Horeca tijdschrift met een column van Ronald Giphart

Misset Horeca

By hans, 11 oktober 2015

MH Misset Horeca is dé multimediale informatiebron voor ondernemers en managers in de horeca. Met achtergronden en analyses van het nieuws, praktische tips en direct bruikbare ondernemersinformatie, inspiratie en diepgang op het gebied van eten, drinken en slapen en interviews met ondernemers en specialisten in de branche. De redactie brengt u ondernemersinformatie op het gebied van onder andere financiën, producten, marketing, wet- en regelgeving via reportages, artikelen en praktische tips. Uiteraard is er ook aandacht voor culinaire informatie, recepten en receptcalculaties.

Het vakblad Misset Horeca verschijnt 26x per jaar. Daarnaast verschijnt Misset Extra 12x per jaar; gericht op een specifiek thema. Het vakblad Misset Horeca wordt ondersteund door de website missethoreca.nl met het laatste nieuws, een nieuwsbrief en diverse events voor horecaprofessionals.

Voor wie bestemd?
Misset Horeca is bedoeld voor ondernemers en managers in de horeca, zoals directeur/eigenaren, bedrijfsleiders, chefkoks, hotelmanagers, afdelingshoofden etc. Daarnaast is Misset Horeca er ook voor studenten, docenten, leveranciers, overheden en organisaties in horeca en toerisme.

Waarom Misset Horeca?

  • Het is de meest actuele informatiebron voor de totale horeca sector.
  • Het bevat analyserende en diepgaande artikelen: wat speelt er achter het nieuws?
  • Het inspireert via reportages over nieuwe bedrijven en trends in binnen- en buitenland.
  • Het vertaalt informatie over o.a. financiën, marketing en wet- en regelgeving naar direct bruikbare ondernemers informatie.

Kortom, onmisbaar voor uw dagelijkse horeca praktijk.

Neem vooral een abonnement op dit mooie tijdschrift.

MH Misset Horeca, 8 januari 2016, Nummer 1, Jaargang 64
Ronald-Giphart-Misset-Horeca-2016-januari-8-nummer-1-Jaargang-64Pagina’s: 82

Pagina’s Giphart: 25

Titel: Amerikaanse toestanden

Manhattan, twee jaar geleden. Met ons gezin vergaapten we ons aan de overweldigende energie van de stad en niet in de laatste plaats aan de ontelbare eethuizen, lunchrooms en koffietenten. Van superluxueus tot ultrashabby, van Albanees tot Zwitsers en alles daartussen. Wat onze kinderen vooral opviel was hoe aardig het bedienend personeel overal was. Obers maakten er een show van, barvrouwen zetten vele extra stappen, iedereen was attent, geïnteresseerd en vrolijk. ‘Dat is omdat de mensen hier werken voor een fooi,’ wist mijn oudste zoon. ‘Hoe aardiger ze doen, hoe meer ze verdienen.’ ‘Wat?’,  vroeg mijn dochter. ‘Krijgen de mensen bij ons dan niet betaald?’ En dat was een grappige, maar ook pijnlijke constatering. In onze contreien komt de bediening in restaurants en kroegen toch vaak een stuk minder vriendelijk en behulpzaam over, maar het lijkt paradoxaal wel alsof dat voor ons als trouwe horecagasten juist prettiger voelt. Hoe vaak zeggen we niet tegen elkaar: we willen in Nederland geen ‘Amerikaanse toestanden’ met ‘plastic glimlachjes’ en ‘onoprechte vleierij’. Die New Yorkse bediening heeft toch iets prostitueeërigs, zei ik. Dat was voordat we David ontmoetten, op het terras van een kroeg genaamd The White Horse Tavern. I’m David’, zei hij, waarna hij er aan toe voegde dat we hem álles konden vragen. Ik was in een vakantiestemming en een beetje jolig noemde ik ook mijn naam en de namen van mijn vrouwen kinderen. David moest er wel om lachen en het grappige was dat misschien omdat we elkaar nu toch persoonlijk kenden – hij ons erg vriendschappelijk bediende, ons inderdaad met alles hielp, onze namen onthield en ons geen seconde het gevoel gaf dat we hem van zijn werk hielden (terwijl het om ons heen loeidruk was). Toen we weggingen, namen onze vriend David en wij gemoedelijk afscheid van elkaar (en ja, we lieten een stevige tip achter, en ja, we zijn nog twee keer terug geweest). ‘Waarom stellen obers en serveersters zich in Nederland eigenlijk niet voor?’, vroeg mijn dochter, toen we terugliepen naar het hotel. Een vraag waarop ik het antwoord niet wist, al moest ik toegegeven dat het – Amerikaanse gewoonte of niet – wel iets had.

