oude website van Ronald Giphart 2000

Oude websites

By hans, 9 april 2016

In 2000 had Giphart deze website:

oude website van Ronald Giphart 2000

In ca 2010 kreeg Giphart de volgende website:

Ronald-Giphart-oude-website-02

In 2015 kreeg Giphart de volgende website:

Ronald-Giphart-oude-website-03

In 2019 kreeg Giphart de volgende website:

Karnemelk
6 DEC. –

Het is 6 december 2000, ’s middags, kwart over een. Het personeel van Podium en ik hebben net geluncht ten burele van de uitgeverij en thans hangen we een beetje loom rondom de computer waarop ik dit typ. Het gaat te goed allemaal, met ons persoonlijk, met de uitgeverij, met de afname van onze boeken. Vanmorgen werd de verkoop van Ik omhels je met duizend armen aan de Duitse uitgever List bevestigd (eind volgend jaar zal Ich umtausendarme dich verschijnen, of zoiets, ich hab am Schule nur twei jahre Deutch gehabt – of zoals Herman Finkers zei: ik spreek überhaupt maar één woord Duits), daarna kwam er namens de verzamelde boekhandels voor de zoveelste keer een enorme bijbestelling, en vervolgens nam Albert Heijn een ongeloofwaardig groot aantal van IOJMDA af. Kortom, de lust om na zo’n zegetocht nog te werken is niet erg groot. Toch zijn we heel gewoon gebleven, hier bij Podium. Voor ons geen ingemaakte hertenpastrami met gepocheerde eendenlevertruffeljus, maar een bruine boterham met pindakaas (met grove stukjes pinda, dat moet ik toegeven) en een glas karnemelk. Vier weken geleden kwam Wilfried de Jong hier binnenvallen, juist toen het personeel van Podium en ik tijdens onze maandelijkse lunch over de zin van het leven praatten. Een week later zou Wilfrieds prachtige debuutverhalenbundel Aal verschijnen, maar zover was het nog niet. Wilfried was nog niet binnen, of er werd aangekondigd dat de allereerste exemplaren van IOJMDA van de drukker kwamen. Een vrachtwagen met dozen stond voor de deur, en of we die dozen even naar boven wilden slepen. Een mooi moment natuurlijk. Bijna drie jaar heb ik aan IOJMDA gewerkt, ik heb het boek vervloekt, ik heb me er erg gelukkig om gevoeld, ik ben er kwaad om geweest, ik heb me erdoor laten opwinden, ik heb geschaterd en gewanhoopt – en nu was het moment daar dat het boek in levenden lijve bestond. Terwijl de medewerkers van Podium de boeken uit de vrachtwagen haalden, maakte ik onder toeziend oog van Wilfried de eerste doos open. Ik zag Wilfried denken: zo gaat dat dus als je een boek hebt geschreven. Vijf minuten later stonden we allemaal met een exemplaar in handen. Wilfried vroeg of we niet iets moesten drinken om te vieren dat het boek bestond. Mijn uitgever, Joost N., riep: ‘Ja natuurlijk!’ en pakte van tafel het enige drinkbare dat voorhanden was. Met karnemelk hebben we geproost op mijn nieuwe boek.
‘Zo gaat dat dus…’ zei Wilfried, die monter meetoostte, maar een week later, bij het slepen van de dozen met zijn boeken, een kist champagne meebracht.

Ronald Giphart
(jrg 1/5)
Hup Cuijk (en Groenlo)!
IN DE AUTO, 23 NOV. –

Het is 23 november, 13.45 uur. Ik zit naast Emmelie M. van uitgeverij Podium die mij in deze regenachtige dagen door Nederland rijdt (bij Podium hebben ze erom geloot wie mij per toerbeurt moet chauffeuren, en Emmelie heeft het vaakst het langste strootje getrokken). We zijn op weg naar Zwolle en later vandaag veroveren we Enschede. Mensen vragen soms bezorgd of ik het niet vernederend vind om ‘overal in het land’ mijn boek te moeten promoten, maar dat is het helemaal niet, al heb ik wel soms het gevoel in een tekenfilm van Peter van Straaten te zitten. Zo was ik in een plaatsje in het westen des lands, waar het niet alleen stortregende maar waar ook het ebolavirus leek uitgebroken. Gevolg: in twee uur tijd kwamen er precies vierentwintig mensen een van mijn boeken laten signeren. Dat is twaalf per uur. Dat is iedere vijf minuten één. Nu duurt het signeren van een boek (met een beetje oprekken en een extra lange opdracht) dertig seconden, dus van de twee uur in die boekhandel heb ik honderdacht minuten positief-christelijk om me heen moeten kijken. Je moet erg van jezelf houden om geen enorme teringhekel aan jezelf te krijgen als je je zo ziet zitten: in een troosteloos winkelcentrum van een troosteloze plaats, eenzaam en vooral niet te arrogant glimla-chend naar pennen-, tijdschriften- en pornoblaadjeskopende, verregende buitenwijkers.
Gelukkig kan het ook totaal anders. Er zijn ook nog plaatsen als Cuijk (Noord-Brabant) en Groenlo (Achterhoek, welke provincie dat ook mag zijn). In die laatste stad (Groenlo heeft met zijn achtduizend inwoners stadsrechten) bleef het, volgens de plaatselijke krant Tubantia, ‘nog lang onrustig na Gipharts voorleesbeurt’ en zo was het ook. Kan iemand mij misschien even wat huizenprijzen rondom Groenlo mailen, want ik denk er serieus over te verkassen. Ook in Cuijk zou ik best willen wonen. Nu krijg ik per boek ongeveer tien procent van de verkoopprijs, mijn nieuwe roman kost 34,90, en dat betekent dat ik met deze column 17,50 ga verdienen, want de Cuijksteressen Mieke, Ilona, Kristel, Peggy en Jozefien hebben alle vijf beloofd dat ze mijn nieuwe boek zouden aanschaffen als ik hen in deze column zou noemen. Jozefien voegde daar nog aan toe dat ze haar hele familie van mijn boeken zou voorzien als ik na haar naam een hartje zou zetten en de naam Hickia. Jozefien Hickia. Zo, wat zal mijn verkoop in Cuijk stijgen!

