FNV Magazine met een column van Ronald Giphart

FNV Magazine

By hans, 14 augustus 2018

Je ontvangt als lid 4 x per jaar FNV Magazine. Jouw ledenblad over werk en inkomen, waarin jij als werknemer centraal staat.

Het FNV Magazine verschijnt voor bijna 900.000 leden. En best bijzonder: we zijn één magazine, maar met een keur aan edities voor verschillende sectoren. Je leest in jouw sectoreditie vooral wat jou interesseert.

Hoofdredacteur: Roosmarijn Schröder

Eindredacteur: Peter Beekman

Redactie FNV: Peter van der Aa

Redactie MPG., Amstelveen: Reijer Blankenspoor en Annemiek Sinnige

Art direction en vormgeving: Esther Tji en Bianca van Hilst

Druk: Senefelder Misset, Doetichem

ISSN 2405-9013

Afmetingen: 27,5 x 21,5 cm

De columns van Ronald Giphart lees je hier:

SCHRIJVERSVAKBOND (#2 2017)
We zijn op vakantie, maar desalniettemin moet ik werken. Als ik uitleg waaraan wil mijn jongste zoon (10) weten wat een vakbond is en waarom een schrijver überhaupt schrijft voor een vakbondsblad. Hij vraagt of ik ook bij een vakbond zit en wil weten of er überhaupt vakbonden voor schrijvers zijn.

Sinds een tijdje probeert hij in zo veel mogelijk zinnen het woord ‘überhaupt’ te stoppen. Ik vertel dat ik in vroeger tijden lid was van de Nederlandse Vereniging van Schrijvers en Vertalers (vroeger ‘de Vereniging voor Letterkundigen’ en sinds vorig jaar ‘De Auteursbond’), maar dat ik in krappe tijden ooit mijn uitgaven heb gevlooid op zaken die wel geld kostten maar mij feitelijk niets opleverden.

‘Wat doet een vakbond dan überhaupt voor schrijvers?’ gaat mijn zoon verder. Tja… Ik leg uit dat vroeger het communistische Rusland een zeer machtige schrijversbond had. Zogenaamd was de organisatie er om schrijvers bij te staan in de uitoefening van hun beroep, maar in praktijk kon niemand een letter publiceren zonder toestemming van Moskou. Schrijvers moesten zich houden aan de officiële richtlijnen waaraan hun werk moest voldoen (net als het werk van andere Russische kunstenmakers): ze werden geacht ‘socialistisch realisme’ te produceren. Het waren niet de minste schrijvers die lid waren, met Gorki als de bekendste.

‘En in latere tijden was de Amerikaanse schrijversvakbond ook heel machtig’, ging ik verder, waarna ik herinneringen ophaalde aan de beroemde schrijversstaking van 2007, die maandenlang Hollywood platlegde. Zonder scenaristen moesten veel televisieshows noodgedwongen herhalingen uitzenden, tot de werkgevers zwichtten en de scriptschrijvers lieten meedelen in de inkomsten. Eind april 2017 riep de Amerikaanse Writers Guild of America (WGA) wederom op tot een staking en we moeten nog zien hoe dat uitpakt.

‘Kunnen schrijvers staken?’ vraagt mijn zoon verbaasd. ‘Überhaupt bedoel ik.’

‘Als je vader bij een vakbond had gezeten, had hij vandaag niet hoeven werken’, roept mijn vrouw resoluut vanachter haar e-reader, waarna ik mij aan het werk zet.

VAKBONDSPORNO ()

Halverwege de jaren tachtig was ook Soest in de ban van de revolutionaire rode storm die over de wereld waaide. In het multiekulturele centrum van mijn dorp stond een grootse gebeurtenis aangekondigd: de integrale vertoning van Novecento (1976) van Bernardo Bertolucci. De voltallige linkse goegemeente verzamelde zich in de filmzaal voor het ontroerende eerbetoon aan de strijd tussen verdrukten en onderdrukkers. Ik zat er met mede-Jonge Socialisten en met mijn ouders: oprechte FNV-leden die zich deze vijfenhalf uur durende vakbondsporno niet lieten ontzeggen.

De film begon met een shot van het prachtige schilderij ‘Il quarto stato’ (de vierde macht) van Giuseppe Pellizza da Volpedo (nog steeds mijn bureaublad), met een groep stakende nobele landarbeiders en boeren, die eendrachtig en vastberaden marcheren richting de kijker. Socialistische kunst in optima forma.

Novecento is het verhaal van de zoon van een rijke grootgrondbezitter (gespeeld door Robert De Niro) en een boerenzoon en latere vakbondsman (Gérard Depardieu). Gedurende de decennia volgen we hun vriendschap, die met de opkomst van de fascisten van Mussolini steeds meer onder druk komt te staan. Na de roemruchte periode die de geschiedenis is ingegaan als ‘Biennio Rosso’, het Rode Dubbeljaar 1919-1920, leek Italië rijp voor een linkse machtsovername: overal in het land braken stakingen uit en werden landerijen van het grootkapitaal ingenomen. Dit lieten de machthebbers, met hulp van de katholieke kerk, uiteraard niet op zich zitten, met alle bloederige gevolgen van dien.

Natuurlijk was Novecento overgeromantiseerde geschiedsverheerlijking, maar op mij maakte de film destijds diepe indruk. Tevergeefs. Niet lang na de vertoning in ons dorpshuis viel de Berlijnse Muur, werden communistische dictators verdreven, schudde de sociaaldemocratie haar ideologische veren af en leken de toekomstdromen van de aloude machtige Europese progressieve beweging voorgoed vervlogen. Novecento bleek uiteindelijk niet meer dan een links jaren-zeventigrelikwie over vervlogen strijdbare tijden van weleer. Toch heb ik veel zin om de film weer eens te zien. Al was het maar uit vakbondsnostalgie.