Robots love Music: voorwoord van Ronald Giphart voor Museum Speelklok
In 2018 schreef Ronald Giphart het voorwoord voor de catalogus bij Robots love Music, een tentoonstelling van Museum Speelklok in Utrecht. De expositie onderzocht of robots muziek alleen kunnen uitvoeren of ook iets kunnen overbrengen dat mensen als muzikaal, creatief en emotioneel ervaren. Daarmee sloot het onderwerp nauw aan bij Gipharts eigen belangstelling voor kunstmatige intelligentie en creativiteit.
De catalogus verscheen in september 2018 als uitgave van Museum Speelklok, met ISBN 978-90-801699-8-2. De tentoonstelling bracht eeuwenoude zelfspelende muziekinstrumenten samen met moderne muziekrobots. Zo werd zichtbaar hoe mechanische instrumenten steeds verfijnder werden en menselijke musici niet alleen nabootsten, maar dankzij nieuwe technologie ook konden luisteren, kijken en op hun omgeving reageren.
Van zelfspelend instrument tot muziekrobot
Museum Speelklok beheert een collectie zelfspelende muziekinstrumenten, waaronder speelklokken, muziekdozen, pianola’s, automaten en draaiorgels. In Robots love Music werden zulke historische instrumenten benaderd als voorlopers van de moderne robot: programmeerbare machines die met een krachtbron, een informatiedrager en een geluidsbron zelfstandig muziek voortbrengen.
De tentoonstelling draaide daardoor niet alleen om techniek. Centraal stonden ook vragen over muzikaliteit, emotie en menselijke creativiteit. Kan een machine meer doen dan exact uitvoeren wat vooraf is vastgelegd? Kan een muziekrobot reageren, interpreteren of inspireren? En wat blijft in een tijd van kunstmatige intelligentie kenmerkend voor de menselijke maker?
Ronald Giphart, Asibot en kunstmatige creativiteit
Giphart legt in zijn voorwoord een verbinding met Asibot, de literaire robot waarmee hij in 2017 experimenteerde. Dit taalmodel was getraind op ongeveer 10.000 Nederlandstalige boeken van circa 2.000 auteurs. Asibot kon op basis van beginwoorden of een beginzin tekstsuggesties produceren, waarna Giphart keuzes maakte en het verhaal verder vormgaf. De samenwerking liet zien dat de machine wel verrassende zinnen kon voorstellen, maar dat de menselijke schrijver nodig bleef voor selectie, samenhang en regie.
Die ervaring vormt een passende ingang tot Robots love Music. Zowel bij schrijven als bij musiceren verschuift de vraag van wat een machine technisch kan naar wat mensen als betekenisvol, creatief of ontroerend ervaren. Hieronder staat Ronald Gipharts oorspronkelijke voorwoord volledig en ongewijzigd.
Het oorspronkelijke voorwoord van Ronald Giphart
Lees hier het voorwoord van Ronald Giphart:
Stelt u zich een toekomst voor waarin alle door mensen gemaakte muziek is verboden en alle nummers die wel mogen worden beluisterd elektronisch zijn gecomponeerd door algoritmes en robots. Dit is het thema van de popmusical We Will Rock You, de afscheidsvoorstelling waarmee mijn jongste zoon onlangs zijn lagere school verliet.
Het toeval wilde dat ik ten tijde van zijn repetities samen met een robot – een kunstmatige intelligentie genaamd Asibot die tienduizend Nederlandstalige boeken had gescand en zichzelf daarmee ‘schrijven’ had geleerd – probeerde om een literair verhaal te concipiëren. De vraag die ik na afronding van dit project regelmatig kreeg was dezelfde waarmee de klas van mijn zoon worstelde: moeten we bang zijn voor robots? Komt er echt een tijd dat robots ons gaan vervangen?
Wat is een robot?
Een simpele definitie van een robot zou kunnen zijn: een robot is een machine die taken kan uitvoeren door dingen in beweging te zetten. Het woord robot wordt in 1920 geïntroduceerd door Karel Capek in zijn toneelstuk R.U.R. (Rossums’ Universal Robots). Hierin zijn robots mechanische slaven die tegen hun menselijke meesters in opstand komen en zich daarbij moreel en etisch superieur tonen. Bijna een eeuw later kunnen we constateren dat robots steeds meer menselijke eigenschappen hebben gekregen, een interactie kunnen aangaan met hun omgeving en zichzelf kunnen onderwijzen.
Robots hebben de menselijke vorm, die ze in veel films en boeken hebben gekregen, niet nodig om menselijke bewegingen te maken. Ook de muziek makende robots kunnen allerlei vormen hebben, van een verzameling metalen ‘vingers’ die een cilinder aftasten tot aan een houten pop met bewegende ogen en lippen. Waar er geen sprake is van een menselijke vorm maar wel van menselijke bewegingen spreken we van een ‘onzichtbare muzikant’.
De onlangs overleden wetenschapper Stephen Hawking maakte zich hierom zorgen. Als wij door een machine gecomponeerde muziek niet meer kunnen onderscheiden van door mensen gemaakte deuntjes, moeten we die robot wel menselijke eigenschappen toedichten, met alle gevolgen van dien (dat is de beroemde Turingtest).