Ronald Giphart
(jrg 1/4)
Wenen
HOTEL HARMONIE, 13 OKT. -Deze column typ ik liggend, op het grote bed van een luxe hotelkamer in Wenen. Zo dadelijk sluit ik mijn handy aan (zoals ze hier mobieltjes noemen) op mijn laptop, en mail ik deze tekst aan Janneke S., zodat ik morgenochtend mijn column kan lezen op deze site. Wat zou Homerus hebben gevonden van al deze technische ontwikkelingen? In zijn tijd hadden ze nog niet eens braille! Overigens zag ik gisteren dat zelfs de Nederlandse Homerus een mobieltje heeft. We waren op een receptie van de Botschafter des Königreichs der Niederlande (de ambassadeur), en daar zag ik Harry Mulisch even zijn mobiele voicemail checken, heel casual. Een mooi gezicht, want onder schrijvers is het nog steeds literair gezien zeer incorrect te bellen met een gsm. Ik heb eens in het bijzijn van Jean-Pierre Rawie (Ra Wie?) onnadenkend mijn vriendin gezakbeld, waarna de Groningse bard spontaan begon te boeren en kokhalzen. Nu ik gezien heb hoe superieus en verre van ongemakkelijk Harry Mulisch zijn toestelletje hanteert, hoop ik dat ik in het bijzijn van andere schrijvers mij wat minder zal generen.
Er zijn hier in Wenen genoeg schrijvers naast wie ik zou kunnen bellen. Er vindt hier het festival Spuren im weichen Sand plaats, een presentatie van Nederlandse schrijvers voor een zeer geïnteresseerd Oostenrijks publiek van studenten en oprechte liefhebbers. Drie avonden achter elkaar verzorgen dertien schrijvers in totaal twaalf uur puur literatuurplezier. Nu is de voertaal helaas Duits en worden we ook geacht in het Duits voor te dragen. Ik kom gelukkig pas morgen aan de beurt, maar ik zit me nu al zorgen te maken over de vragen die ik in het Duits moet beantwoorden. Het voorlezen van de Duitse vertaling van Phileine zegt sorry zal nog wel lukken, maar stel nu dat ik in het inleidende gesprek een vraag krijg als ‘Herrn Giphart, was sind Ihren Themen?’, en dat ik dan dichtklap en dat ik dan alleen nog maar Duitse zinnetjes kan citeren die in mijn geheugen zijn gegrift door een bepaald, al dan niet nagesinchroniseerd filmgenre. Oh jah, weck mich. Oh jah. Ganz gut. Fick mich im Arschlog. Tiefer. Tiefer. Genau. Het probleem is namelijk dat ik, net als veel schrijvers van mijn generatie (Joost Zwagerman, Manon Uphoff – hier beiden aanwezig) maar twee jaar Duits heb gehad. Ik heb namelijk in het Post Tweede Wereldoorlog-Verzet gezeten en niet Duits leren was mijn bijdrage aan de oorlog.
Maar goed, tijd voor al teveel bange angstgedachten heb ik niet, want zo dadelijk word ik door Joost Zwagerman opgehaald voor een ter ere van hem georganiseerde borrel op zijn uitgeverij. Later is een feestje voor Nederlandse schrijvers, terwijl ik de geweldige lunch op de ambassade (zeventig kamers, waarvan er vijftig leegstaan) dan waarschijnlijk nog in mijn maag zal hebben. Wie weet belanden we na het feestje net als gisterennacht weer in een café dat Der Centimeterbar heet, waar schnitzels en glazen bier per centimeter worden afgerekend. Maf idee dat Doeschka Meijsing en ik daar tot half vier ’s ochtends met een paar literatuurfreaks hebben gediscussieerd over Lolita en de laatste roman van Coetzee.

