijn bier-zandloper kwam een jong stel het afhaalrestaurant binnen. Studenten zo te zien. En verliefd. De jongen deed ontwapenend stuntelig, het meisje (knap, blond, schor) keek een paar keer glimlachend naar hem op toen hij uitvoerig de menukaart begon te bestuderen.

De komst van het meisje had direct iets bij de jagers losgemaakt. De meesten hielden prompt hun wachtbuikjes in, terwijl ze het meisje zo ongemerkt mogelijk volgden met hun ogen. En toen gebeurde het. Na hun bestelling leunden de studenten tegen een hoek van de balie. Het meisje legde haar hand naast haar wachtcola. Achteloos legde de jongen zijn hand naast die van haar. Heel voorzichtig tikte hij met zijn pink tegen de pink van het meisje. Zij tikte terug. Hierop tikte hij nog een keer, iets nadrukkelijker. Het meisje beantwoordde dit gebaar door haar pink tegen zijn pink te wrijven. Schuchter pinkjevrijen bij een afhaalchinees-indiƫr: een hunkering van meeslepende proporties.

Ik registreerde het, de mannen met hun wachtbiertjes registreerden het, we registreerden van elkaar dat we het registreerden, en op dat moment begon bij mij plotseling een mannetje astmatisch in een innerlijke microfoon te schreeuwen. Opletten! Column!