De vraag is of dat erg is. Filosoof Bas Haring denkt van niet. Mochten machines over afzienbare tijd dusdanig geavanceerd zijn dat zij geen menselijke sturing meer nodig hebben, dan zou het gevaar kunnen bestaan – een angst die velen navoelen – dat die ellendelingen ons wellicht verdrijven. ‘Nou en?’ zegt Haring hierover. ‘Als dat gebeurt dan is dat maar zo. Als robots in de evolutionaire strijd een betere kans hebben dan mensen… is dat pech voor ons.’
Dat klinkt dreigend, maar een tussenvorm ligt – voorlopig – natuurlijk het meest voor de hand: dat mensen de kwaliteiten van robots ten volle leren gebruiken om hen op alle mogelijke vlakken bij te staan, en dat robots ons daarmee vooral leren beter naar onszelf te kijken. Of te luisteren. En daarover gaat deze bijzondere tentoonstelling. We Will Robot You!
Over de tentoonstelling en de catalogus
Kunnen de oudste en nieuwste muziekrobots jou kippenvel bezorgen met hun muzikale spel? Kunnen ze muzikale emoties overbrengen en ons inspireren tot het creëren van iets nieuws? Deze en andere vragen komen aan bod in de tentoonstelling Robots love Music, te zien van september 2018 t/m maart 2019. In de tentoonstelling laat Museum Speelklok zien hoe de soms al eeuwenoude zelfspelende muziekinstrumenten door de jaren heen steeds meer op echte muzikanten gaan lijken. Niet alleen door hun uiterlijk, maar ook doordat ze in staat zijn te luisteren, te kijken en zelfs te reageren op hun omgeving! Deze catalogus biedt een inspirerende verdieping in de tentoonstelling Robots love Music.
STEENWEG 6
3511 JP UTRECHT
THE NETHERLANDS
Speciale dank voor alle adviezen, het meedenken en de gezamenlijke inspanningen om Robots love Music te realiseren:
- Ernst Bonis
- Floris de Gelder
- Maarten Lamers
- Universiteit Utrecht
- TU Delft
- University of Michigan
- Jere and Steve Ryder
- Tellart, in het bijzonder Paul Skinner en Bjorn Karmann
- Vormgevers André Postma en Rudolf van Lierop
- Grafisch bureau RROOK strategie x ontwerp
- Ontwerpbureau Today
- Utrecht Marketing
- Stichting Niet Normaal
- Makers interactives tentoonstelling Lucas Steenhuis en Wilco Alkema
- De musea en muziekinstellingen in Utrecht
- De samenwerkingspartners van het rondomprogramma
- De medewerkers en de Raad van Toezicht van Museum Speelklok
© 2018 Museum Speelklok, Utrecht.
www.museumspeelklok.nl
Deze catalogus is een uitgave van Museum Speel klok, ter gelegenheid van de tentoonstelling Robots love Music.
September 2018
Redactie en bijdrage: Marieke Lefeber, Marian van Dijk, Bart Doornbusch, Lise Claerhoudt, Eunice Kasse
Vertalingen: Liesbeth Visee
Fotografie: Albertine Dijkema; A10design
Ontwerp catalogus: RROOK strategie x ontwerp
Ontwerp campagnebeeld en beeldmerk: Ontwerpbureau Today
Drukwerk catalogus: Drukkerij LibertasPascal
Redactiesecretariaat:
Museum Speelklok
Steenweg 6
3511 JP Utrecht
Telefoon: 030 231 2789
ISBN: 978-90-801699-8-2
NUR: 644
Inhoud:
- VOORWOORD – Ronald Giphart
- INLEIDING – Marian van Dijk
- HET ZIJN NET MENSEN – Marian van Dijk
- APPLAUS – Marian van Dijk
- PROGRAMMEREN – Marian van Dijk
- DE RADEREN DRAAIEN, DE MUZIEK KOMT TOT LEVEN – Dr. Marieke Lefeber
- ROBOTS HOUDEN VAN MUZIEK! OF NIET? – Dr. Anemone van Zijl
- ROBOTS LOVE MUSIC – Prof. dr. ir. David Abbink
- LIJST VAN EXPOSITIESTUKKEN
- TERMENLIJST
- BIBLIOGRAFIE
Waarom dit voorwoord bij Ronald Giphart past
Het voorwoord documenteert een herkenbaar moment in Gipharts schrijverschap: zijn belangstelling voor de grens tussen menselijke verbeelding en machinale productie. Zijn antwoord is niet simpelweg optimistisch of afwijzend. Hij beschrijft juist een samenwerking waarin robots menselijke makers kunnen bijstaan en ons tegelijk dwingen opnieuw te kijken — en in dit geval te luisteren — naar wat mensen zelf doen.
Daarmee is de bijdrage meer dan een inleiding op een tijdelijke tentoonstelling. De tekst verbindt de geschiedenis van zelfspelende instrumenten met een nog altijd actuele discussie over algoritmes, auteurschap en creativiteit. De catalogus van Robots love Music vormt zo een tastbare neerslag van de tentoonstelling én van Gipharts vroege literaire kennismaking met generatieve kunstmatige intelligentie.