Groet vanuit Wenen,

Ronald Giphart
(jrg 1/3)
Succes
AMSTERDAM, 2 NOV. -, ten burele van uitgeverij Podium.

Nou, de ‘lancering’ van deze zijde is een waar succes: we hebben al iets van zeven hits! Kortom, dat was die peperdure investering meer dan waard. Ik heb Janneke S. van Podium maar niet verteld dat bij die zeven hits drie bezoekjes van mij zaten, twee van mijn vriendin en twee van mijn familie, want ik wil geen spelbreker zijn. Ze zijn bij Podium zo blij met deze doorklikfolder, dat ze elkaar geregeld kleine stompjes geven van tevredenheid. Een aandoenlijk gezicht.
Afgelopen maandag werd Ik omhels je met duizend armen dan eindelijk zoals dat heet ‘uitgeleverd’ door het Centraal Boekhuis en konden boekhandelaren het boek in hun schappen leggen. Dat is vandaag, donderdag, nog niet overal gebeurd, maar er begint schot in te komen. Ik voel me overigens vaak de hoofdpersoon in een tekening van Peter van Straaten, als ik bij boekhandels check of mijn boeken er al liggen, een beetje stiekem, vanachter een opgezette kraag (bij een potlodenboekhandel in Warnsveld lag nog niet één boek, bij Athenaeum een stapeltje, bij de kleine Bruna op het CS van Utrecht niets, nop, grote leegte, bij de grote Bruna op het CS van Utrecht een stapel van een meter, en bij Scheltema Hopsema, twee pallets).
Vandaag was het overigens een masturbatoire dag: de gebonden editie van IOJMDA kwam van de drukker. Ik heb ooit bij de Bijenkorf een gebonden boekje gepubliceerd (De ontdekking van de literatuur, later opgenomen in Planeet Literatuur), maar dat zag er nogal lullug uit vergeleken met dit genaaide & gebonden prachtboek. Het papieromslag is mooi goud en glanzend, en het stofomslag voelt lekker leer-sm-merig aan. En dat voor maar ƒ 49,90!

Ronald Giphart
(jrg 1/2)
AMSTERDAM, 24 OKT. – Het is dinsdag 24 oktober 2000, ik zit op de stoel van de directeur van uitgeverij Podium, Joost N., achter een computer te typen. Links voor me zie ik mijn vaste redacteur Tom H. geïrriteerd met zijn schoen schuifelen, naast me kijkt de office manager Emmelie M. heel bezorgd en achter me staat redacteur Janneke S. (die verantwoordelijk is voor deze zijde) met een pistool tegen mijn hoofd. Ik moet namelijk vandaag een inleidende tekst voor deze pagina schrijven, een klusje dat ik nu al weken heb geprobeerd uit te stellen. Waarom een zijde, heb ik al die tijd geroepen. Waarom een flikkerende peperdure kleurenfolder voor mensen die eigenlijk gewoon boeken horen te lezen? De medewerkers van Podium vonden dit achteruitstrevend-conservatieve onzin. Internet heeft de toekomst. Internet is interactief. Internet is een Rijk der Ongekende Mogelijkheden. Je móét als schrijver een zijde hebben. Niet alleen de wanhoopsscribenten die bij gewone uitgevers geen boeken gepubliceerd krijgen, kunnen op het net hun jostiband-achtige taalverspilling kwijt, maar ook de echte schrijvers moeten tegenwoordig digitaal. Harry Mulisch heeft een plek, dus jij ook.
Janneke S. drukt de loop van haar pistool nog iets fermer in mijn nek. ‘Je gaat de bezoekers van deze pagina nu welkom heten,’ bijt ze me toe. ‘Je gaat vriendelijk doen en als een marktkoopman je werk aanprijzen.’
Goed, de sfeer op uitgeverij Podium is wat gespannen. Dat komt omdat volgende week mijn nieuwe roman Ik omhels je met duizend armen verschijnt en iedereen een beetje moe wordt van mijn epileptische, allesbesmeurende angstaanvallen.
‘Maar ik ben zo bang dat mensen uren verspillen met het rondhangen op duffe zijdes, terwijl ze ook aangenaam kunnen verdwalen in boeken, mijn boeken,’ werp ik tegen, maar Janneke is onverbiddelijk.
Terwijl het koude staal bijna mijn schedel plet, typ ik: ‘Hallo lieve mensen, leuk dat jullie de moeite nemen hier even te komen kijken. Ik zie veel toekomst in dit medium. Mag ik jullie vragen dat jullie na het bezoeken van deze en tientallen andere zijdes met geweldig interessante informatie, een van mijn boeken leest en eventueel zelfs koopt? Lezen, dat is namelijk surfen in je hoofd. Veel plezier!’
Het geluid van mijn laatste punt valt samen met het geluid van de vergrendeling van Janneke S.’ moordwapen.

Ronald Giphart
(jrg 1/1)

DE INFORMATEURS, DEEL 3