 

 

MH Misset Horeca, 16 oktober 2015, Nummer 18, Jaargang 63
Ronald-Giphart-Misset-Horeca-2015-oktober-16-nummer-18-Jaargang-63

Pagina’s: 73

Pagina’s Giphart: 27

Titel: Restaurantgidsen

Voor restaurants en koks wordt het weer de heerlijke feestmaand van sterren, mutsen, Bibs en bestekjes. Eind oktober Lekker, op 2 november GaultMillau en op 7 december de nieuwe Michelingids, met een grootscheeps liveverslag op Radio 1. Hoera voor de gastronomie! Het blijft natuurlijk onzinnig om als gids de pretentie te hebben het verschil te weten tussen restaurant nummer 28 en nummer 29, of om een zeer beperkt team van inspecteurs een onderscheid te laten maken tussen 16en 16,5 koksmutsjes. Ook is het ridicuul met veel aplomb aan te kondigen dat een restaurant als Inter Scaldes in Kruiningen voor het zoveelste jaar op rij wéér geen derde ster krijgt, terwijl sommige driesterrenzaken in Frankrijk aantoonbaar inspiratieloze lafsmaak serveren. Ook dit jaar zal de aandacht voor alle stijgers en dalers, winnaars en verliezers weer overweldigend zijn, maar de invloed op het gedrag van de gasten wordt ieder jaar kleiner. Althans, als ik mezelf en mijn omgeving als leidraad neem. Vroeger verlekkerde mijn hele kennissenkring zich jaarlijks letterlijk aan de nieuwe Lekker, terwijl we welbeschouwd nauwelijks uit eten gingen; tegenwoordig gaan we veel vaker naar een restaurant, maar ken ik eigenlijk niemand die het blad nog leest. Een jaar of 15 geleden was Lekker toonaangevend en 10jaar geleden kon Michelin kookgoden maken en breken. Deze effecten lijken uitgewerkt. Dat komt deels omdat sites als lens.nl en andere social media een groot deel van de rol van restaurantgidsen hebben overgenomen, deels omdat die gidsen hun geloofwaardigheid zagen afbrokkelen door ontluisterende publicaties, zoals De magie van de Michelinster (2011) van oud-hoofdinspecteur Paul van Craenenbroeck. Daarin wordt beweerd dat Michelin vooral is geïnteresseerd in rumoer ten behoeve van de verkoop. Nu weet ik wel dat veel koks en restaurateurs de publicatiegolf van aankomende maand vrezen. Natuurlijk, officieel zullen veel koks hun schouders ophalen over hun gidsnoteringen, maar officieus slikken ze bilknijpend valdispertjes en zijn ze snibbig tegen hun huisdieren of kinderen. Ter geruststelling: ik vraag me oprecht af of ze iets te vrezen hebben.

 

 

MH Misset Horeca, 4 september 2015, Nummer 15, Jaargang 63
Ronald-Giphart-Misset-Horeca-2015-september-4-nummer-15-Jaargang-63Citaat: ‘Ik wil een ode brengen aan de ware Homo Horecavus’

Titel pagina: Ronald Giphart roemt horecaondernemer

Pagina’s: 126

Pagina’s Giphart: 25

Titel: De serverende Aap

Sta me toe in mijn eerste bijdrage aan hét horecavakblad van Nederland een ode te brengen aan de ware Homo Horecavus. Ik denk namelijk dat het echt een aparte menssoort is. In mijn leven ben ik vele exemplaren tegengekomen van deze bijzondere species. Je herkent ‘De Serverende Aap’ als je er een tegenkomt, en ik weet ook dat ze elkaar direct herkennen. Zonder gekheid: evolutiebiologen hebben regelmatige kleine stukjes DNA gevonden die sommige mensen wel bezitten en anderen niet. Het zogenaamde ‘avonturiersgen’ is bijvoorbeeld zo’n stukje genetisch erfmateriaal dat wordt gevonden bij mensen die zonder scrupules de wereld in trekken. Wetenschappers ontdekten dat thuiszitters en angsthazen dit stukje DNA niet blijken te hebben. Het zou een mooi wetenschappelijk onderzoek zijn om typische horecamensen eens te vergelijken met honderd willekeurige andere burgers, en te zien of er iets in de genen zit dat letterlijk voor horecaeigenschappen zorgt. En dan heb ik het over keihard werken, weinig verdienen, altijd denken vanuit de gast, een sociaal leven dat voor het overgrote deel bestaat uit collega’s en de grote moeite die koks, obers en anderen in de horeca hebben met het onderhouden van (liefdes-) relaties buiten het vak. Zelf denk ik, als ik mijn eigen evolutiebioloog mag spelen, dat ik in aanleg het horecagen ook heb. Zes jaar heb ik als afwasser, ober, barman en kok gewerkt in verschillende zaken. Ooit stond ik voor de keuze of ik in de horeca zou blijven of schrijver zou worden. Een bevriende restaurantbaas (wat hij nog steeds is) bood me een vaste baan aan en stelde voor om op termijn samen een zaak te beginnen. Was ik op zijn aanbod ingegaan, dan was ik waarschijnlijk geen schrijver geworden en misschien ook nooit gevraagd voor deze column. Maar dan had ik mezelf wel een Homo Horecavus kunnen noemen.