En Toen Viel Ik Van Het Podium, Schrijvers In Verlegenheid is een verzamelbundel uit 2007met medewerking van Lidewijde Paris, Thomas Rosenboom, Nicolien Mizee, Dirk Van Weelden, Marga Minco, Thomas Verbogt, Rascha Peper, Tsead Bruinja, Michael Frijda, Mensje Van Keulen, Moses Isegawa, Frans Pointl, Arnon Grunberg, Aneloes Timmerije, A.F.Th. Van Der Heijden, Nilgun Yerli, Bart Chabot, Gerbrand Bakker, Rascha Peper, Christiaan Weijts, Karin Amatmoekrim, Mensje Van Keulen, Geerten Meijsing, Tijs Goldschmidt, Annejet Van Der Zijl, Jan Van Mersbergen, Joost Zwagerman, Maarten 'T Hart, Nelleke Noordervliet, Ronald Giphart, Renate Dorrestein, Arnon Grunberg en Gerrit Krol

En toen viel ik van het podium

By hans, 21 juli 2014

Lees et verhaal van Giphart hier:

Een raar mens

Margreet van de Stichting Schrijvers School Samenleving belde me, en aan haar intonatie hoorde ik meteen dat ze zich bezwaard voelde. Ze had een uitnodiging voor een lezing, zei ze aarzelend, maar ze raadde me op voorhand aan er niet op in te gaan. De uitnodiging kwam van, wat Margreet noemde, een ‘raar mens’. Dat rare mens (vanwege de privacy zal ik haar D. noemen) werd vijftig jaar en wilde zichzelf een gigantisch nachtelijk feest cadeau doen. Er zou muziek zijn van haar favoriete bands, haar favoriete hapjes zouden worden geserveerd en ook haar favoriete schrijver zou langs moeten komen om haar favoriete passages voor te dragen. Die schrijver was ik (nadat Kees van Kooten en Remco Campert niet konden). Ergo: of ik – tegen ruime prostitutionele betaling – een van D.’s verjaardagshapjes wilde zijn.

‘Ik raad je nogmaals aan het niet te doen,’ zei Margreet, waarna ze verzuchtte: ‘Maar dat is geloof ik tegen dovemansoren gezegd, want ik hoor aan jouw zwijgen dat je nieuwsgierig bent.’ Twee maanden later reed ik om een uur of elf ’s avonds naar Amsterdam. Mijn zin in het feestje was al een stuk getemperd, want inmiddels had ik D. aan de telefoon gehad. Margreets omschrijving ‘een raar mens’ klopte terdege. D. had de stem en de intonatie van een gemiddelde negenenveertigjarige, maar haar taalgebruik was puberaler dan ik pubers ooit heb horen praten. Ik vroeg D. welke stukken ze op haar verjaardag voorgelezen wilde hebben.

‘Zo grof en geil mogelijk,’ antwoordde ze zonder te slikken. ‘Mijn familie zit er, al mijn vrienden, mijn collega’s en ik wil de boel eens goed oppoken. Dus veel gore seks. En over pijpen, en zo.’

‘Prima,’ antwoordde ik voorzichtig.

De avond zelf was er een om bij te schrijven in het Grote Boek der Gênante Situaties. D. ging gekleed in gewaden van haar favoriete ontwerper, ieder uur vertrok ze naar een belendende kleedkamer voor een grand lever, waarna ze in een nieuwe outfit weer terugkwam. Dit feest voor haar vijftigste verjaardag was haar shining moment, een toppunt van de ijsberg van haar menopauze. Mijn lezing stond gepland om half een, maar doordat D. alle feestgangers publiekelijk aan alle andere feestgangers ging voorstellen (waarbij intimiteiten als overspeligheid en impotentie niet werden verzwegen), liep dit uit tot twee uur. Nadat ik eindelijk had mogen beginnen (ik had een selectie gemaakt van prikkelende maar niet heel choquerende teksten), onderbrak D. mij voortdurend door er wisecracks en oneliners doorheen te roepen. Dit deed ze aanvankelijk vanaf haar positie op de eerste rij, maar na verloop van tijd kwam ze naast me staan om haar interrupties in de microfoon te brullen. Op een gegeven moment vond ze dat ik niet pornografisch genoeg voorlas.

‘Wacht maar, ik doe het wel!’ riep ze, tot hilariteit van de grotendeels beschaamde toehoorders, waarna ze mijn boek van me overnam. Een gilles-de-la-tourettepatiënt zou het haar niet hebben verbeterd: alle woorden die in de richting van schuttingtaal of ranzigheid kwamen, blafte ze eruit: ‘Gulpje vraagt hoe of ik PIJP! Ze wil weten of ik met mijn tong draai als ik een jongen AFZUIG!’

Na afloop van mijn voorleesbeurt vroeg ze nog publiekelijk of ze me minder mocht betalen, omdat ze de helft van mijn verhaal zelf had voorgelezen, waarna ze ook aankondigde dat ik het hele feest tot en met het ontbijt zou blijven en dat vrouwen die gebruik van mij wensten te maken zich konden melden. Uit beleefdheid en uit een professionele interesse in sociologische experimenten ben ik nog een half uur gebleven, maar toen een zestigjarige vrouw type Mathilde Willink mij kwam vertellen dat ze erg viel op jongemannen als ik, werd het tijd om te gaan. Margreet had gelijk gehad.

En toen kwam het staartje. Een paar weken na dit optreden werd ik op mijn mobiele nummer gebeld door D., die helemaal astmatisch van opwinding begon te roepen dat ze een housewarmingfeest zou geven en dat ik daar wegens gigantisch succes weer moest komen voorlezen. Ik heb een zogenaamde vertragingstaetiek ontwikkeld voor dit soort situaties.

‘Ik kan niets beloven en ik ben nu heel druk, maar bel me later,’ antwoordde ik, haar nummer in mijn geheugen programmerend. Meestal werkt het in dit soort situaties: niet opnemen en niet terugbellen, en hopen dat het opdroogt. In geval van D. werkte het niet. D. begon een waar beloffensief, dat ik steeds wist te pareren. Maar één keer, het was een uur of half twee ’s nachts en ik zat met vrienden in het café, nam ik achteloos mijn telefoon aan.

‘D., besef je hoe laat het is? Bel me van de week,’ riep ik.

‘Ja maar, ik wilde alleen maar even iemand jouw grappige voicemail laten horen.’

Mijn voicemail en D. hadden namelijk een vrij eenzijdige relatie opgebouwd. Iedere dag sprak D. berichtjes in. Dat begon onschuldig (ze vertelde me welke andere Nederlandse schrijvers ze nog meer ging uitnodigen voor haar feest, Kees van Kooten en Remco Campert bijvoorbeeld) en eindigde als co-writer. D. dacht dat ze zich de taal van mijn personages Phileine en Gulpje had toegeëigend en wilde dat ik weer een roman over die twee ging schrijven.

‘Ik heb allemaal oneliners voor je geschreven,’ vertelde ze aan mijn voicemail, ‘wel een stuk of vierhonderd. Grappig joh! Mag je zo gebruiken. Ik wil wel vijfentwintig euro per oneliner, want ik zit financieel krap en we doen niets voor niets, toch? Hier moet je horen. Gillen. “Ik zit wat aan mijn kutje, spuit maar met je prutje.” Mag je zo hebben. Gillen, toch?’

Dat was inderdaad gillen. Zo gillen dat ik in arren moede Margreet moest bellen.

‘Margreet, ik zit met een probleem,’ zei ik.

‘Laat me raden,’ zei Margreet. ‘D.?’

Margreet bood aan D. even te bellen, zoals moeders hun kinderen weleens aanbieden verhaal te gaan halen bij de ouders van pestkoppen.

‘Wil je dat doen?’ vroeg ik. Margreet lachte hartelijk, en we wisten op dat moment allebei dat ik haar adviezen nooit meer in de wind zou slaan.

Eind.

Sub Titel: Schrijvers in verlegenheid

ISBN: 9789044609240

Jaar: 2007

Uitgever: Prometheus

Inhoud:

  • Lidewijde Paris – Plaatsvervangende verlegenheid
  • Thomas Rosenboom – Signeren
  • Nicolien Mizee – Een hogere orde
  • Dirk van Weelden – Ribkarbonades! Gratis! Twee kilo!
  • Marga Minco – De trein stopte in Eden
  • Thomas Verbogt – Hier gebeurt nooit wat
  • Rascha Peper – Herr Mispelbaum
  • Tsead Bruinja – We could be heroes
  • Michael Frijda – Meneer Libris
  • Mensje van Keulen – Haagse dames
  • Moses Isegawa – Geld voor niets
  • Frans Pointl – Ongeluk is ook een soort geluk
  • Arnon Grunberg – Ik hield mijn boek voor de zekerheid voor mijn kruis
  • Aneloes Timmerije – Why?
  • A.F.Th. van der Heijden – Schwerpunkt
  • Nilgun Yerli – Mijn klomp brak
  • Bart Chabot – Beste Fons
  • Gerbrand Bakker – De hoeder van de gedaanteveranderingen
  • Rascha Peper – Een lezing op het land
  • Christiaan Weijts – ‘Zet hem op, he?’ De schrijver op televisie
  • Karin Amatmoekrim – De spokende stad
  • Mensje van Keulen – Spooknaam
  • Geerten Meijsing – Vallen en opstaan
  • Tijs Goldschmidt – De bijenchoreograaf
  • Annejet van der Zijl – Circus Jetje
  • Jan van Mersbergen – Twee koppen boven een coniferenhaag in Bergen
  • Joost Zwagerman – Showing, not telling
  • Maarten ’t Hart – Een vogelspin
  • Nelleke Noordervliet – Op weg naar het einde
  • Ronald Giphart – Een raar mens
  • Renate Dorrestein – Een steekje los
  • Arnon Grunberg – Negen conformisten
  • Gerrit Krol – Wat ik nooit hoop te beleven

Het verhaal van Ronald Giphart verscheen ook in Mijn vrouw & andere stukken (2009)